Vijf uitspraken in onderzoek Mega Abaris over fraude en omkoping bij de gemeente Rotterdam: veroordelingen voor oplichting, valsheid in geschrift, ambtelijke omkoping en gewoontewitwassen
/Gerechtshof Den Haag 14 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2306 (feitelijk leidinggever bestratingsbedrijf), ECLI:NL:GHDHA:2026:2303 (ambtenaar, boot en verbouwingen), ECLI:NL:GHDHA:2026:2302 (onderaannemer, rechtspersoon), ECLI:NL:GHDHA:2026:2301 (bestuurder tweede onderaannemer), ECLI:NL:GHDHA:2026:2300 (ambtenaar, fietsen, horloges en sportartikelen, gewoontewitwassen)
Het gerechtshof Den Haag deed uitspraak in vijf samenhangende strafzaken uit het onderzoek Mega Abaris naar fraude en omkoping bij de gemeente Rotterdam tussen 2012 en 2018. Terecht staan twee ambtenaren, de feitelijk leidinggever van een bestratingsbedrijf en twee onderaannemers, die betrokken zijn bij het manipuleren van productieverantwoordingsstaten waarmee werkzaamheden bij de gemeente werden gedeclareerd. De ambtenaren keuren opgehoogde staten goed en ontvangen daarvoor onder meer fietsen, horloges, sportartikelen, geld voor een boot en betaalde verbouwingen aan hun woningen. Het hof veroordeelt de betrokkenen voor oplichting, valsheid in geschrift, actieve en passieve ambtelijke omkoping en gewoontewitwassen, en spreekt op onderdelen vrij. Vanwege het tijdsverloop, de terugbetaling van een groot deel van de schade en de persoonlijke omstandigheden legt het hof lagere straffen op dan de rechtbank in eerste aanleg. De straffen lopen uiteen van een geheel voorwaardelijke geldboete tot deels voorwaardelijke gevangenisstraffen in combinatie met taakstraffen.
Inleiding en context
Het onderzoek Abaris begint in 2017 met een onderzoek van de Belastingdienst naar een btw-vrijstelling voor facturen met de omschrijving sponsoring, afkomstig van een fietsenwinkel in Hardinxveld-Giessendam. Daaruit blijkt dat een ambtenaar van de gemeente Rotterdam sinds 2009 spullen uit die winkel kan meenemen, betaald door verschillende bedrijven via sponsorfacturen. Het vermoeden van omkoping breidt zich uit naar een bestratingsbedrijf, een tweede ambtenaar en twee onderaannemers.
De feitelijke kern is in alle zaken gelijk. Aannemers voeren op basis van raamovereenkomsten (bestekken) werkzaamheden uit voor de gemeente en registreren die in productieverantwoordingsstaten. De ambtenaar die als directievoerder optreedt, controleert en ondertekent de staat, waarna de projectleider voor gezien tekent en de gemeente op basis daarvan automatisch betaalt. In dit systeem worden staten opgehoogd met niet of niet volledig verrichte werkzaamheden, zodat de gemeente meer betaalt dan waar zij recht op heeft. De meeropbrengst vloeit deels terug naar de betrokkenen.
Alle zaken betreffen hoger beroep tegen vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 11 mei 2023. Het hof vernietigt telkens het vonnis en doet opnieuw recht.
De vijf verdachten zijn: in ECLI:NL:GHDHA:2026:2306 een natuurlijk persoon (geboren 1957), feitelijk leidinggever van het bestratingsbedrijf en tot 2009 aandeelhouder en bestuurder daarvan; in ECLI:NL:GHDHA:2026:2303 een ambtenaar (geboren 1961), uitvoerder en directievoerder, die geld voor een boot en betaalde verbouwingen ontving; in ECLI:NL:GHDHA:2026:2302 een besloten vennootschap die als onderaannemer werkte; in ECLI:NL:GHDHA:2026:2301 een natuurlijk persoon (geboren 1964), bestuurder en feitelijk leidinggever van de tweede onderaannemer; en in ECLI:NL:GHDHA:2026:2300 een ambtenaar (geboren 1979), uitvoerder, die fietsen, horloges en sportartikelen ontving en die door het hof als sturende figuur in de constructie wordt aangemerkt.
Tenlastelegging en wettelijk kader
De centrale delicten zijn oplichting (artikel 326 Sr), valsheid in geschrift (artikel 225 Sr), ambtelijke omkoping in de actieve variant (artikelen 177 en 177a Sr) en in de passieve variant (artikel 363 Sr), en gewoontewitwassen (artikel 420ter Sr). Waar de gedragingen aan een rechtspersoon worden toegerekend, speelt artikel 51 Sr en het feitelijk leidinggeven. Het hof betrekt dat het oude wetsartikel voor ambtelijke omkoping van toepassing is voor een deel van de periode, met een lager strafmaximum dan het huidige.
Per zaak. In ECLI:NL:GHDHA:2026:2306 worden zeven feiten verweten, telkens primair als feitelijk leidinggever van het bestratingsbedrijf en subsidiair als natuurlijk persoon: oplichting van de gemeente (feiten 1 en 2), actieve omkoping van twee ambtenaren (feiten 3 en 4), valsheid in productieverantwoordingsstaten (feiten 5 en 6) en het valselijk opmaken van sponsorovereenkomsten om steekpenningen af te dekken (feit 7).
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2303 gaat het om drie feiten: oplichting van de gemeente (feit 1), passieve ambtelijke omkoping, het aannemen van giften en diensten (feit 2), en valsheid in productieverantwoordingsstaten (feit 3).
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2302 (de rechtspersoon) resteren in hoger beroep feit 2 (actieve omkoping van een ambtenaar) en feit 4 (valselijk opmaken van een offerte en een kostenraming). De rechtbank sprak vrij van feit 1 (oplichting) en feit 3.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2301 (bestuurder tweede onderaannemer) resteren feit 2 (actieve omkoping, primair als natuurlijk persoon, cumulatief/alternatief als feitelijk leidinggever van de vennootschap) en feit 4 (valsheid offerte). Ook hier sprak de rechtbank vrij van de feiten 1 en 3.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2300 worden vijf feiten verweten: oplichting (feit 1), passieve ambtelijke omkoping in de vorm van aannemen én vragen van giften (feit 2), valsheid in productieverantwoordingsstaten (feit 3), valselijk opmaken van sponsorovereenkomsten (feit 4) en gewoontewitwassen van fietsen en horloges (feit 5).
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal vordert in elke zaak bevestiging van het vonnis met aanvulling van gronden en met uitzondering van de straf.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2306 vordert de advocaat-generaal een gevangenisstraf van 20 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren. In ECLI:NL:GHDHA:2026:2303 een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk. In ECLI:NL:GHDHA:2026:2302 een geldboete van 47.500. In ECLI:NL:GHDHA:2026:2301 een gevangenisstraf van 20 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk. In ECLI:NL:GHDHA:2026:2300 een gevangenisstraf van 20 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk.
Standpunt van de verdediging
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2306 voert de verdediging aan dat de verdachte geen oogmerk had, niet wederrechtelijk is bevoordeeld en de gemeente niet heeft opgelicht, en dat voor alle gefactureerde staten werkzaamheden zijn verricht. De bemoeienis met de ambtenaar zou beperkt zijn tot een lening voor een boot uit langjarige vriendschap. Verder betoogt de verdediging dat de verdachte niet als feitelijk leidinggever kan worden aangemerkt omdat hij sinds 2009 geen eigenaar of bestuurder meer is en alleen als zzp'er werkte. Op de strafmaat voert de verdediging medische omstandigheden aan en stelt zij detentieongeschiktheid.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2303 betwist de verdachte de feiten niet, maar wel de juridische conclusie. Hij heeft staten opgeplust met werkzaamheden die buiten de post vielen maar binnen het budget pasten, in de veronderstelling dat deze werkwijze was toegestaan of werd gedoogd, wat volgens de verdediging aan opzet en wederrechtelijkheid in de weg staat. De contante bedragen zouden afkomstig zijn uit zwarte klussen. De verdediging voert medische omstandigheden aan.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2302 en ECLI:NL:GHDHA:2026:2301 voeren de onderaannemers ten aanzien van feit 4 aan dat de verhoging van prijs per vierkante meter en van het oppervlak verklaarbaar is, omdat de oorspronkelijke offerte alleen de coating betrof en het werkelijke oppervlak groter bleek. Ten aanzien van de omkoping betogen zij dat tegenover de betalingen aan de ambtenaar reële werkzaamheden stonden, zodat van giften geen sprake is; de ambtenaar zou hen ontzorgen bij het gehele declaratietraject. In ECLI:NL:GHDHA:2026:2301 voert de verdachte daarnaast persoonlijke omstandigheden aan, waaronder mantelzorg en de verantwoordelijkheid voor zijn onderneming met vijf medewerkers.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2300 heeft de verdachte de feiten bekend. De verdediging voert een kwalificatieverweer tegen feit 5: de goederen zijn afkomstig uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, zodat volgens vaste rechtspraak geen sprake is van verhullen. Op de strafmaat betoogt de verdediging dat sprake was van een heersende cultuur binnen de gemeente en dat de verdachte, mede door zijn ontslag en de vervolging, harder is aangepakt dan anderen, waardoor welhaast van willekeur sprake is.
Oordeel gerecht
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2302 en ECLI:NL:GHDHA:2026:2301 stelt het hof eerst vast dat de onbeperkt ingestelde hoger beroepen mede zijn gericht tegen de vrijspraken in eerste aanleg. Op grond van artikel 404, vijfde lid, Sv staat daartegen geen hoger beroep open, zodat het hof de verdachten in zoverre niet-ontvankelijk verklaart.
Ten aanzien van de valse offerte (feit 4 in beide onderaannemerszaken) oordeelt het hof dat de verklaring van de verdachten niet wordt weerlegd en niet onaannemelijk is. De verdachten zijn consistent, de ambtenaar heeft in dezelfde lijn verklaard en de aangevoerde verklaring voor de aanpassing van prijs en oppervlak is niet ontkracht. Van valselijk opmaken of gebruik van een valse offerte is geen sprake; het hof spreekt in beide zaken vrij van feit 4.
De kern van de bewijsredenering in de zaken tegen het bestratingsbedrijf en de eerste ambtenaar betreft de opgehoogde staten. Het hof stelt vast dat ten minste een deel van de opgevoerde werkzaamheden niet is verricht. De handgeschreven plusbedragen, de verwerking binnen enkele dagen, het ontbreken van vergunningen voor tijdelijke verkeersmaatregelen, de nameting van betontegels en de verklaring van de leidinggevende dat bij dergelijke kleine klussen makkelijk kan worden gesjoemeld, dragen de conclusie dat sprake is van valsheid in geschrift en van oplichting door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels. De verklaring dat de contant gestorte en om niet verrichte werkzaamheden, samen ongeveer 283.000, in zeven jaar met zwarte klussen zouden zijn verdiend naast een fulltime dienstverband met een netto maandinkomen van ongeveer 2.800, acht het hof volstrekt ongeloofwaardig. De betalingen voor de boot en de verbouwingen, en de betaalde stallingskosten, merkt het hof aan als giften.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2306 verwerpt het hof het verweer dat de verdachte geen feitelijk leidinggever is. Hij was tot 2009 aandeelhouder en bestuurder, is vanaf 2010 gemachtigd voor de administratieve en financiële zaken, stelde de staten op, factureerde, betaalde de facturen waarmee de giften werden verhuld en nam het initiatief voor valse sponsorovereenkomsten. Zijn gedragingen vinden plaats in de normale bedrijfsuitoefening en zijn de rechtspersoon dienstig, zodat zij aan het bedrijf worden toegerekend en hij daaraan feitelijke leiding heeft gegeven in de zin van artikel 51, tweede lid, Sr. Het hof spreekt vrij van het onderdeel over de auto en, bij de oplichting, van het bedrag van 45.000 dat niet aan een concreet oplichtingsbedrag kan worden gekoppeld.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2303 verwerpt het hof het verweer dat de verdachte in de veronderstelling verkeerde van een toegestane werkwijze. De giften en diensten zijn verleend om de verdachte te bewegen in zijn ambtelijke bediening de opgehoogde staten te accorderen, zodat sprake is van omkoping naast oplichting en valsheid. Het hof spreekt vrij van het onderdeel over de auto.
In de omkopingszaken tegen de onderaannemers (feit 2 in ECLI:NL:GHDHA:2026:2302 en ECLI:NL:GHDHA:2026:2301) oordeelt het hof dat de betalingen aan de ambtenaar giften zijn. Voor de ambtenaar zijn geen vastgelegde werkzaamheden, uurtarief of loonvergoeding aangetoond; de betalingen liepen via facturen van een fietsenwinkel, een juwelier en later via een eenmanszaak van de ambtenaar zonder inhoudelijke omschrijving. De giften hadden het oogmerk de onderaannemer ingeschakeld te houden en de opgehoogde staten te doen accorderen. In de rechtspersoonszaak rekent het hof de handelingen en het opzet van de directeur toe aan de vennootschap.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2300 komt het hof tot bewezenverklaring van alle feiten. Ten aanzien van het witwassen (feit 5) verwerpt het hof het kwalificatieverweer. Voor de goederen liet de verdachte nulfacturen op zijn naam opstellen, terwijl de werkelijke kosten met misleidende omschrijvingen als sponsoring of levering fietstrommels aan anderen werden gefactureerd en door hen betaald. Daarmee is de werkelijke herkomst verhuld, zodat sprake is van verbergen en verhullen (verwijzend naar HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:236) en, gelet op periode, aantal en frequentie, van gewoontewitwassen. Voor de variant van het verwerven en voorhanden hebben overweegt het hof dat de goederen middellijk uit een mede door de verdachte zelf begaan misdrijf afkomstig zijn en dat niet uitsluitend sprake was van voorhanden hebben, zodat de kwalificatie-uitsluitingsgrond niet van toepassing is. Het strafmaatverweer over een heersende cultuur verwerpt het hof: het sluit niet uit dat de praktijk al bestond en dat vermoedelijk meer medewerkers betrokken waren, maar dit ontslaat de verdachte niet van zijn eigen verantwoordelijkheid, mede gelet op de sturende rol die hij vervulde bij het manipuleren van de staten en het betekenisloos maken van het vier-ogen-principe.
Bewezenverklaring
ECLI:NL:GHDHA:2026:2306 (feitelijk leidinggever bestratingsbedrijf), bewezen feiten 1 tot en met 7 primair:
medeplegen van oplichting van de gemeente, begaan door een rechtspersoon met feitelijke leiding, meermalen gepleegd (feiten 1 en 2)
medeplegen van actieve ambtelijke omkoping van twee ambtenaren, begaan door een rechtspersoon met feitelijke leiding, meermalen gepleegd (feiten 3 en 4)
medeplegen van valsheid in geschrift in productieverantwoordingsstaten en in sponsorovereenkomsten, begaan door een rechtspersoon met feitelijke leiding, meermalen gepleegd (feiten 5, 6 en 7)
Vrijgesproken van het meer of anders tenlastegelegde, waaronder de onderdelen over de auto en het bedrag van 45.000 bij de oplichting.
ECLI:NL:GHDHA:2026:2303 (ambtenaar, boot en verbouwingen), bewezen feiten 1 primair, 2 en 3:
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (feit 1)
als ambtenaar een gift of belofte aannemen, meermalen gepleegd (feit 2)
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (feit 3)
Vrijgesproken van het onderdeel over de auto en het meer of anders tenlastegelegde.
ECLI:NL:GHDHA:2026:2302 (onderaannemer, rechtspersoon):
medeplegen van het aan een ambtenaar aanbieden van een gift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd (feit 2)
Vrijgesproken van feit 4; niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de vrijspraken van de feiten 1 primair, 1 subsidiair en 3.
ECLI:NL:GHDHA:2026:2301 (bestuurder tweede onderaannemer):
medeplegen van het aan een ambtenaar aanbieden van een gift, meermalen gepleegd (feit 2)
Vrijgesproken van feit 4 primair en subsidiair; niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de vrijspraken van de feiten 1 primair, 1 subsidiair en 3.
ECLI:NL:GHDHA:2026:2300 (ambtenaar, fietsen en horloges), bewezen feiten 1 primair, 2, 3, 4 en 5 primair:
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (feit 1)
als ambtenaar een gift of belofte aannemen en vragen, meermalen gepleegd (feit 2)
medeplegen van valsheid in geschrift in staten en sponsorovereenkomsten, meermalen gepleegd (feiten 3 en 4)
van het plegen van witwassen een gewoonte maken (feit 5)
Vrijgesproken van het meer of anders tenlastegelegde.
Strafoplegging en maatregelen
Het hof betrekt in alle zaken de ernst van de feiten, de aantasting van het vertrouwen in de integriteit van de overheid en het misbruik van gemeenschapsgeld, tegenover het tijdsverloop, de terugbetaling van een groot deel van de schade via civiele schikkingen en de persoonlijke omstandigheden. In elke zaak stelt het hof een overschrijding van de redelijke termijn vast van 3 jaren in eerste aanleg (aanvang op 23 mei 2018, de dag van de doorzoekingen, vonnis pas op 11 mei 2023) en van ruim een jaar in hoger beroep. Deze overschrijding verdisconteert het hof in de strafmodaliteit, telkens in het voordeel van de verdachte.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2306 legt het hof een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. Het hof heeft oog voor de gezondheidsproblemen, maar ziet geen aanleiding voor detentieongeschiktheid en merkt dat aan als een executiekwestie. De rechtbank had 22 maanden waarvan 10 voorwaardelijk opgelegd.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2303 legt het hof een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis. Het hof overweegt dat een penitentiaire inrichting over de voor de verdachte noodzakelijke faciliteiten beschikt. De rechtbank had 12 maanden waarvan 4 voorwaardelijk opgelegd.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2302 legt het hof een geheel voorwaardelijke geldboete van 25.000 op, met een proeftijd van 2 jaren, rekening houdend met de financiële omstandigheden van de vennootschap. De rechtbank had een geldboete van 50.000 opgelegd.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2301 legt het hof een taakstraf van 180 uren op, subsidiair 90 dagen hechtenis, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Vanwege de termijnoverschrijding ziet het hof af van de op zichzelf passend geachte onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank had 24 maanden waarvan 10 voorwaardelijk opgelegd.
In ECLI:NL:GHDHA:2026:2300 legt het hof een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis. Het hof weegt in het voordeel mee dat deze verdachte vroeg openheid van zaken heeft gegeven en spijt heeft betuigd. De rechtbank had 24 maanden waarvan 10 voorwaardelijk opgelegd.
Lees hier de volledige uitspraken:
Gerechtshof Den Haag 14 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2306 (feitelijk leidinggever bestratingsbedrijf)
Gerechtshof Den Haag 14 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2303 (ambtenaar, boot en verbouwingen)
Gerechtshof Den Haag 14 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2302 (onderaannemer, rechtspersoon)
Gerechtshof Den Haag 14 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2301 (bestuurder tweede onderaannemer)
Gerechtshof Den Haag 14 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2300 (ambtenaar, fietsen, horloges en sportartikelen, gewoontewitwassen)
