Boete voor orchideeënbedrijf wegens onjuist gebruik gewasbeschermingsmiddel Vydate

Rechtbank Amsterdam 6 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10874

Rechtbank Amsterdam veroordeelt een orchideeënbedrijf voor het onjuist gebruiken van het gewasbeschermingsmiddel Vydate 10G. Het middel werd gemengd met bulgur en na het oppotten over planten gestrooid, in strijd met de gebruiksvoorschriften. De rechtbank acht bewezen dat dit gedurende twee jaar meermalen en opzettelijk is gebeurd in nauwe samenwerking met andere bedrijven. Verweren over onduidelijke tenlastelegging, gebrek aan opzet en materiële wederrechtelijkheid worden verworpen. De onderneming krijgt een geldboete van 20.000 euro opgelegd, mede gelet op de ernst en duur van het feit. De redelijke termijn is volgens de rechtbank niet overschreden.

Context van de zaak

De zaak betreft een onderneming die zich bezighoudt met het kweken van de vlinderorchidee (Phalaenopsis), een populaire potplant. De verdachte is een rechtspersoon en handelt onder de naam verdachte. In het kader van de bestrijding van potworm — een plaag die schade veroorzaakt aan het kweekproces van orchideeën — heeft de onderneming het toegelaten gewasbeschermingsmiddel Vydate 10G toegepast. Vydate was in Nederland toegelaten van 2003 tot januari 2024, mits gebruikt conform de bijbehorende gebruiksvoorschriften. De zaak draait om het verwijt dat verdachte het middel in strijd met die voorschriften heeft toegepast, door het onder meer te mengen met bulgur en dit mengsel over de planten te verstrooien ná het oppotten, hetgeen in strijd is met de voorgeschreven wijze van grondbehandeling vóór het oppotten.

Tenlastelegging

De verdachte wordt verweten dat zij, in de periode van 1 september 2020 tot en met 16 september 2022 te plaats, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk meermalen in strijd heeft gehandeld met artikel 55 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009. De overtreding bestaat eruit dat zij het gewasbeschermingsmiddel Vydate 10G niet op de juiste wijze heeft gebruikt, te weten door dit te mengen met bulgur en dit mengsel na het oppotten van de orchideeën toe te voegen aan de bark en/of over de planten(potten) te verstrooien.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie acht de tenlastelegging voldoende feitelijk en duidelijk. Volgens de officier van justitie is het in de context van een economisch delict niet noodzakelijk om de gedragingen tot in detail te verfeitelijken. De verdachte en haar bestuurders waren vanaf het begin op de hoogte van de verdenkingen en hebben zich inhoudelijk verweerd, wat er volgens het Openbaar Ministerie op wijst dat de dagvaarding begrijpelijk is. Verder stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het gebruik van Vydate op de bewezenverklaarde wijze een duidelijke schending van artikel 55 van de Verordening vormt en dat sprake is van opzettelijk en meermalen gepleegd medeplegen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman stelt primair dat de dagvaarding onvoldoende feitelijk is, aangezien het verweten gebruik niet concreet is omschreven. Daarnaast stelt de verdediging dat geen sprake is van opzet en dat verdachte al in 2021 is gestopt met het gebruik van Vydate. Subsidiair wordt bepleit dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid. Volgens de verdediging is het gekozen toepassingsregime — het mengen met bulgur — milieuvriendelijker dan het voorgeschreven gebruik en wordt het beschermingsdoel van de Verordening daardoor juist beter gediend.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het nietigheidsverweer. Volgens de rechtbank is de tenlastelegging voldoende feitelijk en voldoet deze aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Ook het verweer dat geen sprake zou zijn van opzet wordt verworpen. De rechtbank stelt vast dat de verantwoordelijke werknemer van verdachte op de hoogte was van de afwijkende toepassingswijze, wat duidt op vol opzet. Omdat de directie hiervan op de hoogte was, is er bij verdachte sprake van ten minste kleurloos opzet.

Tevens stelt de rechtbank vast dat sprake is van medeplegen. Verdachte heeft intensief samengewerkt met andere ondernemingen en personen, waaronder bedrijf 1 en medeverdachte 3, bij het mengen en verstrooien van het Vydate-bulgurmengsel. De werkwijze is op beide locaties identiek toegepast en planten werden heen en weer vervoerd tussen de kwekerijen, hetgeen duidt op een nauwe samenwerking.

Het verweer dat het gebruik van Vydate reeds eind 2021 is gestaakt, wordt eveneens verworpen. Onder andere op basis van verklaringen en de vondst van middelen bij een inval op 16 september 2022 concludeert de rechtbank dat het middel nog tot op die datum werd toegepast.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, in vereniging met anderen, opzettelijk meermalen heeft gehandeld in strijd met artikel 55 van de Verordening door Vydate 10G niet op juiste wijze te gebruiken. Bewezen is dat het middel werd gemengd met bulgur en na het oppotten van de planten werd verstrooid. Voor het onderdeel ‘toevoegen aan de bark’ volgt vrijspraak.

Strafbaarheid van het feit

De rechtbank kwalificeert het bewezenverklaarde als een overtreding van artikel 20 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, begaan door een rechtspersoon. Het verweer dat het feit niet strafbaar zou zijn wegens het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid, slaagt niet. Volgens de rechtbank is onvoldoende onderbouwd dat het gebruikte regime veiliger zou zijn dan het voorgeschreven gebruik. De verdediging heeft geen wetenschappelijk onderbouwde gegevens aangedragen die de gestelde milieuvriendelijkheid of verhoogde veiligheid aannemelijk maken.

Strafoplegging

De rechtbank acht een geldboete van 20.000 euro passend en geboden. Zij overweegt dat het gebruik van zeer giftige gewasbeschermingsmiddelen strikte naleving van voorschriften vereist, juist vanwege de risico’s voor mens, dier en milieu. Door stelselmatig van deze voorschriften af te wijken, heeft verdachte het veilige gebruik van Vydate ondermijnd. Hoewel het motief deels gelegen was in het vinden van een effectieve en milieuvriendelijke oplossing voor potworm, rechtvaardigt dit niet het overtreden van de gebruiksvoorschriften.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de duur van de pleegperiode (meer dan twee jaar) en de omvang van de onderneming. Dat verdachte financieel gezond is en geen strafblad heeft, wordt ook meegewogen. De rechtbank weegt verder mee dat ook andere kwekers vergelijkbaar handelden, maar dat het Openbaar Ministerie ervoor heeft gekozen slechts verdachte en haar directe samenwerkingspartners te vervolgen.

Het verweer dat de redelijke termijn is overschreden, wordt verworpen. De rechtbank stelt vast dat het verloop van het onderzoek en de communicatie met de verdediging het tijdsverloop voldoende rechtvaardigen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^