Schuldigverklaring zonder strafoplegging voor ambtelijke omkoping van een kapster in een penitentiaire inrichting

Gerechtshof Amsterdam 26 mei 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1488

Het gerechtshof Amsterdam verklaart een gedetineerde schuldig aan actieve ambtelijke omkoping omdat hij een kapster in de penitentiaire inrichting geld biedt om goederen voor hem naar binnen te smokkelen. De kapster neemt tegen betaling onder meer drank, hasj, sigaretten, een USB-stick en een telefoonoplader mee de gevangenis in. Het hof oordeelt dat de kapster als ambtenaar moet worden aangemerkt, omdat zij onder toezicht en verantwoordelijkheid van de overheid een taak met openbaar karakter uitvoert binnen de inrichting. Van het tenlastegelegde medeplegen wordt de verdachte vrijgesproken. Het hof acht de door de politierechter opgelegde taakstraf in beginsel passend, maar wijkt daarvan af. Wegens een recentelijk onherroepelijk opgelegde TBS-maatregel in een andere strafzaak, een overschrijding van de redelijke termijn met twee jaar en één maand en toepassing van artikel 63 Sr legt het hof op grond van artikel 9a Sr geen straf of maatregel op.

Inleiding en context

De verdachte, een natuurlijk persoon geboren in 1993 en thans uit anderen hoofde gedetineerd, staat terecht in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 31 maart 2022. De zaak draait om gedragingen tijdens een eerdere detentie in een penitentiaire inrichting in Amsterdam. De raadsman treedt gemachtigd op. Het hof vernietigt het vonnis, omdat het tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Tenlastelegging en wettelijk kader

De verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 april 2016 tot 1 juni 2016 een kapster die in de penitentiaire inrichting werkt geldbedragen heeft gegeven, te weten ongeveer € 300 en meermalen ongeveer € 50, om haar te bewegen goederen voor hem de inrichting in te brengen, waaronder drank, een USB-stick, een telefoonoplader, hasj en sigaretten. Primair is actieve ambtelijke omkoping tenlastegelegd, subsidiair niet-ambtelijke omkoping. De uitspraak noemt voor deze omkopingsvarianten zelf geen artikelnummers; zij corresponderen met artikel 177 Sr respectievelijk artikel 328ter Sr.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal vordert bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde, met uitzondering van het medeplegen, en vordert dat de verdachte schuldig wordt verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit vrijspraak van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde. Ten aanzien van het primaire feit voert hij aan dat de kapster niet als ambtenaar kan worden aangemerkt. Ten aanzien van het subsidiaire feit voert hij aan dat van omkoping geen sprake is, omdat de kapster ten tijde van het tenlastegelegde niet in dienstbetrekking is en haar handelen niet voortkomt uit financiële prikkels van anderen maar uit eigen keuzes. Subsidiair verzoekt de raadsman toepassing van artikel 9a Sr, gelet op het tijdsverloop en de meervoudige toepasselijkheid van artikel 63 Sr.

Oordeel gerecht

Het hof stelt voorop dat onder ambtenaar mede wordt begrepen degene die onder toezicht en verantwoordelijkheid van de overheid is aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd, teneinde een deel van de taak van de Staat of zijn organen te verrichten. De kapster werkt in opdracht van de Staat in de penitentiaire inrichting en kan haar werkzaamheden alleen daar verrichten. Omdat de taakstelling van een inrichting bij uitstek aan de overheid is voorbehouden, staat het openbaar karakter van haar functie vast. Door gedetineerden te knippen voert zij op grond van artikel 44 lid 4 van de Penitentiaire beginselenwet onder toezicht en verantwoordelijkheid van de overheid een taak uit in het kader van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Op basis van de bewijsmiddelen, waaronder tapgesprekken en de verklaringen van de kapster en de verdachte, stelt het hof vast dat de kapster geldbedragen heeft ontvangen en in ruil daarvoor de goederen de inrichting in heeft genomen. Het hof acht het primair tenlastegelegde bewezen. De voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking acht het hof niet vastgesteld, zodat de verdachte van het medeplegen wordt vrijgesproken.

Bewezenverklaring

  • Het in de periode van 1 april 2016 tot 1 juni 2016 te Amsterdam aan een ambtenaar, de kapster in de penitentiaire inrichting, doen van giften in de vorm van geldbedragen, met het oogmerk haar te bewegen in haar bediening als ambtenaar goederen voor de verdachte de inrichting in te nemen, waaronder drank, een USB-stick, een telefoonoplader, hasj en sigaretten, terwijl de verdachte daar gedetineerd is, meermalen gepleegd.

Van het meer of anders tenlastegelegde, waaronder het medeplegen, wordt de verdachte vrijgesproken.

Strafoplegging en maatregelen

De politierechter heeft in eerste aanleg een taakstraf van 150 uren opgelegd, waarvan 75 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het hof acht die straf, gelet op de ernst van het feit, in beginsel passend: door de omkoping ondermijnt de verdachte de voorschriften en het gezag van de gevangenis en brengt hij de veiligheid in het geding. Het hof wijkt daarvan af op grond van een aantal omstandigheden. Op 13 mei 2025 is aan de verdachte in een andere strafzaak bij onherroepelijk arrest de TBS-maatregel met dwangverpleging opgelegd. De redelijke termijn in hoger beroep is met twee jaar en één maand overschreden. Ook houdt het hof rekening met artikel 63 Sr. Deze omstandigheden brengen het hof ertoe artikel 9a Sr toe te passen, zodat geen straf of maatregel wordt opgelegd. Daarmee volgt het hof de vordering van de advocaat-generaal.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^