Meer dan een FCPA-pauze (en het einde daarvan): een nieuw DOJ-memorandum als handhavingsversneller

Het DOJ-memorandum Focus, Fairness, and Efficiency in the Fight Against White-Collar Crime van 12 mei 2025 herijkt de Amerikaanse witboordenhandhaving na een tijdelijke FCPA-pauze. Hoewel veel elementen voortbouwen op bestaande beleidsdocumenten zoals de CEP (2018), introduceert het memorandum nieuwe accenten zoals de expliciete koppeling tussen handhaving en bescherming van Amerikaanse concurrentiebelangen. Jurisdictie op basis van dollartransacties krijgt beleidsprioriteit. De Corporate Enforcement Policy wordt transparanter, met ruimte voor vervroegde beëindiging van toezichtsmaatregelen. Ook wordt de persoonlijke aansprakelijkheid van juridische functies – waaronder in-house counsel – expliciet benoemd. Het whistleblowerprogramma wordt uitgebreid naar meer delictcategorieën. Voor Europese bedrijven betekent dit een structureel verhoogd nalevingsrisico en noodzaak tot strategische governance-aanpassing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Raad van Europa neemt Verdrag inzake de bescherming van het milieu door middel van strafrecht aan

Het verdrag van 14 mei 2025 stelt strafrechtelijke minimumnormen tegen onwettige vervuiling, illegale afvalhandel en biodiversiteitsdelicten. Artikel 31 voegt een “bijzonder ernstige” categorie toe voor grootschalige, langdurige of onomkeerbare milieuschade, functioneel vergelijkbaar met ecocide. Rechtspersonen zijn aansprakelijk bij leidinggevend daderschap of gebrekkig toezicht; sancties lopen uiteen van hoge boetes tot ontbinding. Ruime jurisdictie, ambtshalve vervolging en verplichte internationale rechtshulp versterken de handhaving. Inwerkingtreding volgt na tien ratificaties (waarvan acht lidstaten), wat nationale wetgevingsaanpassingen en versterkte corporate compliance vergt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Herzieningsverzoek ex Rendo directeur strandt opnieuw

Hoge Raad 13 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:732

De Hoge Raad wijst een tweede herzieningsverzoek af van een voormalig bestuurder van een gemeentelijke energiemaatschappij, veroordeeld voor passieve ambtelijke omkoping. De man ontving één miljoen euro voor zijn medewerking aan de verkoop van een dochteronderneming. Hij stelde ten onrechte geen ambtenaar te zijn en dat er geen wettelijke plicht tot verkoop bestond. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft aangenomen dat hij een ambtelijke functie bekleedde vanwege het publieke karakter van de vennootschap. De aangevoerde nieuwe informatie biedt geen ernstig vermoeden van onschuld. De Splitsingswet speelde bovendien geen bepalende rol in de bewezenverklaring. De aanvraag wordt ongegrond verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Grensoverschrijdende btw-fraude leidt tot veroordeling na bevestiging bevoegdheid Europees Openbaar Ministerie: eerste EOM-zaak

Rechtbank Rotterdam 28 mei 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6285

In deze strafzaak, de eerste in Nederland waarbij het Europees Openbaar Ministerie (EOM) als vervolgende instantie optreedt, staat een natuurlijk persoon terecht die feitelijk bestuurder is van een vennootschap die betrokken blijkt bij een internationale btw-fraudeconstructie. De fraudeconstructie strekt zich uit over meerdere lidstaten van de Europese Unie en omvat onder meer Duitsland, Hongarije en het Verenigd Koninkrijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkheid wegens extreem tijdsverloop en inbreuk op verdedigingsrechten

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 mei 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3274

De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van een verdachte wegens langdurige hennepdelicten. De zaak kende een extreem tijdsverloop van bijna 13 jaar. Door dit tijdsverloop konden getuigen niet meer effectief worden gehoord, wat een eerlijke procesvoering onmogelijk maakt. Ook ontbreekt inmiddels voldoende maatschappelijk belang bij verdere vervolging. De rechtbank wijkt hiermee af van de vaste lijn van de Hoge Raad. Er vindt geen inhoudelijke beoordeling of strafoplegging plaats.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen ontvankelijk cassatiemiddel bij algemene klacht over motiveringsgebreken

Hoge Raad 27 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:824

De verdachte is door het hof veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur wegens mishandeling van een hond in strijd met artikel 2.1 lid 1 Wet dieren. Ook zijn prikbanden onttrokken aan het verkeer. In cassatie is geklaagd dat het hof cruciale informatie uit het dossier en het verweer van de verdachte heeft genegeerd. De Hoge Raad oordeelt echter dat de ingediende schriftuur geen geldig cassatiemiddel bevat. Bovendien is het stuk niet op de juiste wijze en binnen de wettelijke termijn ingediend. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Duitse rechtbank opent de deur voor klimaataansprakelijkheid van bedrijven

De uitspraak van het Oberlandesgericht (OLG) Hamm van 28 mei 2025 in de zaak Luciano Lliuya v. RWE markeert een nieuw tijdperk voor klimaataansprakelijkheid in Europa. Hoewel het persoonlijke verzoek van Lliuya werd afgewezen, heeft het hof ondubbelzinnig vastgesteld dat grote uitstoters in beginsel civielrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn voor wereldwijde klimaatschade op grond van bestaand Duits onrechtmatig-daadrecht (§ 1004 BGB). Daarmee heeft Duitsland zich – na de Nederlandse Urgenda- en Shell-arresten – aangesloten bij de voorhoede van klimaatjurisprudentie, maar dan met de nadruk op schadevergoeding in plaats van uitsluitend op gedragsaanpassingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding advocaatkosten na jarenlange onzekerheid over verdenking in Marengo-context - zonder uiteindelijke vervolging (voor o.a. ambtelijke)

Rechtbank Amsterdam 24 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2958

Een voormalig buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Amsterdam vraagt op grond van artikel 530 Sv een schadevergoeding aan wegens advocaatkosten. Hij wordt gelinkt aan de Marengo-zaak en verdacht van ambtelijke corruptie, maar het Openbaar Ministerie besluit uiteindelijk niet tot vervolging over te gaan. De rechtbank erkent dat sprake is van een langdurige en onzekere situatie zonder mogelijkheid tot verweer. Ondanks het ontbreken van een dossier acht zij een volledige vergoeding van 6.246 euro billijk. Het OM betwist de kosten, vooral die gemaakt vóór dossierinzicht. De rechtbank oordeelt echter dat deze noodzakelijk zijn gezien de ernst van de verdenking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Struikelblok bij de grens: onvoldoende motivering opzet bij invoer krokodillenleer

Hoge Raad 27 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:811

De verdachte heeft tijdens een verblijf in Thailand producten van krokodillenleer gekocht en laten verschepen naar Nederland, zonder dat vooraf een CITES-invoervergunning was overgelegd. Hij werd door het hof veroordeeld voor opzettelijke invoer in strijd met artikel 3.37 Wet natuurbescherming. De verdediging stelde dat de verdachte erop vertrouwde dat de verkoper de vereiste vergunningen zou regelen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van (voorwaardelijk) opzet op het ontbreken van de vergunning. Daarmee slaagt het cassatiemiddel. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Den Haag voor nieuwe beoordeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG: art. 23 WED laat meer toe dan slechts zoekend rondkijken

Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:517

Opsporingsambtenaren troffen cocaïne aan in een auto nadat zij op grond van artikel 23 WED de bodemplaat in de kofferbak optilden. De verdediging stelde dat dit een onrechtmatige doorzoeking betrof, omdat de WED enkel zoekend rondkijken zou toestaan. De procureur-generaal concludeert echter dat de WED ruimere onderzoeksbevoegdheden biedt dan alleen visuele inspectie. Het optillen van de bodemplaat valt daar volgens hem onder, mits niet verder gegaan wordt dan redelijkerwijs nodig is. Het hof oordeelde terecht dat geen sprake was van een doorzoeking.

Read More
Print Friendly and PDF ^