Adviseur veroordeeld voor medeplegen witwassen van € 1,6 miljoen via schijnconstructies in Panama, Dubai en Londen
/Gerechtshof Den Haag 17 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:406
Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een financieel, juridisch en fiscaal adviseur tot drie jaren gevangenisstraf voor het medeplegen van witwassen van ruim € 1,6 miljoen en een BMW X6. De verdachte vervulde een centrale rol bij het opzetten van schijnconstructies via vennootschappen in Panama, Dubai en het Verenigd Koninkrijk om gelden van een veroordeelde cocaïne-importeur in het Nederlandse betalingsverkeer te brengen. Het hof acht het witwasvermoeden gerechtvaardigd op grond van ongebruikelijke geldstromen, valse contracten en fictieve loonconstructies via een uitzendbureau. De door de verdachte geboden verklaring over een legale herkomst van het vermogen voldoet niet aan het criterium van concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Hoewel het hof in beginsel een gevangenisstraf van vier jaren passend acht, vermindert het deze straf met één jaar vanwege overschrijding van de redelijke termijn met ruim 5,5 jaren in hoger beroep. De uitspraak biedt inzicht in de strafrechtelijke aansprakelijkheid van financiële dienstverleners die schijnconstructies opzetten ten behoeve van criminele cliënten.
Inleiding en context
De zaak betreft een natuurlijke persoon, geboren in 1958, die in de periode 2011 tot medio 2015 optreedt als financieel, juridisch en fiscaal adviseur van een persoon die in 2020 door het gerechtshof Den Haag onherroepelijk is veroordeeld tot tien jaren gevangenisstraf wegens onder meer de invoer van circa 300 kilogram cocaïne, voorbereidingshandelingen voor cocaïne-invoer, omkoping van een douaneambtenaar en witwassen. De verdachte is in eerste aanleg door de rechtbank Rotterdam bij vonnis van 13 juli 2018 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren. Namens de verdachte wordt hoger beroep ingesteld. Het arrest in hoger beroep wordt gewezen op 17 maart 2026, ruim elf jaren na de aanvang van de redelijke termijn op 9 juni 2015.
De verdachte werkt nauw samen met een medeverdachte die gevolmachtigd is om namens een Panamese vennootschap te handelen en als Ultimate Beneficial Owner beschikt over een bankrekening in Liechtenstein. Deze bankrekening wordt gebruikt voor het overmaken en doorstorten van geldbedragen die feitelijk toebehoren aan de hoofdverdachte uit de cocaïnezaak. De verdachte stuurt de medeverdachte aan en bepaalt de bestemming van de overboekingen.
Tenlastelegging en wettelijk kader
Aan de verdachte wordt onder twee parketnummers in totaal vijf feiten verweten. Onder parketnummer 10-750124-15 gaat het om het witwassen van een BMW X6, het witwassen van een fictief loon en winst uit onderneming tot een totaal bedrag van € 307.561 en het witwassen van een bedrag van € 87.500. Onder parketnummer 10-750391-16 wordt de verdachte het witwassen van € 410.000 en € 852.050 verweten. De feiten worden telastegelegd op grond van de artikelen 420bis, 420ter en 420quater van het Wetboek van Strafrecht, waarbij het medeplegen ex artikel 47 Sr centraal staat. Voor de kwalificatie als gewoontewitwassen ex artikel 420ter Sr is van belang dat sprake is van een structureel patroon van witwashandelingen over een langere periode.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal vordert vernietiging van het vonnis in eerste aanleg en oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren met aftrek van het voorarrest. Over het beslag laat de advocaat-generaal zich niet uit.
Standpunt van de verdediging
De verdediging voert primair aan dat de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de legale herkomst van de gelden. Volgens de verdediging is het geld afkomstig van de hoofdverdachte uit de cocaïnezaak, die veel geld zou hebben verdiend met zijn bedrijven in onder meer de zonnepanelenhandel in België en Frankrijk en die een geldlening van € 1,5 miljoen zou hebben uitstaan. De verdachte zou zijn benaderd om te helpen met het naar Nederland halen van in het buitenland, met name in Dubai, ondergebracht vermogen, mede met het oog op een alimentatieverplichting en een pensioenvoorziening, zonder dat dit vermogen verloren zou gaan aan schuldeisers waaronder de Belastingdienst.
De verdediging wijst erop dat de partij van 300 kilogram cocaïne in beslag is genomen en daarmee financieel niets heeft opgeleverd, dat de voorbereidingshandelingen waarvoor de hoofdverdachte is veroordeeld dateren van na de witwashandelingen en dat de hoofdverdachte is vrijgesproken voor voorbereidingshandelingen voor het transport. Op die grond kan volgens de verdediging niet worden gesteld dat het vermogen in de cocaïnehandel is verdiend. Subsidiair betoogt de verdediging dat de verdachte tot mei 2014 niet wist en niet kon weten dat de gelden uit enig misdrijf afkomstig waren.
Oordeel gerecht
Het hof toetst aan het standaardkader voor witwassen. Voor een bewezenverklaring is niet vereist dat het voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf, mits op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden aandraagt die een witwasvermoeden rechtvaardigen, mag van de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring worden verlangd.
Het hof acht voor alle vijf feiten het witwasvermoeden gerechtvaardigd. Bij de BMW X6 wordt € 81.000 van het aankoopbedrag van € 107.995 via een Belgische vennootschap en de Liechtensteinse bankrekening van de Panamese vennootschap naar de autodealer overgemaakt, zonder zakelijke verklaring voor deze omweg. Bij het fictieve loon worden contante stortingen op de bankrekening van de hoofdverdachte aangegeven als winst uit onderneming, terwijl de onderneming geen activiteiten kent, en wordt eigen geld van de hoofdverdachte via de Panamese vennootschap naar een uitzendbureau geleid dat dit vervolgens als salaris uitbetaalt. Bij de feiten betreffende € 87.500 en € 852.050 staat vast dat zowel een koopovereenkomst met een Hongkongse vennootschap als een leenovereenkomst tussen de Panamese vennootschap en een Nederlandse rechtspersoon door de verdachte opgezette schijnconstructies betreffen, zoals de verdachte zelf heeft erkend. Bij het feit betreffende € 410.000 wordt een hypotheekconstructie opgezet waarbij de medeverdachte op papier als hypotheekverstrekker fungeert, terwijl het geld feitelijk van de hoofdverdachte afkomstig is.
Het hof oordeelt dat de schriftelijke verklaring van de verdachte niet voldoet aan de eisen van concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. De gestelde legale verdiensten uit de eerdere vennootschappen worden weersproken door oninbare belastingaanslagen van ruim € 11 miljoen, een eerdere veroordeling voor een btw-carrousel en het ontbreken van enig aantoonbaar vermogen bij de Belastingdienst. De verwijzing naar in Dubai gestald vermogen is evenmin verifieerbaar gemaakt. Het Openbaar Ministerie behoefde volgens het hof geen nader onderzoek te doen naar deze verklaring.
Ten aanzien van het opzet overweegt het hof dat de verdachte vanaf 2011 wist dat de hoofdverdachte zijn geld buiten het zicht van de fiscus wilde houden, uitsluitend contant geld ontving, was veroordeeld voor een btw-carrousel en een onbetaalde belastingclaim van € 11.706.359 had. De aangegeven inkomsten zijn niet van een dergelijke omvang dat de uitgaven daaruit kunnen worden verklaard. De verdachte heeft valse of misleidende stukken opgesteld, waaronder jaarstukken, een koopovereenkomst voor fenders, een aandelenoverdracht aan een Hongkongse vennootschap, een leenovereenkomst en een hypotheekconstructie. Het hof oordeelt dat de verdachte minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de gelden uit enig misdrijf afkomstig waren. Het feit onder 2 wordt gekwalificeerd als medeplegen van gewoontewitwassen, de overige feiten als medeplegen van witwassen.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen:
Het medeplegen van witwassen van een BMW X6 in de periode van 8 maart 2013 tot en met 9 juni 2015.
Het medeplegen van gewoontewitwassen van een geldbedrag van € 307.561 in de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 januari 2015.
Het medeplegen van witwassen van een geldbedrag van € 87.500 in de periode van 1 januari 2014 tot en met 17 april 2015.
Het medeplegen van witwassen van een geldbedrag van circa € 410.000 in de periode van 9 november 2011 tot en met 28 februari 2013.
Het medeplegen van witwassen van een geldbedrag van circa € 852.050 in de periode van 22 december 2013 tot en met 31 maart 2014.
Strafoplegging en maatregelen
Het hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Het hof benadrukt de centrale en onmisbare rol van de verdachte, die in zijn hoedanigheid van financieel, juridisch en fiscaal adviseur de gelden een schijnbaar legale herkomst heeft verschaft door het opstellen en gebruiken van valse documenten, contracten en leenovereenkomsten. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Van de verdachte, werkzaam als boekhouder, mocht oog voor de integriteit van het handelsverkeer worden verwacht.
Het hof acht een gevangenisstraf van vier jaren in beginsel passend en geboden. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM met ongeveer één jaar in eerste aanleg en ruim 5,5 jaren in hoger beroep vermindert het hof deze straf met één jaar. Het hof legt aldus een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van drie jaren, conform de eis van de advocaat-generaal. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn leeftijd en gezondheidstoestand, vormen volgens het hof geen aanleiding tot verdere strafmatiging. Het hof gelast voorts de teruggave van de op de beslaglijst vermelde administratieve bescheiden aan de verdachte.
Lees hier de volledige uitspraak.
