Onbevoegdverklaring van het hof bij een verzoek om schadevergoeding ex artikel 533 Sv na intrekking van het hoger beroep door het Openbaar Ministerie

Gerechtshof Den Haag 26 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:541

Het Gerechtshof Den Haag verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van een verzoek om schadevergoeding voor ondergaan voorarrest op grond van artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering. Verzoeker is door de rechtbank Rotterdam ontslagen van alle rechtsvervolging, waarna het Openbaar Ministerie hoger beroep instelt en dit voor de eerste behandeling bij het hof weer intrekt. Omdat de intrekking plaatsvindt voordat de zaak wordt uitgeroepen, is volgens het hof het gerecht in feitelijke aanleg bevoegd waarvoor de zaak laatstelijk werd vervolgd. Het hof stelt de intrekking van het hoger beroep gelijk aan de situatie waarin geen hoger beroep is ingesteld, onder verwijzing naar artikel 529 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering en eerdere rechtspraak. Dat verzoeker reeds was gedagvaard, maakt dit niet anders. Het hof verwijst het verzoek naar de raadkamer van de rechtbank Rotterdam ter verdere afdoening.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor faillissementsfraude rond een beveiligingsbedrijf dat zich richtte op cruiseschipbeveiliging

Rechtbank Amsterdam 21 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5480

De rechtbank Amsterdam veroordeelt op 21 mei 2026 een feitelijk bestuurder voor faillissementsfraude rond een beveiligingsbedrijf dat zich richtte op cruiseschipbeveiliging. In het jaar voorafgaand aan het faillissement is voor ruim € 547.000 zonder geldige titel van de bankrekening van de vennootschap overgeboekt naar gelieerde ondernemingen en privérekeningen, en is een auto onttrokken aan de boedel. De verdachte doet daarnaast uitgaven met een privékarakter en laat na een volledige administratie te voeren en de curator de gevraagde inlichtingen te verschaffen. De rechtbank merkt de verdachte aan als feitelijk bestuurder in de zin van artikel 348a van het Wetboek van Strafrecht en verwerpt het verweer dat zij die rol niet vervulde. Wegens een forse overschrijding van de redelijke termijn wijkt de rechtbank af van de LOVS-oriëntatiepunten, die bij een benadelingsbedrag van € 300.000 uitgaan van twaalf tot achttien maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank legt een taakstraf van 240 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijking van de hoofdregel dat het Openbaar Ministerie een vóór de kenbare ontbinding gedagvaarde rechtspersoon mag vervolgen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3530

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de verdere vervolging van een rechtspersoon die in eerste aanleg was veroordeeld voor gewoontewitwassen. De rechtspersoon is na faillissement ontbonden en opgehouden te bestaan. Tussen het vermoedelijk begane feit en de behandeling in hoger beroep is ruim tien jaar verstreken. De bedrijfsactiviteiten zijn niet voortgezet en er zijn geen liquide middelen. De advocaat-generaal vordert niet-ontvankelijkheid wegens het ontbreken van belang. Het hof wijkt op grond van specifieke omstandigheden af van de hoofdregel, vernietigt het vonnis en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beleggingsfraude: hof houdt beslag op vastgoed in stand ondanks verkoop aan derde

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3465

Het OM legde in de zomer van 2023 strafvorderlijk beslag op een appartementencomplex in Tiel, omdat de eigenaar verdachte is in een onderzoek naar beleggingsfraude. Daarna verhuurde de eigenaar de appartementen en verkocht het complex aan een derde. Die koper vorderde in kort geding opheffing van de beslagen tegen vervangende zekerheid voor de koopsom. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wijst dat af: het OM hoeft de beslagen niet op te heffen. Als de huur en verkoop later een schijnconstructie blijken, kan een onverhuurd complex namelijk veel meer opbrengen dan de aangeboden zekerheid.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor btw-fraude waarbij de rechtbank de getuigenverklaring bij de FIOD betrouwbaarder acht dan de latere, afwijkende verklaring bij de RC

Rechtbank Midden-Nederland 27 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3240

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een ondernemer tot een taakstraf van 150 uren voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en het gebruik van valse facturen. Centraal in de bewijsvraag staat de waardering van twee tegenstrijdige getuigenverklaringen: de rechtbank acht de verklaring die de getuige kort na het feit bij de FIOD aflegt betrouwbaarder dan zijn latere, afwijkende verklaring bij de rechter-commissaris. De getuige verklaart bij de FIOD stellig dat hij de facturen niet kent en niet opmaakt, terwijl hij bij de rechter-commissaris belangrijke details niet kan reproduceren. De rechtbank stelt vast dat de verdachte ten onrechte voorbelasting claimt voor zijn eenmanszaak en dat het ten onrechte geclaimde bedrag uitkomt op € 35.592. Daarnaast stuurt de verdachte vijfentwintig valse facturen naar de Belastingdienst die de indruk wekken dat een onderaannemer voorbelasting in rekening brengt. De rechtbank spreekt de verdachte gedeeltelijk vrij, omdat de omzet over een deel van de periode toerekenbaar is aan een besloten vennootschap en niet aan de eenmanszaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechter-commissaris beoordeelt in twee samenhangende beslissingen de verschoningsgerechtigdheid van in beslag genomen notariële en advocatuurlijke stukken

Rechtbank Rotterdam 23 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6513 en Rechtbank Rotterdam 6 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6514

In één strafzaak tegen een verdachte rechtspersoon beoordeelt de rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam in twee samenhangende beslissingen welke bij doorzoekingen in beslag genomen fysieke stukken onder het verschoningsrecht vallen. De stukken zijn op 28 november 2025 in beslag genomen bij een doorzoeking in het kantoorpand van de rechtspersoon te Rotterdam en bij een doorzoeking in een pand te Amsterdam, waar de belastingadviseur beslagene is. De rechter-commissaris hanteert als maatstaf dat een stuk slechts verschoningsgerechtigd is als het een vertrouwelijk karakter heeft dat voor derden verborgen moet kunnen blijven, en dat zij slechts een standpunt hoeft op te vragen over stukken die mogelijk voorwerp of instrument van het strafbare feit zijn of waarvan kennisneming het beroepsgeheim zou schenden. Definitieve notariële stukken zoals aktes van aandelenoverdracht, statutenwijzigingen, gecertificeerde afschriften, een acquisition agreement en een definitieve huurovereenkomst zijn niet verschoningsgerechtigd, terwijl conceptovereenkomsten, een voorstel tot splitsing en bepaalde advocatuurlijke correspondentie dat wel zijn. Over enkele notariële registers en aktes van schenking vraagt de rechter-commissaris eerst een standpunt op bij de verschoningsgerechtigden, geeft zij de niet-verschoningsgerechtigde stukken vrij aan het onderzoeksteam en houdt zij de overige stukken in de kluis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schuldigverklaring zonder strafoplegging voor ambtelijke omkoping van een kapster in een penitentiaire inrichting

Het gerechtshof Amsterdam verklaart een gedetineerde schuldig aan actieve ambtelijke omkoping omdat hij een kapster in de penitentiaire inrichting geld biedt om goederen voor hem naar binnen te smokkelen. De kapster neemt tegen betaling onder meer drank, hasj, sigaretten, een USB-stick en een telefoonoplader mee de gevangenis in. Het hof oordeelt dat de kapster als ambtenaar moet worden aangemerkt, omdat zij onder toezicht en verantwoordelijkheid van de overheid een taak met openbaar karakter uitvoert binnen de inrichting. Van het tenlastegelegde medeplegen wordt de verdachte vrijgesproken. Het hof acht de door de politierechter opgelegde taakstraf in beginsel passend, maar wijkt daarvan af. Wegens een recentelijk onherroepelijk opgelegde TBS-maatregel in een andere strafzaak, een overschrijding van de redelijke termijn met twee jaar en één maand en toepassing van artikel 63 Sr legt het hof op grond van artikel 9a Sr geen straf of maatregel op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tot 54 maanden gevangenisstraf voor gewoontewitwassen van ruim 7 miljoen euro

De rechtbank Gelderland veroordeelt vier mannen voor gewoontewitwassen van ruim € 7 miljoen, dat in de periode september 2019 tot en met februari 2021 wordt ontvangen en grotendeels wordt omgezet in goud, contanten en bitcoins. De 44-jarige hoofdverdachte uit Winterswijk krijgt 54 maanden gevangenisstraf en een geldboete van € 50.000 wegens zijn leidende rol. Drie medeverdachten van 78, 52 en 30 jaar stellen vennootschappen en bankrekeningen op hun naam ter beschikking en krijgen 30, 22 en 30 maanden gevangenisstraf, naast een meerjarig verbod om als bestuurder van een vennootschap op te treden. Het geld is afkomstig van Duitse, Oostenrijkse en Nederlandse particulieren en bedrijven en is volgens de rechtbank met misdrijven verdiend. De rechtbank wijst de vorderingen van het Openbaar Ministerie tot onmiddellijke gevangenneming en tot ongeanonimiseerde publicatie af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren voor veelpleger wegens verduistering en oplichting, hoger voorwaardelijk dan de eis en zonder onvoorwaardelijk deel

De rechtbank Overijssel veroordeelt een man uit 1988 voor verduistering en medeplegen van verduistering van elektrische fietsen en voor oplichting via valse woningverhuur. De verdachte huurde of leende fietsen bij verschillende fietsenwinkels onder het mom van een proefrit en eigende zich die toe, en bewoog daarnaast meerdere personen tot betaling van huur en borg voor woningen die niet van hem waren. Van een ten laste gelegd helingsfeit wordt hij vrijgesproken, omdat het enkele aantreffen bij een gestolen fiets onvoldoende is. De rechtbank rekent de feiten zwaar aan, maar ziet bij de verdachte een mogelijke omslag en wil hem een kans geven op behandeling en begeleiding. Daarom legt zij een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren op met een proeftijd van drie jaren en een uitgebreid pakket bijzondere voorwaarden. Verschillende benadeelde partijen krijgen hun schade geheel of gedeeltelijk vergoed, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak rechtspersoon omdat styreenlekkage aan boord van schip niet in de sfeer van de rechtspersoon plaatsvond

Rechtbank Rotterdam 27 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6699

De landelijke WED-kamer van de rechtbank Rotterdam spreekt een rechtspersoon die een walinstallatie op de Maasvlakte exploiteert integraal vrij van twee economische delicten. De zaak draait om een lekkage van ongeveer 150 liter styreenmonomeer die op 14 september 2022 in de Europahaven terechtkwam tijdens het laden van een binnenvaartschip. De rechtbank oordeelt dat de gedragingen die tot de lekkage leidden zich aan boord van het schip voordeden en niet in de sfeer van de verdachte rechtspersoon plaatsvonden, zodat zij niet kunnen worden toegerekend. Daarmee gaat de beschuldiging van het opzettelijk brengen van een stof in oppervlaktewater zonder vergunning niet op. Ook de verweten valsheid in geschrift op de ADN-controlelijst wordt niet bewezen, omdat de verdachte uitsluitend verantwoordelijk is voor het deel van die lijst dat ziet op de walinstallatie. De rechtbank verklaart beide feiten niet bewezen en spreekt de verdachte rechtspersoon vrij.

Read More
Print Friendly and PDF ^