Boete voor orchideeënbedrijf wegens onjuist gebruik gewasbeschermingsmiddel Vydate

Rechtbank Amsterdam 6 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10874

Rechtbank Amsterdam veroordeelt een orchideeënbedrijf voor het onjuist gebruiken van het gewasbeschermingsmiddel Vydate 10G. Het middel werd gemengd met bulgur en na het oppotten over planten gestrooid, in strijd met de gebruiksvoorschriften. De rechtbank acht bewezen dat dit gedurende twee jaar meermalen en opzettelijk is gebeurd in nauwe samenwerking met andere bedrijven. Verweren over onduidelijke tenlastelegging, gebrek aan opzet en materiële wederrechtelijkheid worden verworpen. De onderneming krijgt een geldboete van 20.000 euro opgelegd, mede gelet op de ernst en duur van het feit. De redelijke termijn is volgens de rechtbank niet overschreden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

'Spin in het web' van toeslagenfraude krijgt vier jaar celstraf

Rechtbank Rotterdam 29 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:724

De rechtbank veroordeelt een man tot vier jaar gevangenisstraf wegens grootschalige toeslagenfraude. Hij dient 661 valse aanvragen voor kinderopvangtoeslag in op naam van 412 personen. Daarbij maakt hij gebruik van DigiD-inloggegevens van anderen en verzint hij gegevens over opvang en inkomen. Aan 236 personen wordt onterecht ruim 4,5 miljoen euro uitgekeerd. De verdachte ontvangt gemiddeld 1000 euro per aanvraag en verdient daarmee tonnen. De rechtbank rekent hem zijn centrale rol en gebrek aan inzicht zwaar aan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afroomboete bij witwassen: grenzen en motiveringsvereisten verduidelijkt

Hoge Raad 13 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:179

De verdachte wordt door het hof veroordeeld wegens witwassen ex artikel 420bis lid 1 onder b Sr, bestaande uit het langdurig profiteren van een met crimineel vermogen verbouwde woning. Het hof legt een taakstraf en een geldboete van 50000 euro op, waarbij de boete mede strekt tot afroming van het behaalde voordeel. In cassatie wordt onder meer geklaagd dat een dergelijke ‘afroomboete’ niet is toegestaan naast een mogelijke ontnemingsprocedure. De Hoge Raad oordeelt dat de feitenrechter de hoogte van een geldboete mede mag afstemmen op het wederrechtelijk verkregen voordeel, mits de motivering voldoende inzicht biedt en dubbele ontneming wordt voorkomen. De ontnemingsrechter moet bij latere vaststelling van een betalingsverplichting rekening houden met een dergelijke boete. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valse omgevingsvergunning bij subsidieaanvraag leidt tot veroordeling van zowel vennootschap als feitelijk leidinggever

Rechtbank Overijssel 29 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:394 en ECLI:NL:RBOVE:2026:395

Een agrarisch adviesbureau en haar feitelijk leidinggever worden veroordeeld voor het gebruik van een vervalste omgevingsvergunning. Op 26 juni 2019 wordt een document ingediend bij de RVO dat valselijk is gedateerd op 3 april 2019 om alsnog subsidie te verkrijgen. De rechtbank oordeelt dat sprake is van opzet en oogmerk tot misleiding. Beide verdachten worden vrijgesproken van het tweede feit wegens gebrek aan bewijs. Een beroep op rechtsdwaling wordt verworpen: er was geen sprake van gezaghebbend advies. Beide verdachten krijgen een geheel voorwaardelijke geldboete van 5.000 euro met een proeftijd van twee jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aanvangsmoment redelijke termijn in ontnemingszaak: voornemen van de officier van justitie beslissend

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:167

In deze ontnemingszaak wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit gewoontewitwassen stelt het hof het voordeel vast op grond van artikel 36e lid 3 Sr met toepassing van de eenvoudige kasopstelling en legt een betalingsverplichting van 149.387,60 euro op. In cassatie klaagt de betrokkene dat het hof een onjuist aanvangsmoment hanteert voor de redelijke termijn van artikel 6 lid 1 EVRM.
Volgens het middel moet die termijn aanvangen bij de start van het strafrechtelijk financieel onderzoek ex artikel 126 Sv en niet bij het kenbaar gemaakte voornemen van de officier van justitie ex artikel 311 lid 1 Sv. De Hoge Raad herhaalt zijn rechtspraak dat het aan de feitenrechter is het aanvangsmoment vast te stellen en dat dit oordeel in cassatie slechts beperkt toetsbaar is. Het oordeel van het hof is niet onjuist en voldoende gemotiveerd, zodat het cassatieberoep wordt verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Miljoenenbeslag Surinaamse geldzending definitief in stand na derde cassatie

Hoge Raad 10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:49

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag waarbij het beslag op een geldzending van 19,5 miljoen euro uit Suriname in stand blijft. De FIOD neemt het bedrag in 2018 op Schiphol in beslag wegens verdenking van witwassen; het geld is eigendom van drie Surinaamse handelsbanken en de Centrale Bank van Suriname treedt op als shipper. Het hof verklaart het beklag ongegrond en oordeelt dat de centrale bank geen immuniteit geniet, omdat het geld niet haar eigendom is maar dat van de handelsbanken. Ook acht het hof het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later tot verbeurdverklaring zal overgaan.
In cassatie wordt onder meer geklaagd over het immuniteitsoordeel en de gehanteerde maatstaf bij de beoordeling van het beslag. De Hoge Raad past artikel 81 lid 1 RO toe en laat het oordeel van het hof zonder nadere motivering in stand, waarmee de beklagprocedure definitief is beëindigd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraf voor man na diefstal van bijna 380 duizend euro

De rechtbank veroordeelt een 54-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats tot een gevangenisstraf van 15 maanden. In een periode van ruim een jaar boekte hij in totaal een bedrag van bijna 380 duizend euro over van de rekening van zijn schoonvader naar zijn eigen rekening. De rechtbank spreekt de partner van de man vrij van betrokkenheid, omdat niet is bewezen dat zij wist dat de overboekingen plaatsvonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting via Marktplaats met namaak-iPhones komt verdachte duur te staan

Gerechtshof Amsterdam 29 januari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:249

De verdachte biedt via Marktplaats nep-iPhones aan onder een valse naam. Hij ontvangt 700 euro van een koper en overhandigt vervolgens een imitatie. Drie dagen later probeert hij opnieuw te frauderen met een andere koper. Het gerechtshof acht oplichting en poging tot oplichting bewezen. De verdachte krijgt een taakstraf van 120 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk. Ook moet hij 762,56 euro schadevergoeding betalen aan het slachtoffer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Formele eis leidt niet tot niet-ontvankelijkheid: uitreiking oproeping in persoon maakt gebrek in volmacht onschadelijk

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:156

De verdachte is door de politierechter veroordeeld tot tien dagen gevangenisstraf wegens belediging van een treinconducteur. Zijn advocaat stelde hoger beroep in via een volmacht, maar het hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens een formeel gebrek. De volmacht bevatte namelijk niet de instemming van de verdachte met het direct in ontvangst nemen van de oproeping door de griffie. De Hoge Raad oordeelt dat dit in dit geval niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden, omdat de oproeping later in persoon aan de verdachte is uitgereikt. Daarmee is het beschermde belang van artikel 450 lid 3 Sv niet geschonden. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor een nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Nederlandse Staat handelde niet onrechtmatig ten aanzien van Van Laarhoven

Rechtbank Den Haag 11 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:2107

De Nederlandse Staat heeft niet onrechtmatig gehandeld ten aanzien van Johan van Laarhoven en zijn ex-echtgenote die in Thailand voor witwassen zijn veroordeeld tot een jarenlange celstraffen. Dat volgt uit een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een procedure tussen Van Laarhoven en de Staat. De rechtbank oordeelt dat de Staat een rechtshulpverzoek aan Thailand kon doen, ondanks dat voor Van Laarhoven en zijn toenmalige echtgenote het risico bestond op een onmenselijke of vernederende behandeling door de detentieomstandigheden in Thailand.

Read More
Print Friendly and PDF ^