Hoge Raad over de verboden combinatie van gevangenisstraf en taakstraf onder artikel 9 lid 4 Sr en de rol van de voorlopige hechtenis

Hoge Raad 18 augustus 2026, ECLI:NL:HR:2026:1351

De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging in een economische strafzaak en wijst de zaak op dat punt terug naar het gerechtshof Amsterdam. Het hof veroordeelt de verdachte wegens witwassen, medeplegen van het voorhanden hebben van grote hoeveelheden professioneel vuurwerk, het voorhanden hebben van munitie en het voorhanden hebben van een jammer tot een gevangenisstraf van twintig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uren. Het derde cassatiemiddel klaagt dat deze combinatie van straffen wettelijk niet is toegestaan. De Hoge Raad oordeelt dat onder het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf wordt verstaan, en dat daarbij niet van belang is hoeveel tijd de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Omdat het onvoorwaardelijke deel tien maanden bedraagt en daarmee de grens van zes maanden uit artikel 9 lid 4 Sr overschrijdt, mag daarnaast geen taakstraf worden opgelegd. De eerste twee cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie op grond van artikel 81 lid 1 RO.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad oordeelt dat artikel 4 onder d Sr geen rechtsmacht biedt bij het in het buitenland valselijk opmaken van een IND-formulier voor een nareisprocedure

Hoge Raad 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1265

De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over de rechtsmacht van Nederland bij het in het buitenland valselijk opmaken van een IND-formulier ten behoeve van een nareisprocedure. De verdachte, die de Syrische nationaliteit heeft, vult in Turkije een formulier "Bijlage Verklaring burgerlijke staat" van de IND onjuist in om via gezinshereniging naar Nederland te komen. Het hof vraagt of artikel 4 aanhef en onder d Sr rechtsmacht biedt voor dit feit, dat is toegesneden op artikel 225 lid 1 Sr. De Hoge Raad beantwoordt die vraag ontkennend en oordeelt dat de verwijzing naar artikel 225 Sr in artikel 4 onder d Sr, gelet op de wetsgeschiedenis, uitsluitend betrekking heeft op valsheidsdelicten met betrekking tot specifieke, door een overheidsinstelling uitgegeven geschriften die op zichzelf een zekere economische waarde vertegenwoordigen. De Hoge Raad merkt daarbij op dat bij gebruik van het geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 2 Sr de plaats waar het geschrift is ingeleverd of naartoe is gezonden mede als pleegplaats geldt, zodat bij inlevering in Nederland rechtsmacht op grond van artikel 2 Sr kan bestaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schorsing van de vervolging omdat verdachte door de gevolgen van ALS niet effectief aan het strafproces kan deelnemen

Rechtbank Oost-Brabant 23 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4630

De rechtbank Oost-Brabant schorst de vervolging van een verdachte die wordt aangemerkt als hoofdverdachte in een omvangrijke strafzaak over hennepteelt, voorbereiding van cocaïnetransporten, gewoontewitwassen en leiding geven aan twee criminele organisaties. De verdachte lijdt aan de ziekte ALS, ligt continu aan de beademing en is volledig afhankelijk van anderen. De rechtbank stelt vast dat op basis van de stukken niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de strekking van de vervolging niet begrijpt, zodat de letterlijke tekst van artikel 16 Sv niet van toepassing is. De rechtbank oordeelt echter dat de reikwijdte van artikel 16 Sv, bezien tegen de achtergrond van artikel 6 EVRM, verder strekt dan de letterlijke tekst suggereert. Ook wanneer een verdachte door medische beperkingen niet effectief aan de strafprocedure kan deelnemen, bestaat aanleiding de vervolging te schorsen. Omdat de verdachte geen verklaring kan afleggen, niet ter zitting kan verschijnen en geen zinvol overleg met zijn raadsman kan voeren, schorst de rechtbank de vervolging in de stand waarin deze zich bevindt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Interview met hoofd ILT-IOD: financieel onderzoek, doorlooptijden en meldingen in milieustrafzaken

Slachtofferwijzer, een platform van Fonds Slachtofferhulp, publiceerde een interview met Arnold Posthuma, hoofd van de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport. De ILT-IOD is een van de vier bijzondere opsporingsdiensten en doet onder gezag van het Openbaar Ministerie strafrechtelijk onderzoek naar zware milieucriminaliteit, waaronder illegale lozingen, het dumpen van giftige stoffen en fraude met afvalverwerking. Posthuma beschrijft de afvalketen als een omgekeerd verdienmodel, noemt milieucriminaliteit haalcriminaliteit en wijst op doorlooptijden van twee tot drie jaar bij grote onderzoeken. Hij spreekt over een wereldwijde opbrengst van bijna € 240 miljard per jaar, terwijl de Inspectie Leefomgeving en Transport de jaarlijkse maatschappelijke schade in Nederland raamt op € 5 miljard, waarvan € 1,3 miljard gezondheidsschade. Het jaarverslag 2025 van de ILT-IOD vermeldt elf bij het Functioneel Parket ingeleverde dossiers bij een doelstelling van twintig en een sepotpercentage van 66 procent. Het interview verwijst naar strengere Europese regels: Richtlijn (EU) 2024/1203 moest op 21 mei 2026 zijn geïmplementeerd en het implementatiewetsvoorstel is bij de Tweede Kamer in behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aanpak corruptie: onderzoek naar corruptiebrokers en implementatie van de Europese richtlijn

De Rijksoverheid heeft op 3 juli 2026 een nieuwsbericht geplaatst waarin het kabinet aankondigt de aanpak van corruptie en criminele beïnvloeding bij de overheid en in het bedrijfsleven te intensiveren. Het bericht wordt toegeschreven aan minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) en minister Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en sluit aan bij de rijksbrede anti-corruptieaanpak die het kabinet in juni 2025 presenteerde. De aangekondigde maatregelen richten zich op het weerbaarder maken van organisaties tegen infiltratie, op strenger toezicht op de toegang tot gevoelige systemen en gegevens, en op onderzoek naar de tussenpersonen die criminelen en medewerkers met elkaar in contact brengen. Juridisch raakt het onderwerp aan de strafbaarstelling van ambtelijke omkoping, schending van het ambtsgeheim en computervredebreuk, en aan de omzetting van nieuwe Europese verplichtingen in nationaal recht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van twee rechtspersonen en hun bestuurder voor valsheid in geschrift en fraude met de subsidieregeling Coronabanen in de zorg

De rechtbank Rotterdam doet op 14 juli 2026 uitspraak in drie samenhangende zaken over fraude met de subsidieregeling Coronabanen in de zorg (COZO). Twee rechtspersonen en hun bestuurder dienen valse COZO-vaststellingen in bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en wenden de ontvangen subsidiegelden aan voor andere doeleinden dan de financiering van zorgpersoneel. De rechtbank rekent de gedragingen aan beide rechtspersonen toe en veroordeelt hen tot geldboetes van € 27.000 en € 12.000. De bestuurder wordt als feitelijke leidinggever veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, een taakstraf van 240 uur en een bestuursverbod van vijf jaren. Het verweer dat opzet en oogmerk ontbreken omdat op door derden aangeleverde gegevens is vertrouwd, verwerpt de rechtbank als ongeloofwaardig. De vorderingen van het Ministerie VWS worden toegewezen tot in totaal € 375.677,04.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het beëindigen van bancaire relaties: van boilerroomfraude, poortwachters en categoriale opzegging

Een bank mag een bancaire relatie in beginsel opzeggen, maar art. 6:248 lid 2 BW begrenst die vrijheid: gebruik van een opzegbeding kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Aan de hand van vier recente uitspraken over betaalrekeningen, kredietovereenkomsten, vermoedens van fraude en categoriale opzegging worden de factoren geïnventariseerd die bepalen of een opzegging rechtsgeldig is. Het type dienstverlening weegt zwaar: een betaalrekening is bijna onmisbaar voor deelname aan het maatschappelijk verkeer, een krediet niet. Daartegenover staan het kredietrisico en de poortwachtersfunctie uit de Wwft. Vooral wanneer de Wwft tot beëindiging verplicht, botsen de civielrechtelijke zorgplicht en het financieel toezichtrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Maatschappelijke perspectieven als spiegel voor het wetsvoorstel 'Gegevensvergaring Openbare Orde'

Dit artikel onderzoekt hoe maatschappelijke opvattingen over het verzamelen van online gegevens kunnen worden meegenomen bij de juridische beoordeling van het wetsvoorstel Gegevensvergaring Openbare Orde. Aan de hand van een analyse van consultatiereacties, burgerinterviews en expertgesprekken wordt inzicht verkregen in de wijze waarop maatschappelijke zorgen samenhangen met de beginselen van proportionaliteit, voorzienbaarheid en grondrechtenbescherming. De bevindingen laten zien dat opvattingen van burgers niet alleen inzicht bieden in de maatschappelijke aanvaardbaarheid van online gegevensvergaring, maar ook aanwijzingen kunnen geven voor mogelijke juridische kwetsbaarheden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vijf uitspraken in onderzoek Mega Abaris over fraude en omkoping bij de gemeente Rotterdam: veroordelingen voor oplichting, valsheid in geschrift, ambtelijke omkoping en gewoontewitwassen

Het gerechtshof Den Haag doet op 14 juli 2026 uitspraak in vijf samenhangende strafzaken uit het onderzoek Mega Abaris naar fraude en omkoping bij de gemeente Rotterdam tussen 2012 en 2018. Terecht staan twee ambtenaren, de feitelijk leidinggever van een bestratingsbedrijf en twee onderaannemers, die betrokken zijn bij het manipuleren van productieverantwoordingsstaten waarmee werkzaamheden bij de gemeente werden gedeclareerd. De ambtenaren keuren opgehoogde staten goed en ontvangen daarvoor onder meer fietsen, horloges, sportartikelen, geld voor een boot en betaalde verbouwingen aan hun woningen. Het hof veroordeelt de betrokkenen voor oplichting, valsheid in geschrift, actieve en passieve ambtelijke omkoping en gewoontewitwassen, en spreekt op onderdelen vrij. Vanwege het tijdsverloop, de terugbetaling van een groot deel van de schade en de persoonlijke omstandigheden legt het hof lagere straffen op dan de rechtbank in eerste aanleg. De straffen lopen uiteen van een geheel voorwaardelijke geldboete tot deels voorwaardelijke gevangenisstraffen in combinatie met taakstraffen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtsbijstand en mediation voor klokkenluiders geëvalueerd: matching, vergoeding en bekendheid als knelpunten

Minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 28 augustus 2026 twee evaluatierapporten van KWINK groep aan de Tweede Kamer gezonden over de landelijke ondersteuningsvoorzieningen voor klokkenluiders: de psychosociale ondersteuning via Slachtofferhulp Nederland en de kosteloze rechtsbijstand en mediation via de Raad voor Rechtsbijstand. Sinds 1 september 2022 ontvingen 34 melders psychosociale ondersteuning en sinds 1 februari 2024 zijn 56 toevoegingen verleend aan 46 rechtzoekenden, waarvan slechts 4 voor mediation. Beide voorzieningen dragen volgens de onderzoekers nauwelijks bij aan het verlagen van de drempel om te melden, maar helpen melders wel een lopend meldtraject vol te houden. De rechtsbijstandvoorziening versterkt de rechtsbescherming van melders, al vindt 63 procent van de ondervraagde advocaten de forfaitaire vergoeding van 22 punten niet passend. Slachtofferhulp Nederland heeft intern geadviseerd de dienstverlening in de huidige vorm niet structureel voort te zetten; een besluit over de periode na 1 september 2027 is nog niet genomen. De minister beraadt zich op de aanbevelingen en informeert de Kamer in het voorjaar van 2027 over de structurele vormgeving van het ondersteuningsaanbod.

Read More
Print Friendly and PDF ^