Formele eis leidt niet tot niet-ontvankelijkheid: uitreiking oproeping in persoon maakt gebrek in volmacht onschadelijk

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:156

De verdachte is door de politierechter veroordeeld tot tien dagen gevangenisstraf wegens belediging van een treinconducteur. Zijn advocaat stelde hoger beroep in via een volmacht, maar het hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens een formeel gebrek. De volmacht bevatte namelijk niet de instemming van de verdachte met het direct in ontvangst nemen van de oproeping door de griffie. De Hoge Raad oordeelt dat dit in dit geval niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden, omdat de oproeping later in persoon aan de verdachte is uitgereikt. Daarmee is het beschermde belang van artikel 450 lid 3 Sv niet geschonden. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor een nieuwe behandeling.

Achtergrond

De verdachte is door de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant bij verstek veroordeeld wegens eenvoudige belediging, begaan jegens een ambtenaar tijdens of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Het ging in deze zaak om een belediging van een treinconducteur. De tenlastelegging viel onder de artikelen 266 lid 1 en 267 lid 1 onder 2 van het Wetboek van Strafrecht. De politierechter legt de verdachte hiervoor een gevangenisstraf van tien dagen op.

Tegen deze uitspraak stelt de advocaat van de verdachte op 27 september 2022 hoger beroep in. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch verklaart de verdachte echter bij verstek niet-ontvankelijk in dat hoger beroep. In cassatie wordt deze beslissing aangevochten. Het cassatieberoep wordt ingesteld namens de verdachte door zijn raadsman, mr. G. Spong. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug.

Middel

Het voorgestelde cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het hoger beroep van de verdachte niet-ontvankelijk is wegens een gebrek in de schriftelijke volmacht waarmee zijn advocaat het rechtsmiddel heeft ingesteld. Het hof oordeelt dat deze volmacht niet voldoet aan de vereisten van artikel 450 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering, nu daarin niet is vermeld dat de verdachte instemt met het dadelijk in ontvangst nemen van de oproeping door een griffiemedewerker. Volgens het middel miskent het hof dat deze formele omissie in dit geval niet tot niet-ontvankelijkheid behoort te leiden, omdat de oproeping voor de nadere terechtzitting in hoger beroep in persoon aan de verdachte is uitgereikt.

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad stelt voorop dat hij in eerdere jurisprudentie (HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7810) heeft vastgesteld aan welke vereisten een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker moet voldoen om op geldige wijze hoger beroep in te stellen:

a. de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep (art. 450 lid 1 onder a Sv)

b. de verklaring dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker dadelijk in ontvangst nemen van de oproeping voor de zitting (art. 450 lid 3 Sv)

c. het door de verdachte opgegeven adres voor toezending van de dagvaarding (art. 450 lid 3 Sv)

Deze eisen zijn ingevoerd om te waarborgen dat dagvaardingen en oproepingen de verdachte daadwerkelijk bereiken, wat essentieel is voor een ordentelijk verloop van het strafproces en een voortvarende tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken. Het dadelijk in ontvangst nemen van de oproeping door de griffie wordt volgens artikel 450 lid 5 Sv namelijk gelijkgesteld met een uitreiking in persoon aan de verdachte.

De hoofdregel die uit deze jurisprudentie voortvloeit, is dat wanneer de volmacht aan een van deze eisen niet voldoet, het ingestelde hoger beroep in beginsel niet-ontvankelijk is, mits op de zitting in hoger beroep niemand namens de verdachte verschijnt.

Tegelijkertijd is door de Hoge Raad eerder geoordeeld dat deze formele gebreken in bepaalde omstandigheden als “gedekt” kunnen worden beschouwd. Zo is geen plaats voor niet-ontvankelijkheid wanneer op de zitting wel een gemachtigde raadsman of de verdachte zelf verschijnt en achteraf bevestigd wordt dat het beroep conform de wens van de verdachte is ingesteld (vgl. HR 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en HR 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8357). In dergelijke gevallen wordt het achterliggende belang van de wettelijke eisen – een effectieve oproeping – immers niet geschaad.

In het onderhavige geval heeft het hof op 30 juni 2023 het onderzoek in hoger beroep opnieuw aangevangen na een wijziging in de samenstelling. Op die zitting is noch de verdachte noch diens raadsman verschenen. Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, omdat de volmacht in het e-mailbericht van de advocaat niet voldoet aan artikel 450 lid 3 Sv: er ontbreekt een expliciete instemming van de verdachte met het dadelijk in ontvangst nemen van de oproeping.

De Hoge Raad oordeelt echter dat deze redenering juridisch onjuist is. De reden daarvoor is dat de oproeping voor de zitting van 30 juni 2023 in persoon aan de verdachte is uitgereikt op diens detentieadres. Daarmee is het belang dat artikel 450 lid 3 Sv beoogt te beschermen – te weten de waarborg dat de verdachte daadwerkelijk op de hoogte is van de zitting – niet geschaad. De uitreiking in persoon vervult immers dezelfde rechtsbeschermende functie als de instemming met het dadelijk in ontvangst nemen van de oproeping door de griffie.

In die situatie is er dan ook onvoldoende grond om het hoger beroep als niet-ontvankelijk te beschouwen. De strikte toepassing van artikel 450 lid 3 Sv door het hof miskent de functie van de wettelijke regeling en leidt tot een onredelijk resultaat. De Hoge Raad stelt expliciet dat het hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het ontbreken van de vermelding van instemming met de ontvangst van de oproeping zonder meer tot niet-ontvankelijkheid moet leiden.

Het cassatiemiddel slaagt dan ook. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het gerechtshof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling en beslissing. Hiermee krijgt de verdachte alsnog de mogelijkheid zijn hoger beroep inhoudelijk te laten beoordelen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^