Visfraude: maatschap veroordeeld voor valsheid in geschrift door visreizen te registreren op naam van kapot vaartuig

Rechtbank Amsterdam 19 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1812

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een maatschap tot een geheel voorwaardelijke geldboete van 25.000 euro voor valsheid in geschrift in de visserijsector. De maatschap registreert tussen 2021 en 2023 fictieve visreizen in het digitale vangstregistratiesysteem E-Lite op naam van een vaartuig dat al jaren niet meer vaart. De zeebaarsvangsten die op dit vaartuig worden weggeschreven, zijn in werkelijkheid gevangen met een ander vaartuig dat over een beperktere vismachtiging beschikt. De rechtbank verwerpt het verweer dat de Uitvoeringsregeling Zeevisserij als specialis aan vervolging op grond van artikel 225 Sr in de weg staat. Het verweer dat pas sprake is van een geschrift na verzending van de gegevens wordt eveneens verworpen: de rechtbank oordeelt dat het geschrift al bestaat op het moment van invoer in het systeem. Bij de strafmaat weegt de rechtbank mee dat ook een ontnemingsvordering van ruim 83.000 euro loopt, waardoor een geheel voorwaardelijke geldboete volstaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valsheid in geschrift ten behoeve van belastingfraude: rechtbank wijkt af van eis en legt taakstraf op wegens oude feiten en overschrijding redelijke termijn

Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2117

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een verdachte voor valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, in de periode 2015 tot en met 2018. De verdachte maakte vanuit aan hem gelieerde ondernemingen valse facturen op voor een schoonmaakbedrijf, waarmee belastingfraude werd gefaciliteerd en werknemers zwart werden betaald. Het totaal gefactureerde bedrag bedraagt ruim € 2,4 miljoen, waarvan bijna € 775.000 aan de gelieerde ondernemingen is uitbetaald. Het Openbaar Ministerie eist zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar de rechtbank wijkt hiervan af. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, de ouderdom van de feiten, de instrumentele rol van de verdachte en de toepassing van artikel 63 Sr legt de rechtbank een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schuldwitwassen van € 72.000 aan coronasteun: hof acht culpa bewezen bij TVL-fraude

Gerechtshof Amsterdam 3 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:474

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een verdachte voor schuldwitwassen van € 72.000 aan coronasteun uit de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Op naam van de eenmanszaak van de verdachte is een TVL-aanvraag ingediend met een opgegeven omzet van € 1.000.000, terwijl de werkelijke omzet slechts € 6.459 bedraagt. Het hof oordeelt dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het ontvangen bedrag uit misdrijf afkomstig was, gelet op de wanverhouding tussen het bedrag en zijn omzet. Anders dan de politierechter en de advocaat-generaal komt het hof niet tot opzetwitwassen, maar tot de culpose variant van artikel 420quater Sr. De verdachte krijgt een taakstraf van 120 uren opgelegd, waar de advocaat-generaal 60 uren had gevorderd naast een voorwaardelijke gevangenisstraf. De vordering van de benadeelde partij RVO wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte de volledige schuld inmiddels heeft terugbetaald.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming na valselijk opmaken van facturen: rechtbank schat wederrechtelijk voordeel op 10 procent van uitbetaalde factuurbedragen

Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2119

De rechtbank Amsterdam legt in een ontnemingszaak een betalingsverplichting op van 75.000 euro na een veroordeling wegens valsheid in geschrift. De veroordeelde heeft in de periode 2015 tot en met 2018 valse facturen opgesteld en ingediend bij twee besloten vennootschappen voor niet-geleverde diensten en goederen. In totaal is 774.877 euro uitbetaald op de bankrekeningen van aan de veroordeelde gelieerde ondernemingen. De rechtbank schat het daadwerkelijke voordeel van de veroordeelde op ongeveer 10 procent van dat bedrag, omdat het grootste deel van de opbrengsten is aangewend voor het zwart betalen van personeel van de vennootschappen. Het Openbaar Ministerie vordert aanvankelijk 713.349 euro, later gematigd tot 356.000 euro, maar de rechtbank wijkt hier aanzienlijk van af. De rechtbank constateert daarnaast een overschrijding van de redelijke termijn van vijf maanden, die voldoende wordt gecompenseerd in de gunstige afronding van het ontnemingsbedrag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak voor oplichting van vijf hotels: Rb kan oplichtingsmiddel niet vaststellen en acht het goed mogelijk dat verdachte in de veronderstelling was dat hij de rekeningen kon betalen

Rechtbank Amsterdam 26 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2102

De rechtbank Amsterdam spreekt een verdachte vrij van oplichting van vijf hotels in Amsterdam, Haarlem en Zeist in de periode van juni 2022 tot januari 2023. De verdachte verbleef in de hotels en maakte gebruik van maaltijden en dranken, maar betaalde de rekeningen niet. De rechtbank oordeelt dat niet kan worden vastgesteld wat het oplichtingsmiddel is geweest, omdat het dossier onvoldoende inzicht biedt in het reserverings- en incheckproces. Daarnaast kan het opzet op het niet betalen niet worden bewezen, mede omdat de verdachte in dezelfde periode bij een van de hotels wel een rekening heeft voldaan. Uit gedragskundige rapportages blijkt dat de verdachte ervan overtuigd is een succesvol bedrijf te hebben, waardoor de rechtbank het goed mogelijk acht dat hij dacht de rekeningen te kunnen betalen. De rechtbank concludeert dat sprake is van civielrechtelijk laakbaar handelen, maar niet van strafrechtelijke oplichting, en verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken voorgesteld tijdens verhoor terwijl verdachte nog in verzekering zat

Rechtbank Amsterdam 19 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1826

In deze zaak staat een bestuurder terecht wegens het opzettelijk niet doen van inkomsten-, vennootschaps- en omzetbelastingaangiften over meerdere jaren. Tijdens de inverzekeringstelling doet het Openbaar Ministerie al een voorstel voor procesafspraken, terwijl de verdediging nog niet over het volledige dossier beschikt. De rechtbank oordeelt dat het OM daarmee “de grens heeft opgezocht”, maar acht de afspraken toch geldig omdat verdachte vrijwillig heeft ingestemd en de gevolgen begrijpt. De rechtbank volgt de procesafspraken grotendeels, maar verlaagt de taakstraf van 300 naar 240 uur omdat niet duidelijk is waarom deze tijdens de onderhandelingen is verhoogd. Daarnaast legt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een voorwaardelijk bestuursverbod van drie jaar op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Sloopplannen wegen zwaarder dan huisrecht krakers bij strafrechtelijke ontruiming

Rechtbank Gelderland 6 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1133

Dit betreft een hoger beroep tegen een machtiging tot strafrechtelijke ontruiming van gekraakte panden op grond van artikel 551a Sv. De eigenaar wil de gebouwen slopen en 370 woningen realiseren en stelt een spoedeisend belang te hebben bij ontruiming. De krakers beroepen zich op hun huisrecht ex artikel 8 EVRM en betwisten de spoedeisendheid en proportionaliteit van de maatregel. De rechtbank oordeelt dat het eigendomsrecht in dit wettelijke kader primair is en dat geen uitzonderlijke omstandigheden zijn aangetoond die het huisrecht laten prevaleren. Ook mogelijke dakloosheid en onzekerheden rond vergunningen maken de ontruiming niet disproportioneel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, met uitstel van de ontruiming van gebouw H21 tot 17 februari 2026 om 12.00 uur.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vastgoed als dekmantel voor hennepgeld in onderzoek Babydraak

Rechtbank Gelderland 12 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11638

De rechtbank veroordeelt een in Frankrijk wonende verdachte voor het medeplegen van witwassen van crimineel geld en twee panden in Rotterdam en Zoetermeer binnen het onderzoek Babydraak. De aankoopbedragen worden gefinancierd via buitenlandse rekeningen en contante stortingen, terwijl een legale inkomstenbasis ontbreekt. De door verdachte gestelde schenkingen en spaargelden worden als onvoldoende concreet en verifieerbaar terzijde geschoven. De panden blijken feitelijk te worden gebruikt voor hennepteelt en gerelateerde activiteiten en behoren volgens de rechtbank toe aan leden van een criminele organisatie. De rechtbank acht sprake van nauwe en bewuste samenwerking en verklaart het medeplegen van witwassen bewezen. Verdachte krijgt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, een geldboete van 20.000 en de panden worden verbeurd verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Offline door strafzaak: geen vergoeding voor gemiste influencerinkomsten

Rechtbank Amsterdam 10 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1411

Verzoekster, werkzaam als spreker en influencer, verzoekt na haar vrijspraak wegens smaadschrift om vergoeding van € 103.970 op grond van artikel 530 Sv, waaronder € 97.848 aan gederfde inkomsten doordat zij op advies van haar advocaat tijdelijk offline gaat. Zij stelt dat haar online afwezigheid direct leidt tot het wegvallen van opdrachten en samenwerkingen. Het Openbaar Ministerie betwist de causaliteit en voert aan dat geen sprake is van schade door tijdverzuim als bedoeld in artikel 530 Sv. De rechtbank oordeelt dat het Wetboek van Strafvordering alleen ruimte biedt voor vergoeding van daadwerkelijk geleden schade door tijdverzuim en niet voor indirecte inkomensschade. De gederfde inkomsten worden afgewezen, terwijl de kosten van de raadsvrouw en de verzoekschriftprocedure tot een totaal van € 6.125 worden toegewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Miljoenenontneming na illegale handel in gewasbeschermingsmiddelen

Rechtbank Gelderland 9 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:10878

De Rechtbank Gelderland stelt vast dat een rechtspersoon wederrechtelijk voordeel behaalt door zonder vereiste toelating gewasbeschermingsmiddelen op de markt te brengen en daarbij valse documenten te gebruiken. Het openbaar ministerie vordert ruim 2,5 miljoen euro aan ontneming, gebaseerd op een uitgebreide berekening per order. De verdediging voert verweren over bulkgoederen, re-export en het vertrouwensbeginsel, maar deze worden verworpen. De rechtbank oordeelt dat ook bulkverpakkingen onder de Verordening vallen en dat re-export onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Daarnaast wordt vastgesteld dat valsheid in geschrift bijdraagt aan het behaalde voordeel. Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt uiteindelijk vastgesteld op ruim 1,6 miljoen euro en als betalingsverplichting aan de Staat opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^