Verschoningsrecht in een digitaliserende opsporing
/Het FIOD-jaarverslag over 2025 wijdt een afzonderlijk hoofdstuk aan rechtmatig werken, met daarbinnen specifieke aandacht voor het verschoningsrecht. De FIOD beschrijft het verschoningsrecht als een belangrijke pijler van de rechtsstaat en als een terrein waarop wet- en regelgeving, jurisprudentie en de praktijk van digitale opsporing nauw met elkaar verweven zijn. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk biedt het verslag inzicht in hoe de FIOD haar inzet inricht, welke knelpunten zij signaleert en in welke fora aan oplossingen wordt gewerkt.
Het wettelijk kader
Het verschoningsrecht beschermt vertrouwelijke communicatie tussen onder meer advocaten en hun cliënten. Volgens het verslag mag deze informatie door FIOD-medewerkers bij een strafrechtelijk onderzoek niet worden ingezien. De relevante wet- en regelgeving omschrijft hoe met dergelijke informatie moet worden omgegaan. Voor de FIOD is het volgens het jaarverslag cruciaal dat medewerkers zich strikt aan deze kaders houden. Het verslag stelt dat de FIOD weliswaar onderzoekt of anderen de wet naleven, maar dat haar eigen handelen evenzeer aan wettelijke kaders is gebonden. Alleen op die manier blijft de geloofwaardigheid van de onderzoeken behouden, blijft de integriteit ervan buiten discussie en is de houdbaarheid van bewijs in de rechtszaak sterker.
Verschuiving in de jurisprudentie
Het verslag beschrijft een belangrijke ontwikkeling in de jurisprudentie van de afgelopen jaren. De verantwoordelijkheid voor de beoordeling van verschoningsgerechtigde informatie is komen te liggen bij de rechter-commissaris, die voor uitvoering en technische ondersteuning een beroep doet op de FIOD. Daarmee blijven de eisen die het verschoningsrecht stelt volgens het verslag in de praktijk grotendeels bij de opsporing liggen.
De digitale werkelijkheid
De FIOD beschrijft hoe het verwerken van verschoningsgerechtigde informatie in een steeds digitaler werkveld nieuwe vragen oproept. De dienst verwerkt dagelijks grote hoeveelheden digitale informatie, hetgeen volgens het verslag steeds meer vraagt van systemen, tijd en menskracht. Het verschoningsrecht vereist dat vertrouwelijke communicatie met beroepsgroepen zoals advocaten, notarissen en artsen vooraf wordt verwijderd. In grote datasets is deze informatie volgens het verslag echter niet altijd direct herkenbaar voor de FIOD. Dit heeft volgens het verslag meerdere malen geleid tot procedures met lange doorlooptijden, waardoor onderzoeken stil kwamen te liggen en verdachten lang in onzekerheid bleven.
Stuurgroep verschoningsrecht en samenwerking
Het verslag beschrijft dat heldere en passende verantwoordelijkheden voor elke partij noodzakelijk zijn om aan de eisen van het verschoningsrecht te kunnen voldoen in een steeds meer digitaliserende wereld. Dit vraagt volgens het verslag om grote en permanente inzet in de hele strafrechtketen, zodat opsporingsdiensten beter in staat worden gesteld om aan die eisen te voldoen.
In de stuurgroep verschoningsrecht, onder leiding van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, werkt de FIOD samen met onder andere de Rechtspraak, het OM, de politie en de Nederlandse Orde van Advocaten aan oplossingen binnen de huidige en toekomstige juridische kaders. De FIOD blijft daarnaast volgens het verslag investeren in betere technologie en in duidelijke afspraken en werkprocessen, samen met het OM, de rechtspraak en de advocatuur.
Plaats in het bredere kader van rechtmatig werken
Naast het verschoningsrecht beschrijft het verslag het bredere kader van rechtmatig werken binnen de FIOD. Startende rechercheurs leren in de opleiding tot algemeen opsporingsambtenaar hoe zij de relevante kaders moeten toepassen, waaronder het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast is er specifieke aandacht voor de Wet politiegegevens (Wpg), die bepaalt hoe en wanneer politiegegevens mogen worden verwerkt voor een wettelijk doel. Alle rechercheurs worden volgens het verslag gedurende hun loopbaan blijvend geschoold om hun kennis actueel te houden.
Doorkijk naar het nieuwe Wetboek van Strafvordering en de AI Act
Het verslag plaatst het verschoningsrecht uitdrukkelijk in het perspectief van toekomstige wetgeving. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering, met een beoogde inwerkingtreding op 1 april 2029, stelt volgens het verslag bredere en strengere eisen aan het beheren, verwerken, delen en vastleggen van opsporingsinformatie. De FIOD werkt in 2025 aan een toekomstbestendig informatievoorzieningslandschap, mede in samenwerking met andere bijzondere opsporingsdiensten.
Daarnaast krijgt artificial intelligence (AI) volgens het verslag een steeds belangrijkere rol bij het analyseren van grote in beslag genomen datasets. In 2025 is binnen de FIOD een expertgroep AI ingericht die zich bezighoudt met het voldoen aan de eisen die de AI Act stelt, mogelijke toepassingen toetst aan wet- en regelgeving en begeleiding biedt bij gebruik in onderzoeken. Het verslag benoemt dat ook hier zorgvuldigheid en rechtmatigheid centraal staan.
Afsluiting
De combinatie van een veranderde jurisprudentie, sterk groeiende digitale datasets en aankomende wetgeving maakt het verschoningsrecht volgens het FIOD-jaarverslag tot een terrein van permanente aandacht. De stuurgroep verschoningsrecht onder leiding van het Ministerie van Justitie en Veiligheid biedt het platform waarin alle ketenpartners gezamenlijk aan oplossingen werken. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk vormt deze ontwikkeling een aanknopingspunt om de dialoog tussen advocatuur, opsporing en rechtspraak over verschoningsgerechtigde informatie verder vorm te geven.
