Zwaar lichamelijk letsel? HR benadrukt belang van concrete medische informatie in strafdossier
/Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:66
Verdachte is veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad, waarbij het slachtoffer meervoudige botbreuken en een ontwrichting opliep. Het hof kwalificeert deze verwondingen als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 302 lid 1 jo. 303 lid 1 Sr. In cassatie wordt geklaagd dat onvoldoende is vastgesteld of sprake is van ernstig letsel gelet op medische behandeling en herstel. De Hoge Raad verduidelijkt de criteria voor zwaar lichamelijk letsel: aard van het letsel, noodzaak van medisch ingrijpen en uitzicht op herstel. In dit geval acht de Hoge Raad het oordeel van het hof, mede gelet op de ernst en veelheid van het letsel, niet onbegrijpelijk. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Achtergrond
De verdachte, een man geboren in 1982, is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad. De feiten vonden plaats op 6 mei 2016 in een bosrijke omgeving, waar het slachtoffer door de verdachte en zijn mededaders met een auto naartoe werd gebracht. Daar werd het slachtoffer meermalen met aanzienlijke kracht tegen het hoofd, het gezicht en andere lichaamsdelen geschopt, getrapt, gestompt en geslagen.
Als gevolg van dit geweld heeft het slachtoffer meerdere ernstige verwondingen opgelopen. Deze omvatten onder meer:
breuken op twee plaatsen van de rechter kaakholte,
een breuk van de oogkasbodem,
een breuk van de rechterneusbijholte,
een breuk van het rechterjukbeen,
een dwarse breuk van het linkerkuitbeen ter hoogte van de knie,
en een ontwrichting ter hoogte van het sleutelbeen.
Het slachtoffer is dezelfde dag behandeld op de spoedeisende hulp door een chirurg. Medisch onderzoek, waaronder CT-scans en röntgenfoto’s, bevestigde de aard en ernst van de verwondingen. Forensisch onderzoek wees op meerdere botsende geweldinwerkingen op het gelaat en het linkerbeen.
Het hof heeft geoordeeld dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 302 lid 1 juncto artikel 303 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht. De opgelegde straf is in de bestreden uitspraak niet nader vermeld.
Middel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de vastgestelde verwondingen gekwalificeerd kunnen worden als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 302 lid 1 juncto 303 lid 1 Sr. Volgens de verdediging is het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd, nu het geen expliciete overweging bevat omtrent de noodzaak en aard van medisch ingrijpen, noch over het uitzicht op (volledig) herstel van het slachtoffer.
Daarnaast bepleit de verdediging dat het hof in zijn kwalificatie van het letsel is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting over het begrip ‘zwaar lichamelijk letsel’, of in elk geval tot een onbegrijpelijk oordeel is gekomen.
Beoordeling Hoge Raad
De Hoge Raad stelt voorop dat het Wetboek van Strafrecht geen alomvattende definitie bevat van het begrip ‘zwaar lichamelijk letsel’. Wel bevat artikel 82 Sr enkele expliciete gevallen waarin dit begrip van toepassing is, zoals blijvende arbeidsongeschiktheid, verlies van een vrucht of een langdurige verstandelijke storing. Deze opsomming is echter niet limitatief. De rechter heeft beoordelingsvrijheid om ook andere letsels als zwaar lichamelijk aan te merken, mits deze voldoende ingrijpend zijn.
De Hoge Raad wijst in zijn overwegingen op drie centrale gezichtspunten bij de beoordeling of sprake is van zwaar lichamelijk letsel:
de aard van het letsel,
de noodzaak en aard van medisch ingrijpen,
het uitzicht op (volledig) herstel.
De beoordeling kan tevens betrekking hebben op het samenstel van verwondingen, in het bijzonder wanneer sprake is van meervoudig letsel. In evidente gevallen mogen algemene ervaringsregels worden toegepast zonder dat nadere medische documentatie vereist is. Niettemin is het openbaar ministerie in beginsel verantwoordelijk voor het aanleveren van medische stukken die deze gezichtspunten concreet onderbouwen. Bij het ontbreken van dergelijke gegevens kan de rechter de behandeling van de zaak aanhouden om de ontbrekende informatie alsnog te verkrijgen.
In deze zaak heeft het hof vastgesteld dat het slachtoffer meerdere botbreuken heeft opgelopen in het aangezicht en in het been, alsmede een ontwrichting van het sleutelbeen. Het hof heeft daarnaast vastgesteld dat medische behandeling op de spoedeisende hulp noodzakelijk was. Op basis van deze bevindingen heeft het hof geoordeeld dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel, zonder afzonderlijke vaststellingen omtrent de aard van medisch ingrijpen of het herstelproces.
De Hoge Raad overweegt dat het oordeel van het hof, gelet op de aard, de combinatie en de veelheid van het letsel, niet getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Gezien de ernst van het letsel en de behandeling op de spoedeisende hulp, is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk. De Hoge Raad merkt op dat bij dergelijke ernstige en meervoudige botbreuken, vooral in het aangezicht, in algemene zin mag worden aangenomen dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel, ook als specifieke gegevens over medisch ingrijpen of herstel ontbreken.
De klacht dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd faalt dan ook. De overige klachten in het cassatiemiddel, die door de verdediging zijn aangevoerd, behoeven geen afzonderlijke bespreking. De Hoge Raad oordeelt dat zij geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht en verwerpt het beroep op grond van artikel 81 lid 1 Wet RO.
Conclusie
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat bij een samenstel van ernstige botbreuken, ook zonder nadere gegevens over medisch ingrijpen of herstel, sprake kan zijn van zwaar lichamelijk letsel. De zaak levert daarmee een belangrijke verduidelijking op van het juridisch kader rond de toepassing van artikel 302 lid 1 en artikel 303 lid 1 Sr in geval van meervoudig ernstig letsel.
Lees hier de volledige uitspraak.
