Rechter-commissaris beoordeelt in twee samenhangende beslissingen de verschoningsgerechtigdheid van in beslag genomen notariële en advocatuurlijke stukken

Rechtbank Rotterdam 23 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6513 en Rechtbank Rotterdam 6 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6514

In één strafzaak tegen een verdachte rechtspersoon beoordeelt de rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam in twee samenhangende beslissingen welke bij doorzoekingen in beslag genomen fysieke stukken onder het verschoningsrecht vallen. De stukken zijn op 28 november 2025 in beslag genomen bij een doorzoeking in het kantoorpand van de rechtspersoon te Rotterdam en bij een doorzoeking in een pand te Amsterdam, waar de belastingadviseur beslagene is. De rechter-commissaris hanteert als maatstaf dat een stuk slechts verschoningsgerechtigd is als het een vertrouwelijk karakter heeft dat voor derden verborgen moet kunnen blijven, en dat zij slechts een standpunt hoeft op te vragen over stukken die mogelijk voorwerp of instrument van het strafbare feit zijn of waarvan kennisneming het beroepsgeheim zou schenden. Definitieve notariële stukken zoals aktes van aandelenoverdracht, statutenwijzigingen, gecertificeerde afschriften, een acquisition agreement en een definitieve huurovereenkomst zijn niet verschoningsgerechtigd, terwijl conceptovereenkomsten, een voorstel tot splitsing en bepaalde advocatuurlijke correspondentie dat wel zijn. Over enkele notariële registers en aktes van schenking vraagt de rechter-commissaris eerst een standpunt op bij de verschoningsgerechtigden, geeft zij de niet-verschoningsgerechtigde stukken vrij aan het onderzoeksteam en houdt zij de overige stukken in de kluis.

Inleiding en context

Beide beslissingen vloeien voort uit hetzelfde strafrechtelijk onderzoek tegen een verdachte rechtspersoon, met parketnummer 83.064775.25, en zijn genomen door dezelfde rechter-commissaris. Op 28 november 2025 vinden twee doorzoekingen ter inbeslagneming plaats. De ene vindt plaats in het kantoorpand op het vestigingsadres van de verdachte rechtspersoon te Rotterdam, waar onder de rechtspersoon beslag wordt gelegd (6513). De andere vindt plaats in een pand te Amsterdam, waarbij de belastingadviseur als beslagene optreedt en van wie onder meer drie notitieboekjes in beslag worden genomen (6514). Beide stukken zijn een proces-verbaal van bevindingen; een tenlastelegging, bewezenverklaring en strafoplegging zijn niet aan de orde.

In de Rotterdamse zaak informeert de officier van justitie de rechter-commissaris diezelfde dag over het redelijk vermoeden dat zich onder de in beslag genomen stukken verschoningsgerechtigd materiaal bevindt, en bevestigt dit per e-mail van 1 december 2025. Op 11 december 2025 worden de stukken overgedragen. Omdat een vordering ex artikel 181 Sv ontbreekt, neemt de rechter-commissaris geen kennis van de stukken tot zij op die vordering heeft beslist. De officier van justitie dient op 19 december 2025 een vordering ex artikel 181 Sv in om de stukken te onderzoeken op verschoningsgerechtigde informatie; op 12 maart 2026 wijst de rechter-commissaris die gedeeltelijk toe en filtert zij vier ordners en een groot aantal losse documenten.

In de Amsterdamse zaak beoordeelt de rechter-commissaris te Amsterdam de stukken al tijdens de doorzoeking, in aanwezigheid van de raadslieden en de Amsterdamse Deken; de mogelijk verschoningsgerechtigde stukken gaan in een kluis. Op 2 december 2025 worden zij overgedragen aan de rechter-commissaris te Rotterdam, die ze beoordeelt.

Juridisch kader

In beide zaken verzoekt de officier van justitie de rechter-commissaris te beoordelen of de inbeslagneming is toegestaan op grond van artikel 98 lid 1 Sv dan wel artikel 98 lid 5 Sv. In de Rotterdamse zaak verloopt het onderzoek naar de stukken via een vordering ex artikel 181 Sv. De rechter-commissaris toetst per stuk aan de maatstaf dat een stuk slechts verschoningsgerechtigd is als het een vertrouwelijk karakter heeft dat voor derden verborgen moet kunnen blijven (ECLI:NL:HR:2021:751).

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie verzoekt in beide zaken om beoordeling van de inbeslagneming op de voet van artikel 98 lid 1 dan wel lid 5 Sv en dient in de Rotterdamse zaak daartoe de vordering ex artikel 181 Sv in.

In de Amsterdamse zaak deelt de officier van justitie mee niet aanwezig te zullen zijn bij de beoordeling van de notitieboekjes, omdat hij geen kennis mag nemen van mogelijk verschoningsgerechtigde informatie.

Standpunt van de verdediging

In de Amsterdamse zaak zijn de raadslieden bij de doorzoeking aanwezig en nemen de raadsvrouw en de beslagene, een belastingadviseur, deel aan een bijeenkomst over de notitieboekjes; zij markeren de zaaksrelevante notities en concluderen dat daarin geen verschoningsgerechtigde informatie staat.

De Rotterdamse beslissing bevat geen uitgewerkt verdedigingsstandpunt.

Oordeel van de rechter-commissaris: gedeelde maatstaf

De rechter-commissaris overweegt in beide zaken, anders dan de geconsulteerde ringvoorzitter van het notarisambt, dat zij slechts een standpunt hoeft op te vragen over stukken die mogelijk het voorwerp van het strafbare feit uitmaken, tot het begaan daarvan hebben gediend en waarvan kennisneming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim, of over het voordoen van zeer uitzonderlijke omstandigheden (ECLI:NL:HR:2024:375, r.o. 6.6.3). Het enkele beoogde doel van een document is daarbij niet doorslaggevend; bepalend is of het stuk naar aard en inhoud een vertrouwelijk karakter heeft.

Beoordeling van de Rotterdamse stukken (ECLI:NL:RBROT:2026:6513)

De rechter-commissaris merkt niet als verschoningsgerechtigd aan: gecertificeerde afschriften van het origineel en de bijbehorende originelen, aktes van aandelenoverdracht en (de)certificering van aandelen, aktes omtrent de statuten (waaronder een partiële statutenwijziging en een doorlopende tekst), notariële verklaringen van overeenstemming met het origineel, een benoeming van een opvolgend bestuurder, een akte van oprichting en splitsing (mede omdat deze via de Kamer van Koophandel openbaar wordt), een Portugese notariële overeenkomst in de vorm van een addendum bij een concessieovereenkomst, en twee kopieën van een origineel acquisition agreement. Het betreft telkens definitieve stukken zonder vertrouwelijk karakter dat voor derden verborgen moet blijven.

Wel verschoningsgerechtigd acht zij een door een notaris opgesteld proces-verbaal, een voorstel tot splitsing, notulen van een bestuursvergadering met een aangehecht voorstel tot wijziging van administratievoorwaarden en een concept acquisition agreement, omdat het hier om voorstellen en conceptversies gaat met een vertrouwelijk karakter. Ten aanzien van een kopie van e-mailcorrespondentie van of aan advocaten over aandelenkoopovereenkomsten volgt zij het advies van de Rotterdamse Deken dat het, ook al komt in Nederland normaliter een notaris eraan te pas, een advocatuurlijk stuk is waarop het verschoningsrecht van toepassing is.

Over een aantal stukken besluit de rechter-commissaris eerst een standpunt op te vragen bij de verschoningsgerechtigden: het aandeelhoudersregister en het register van houders van certificaten, aktes houdende wijziging van administratievoorwaarden en aktes van schenking, omdat van het vertrouwelijke karakter daarvan niet zonder meer kan worden uitgegaan. Stukken van voor 1998 vallen buiten de onderzoeksperiode (1998 tot en met 28 november 2025) en gaan terug naar de beslagene. Losse stukken en twee ordners met e-mailcorrespondentie zijn niet verschoningsgerechtigd, nu zij niet door of voor een functioneel verschoningsgerechtigde zijn opgemaakt en geen communicatie van, met of bestemd voor zo iemand betreffen.

Beoordeling van de Amsterdamse stukken (ECLI:NL:RBROT:2026:6514)

De rechter-commissaris merkt niet als verschoningsgerechtigd aan: een notariële volmacht, aktes van aandelenoverdracht, een akte van partiële statutenwijziging, gecertificeerde afschriften van het origineel en een notariële verklaring van overeenstemming. Evenmin verschoningsgerechtigd zijn een handgeschreven begeleidend bericht met als bijlagen drie certified copies (een paspoort, een self certification en een verification form), nu een echtheidscertificaat buiten de reikwijdte van het verschoningsrecht valt, en een kopie van een definitieve huurovereenkomst van een buitenlands advocatenkantoor, die naar Nederlands recht niet onder het verschoningsrecht valt. Een faxbericht van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden aan een advocaat is niet verschoningsgerechtigd, omdat correspondentie tussen anderen dan de verschoningsgerechtigde en degene die zich tot hem heeft gewend geen geschrift is als bedoeld in artikel 98 lid 1 Sv (ECLI:NL:HR:2016:110).

Wel verschoningsgerechtigd zijn conceptovereenkomsten van een advocatenkantoor, omdat de daaraan voorafgaande onderhandelingen en conceptversies daaronder vallen. Over mailcorrespondentie van een verschoningsgerechtigde aan een belastingadviseur adviseert de Rotterdamse Deken dat deze naar Nederlands recht niet verschoningsgerechtigd is; de rechter-commissaris bekijkt deze nogmaals en besluit, gelet op aard en inhoud, hierover alsnog een standpunt op te vragen. Bij de drie notitieboekjes van de belastingadviseur kan zij de verschoningsgerechtigde aantekeningen niet goed onderscheiden; na de bijeenkomst kopieert zij de gemarkeerde inhoudelijke informatie over de verdachte rechtspersoon en gelieerde rechtspersonen en geeft die vrij aan het onderzoeksteam en het Openbaar Ministerie, terwijl de takenlijsten wegens hun beperkte inhoud niet worden gekopieerd en de boekjes teruggaan naar de beslagene. Een stuk van 17 september 1997 valt buiten de onderzoeksperiode en gaat terug, en stukken zonder betrekking op een functioneel verschoningsgerechtigde zijn niet verschoningsgerechtigd.

Conclusie

In beide zaken beslist de rechter-commissaris gelijkluidend. Zij bepaalt dat de stukken van buiten de onderzoeksperiode worden geretourneerd aan de beslagene en dat de stukken die niet als verschoningsgerechtigd zijn aangemerkt worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam en het Openbaar Ministerie. Zij bepaalt dat zij onverwijld in kennis wordt gesteld indien in het overgebleven beslag toch verschoningsgerechtigde informatie blijkt, zonder dat van de inhoud van die kennisgeving kennis wordt genomen. De beoordeling of de mogelijk verschoningsgerechtigde stukken voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend, houdt zij in een nadere beslissing aan.

Lees hier de volledige uitspraak (ECLI:NL:RBROT:2026:6513) en hier de volledige uitspraak (ECLI:NL:RBROT:2026:6514).

Print Friendly and PDF ^