Onderzoek Braddon: rechtbank legt 7 groepsvennootschappen geldboetes op en veroordeelt feitelijk leidinggever wegens niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt op 7 mei 2026 in acht samenhangende vonnissen (ECLI:NL:RBOBR:2026:2869 tot en met 2876) zeven groepsvennootschappen tot geldboetes van in totaal € 1.323.000 wegens het opzettelijk niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting over 2020 en 2021. De feitelijk leidinggever krijgt een gevangenisstraf opgelegd van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het gezamenlijk geschatte fiscale nadeel binnen de groep bedraagt ruim € 2,8 miljoen, voortkomend uit het FIOD-onderzoek Braddon. De rechtbank verwerpt de verweren over de ontvangst van aanmaningen en het strekkingsvereiste, en neemt voorwaardelijk opzet aan wegens het structureel ontbreken van een deugdelijke administratie. Partiële vrijspraak volgt van het onderdeel niet doen van aangiften, nu deze alsnog op 28 juni 2024 zijn ingediend, en van het ten laste gelegde medeplegen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM eist straf tegen Statenlid dat klimaatdemonstrant aanreed

Op 28 mei stond een 73-jarige man uit Zandvoort terecht op verdenking van poging tot zware mishandeling, het verstoren van een betoging, het verlaten van een plaats ongeval en gevaarlijk rijgedrag. Het Openbaar Ministerie Noord-Holland (OM) vindt bewezen dat hij op 3 maart 2025 in Haarlem een klimaatdemonstratie heeft verstoord, door met zijn auto één van de demonstranten aan te rijden, waarna hij is doorgereden. De officier van justitie eiste een werkstraf van 180 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van een jaar, en een geldboete van 500 euro.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Twaalf jaren verstreken: Hoge Raad verklaart OM niet-ontvankelijk voor drie verduisteringen

Hoge Raad 19 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:772

De Hoge Raad bevestigt dat verduistering in de zin van artikel 321 Sr na twaalf jaren absoluut verjaart op grond van artikel 70 lid 1 onder 2° Sr juncto artikel 72 lid 2 Sr. Voor drie tenlastegelegde verduisteringen uit 2010 en 2011 vangt de verjaringstermijn aan op 17 november 2011, de dag na het laatste bewezenverklaarde feit, omdat aanknopingspunten voor een voortdurend delict ontbreken. De absolute termijn verstrijkt daarmee op 16 november 2023, ruim vóór het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 29 januari 2025. De Hoge Raad verklaart het openbaar ministerie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging van die drie feiten en wijst de zaak terug voor een nieuwe strafoplegging voor het resterende feit uit 2015. Het arrest onderstreept dat bij het ontbreken van indicaties voor voortduring de aanvang van de verjaring strikt op grond van artikel 71 Sr wordt bepaald.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof veroordeelt corrupte gemeenteambtenaar in onderzoek Pos

Gerechtshof Amsterdam 7 mei 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1273 en ECLI:NL:GHAMS:2026:1274 (ontnemingszaak)

Het gerechtshof doet uitspraak in zowel de straf- als de ontnemingszaak tegen een toezichthouder bij de gemeente Amsterdam die zich gedurende ruim vijf jaar schuldig heeft gemaakt aan passieve ambtelijke omkoping. De verdachte heeft van diverse aannemers giften ter waarde van bijna € 69.000 aangenomen en wordt daarnaast veroordeeld voor het bezit van bijna 460 gram MDMA. Het hof bevestigt een gevangenisstraf van vijf maanden, na matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn. In de ontnemingszaak oordeelt het hof dat geen rechtsregel zich ertegen verzet de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel te baseren op zowel het tweede als het derde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 143.397,80, opgebouwd uit bewezenverklaarde giften, voordeel uit andere strafbare feiten en een kasopstelling. De betalingsverplichting wordt na matiging vastgesteld op € 138.397.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Adviseur veroordeeld voor medeplegen witwassen van € 1,6 miljoen via schijnconstructies in Panama, Dubai en Londen

Gerechtshof Den Haag 17 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:406

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een financieel, juridisch en fiscaal adviseur tot drie jaren gevangenisstraf voor het medeplegen van witwassen van ruim € 1,6 miljoen en een BMW X6. De verdachte vervulde een centrale rol bij het opzetten van schijnconstructies via vennootschappen in Panama, Dubai en het Verenigd Koninkrijk om gelden van een veroordeelde cocaïne-importeur in het Nederlandse betalingsverkeer te brengen. Het hof acht het witwasvermoeden gerechtvaardigd op grond van ongebruikelijke geldstromen, valse contracten en fictieve loonconstructies via een uitzendbureau. De door de verdachte geboden verklaring over een legale herkomst van het vermogen voldoet niet aan het criterium van concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Hoewel het hof in beginsel een gevangenisstraf van vier jaren passend acht, vermindert het deze straf met één jaar vanwege overschrijding van de redelijke termijn met ruim 5,5 jaren in hoger beroep. De uitspraak biedt inzicht in de strafrechtelijke aansprakelijkheid van financiële dienstverleners die schijnconstructies opzetten ten behoeve van criminele cliënten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht in een digitaliserende opsporing

Het FIOD-jaarverslag 2025 wijdt een hoofdstuk aan rechtmatig werken, met specifieke aandacht voor het verschoningsrecht. De verantwoordelijkheid voor de beoordeling van verschoningsgerechtigde informatie ligt sinds recente jurisprudentie bij de rechter-commissaris, met technische ondersteuning door de FIOD. De dienst verwerkt dagelijks grote hoeveelheden digitale data, waarbij vertrouwelijke communicatie vooraf moet worden uitgefilterd. In de stuurgroep verschoningsrecht werken FIOD, OM, Rechtspraak, politie en de Nederlandse Orde van Advocaten samen aan oplossingen. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering (beoogde inwerkingtreding 1 april 2029) en de AI Act vormen het juridische kader voor de komende jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valsheid in geschrift bij transport van runderbloed naar co-vergistingsinstallatie: voorwaardelijk opzet ondanks ingewonnen advies van adviesbureau

Rechtbank Oost-Brabant 12 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3113 (natuurlijke persoon) en ECLI:NL:RBOBR:2026:3114 (rechtspersoon)

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een transportbedrijf en zijn bestuurder voor het medeplegen van valsheid in geschrift bij het vervoer van runderbloed vanuit Duitsland naar een co-vergistingsinstallatie in Esbeek. Op CMR-vrachtbrieven, handelsdocumenten en facturen is een andere lading omschreven dan daadwerkelijk werd vervoerd, terwijl bloed niet op de positieve lijst voor co-vergisting staat. De rechtbank verwerpt het verweer dat verdachten geen voorwaardelijk opzet hadden, ondanks het ingewonnen advies van een adviesbureau. Het inwinnen van advies vrijwaart een internationaal vervoerder niet van zijn verplichting om de administratie naar waarheid te voeren. De rechtbank legt aanzienlijk lagere straffen op dan de officier van justitie eist, mede vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee jaar en drie maanden. De bestuurder krijgt een taakstraf van 70 uren en de vennootschap een geldboete van € 20.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Resultaten vervolgonderzoek over de OM-strafbeschikking aangeboden

Het rapport is het resultaat van een vervolgonderzoek op het in 2022 door de PG uitgebrachte rapport ‘Buiten de rechter OM’. In dat rapport was geconstateerd dat het OM bij de uitoefening van zijn taak ten aanzien van de OM-strafbeschikking de wettelijke voorschriften op verschillende punten niet naar behoren naleefde. In het nieuwe rapport wordt geconstateerd dat sinds de aanbieding van ‘Buiten de rechter OM’ een belangrijk deel van de door het Openbaar Ministerie (OM) voorgenomen verbeteringsmaatregelen nog niet is uitgevoerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afhaler bij de AKO op Schiphol: Hoge Raad herhaalt overwegingen m.b.t. medeplegen en i.h.b. afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en m.b.t. rol die proceshouding van verdachte kan spelen

Hoge Raad 19 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:770

De Hoge Raad herhaalt voor de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid de vooropstelling uit HR 5 juli 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1316) en bevestigt dat ook de procesopstelling van de verdachte bij de beoordeling van het gewicht van zijn bijdrage een rol mag spelen. Onder verwijzing naar HR 29 januari 2019 (ECLI:NL:HR:2019:97) overweegt de Hoge Raad dat het zwijgrecht onverkort geldt, maar dat het uitblijven van een aannemelijke, ontzenuwende verklaring voor redengevende feiten en omstandigheden in het bewijsoordeel kan worden betrokken. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie wordt de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden ambtshalve verminderd tot elf maanden en twee weken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf voor advocaat wegens jarenlange onjuiste btw-aangiften over toevoegingsvergoedingen Raad voor Rechtsbijstand

Gerechtshof Amsterdam 8 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1209 (natuurlijk persoon) en ECLI:NL:GHAMS:2026:1208 (rechtspersoon)

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt op 8 april 2026 in twee parallelle uitspraken een advocaat en zijn besloten vennootschap wegens het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting, valsheid in geschrift in de bedrijfsadministratie en het niet doen van aangiften omzetbelasting. De vergoedingen van de Raad voor Rechtsbijstand worden jarenlang in de administratie verwerkt als onbelaste omzet, terwijl deze ontvangsten zijn belast met btw. De advocaat verstrekt zijn boekhouders overzichten met een onjuist tarief van nul procent, op basis waarvan onjuiste aangiften worden ingediend. Het hof verwerpt het beroep op afwezigheid van opzet en het rechtmatigheidsverweer over de cautie bij het boekenonderzoek en oordeelt dat een suppletieaangifte juridisch geen aangifte is. Wegens een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan vijf jaar en zeven maanden volgt voor de bestuurder een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een taakstraf van 120 uren. De vennootschap krijgt een geheel voorwaardelijke geldboete van € 100.000 opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^