Zuid-Korea: nieuw opsporingsapparaat voor financieel-economische criminaliteit

Zuid-Korea heft per oktober 2026 zijn 78 jaar oude Openbaar Ministerie op en vervangt het door twee nieuwe instanties: het Serious Crimes Investigation Agency (SCIA) voor opsporing en de Public Prosecution Agency voor vervolging. Het SCIA wordt belast met zes categorieën zware criminaliteit, waaronder economische delicten, corruptie en cybercriminaliteit. De hervorming is het resultaat van decennialange kritiek op politiek gemotiveerde vervolgingen door het OM en werd versneld na de afzetting van oud-president Yoon Suk Yeol. Critici waarschuwen dat het aantrekken van gespecialiseerd personeel voor financieel-economisch onderzoek een grote uitdaging wordt en dat het schrappen van notificatieverplichtingen het externe toezicht verzwakt. De komende maanden zullen uitwijzen of de nieuwe institutionele architectuur in de praktijk voldoende slagkracht en waarborgen biedt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Te laat is niet te laat: Hoge Raad fluit hof terug bij afwijzing getuigenverzoek

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:502

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wegens een onbegrijpelijke afwijzing van een getuigenverzoek bij mishandeling. Het hof toetst het verzoek tot het horen van de aangeefster en een getuige aan het noodzakelijkheidscriterium en wijst het af, maar gaat daarbij voorbij aan het post-Keskin-kader uit HR:2021:576 en de voorwaarden uit HR:2025:1519. De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten nagaan of de procedure als geheel voldoet aan artikel 6 EVRM, nu belastende verklaringen voor het bewijs zijn gebruikt zonder dat de verdediging de getuigen heeft kunnen ondervragen. De zaak is teruggewezen voor een nieuwe behandeling van de mishandeling en de strafoplegging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Herziening na Maggiora: hersteld vormverzuim blokkeert niet-ontvankelijkheid

Hoge Raad 14 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:562

De Hoge Raad wijst een herzieningsverzoek af in het kader van het onderzoek Maggiora, waarin de aanvraagster onherroepelijk is veroordeeld voor opzetheling terwijl het hof in de zaken van medeverdachten het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaarde. Centraal staat de vraag of bekend geworden vormverzuimen rond gunstbetoon en verklaringen van een medeverdachte een novum opleveren in de zin van artikel 457 lid 1 onder c van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad oordeelt dat het verzuim rond de verbaliseringsplicht van artikel 226g lid 4 van het Wetboek van Strafvordering door de woordelijke uitwerking van het gesprek in voldoende mate is hersteld. Ook de gang van zaken rond de verklaringen is in hoger beroep voldoende opgehelderd om het ernstige vermoeden van niet-ontvankelijkverklaring weg te nemen. De omstandigheid dat het hof in de zaak tegen de medeverdachte wel tot niet-ontvankelijkheid kwam, doet aan deze zelfstandige herzieningstoetsing niet af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG: instemming met niet-horen van demente getuige is geen afstand van ondervragingsrecht

A-G Aben concludeert dat het gerechtshof 's-Hertogenbosch ten onrechte heeft aangenomen dat de verdediging het ondervragingsrecht heeft prijsgegeven ten aanzien van een belastende getuige die aan dementie lijdt. De raadsman had laten weten dat de getuige vanwege zijn gezondheidstoestand niet meer zinvol kon worden gehoord, maar dat is volgens de A-G geen vrijwillige en ondubbelzinnige waiver in de zin van artikel 6 EVRM. Het hof had daarom de driestappentoets moeten doorlopen om te beoordelen of het proces als geheel eerlijk is verlopen. De A-G vergelijkt de situatie met het overlijden van een getuige: in beide gevallen kan van de verdediging niet worden verwacht dat zij een onmogelijk geworden verhoor nogmaals verzoekt. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing, al merkt de A-G op dat de verklaring van de getuige binnen de bewijsconstructie weinig gewicht lijkt te hebben.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kledinghandelaar medeplichtig aan merkfraude: wetenschap van valse labels blijkt uit tapgesprekken

Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:815

Het gerechtshof veroordeelt een kledinghandelaar voor medeplichtigheid aan bedrijfsmatige handel in merkvervalste goederen en witwassen. De verdachte levert vanuit zijn winkel merkloze jassen aan een medeverdachte, die deze laat voorzien van valse labels van merken als Canada Goose, Stone Island en Parajumpers. Uit afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat de verdachte wetenschap heeft van het aanbrengen van de valse merklabels. Het hof verwerpt verweren over niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en onrechtmatige telefoontaps. Ten aanzien van het witwassen spreekt het hof grotendeels vrij, omdat de verdediging een concrete en verifieerbare verklaring geeft voor de legale herkomst van contante geldbedragen en het Openbaar Ministerie nalaat nader onderzoek te verrichten. Wel acht het hof witwassen bewezen voor een bedrag van 12.500 euro dat de verdachte contant ontvangt voor de jassenverkoop en buiten de boekhouding houdt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Taakstraf van 60 uur voor faillissementsfraude: rechtbank houdt sterk rekening met persoonlijke omstandigheden bestuurder wiens partner financiele problemen verborg

Rechtbank Oost-Brabant 7 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2080

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een bestuurder van twee failliete vennootschappen voor faillissementsfraude. De verdachte liet zijn toenmalige partner de administratie en financien van de ondernemingen beheren. Zij boekte zonder zakelijke grondslag aanzienlijke geldbedragen over van de zakelijke rekening naar haar priverekening en hield de financiele problemen voor de verdachte verborgen. De rechtbank oordeelt dat de verdachte vanaf het eerste faillissement van de beheervennootschap op 8 april 2021 de aanmerkelijke kans op benadeling van schuldeisers bewust heeft aanvaard door geen enkel onderzoek te doen naar de financiele situatie. De verdachte wordt veroordeeld voor bedrieglijke bankbreuk, het niet verstrekken van administratie aan de curator en het weigeren van inlichtingen. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke taakstraf van 60 uur op en wijst het door het Openbaar Ministerie gevorderde beroepsverbod af, gelet op het tijdsverloop en de zware persoonlijke gevolgen die de verdachte reeds heeft ondervonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vertrokken rechter en griffier redden gebrekkig proces-verbaal niet

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:497

De Hoge Raad vernietigt in ECLI:NL:HR:2026:497 het arrest van het gerechtshof Den Haag wegens het ontbreken van een rechtsgeldig proces-verbaal van de terechtzitting. Het proces-verbaal is niet uitgewerkt omdat de betrokken raadsheer en griffier niet langer bij het hof werkzaam zijn. De Hoge Raad oordeelt dat dit geen bijzondere omstandigheid is die de nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de uitspraak kan wegnemen. Dit arrest bevestigt de strenge lijn uit HR 13 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1605, en benadrukt dat personele wisselingen geen rechtvaardiging vormen voor het niet naleven van artikel 327 Sv. De zaak wordt teruggewezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beroep op overmacht verworpen bij niet-deponeren jaarrekening: FIOD-beslag ontslaat niet van plicht tot aanvragen ontheffing

Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:877

Hof Amsterdam verwerpt beroep op overmacht bij niet-deponeren jaarrekening: inbeslagname administratie ontslaat niet van verplichting tot aanvragen ontheffing. Het gerechtshof Amsterdam vernietigt in hoger beroep de beslissing van de economische politierechter, die de verdachte rechtspersoon had ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overmacht. De administratie van het bedrijf was in 2018 door de FIOD in beslag genomen en pas in 2022 teruggegeven, waardoor de jaarrekening over 2020 niet tijdig kon worden gedeponeerd. Het hof oordeelt echter dat de verdachte ruim voor het ontstaan van de deponeringsplicht had kunnen voorzien dat zij daaraan niet kon voldoen en dat zij een ontheffing op grond van artikel 2:394 lid 5 BW had moeten aanvragen. Door dit na te laten komt de verdachte geen geslaagd beroep op overmacht toe. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van 600 euro met een proeftijd van twee jaren en legt als maatregel de verplichting op om de jaarrekening alsnog binnen negen maanden te deponeren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voormalig gemeentelijk directeur en echtgenoot veroordeeld voor passieve omkoping: schijnprocedures en verborgen commissiegelden bij inhuur IT-personeel

Rechtbank Oost-Brabant 13 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2310 (de ambtenaar) en ECLI:NL:RBOBR:2026:2309 (de echtgenoot)

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een voormalig gemeentelijk directeur en haar echtgenoot voor het medeplegen van passieve ambtelijke omkoping. Het echtpaar zet een constructie op waarbij externe IT-medewerkers via een specifiek detacheringsbureau bij de gemeente worden ingehuurd, terwijl hun gezamenlijke bedrijf hiervoor commissiegelden ontvangt. De interne procedures van de gemeente worden stelselmatig omzeild door middel van schijnprocedures, buiten medeweten van zowel de gemeente als de ingehuurde externen. In totaal wordt voor ruim € 116.000 aan commissies gedeclareerd, waarvan ruim € 54.000 daadwerkelijk wordt uitbetaald. Ondanks een overschrijding van de redelijke termijn met bijna vijf jaar legt de rechtbank aan beide verdachten een taakstraf op van 240 uur en wijst zij de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 27.500.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ongeopende blauwe enveloppen: jarenlang geen aangifte vennootschapsbelasting leidt tot veroordeling ondanks alsnog ingediende aangiften

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:425

De Hoge Raad oordeelt op 24 maart 2026 in een strafzaak over het opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting door een B.V. over meerdere jaren (artikel 69 lid 1 AWR). De bewezenverklaring ten aanzien van de aangiften over 2015 en 2016 is niet begrijpelijk, omdat deze aangiften alsnog zijn ingediend voordat ambtshalve aanslagen waren opgelegd, maar dit leidt niet tot cassatie omdat de aard en ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel niet worden aangetast. De klacht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase (artikel 6 lid 1 EVRM) slaagt, waarna de geldboete wordt verminderd van EUR 10.000 naar EUR 9.000. De overige vijf cassatiemiddelen, waaronder klachten over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, het bewijs van opzet en de draagkracht, worden afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 Wet RO. Het arrest heeft samenhang met de zaken 23/00758 en 23/00760.

Read More
Print Friendly and PDF ^