Tenaamstelling verhult werkelijke eigenaar: schuldwitwassen door inschrijving auto op naam zoon

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:79

Verdachte wordt veroordeeld voor schuldwitwassen omdat hij een Audi A4 op zijn naam liet zetten om te verhullen dat zijn failliete vader de werkelijke eigenaar was. Het hof acht niet bewezen dat verdachte de auto feitelijk heeft verworven of voorhanden heeft gehad, maar wel dat hij door de tenaamstelling de rechthebbende heeft verhuld. Die laatste gedraging volstaat voor een bewezenverklaring van schuldwitwassen op grond van artikel 420quater lid 1 onder b Sr. De motiveringsklacht over het bezit van de auto leidt daarom niet tot cassatie. De redelijke termijn is overschreden, maar daar wordt geen rechtsgevolg aan verbonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwassen en schadevergoeding: Hoge Raad verduidelijkt grenzen bij vordering van benadeelde partij

Hoge Raad 13 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:38

Verdachte wordt veroordeeld voor schuldwitwassen van € 79.443,75, afkomstig uit oplichting via identiteitsmisbruik. De benadeelde partij krijgt volledige schadevergoeding toegewezen, inclusief wettelijke rente. Het hof oordeelt terecht dat de schade een rechtstreeks gevolg is van het witwassen en dat de benadeelde partij zelf mag kiezen wie zij aanspreekt. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Verzoek om vergoeding van proceskosten in cassatie wordt afgewezen vanwege het ontbreken van wettelijke grondslag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zwaar lichamelijk letsel? HR benadrukt belang van concrete medische informatie in strafdossier

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:66

Verdachte is veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad, waarbij het slachtoffer meervoudige botbreuken en een ontwrichting opliep. Het hof kwalificeert deze verwondingen als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 302 lid 1 jo. 303 lid 1 Sr. In cassatie wordt geklaagd dat onvoldoende is vastgesteld of sprake is van ernstig letsel gelet op medische behandeling en herstel. De Hoge Raad verduidelijkt de criteria voor zwaar lichamelijk letsel: aard van het letsel, noodzaak van medisch ingrijpen en uitzicht op herstel. In dit geval acht de Hoge Raad het oordeel van het hof, mede gelet op de ernst en veelheid van het letsel, niet onbegrijpelijk. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Motivering schadevergoedingsmaatregel ook vereist zonder formele vordering benadeelde partij

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:73

In deze zaak is de verdachte veroordeeld voor verkrachting van een zestienjarig meisje na het heimelijk toedienen van GHB. Het hof legde naast de gevangenisstraf een schadevergoedingsmaatregel op van 5.000 euro wegens immateriële schade. De benadeelde partij had echter geen formele vordering tot immateriële schadevergoeding ingediend. De Hoge Raad oordeelt dat ook zonder formele vordering zo’n maatregel mogelijk is, mits de aansprakelijkheid civielrechtelijk voldoende is onderbouwd. De rechter moet dan wel motiveren waarom de schadevergoeding gerechtvaardigd is. De cassatieklachten worden verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kunnen door beleggers ingelegde gelden als rechtstreekse schade worden aangemerkt?

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:78

De verdachte wordt veroordeeld voor het witwassen van haar salaris, dat afkomstig is uit oplichting door ondernemingen waarvoor zij werkte. Het gerechtshof achtte haar mede aansprakelijk voor de schade van drie beleggers en kende ruim €59.000 aan vorderingen toe. De Hoge Raad oordeelt echter dat niet is vastgesteld dat het door haar witgewassen bedrag samenhangt met de ingelegde gelden van deze beleggers. De enkele bekendheid met de herkomst van het geld en haar werkzaamheden voor de bedrijven is daarvoor onvoldoende. Daardoor ontbreekt civielrechtelijke aansprakelijkheid en kan de schadevergoedingsmaatregel niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest op dit punt en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen dubbele betaling: Hoge Raad over alternatieve vergoedingsplicht

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:77

De verdachte is veroordeeld voor oplichting en witwassen en moet ruim 3,1 miljoen euro aan schade vergoeden. Het hof vergat te vermelden dat de civiele schadevergoeding en de schadevergoedingsmaatregel alternatief zijn. De Hoge Raad herstelt dit en voorkomt zo dat de verdachte dubbel zou moeten betalen. Ook stelde het hof hoofdelijkheid vast, maar vergat dit expliciet in het dictum te vermelden. De Hoge Raad ziet dit als een kennelijke misslag en leest hoofdelijkheid alsnog in het arrest. De straf wordt met één maand verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voormalig Statenlid van Sint Maarten voor omkoping blijft in stand

Hoge Raad 27 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:46

De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van een voormalig Statenlid van Sint Maarten wegens passieve omkoping en belangenverstrengeling. De verdachte ontving als indirect aandeelhouder financieel voordeel uit een contract tussen een overheidsorgaan en een bedrijf waarin hij belang had. Hij verzweeg dit belang en ontving dividend via een constructie die zijn betrokkenheid moest verhullen. Het hof oordeelde dat hij als parlementariër toezicht had op het beleidsterrein van het contract. De Hoge Raad acht dit oordeel juridisch juist en voldoende gemotiveerd. Ook het financieel belang volstaat voor ‘deelneming’ aan de aanneming in de zin van de wet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bewuste aanvaarding van crimineel salaris leidt tot onherroepelijke veroordeling voor witwassen

Hoge Raad 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:76

De verdachte ontving tussen december 2016 en maart 2017 salaris dat afkomstig was uit beleggingsfraude. Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt hem op 5 december 2023 voor witwassen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand (proeftijd twee jaar) en een taakstraf van 72 uur, subsidiair 36 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Daarnaast legt het hof schadevergoedingsmaatregelen op aan de verdachte ten gunste van de benadeelde partijen. In cassatie klaagt de verdachte over de bewijsvoering, maar de Hoge Raad verwerpt het middel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cassatie leidt tot herkansing voor buitenlandse vennootschap: verkeerde wettelijke grondslag bij beslagklacht

Hoge Raad 6 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:35

Een Bulgaarse vennootschap diende een klaagschrift ex art. 552a Sv in over een woning die onder een derde in beslag was genomen en later verbeurd verklaard. Het hof wees het klaagschrift ongegrond, maar de verbeurdverklaring werd pas in cassatie onherroepelijk. De Hoge Raad oordeelt dat het klaagschrift daardoor had moeten worden behandeld als een klacht ex art. 552b Sv. Het hof had moeten toetsen of het daartoe bevoegd was en zo niet, de stukken moeten doorzenden. Omdat dit niet is gebeurd, vernietigt de Hoge Raad de beschikking. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad laat veroordeling De Mos wegens schending geheimhoudingsplicht blijft in standin stand

Hoge Raad 13 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:32

Op 13 januari 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in de strafzaak tegen voormalig wethouder van Den Haag Richard de Mos. De uitspraak maakt een einde aan een langlopend traject dat begon met een integrale vrijspraak door de rechtbank, gevolgd door een (kleine) veroordeling in hoger beroep, namelijk enkel voor schending van zijn geheimhoudingsplicht en uiteindelijk nu de bevestiging van die veroordeling in cassatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^