Beklag over omgang met geheimhoudersinformatie strandt deels bij Hoge Raad

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:171 en ECLI:NL:HR:2026:172

In twee strafzaken tegen producenten van medische apparatuur is beklag gedaan over het uitgrijzen van geheimhoudersinformatie in plaats van vernietiging. De rechtbank wees het beklag af, maar gaf het OM wél opdracht om toekomstige logbestanden aan het dossier toe te voegen. De Hoge Raad oordeelt dat de wet een dergelijke opdracht door de beklagrechter niet toestaat. Artikel 23 Sv ziet alleen op onderzoek voorafgaand aan de beklagbeslissing. Die beperking is door de rechtbank miskend. De HR vernietigt daarom dit onderdeel van de beschikking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Onleesbaar gemaakte getuigenverklaringen door OM niet zonder toetsing toegestaan

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:155

De Hoge Raad vernietigt een hofuitspraak omdat gebruik is gemaakt van getuigenverklaringen waarvan delen op verzoek van de officier van justitie zijn weggelakt. De officier heeft daartoe niet zelfstandig de bevoegdheid; alleen met machtiging van de rechter-commissaris mag informatie worden afgeschermd. Het hof oordeelde ten onrechte dat de weggelakte passages niet relevant waren, zonder zelf kennis daarvan te kunnen nemen. Het hof heeft daardoor het wettelijk systeem voor de omgang met processtukken miskend. De veroordeling voor het betreffende feit en de strafoplegging worden vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen van twee verdachten op Sint Maarten wegens onder meer medeplegen van ambtelijke omkoping blijven in stand

De veroordelingen van een echtpaar wegens onder meer het medeplegen van (passieve) ambtelijke omkoping blijven in stand. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld. De man was ten tijde van de strafbare feiten hoofd van een beheerdienst van een ministerie op Sint Maarten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tenaamstelling verhult werkelijke eigenaar: schuldwitwassen door inschrijving auto op naam zoon

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:79

Verdachte wordt veroordeeld voor schuldwitwassen omdat hij een Audi A4 op zijn naam liet zetten om te verhullen dat zijn failliete vader de werkelijke eigenaar was. Het hof acht niet bewezen dat verdachte de auto feitelijk heeft verworven of voorhanden heeft gehad, maar wel dat hij door de tenaamstelling de rechthebbende heeft verhuld. Die laatste gedraging volstaat voor een bewezenverklaring van schuldwitwassen op grond van artikel 420quater lid 1 onder b Sr. De motiveringsklacht over het bezit van de auto leidt daarom niet tot cassatie. De redelijke termijn is overschreden, maar daar wordt geen rechtsgevolg aan verbonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwassen en schadevergoeding: Hoge Raad verduidelijkt grenzen bij vordering van benadeelde partij

Hoge Raad 13 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:38

Verdachte wordt veroordeeld voor schuldwitwassen van € 79.443,75, afkomstig uit oplichting via identiteitsmisbruik. De benadeelde partij krijgt volledige schadevergoeding toegewezen, inclusief wettelijke rente. Het hof oordeelt terecht dat de schade een rechtstreeks gevolg is van het witwassen en dat de benadeelde partij zelf mag kiezen wie zij aanspreekt. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Verzoek om vergoeding van proceskosten in cassatie wordt afgewezen vanwege het ontbreken van wettelijke grondslag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zwaar lichamelijk letsel? HR benadrukt belang van concrete medische informatie in strafdossier

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:66

Verdachte is veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad, waarbij het slachtoffer meervoudige botbreuken en een ontwrichting opliep. Het hof kwalificeert deze verwondingen als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 302 lid 1 jo. 303 lid 1 Sr. In cassatie wordt geklaagd dat onvoldoende is vastgesteld of sprake is van ernstig letsel gelet op medische behandeling en herstel. De Hoge Raad verduidelijkt de criteria voor zwaar lichamelijk letsel: aard van het letsel, noodzaak van medisch ingrijpen en uitzicht op herstel. In dit geval acht de Hoge Raad het oordeel van het hof, mede gelet op de ernst en veelheid van het letsel, niet onbegrijpelijk. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Motivering schadevergoedingsmaatregel ook vereist zonder formele vordering benadeelde partij

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:73

In deze zaak is de verdachte veroordeeld voor verkrachting van een zestienjarig meisje na het heimelijk toedienen van GHB. Het hof legde naast de gevangenisstraf een schadevergoedingsmaatregel op van 5.000 euro wegens immateriële schade. De benadeelde partij had echter geen formele vordering tot immateriële schadevergoeding ingediend. De Hoge Raad oordeelt dat ook zonder formele vordering zo’n maatregel mogelijk is, mits de aansprakelijkheid civielrechtelijk voldoende is onderbouwd. De rechter moet dan wel motiveren waarom de schadevergoeding gerechtvaardigd is. De cassatieklachten worden verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kunnen door beleggers ingelegde gelden als rechtstreekse schade worden aangemerkt?

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:78

De verdachte wordt veroordeeld voor het witwassen van haar salaris, dat afkomstig is uit oplichting door ondernemingen waarvoor zij werkte. Het gerechtshof achtte haar mede aansprakelijk voor de schade van drie beleggers en kende ruim €59.000 aan vorderingen toe. De Hoge Raad oordeelt echter dat niet is vastgesteld dat het door haar witgewassen bedrag samenhangt met de ingelegde gelden van deze beleggers. De enkele bekendheid met de herkomst van het geld en haar werkzaamheden voor de bedrijven is daarvoor onvoldoende. Daardoor ontbreekt civielrechtelijke aansprakelijkheid en kan de schadevergoedingsmaatregel niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest op dit punt en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen dubbele betaling: Hoge Raad over alternatieve vergoedingsplicht

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:77

De verdachte is veroordeeld voor oplichting en witwassen en moet ruim 3,1 miljoen euro aan schade vergoeden. Het hof vergat te vermelden dat de civiele schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel alternatief zijn. De Hoge Raad herstelt dit en voorkomt zo dat de verdachte dubbel zou moeten betalen. Ook stelde het hof hoofdelijkheid vast, maar vergat dit expliciet in het dictum te vermelden. De Hoge Raad ziet dit als een kennelijke misslag en leest hoofdelijkheid alsnog in het arrest. De straf wordt met één maand verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voormalig Statenlid van Sint Maarten voor omkoping blijft in stand

Hoge Raad 27 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:46

De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van een voormalig Statenlid van Sint Maarten wegens passieve omkoping en belangenverstrengeling. De verdachte ontving als indirect aandeelhouder financieel voordeel uit een contract tussen een overheidsorgaan en een bedrijf waarin hij belang had. Hij verzweeg dit belang en ontving dividend via een constructie die zijn betrokkenheid moest verhullen. Het hof oordeelde dat hij als parlementariër toezicht had op het beleidsterrein van het contract. De Hoge Raad acht dit oordeel juridisch juist en voldoende gemotiveerd. Ook het financieel belang volstaat voor ‘deelneming’ aan de aanneming in de zin van de wet.

Read More
Print Friendly and PDF ^