Integrale controle zonder geldige grondslag: rechtbank sluit bewijs uit in drugszaak

De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 17 april 2026 een verdachte vrijgesproken van voorbereidingshandelingen voor synthetische drugsproductie, ondanks het aantreffen van chemicaliën en apparatuur tijdens een integrale controle. Het binnentreden berustte op een bestuursrechtelijke machtiging die later door de burgemeester is herroepen wegens strijd met de Awbi. De rechtbank kwalificeerde dit als een onherstelbaar vormverzuim en sloot het aangetroffen materiaal uit van het bewijs. Hoewel het verzuim buiten het voorbereidend onderzoek viel, was het van bepalende invloed op de vervolging in de zin van het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 1 december 2020. De uitspraak bevestigt dat bestuursrechtelijke bevoegdheden niet mogen worden aangewend voor strafrechtelijke doeleinden en dat zelfs de indruk daarvan tot bewijsuitsluiting kan leiden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Den Bosch bevestigt gevangenisstraf voor strafadvocaat: drie maanden voor schending beroepsgeheim tijdens verhoor in beperkingen

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 15 april 2026 een strafrechtadvocaat veroordeeld tot drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens opzettelijke schending van zijn beroepsgeheim (artikel 272 Sr). De advocaat liet in april 2020 een onbevoegde derde op zijn kantoor telefonisch meeluisteren met het politieverhoor van een cliënt die op dat moment in volledige beperkingen zat. Het hof versmalde de bewezenverklaring ten opzichte van de rechtbank, maar legde een strengere straf op dan door de advocaat-generaal was gevorderd. Inhoudelijk bevestigt het arrest dat de geheimhoudingsplicht van de advocaat bij verdachten in beperkingen via artikel 10 Advocatenwet en artikel 62 Sv onder de reikwijdte van artikel 272 Sr valt. Opvallend is dat het hof expliciet vaststelt dat de wet bij dit delict geen mogelijkheid biedt tot ontzetting uit het beroep van advocaat, terwijl het die maatregel in deze zaak wel passend had geacht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen aftrek dividendbelasting bij ontneming winst uit illegale gewasbeschermingsmiddelen

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:505

De Hoge Raad bevestigt dat bij de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel geen dividendbelasting in mindering hoeft te worden gebracht wanneer feitelijk geen dividendbelasting is afgedragen. De zaak betreft een ontnemingsprocedure na veroordeling voor de verkoop van illegale gewasbeschermingsmiddelen (Bitoxybacillin en Lepidocide) door een B.V. waarvan de betrokkene feitelijk leidinggevende en uiteindelijk belanghebbende is. Het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op EUR 532.532 en volledig toegerekend aan de betrokkene als natuurlijk persoon. Het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel vereist dat wordt uitgegaan van het daadwerkelijk behaalde voordeel, maar biedt in dit geval geen grond voor aftrek van hypothetische dividendbelasting. De betrokkene kan bij een latere dividenduitkering een verzoek tot vermindering indienen op grond van artikel 6:6:26 Wetboek van Strafvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming flessentrekkerij via plof-bv's: hof schat voordeel op bijna 17.000 euro, matigt betalingsverplichting na overschrijding redelijke termijn en verwerpt draagkrachtverweer

Gerechtshof Amsterdam 24 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:928

Het gerechtshof Amsterdam schat in hoger beroep het wederrechtelijk verkregen voordeel uit flessentrekkerij via twee plof-bv's op bijna 17.000 euro. De betrokkene en zijn medeverdachten bestelden goederen bij leveranciers, lieten deze leveren maar betaalden de facturen niet, waarna de goederen werden doorverkocht tegen een lager bedrag dan de inkoopprijs. Het hof hanteert een opbrengstpercentage van 35 procent van de onbetaalde inkoopfacturen exclusief btw en brengt diverse kosten in mindering, waaronder huur, chauffeurs en werkzaamheden van een derde. Op basis van een schriftelijk stuk komt 5 procent van de opbrengst van de ene rechtspersoon aan de betrokkene toe, terwijl de opbrengst van de andere rechtspersoon pondspondsgewijs over vier betrokkenen wordt verdeeld. Het draagkrachtverweer wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en het hof matigt de betalingsverplichting tot € 15.000 vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn van meer dan vijf jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Te laat is niet te laat: Hoge Raad fluit hof terug bij afwijzing getuigenverzoek

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:502

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wegens een onbegrijpelijke afwijzing van een getuigenverzoek bij mishandeling. Het hof toetst het verzoek tot het horen van de aangeefster en een getuige aan het noodzakelijkheidscriterium en wijst het af, maar gaat daarbij voorbij aan het post-Keskin-kader uit HR:2021:576 en de voorwaarden uit HR:2025:1519. De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten nagaan of de procedure als geheel voldoet aan artikel 6 EVRM, nu belastende verklaringen voor het bewijs zijn gebruikt zonder dat de verdediging de getuigen heeft kunnen ondervragen. De zaak is teruggewezen voor een nieuwe behandeling van de mishandeling en de strafoplegging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Herziening na Maggiora: hersteld vormverzuim blokkeert niet-ontvankelijkheid

Hoge Raad 14 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:562

De Hoge Raad wijst een herzieningsverzoek af in het kader van het onderzoek Maggiora, waarin de aanvraagster onherroepelijk is veroordeeld voor opzetheling terwijl het hof in de zaken van medeverdachten het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaarde. Centraal staat de vraag of bekend geworden vormverzuimen rond gunstbetoon en verklaringen van een medeverdachte een novum opleveren in de zin van artikel 457 lid 1 onder c van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad oordeelt dat het verzuim rond de verbaliseringsplicht van artikel 226g lid 4 van het Wetboek van Strafvordering door de woordelijke uitwerking van het gesprek in voldoende mate is hersteld. Ook de gang van zaken rond de verklaringen is in hoger beroep voldoende opgehelderd om het ernstige vermoeden van niet-ontvankelijkverklaring weg te nemen. De omstandigheid dat het hof in de zaak tegen de medeverdachte wel tot niet-ontvankelijkheid kwam, doet aan deze zelfstandige herzieningstoetsing niet af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG: instemming met niet-horen van demente getuige is geen afstand van ondervragingsrecht

A-G Aben concludeert dat het gerechtshof 's-Hertogenbosch ten onrechte heeft aangenomen dat de verdediging het ondervragingsrecht heeft prijsgegeven ten aanzien van een belastende getuige die aan dementie lijdt. De raadsman had laten weten dat de getuige vanwege zijn gezondheidstoestand niet meer zinvol kon worden gehoord, maar dat is volgens de A-G geen vrijwillige en ondubbelzinnige waiver in de zin van artikel 6 EVRM. Het hof had daarom de driestappentoets moeten doorlopen om te beoordelen of het proces als geheel eerlijk is verlopen. De A-G vergelijkt de situatie met het overlijden van een getuige: in beide gevallen kan van de verdediging niet worden verwacht dat zij een onmogelijk geworden verhoor nogmaals verzoekt. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing, al merkt de A-G op dat de verklaring van de getuige binnen de bewijsconstructie weinig gewicht lijkt te hebben.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kledinghandelaar medeplichtig aan merkfraude: wetenschap van valse labels blijkt uit tapgesprekken

Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:815

Het gerechtshof veroordeelt een kledinghandelaar voor medeplichtigheid aan bedrijfsmatige handel in merkvervalste goederen en witwassen. De verdachte levert vanuit zijn winkel merkloze jassen aan een medeverdachte, die deze laat voorzien van valse labels van merken als Canada Goose, Stone Island en Parajumpers. Uit afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat de verdachte wetenschap heeft van het aanbrengen van de valse merklabels. Het hof verwerpt verweren over niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en onrechtmatige telefoontaps. Ten aanzien van het witwassen spreekt het hof grotendeels vrij, omdat de verdediging een concrete en verifieerbare verklaring geeft voor de legale herkomst van contante geldbedragen en het Openbaar Ministerie nalaat nader onderzoek te verrichten. Wel acht het hof witwassen bewezen voor een bedrag van 12.500 euro dat de verdachte contant ontvangt voor de jassenverkoop en buiten de boekhouding houdt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Taakstraf van 60 uur voor faillissementsfraude: rechtbank houdt sterk rekening met persoonlijke omstandigheden bestuurder wiens partner financiele problemen verborg

Rechtbank Oost-Brabant 7 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2080

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een bestuurder van twee failliete vennootschappen voor faillissementsfraude. De verdachte liet zijn toenmalige partner de administratie en financien van de ondernemingen beheren. Zij boekte zonder zakelijke grondslag aanzienlijke geldbedragen over van de zakelijke rekening naar haar priverekening en hield de financiele problemen voor de verdachte verborgen. De rechtbank oordeelt dat de verdachte vanaf het eerste faillissement van de beheervennootschap op 8 april 2021 de aanmerkelijke kans op benadeling van schuldeisers bewust heeft aanvaard door geen enkel onderzoek te doen naar de financiele situatie. De verdachte wordt veroordeeld voor bedrieglijke bankbreuk, het niet verstrekken van administratie aan de curator en het weigeren van inlichtingen. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke taakstraf van 60 uur op en wijst het door het Openbaar Ministerie gevorderde beroepsverbod af, gelet op het tijdsverloop en de zware persoonlijke gevolgen die de verdachte reeds heeft ondervonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vertrokken rechter en griffier redden gebrekkig proces-verbaal niet

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:497

De Hoge Raad vernietigt in ECLI:NL:HR:2026:497 het arrest van het gerechtshof Den Haag wegens het ontbreken van een rechtsgeldig proces-verbaal van de terechtzitting. Het proces-verbaal is niet uitgewerkt omdat de betrokken raadsheer en griffier niet langer bij het hof werkzaam zijn. De Hoge Raad oordeelt dat dit geen bijzondere omstandigheid is die de nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de uitspraak kan wegnemen. Dit arrest bevestigt de strenge lijn uit HR 13 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1605, en benadrukt dat personele wisselingen geen rechtvaardiging vormen voor het niet naleven van artikel 327 Sv. De zaak wordt teruggewezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^