'Spin in het web' van toeslagenfraude krijgt vier jaar celstraf
/Rechtbank Rotterdam 29 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:724
De rechtbank veroordeelt een man tot vier jaar gevangenisstraf wegens grootschalige toeslagenfraude. Hij dient 661 valse aanvragen voor kinderopvangtoeslag in op naam van 412 personen. Daarbij maakt hij gebruik van DigiD-inloggegevens van anderen en verzint hij gegevens over opvang en inkomen. Aan 236 personen wordt onterecht ruim 4,5 miljoen euro uitgekeerd. De verdachte ontvangt gemiddeld 1000 euro per aanvraag en verdient daarmee tonnen. De rechtbank rekent hem zijn centrale rol en gebrek aan inzicht zwaar aan.
Context van de zaak
De rechtbank Rotterdam oordeelt over een omvangrijke fraudezaak waarin een mannelijke verdachte, geboren in 1962 en woonachtig in Nederland, gedurende een periode van bijna drie jaar fraude pleegt met kinderopvangtoeslag. Hij handelt niet als onderdeel van een rechtspersoon, maar als natuurlijk persoon, zij het met kennelijke organisatorische structuur. De verdachte fungeert als spil in een netwerk van personen die hem benaderen met het verzoek om ‘kindergeld’ te regelen. Met behulp van DigiD-inloggegevens van derden logt hij in op de website van Dienst Toeslagen, waar hij vervolgens op grote schaal valse aanvragen en wijzigingen van kinderopvangtoeslag indient. De zaak kent een internationale dimensie, nu blijkt dat de verdachte ook vanuit Turkije inlogt en handelt.
In totaal zijn 661 valse aanvragen en/of wijzigingen voor kinderopvangtoeslag gedaan op naam van 412 verschillende personen. Aan 236 van hen is ten onrechte in totaal meer dan 4,5 miljoen euro aan toeslagen uitgekeerd. De verdachte ontvangt naar eigen zeggen gemiddeld 1000 euro per aanvraag, wat leidt tot een frauduleus verkregen vermogen van naar schatting 337.000 euro.
Tenlastelegging
De verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen oplichting pleegt ten aanzien van Dienst Toeslagen (feit 1) en dat hij valse geschriften heeft opgemaakt en deze heeft gebruikt als ware zij echt en onvervalst (feit 2). De kern van de beschuldigingen betreft het met gebruikmaking van DigiD-gegevens van derden, het indienen van aanvragen of wijzigingen voor kinderopvangtoeslag waarin onware informatie wordt opgenomen, zoals het bestaan van kinderopvang, het aantal uren en het uurtarief. Hierdoor wordt de overheid bewogen tot uitbetaling van toeslagbedragen aan derden.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen. Gelet op de ernst en schaal van de fraude, de bepalende rol van de verdachte en de geraffineerde uitvoering, eist de officier een gevangenisstraf van vijf jaar. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij straffen in vergelijkbare zaken, waarbij het benadelingsbedrag de grens van één miljoen euro overschrijdt. De officier acht strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn niet op zijn plaats, gezien de complexiteit van de zaak.
Standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak, stellende dat er geen sprake is van oplichting of valsheid in geschrift. Subsidiair wordt betoogd dat het benadelingsbedrag niet in zijn geheel aan de verdachte kan worden toegerekend. Indien tot bewezenverklaring wordt gekomen, verzoekt de verdediging rekening te houden met de leeftijd, gezondheidssituatie en de lange duur van het voorarrest van de verdachte. Een gevangenisstraf van maximaal 30 maanden wordt passend geacht, dan wel een straf aan de ondergrens van de geldende oriëntatiepunten (36 maanden).
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verwerpt de verweren van de verdediging. Zij stelt vast dat de verdachte zelf de gegevens op de aanvraagformulieren invult en dat deze gegevens vals zijn. Er is sprake van een samenweefsel van verdichtsels, wat de kern vormt van oplichting. De aanvragen worden slechts toegekend omdat valse informatie is verstrekt. Ook de stelling dat het gaat om digitale formulieren die niet als ‘geschrift’ in de zin van artikel 225 Sr kunnen gelden, wordt verworpen.
De rechtbank acht beide tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna drie jaar systematisch en berekenend schuldig gemaakt aan fraude. Hij verricht deze handelingen tegen betaling, vaak meerdere keren per persoon, en met gebruik van technische middelen zoals laptops en telefoons. Hij treedt op als initiator en uitvoerder en laat zich op geen enkel moment afschrikken door de omvang of de mogelijke gevolgen van zijn handelen.
Bewezenverklaring
Bewezen wordt verklaard dat de verdachte, samen met anderen, oplichting pleegt door op basis van valse informatie kinderopvangtoeslag aan te vragen voor personen die daar geen recht op hebben. Tevens wordt bewezen verklaard dat de verdachte geschriften (de digitale aanvragen) valselijk heeft opgemaakt en gebruikt als ware zij echt.
Strafoplegging
De rechtbank legt een gevangenisstraf op van vier jaar, met aftrek van het voorarrest. Deze straf past binnen de bandbreedte van drie tot vijf jaar, zoals gebruikelijk bij fraudezaken met een benadelingsbedrag van meer dan vier miljoen euro. Verzwarend wordt meegewogen dat de verdachte structureel misbruik maakt van een sociaal vangnet, daarbij een centrale rol speelt en tonnen verdient aan zijn handelen. Strafverminderend werkt slechts dat de verdachte niet het volledige bedrag zelf heeft ontvangen en dat er een ontnemingsmaatregel is opgelegd.
De rechtbank benadrukt dat het handelen van de verdachte ernstige schade heeft toegebracht aan het vertrouwen in de overheid. In een tijd waarin het functioneren van het toeslagenstelsel reeds onder vuur ligt, draagt zijn handelwijze bij aan het wantrouwen tussen burger en overheid. Dat de verdachte zich hiervan niets aantrekt en de verantwoordelijkheid afschuift op anderen, rekent de rechtbank hem zwaar aan.
Inbeslaggenomen goederen
De rechtbank beslist tot onttrekking aan het verkeer van vier telefoons en een laptop, waarmee de strafbare feiten zijn gepleegd. Op deze apparaten zijn lijsten met DigiD-inloggegevens van anderen aangetroffen. Deze gegevens zijn strikt persoonlijk, en het ongecontroleerd bezitten ervan is maatschappelijk onwenselijk en in strijd met het algemeen belang. Drie andere telefoons worden aan de verdachte teruggegeven.
Lees hier de volledige uitspraak.
