Onderzoek Braddon: rechtbank legt 7 groepsvennootschappen geldboetes op en veroordeelt feitelijk leidinggever wegens niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt op 7 mei 2026 in acht samenhangende vonnissen (ECLI:NL:RBOBR:2026:2869 tot en met 2876) zeven groepsvennootschappen tot geldboetes van in totaal € 1.323.000 wegens het opzettelijk niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting over 2020 en 2021. De feitelijk leidinggever krijgt een gevangenisstraf opgelegd van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het gezamenlijk geschatte fiscale nadeel binnen de groep bedraagt ruim € 2,8 miljoen, voortkomend uit het FIOD-onderzoek Braddon. De rechtbank verwerpt de verweren over de ontvangst van aanmaningen en het strekkingsvereiste, en neemt voorwaardelijk opzet aan wegens het structureel ontbreken van een deugdelijke administratie. Partiële vrijspraak volgt van het onderdeel niet doen van aangiften, nu deze alsnog op 28 juni 2024 zijn ingediend, en van het ten laste gelegde medeplegen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

FIOD bij Europol: Dutch Desk, A.S.S.E.T. en de gedetacheerde nationale expert

De FIOD beschrijft internationale samenwerking, in het bijzonder met Europol, als een centraal onderdeel van haar werkwijze in 2025. Tijdens de eerste editie van project A.S.S.E.T. in januari 2025 werkten 80 experts van 43 opsporingsdiensten uit 28 landen enkele dagen samen, met €44 miljoen aan geïdentificeerd crimineel vermogen en €200.000 aan bevroren cryptovaluta als resultaat. Sinds 2025 is een FIOD-specialist gedetacheerd bij Europol voor crypto-tracing en blockchainanalyse binnen het EFEEC. De Dutch Desk vormt het multidisciplinaire knooppunt voor Nederlandse opsporingsdiensten bij Europol. In 2025 handelde de FIOD 251 rechtshulpverzoeken van buitenlandse opsporingsdiensten af, mede binnen de juridische kaders van internationaal afgesproken handling codes.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek Partita: oliemengsels uit Le Havre kwalificeren als afvalstoffen, kennisgevingsprocedure EVOA ten onrechte achterwege gelaten

Rechtbank Rotterdam 23 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5457 en ECLI:NL:RBROT:2026:5454

De rechtbank veroordeelt op 23 april 2026 een Franse en een Nederlandse rechtspersoon voor het in vereniging meermalen overbrengen van afvalstoffen van Frankrijk naar Nederland zonder de vereiste kennisgeving op grond van de EVOA. Centraal staat de vraag of een mengsel van geraffineerde petroleumproducten kwalificeert als afvalstof of als product. De rechtbank oordeelt dat het mengsel een afvalstof is omdat de Franse opslagonderneming feitelijk geen bestemming had voor het mengsel en zich contractueel had verplicht zich daarvan te ontdoen. Het verweer dat de significante economische waarde en het voorgenomen hergebruik afbreuk doen aan de afvalstatus wordt verworpen, mede onder verwijzing naar het Shell-arrest en het Tronex-arrest. De Franse rechtspersoon krijgt een geldboete van € 200.000 opgelegd waarvan € 50.000 voorwaardelijk, mede gelet op de forse schending van de redelijke termijn. De Nederlandse rechtspersoon wordt slechts voor twee van de twaalf transporten verantwoordelijk gehouden en krijgt een geldboete van € 50.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Reactie Openbaar Ministerie op rapport procureur-generaal Hoge Raad

Het College van Procureurs-generaal is de PG bij de Hoge Raad (PGHR) zeer erkentelijk voor zijn rapport “Wordt vervolgd: Buiten de rechter OM, geïntensiveerd”. Het College stelt vast dat het rapport verbeteringen signaleert als het gaat om het opleggen van strafbeschikkingen door het Openbaar Ministerie. Een duidelijke verbetering ten opzichte van de uitkomst van eerdere onderzoeken is dat het OM in alle gevallen waarin dat kon worden nagegaan tot een schuldvaststelling heeft kunnen komen. De gesignaleerde verbeteringen doen recht aan de inspanningen van OM-medewerkers op dit gebied. Zo zijn er aanpassingen gedaan aan de ICT, standaard formats ontwikkeld voor o.a. het vastleggen van OM-hoorgesprekken, en is er een e-learning voor medewerkers opgezet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM eist straf tegen Statenlid dat klimaatdemonstrant aanreed

Op 28 mei stond een 73-jarige man uit Zandvoort terecht op verdenking van poging tot zware mishandeling, het verstoren van een betoging, het verlaten van een plaats ongeval en gevaarlijk rijgedrag. Het Openbaar Ministerie Noord-Holland (OM) vindt bewezen dat hij op 3 maart 2025 in Haarlem een klimaatdemonstratie heeft verstoord, door met zijn auto één van de demonstranten aan te rijden, waarna hij is doorgereden. De officier van justitie eiste een werkstraf van 180 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van een jaar, en een geldboete van 500 euro.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Twaalf jaren verstreken: Hoge Raad verklaart OM niet-ontvankelijk voor drie verduisteringen

Hoge Raad 19 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:772

De Hoge Raad bevestigt dat verduistering in de zin van artikel 321 Sr na twaalf jaren absoluut verjaart op grond van artikel 70 lid 1 onder 2° Sr juncto artikel 72 lid 2 Sr. Voor drie tenlastegelegde verduisteringen uit 2010 en 2011 vangt de verjaringstermijn aan op 17 november 2011, de dag na het laatste bewezenverklaarde feit, omdat aanknopingspunten voor een voortdurend delict ontbreken. De absolute termijn verstrijkt daarmee op 16 november 2023, ruim vóór het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 29 januari 2025. De Hoge Raad verklaart het openbaar ministerie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging van die drie feiten en wijst de zaak terug voor een nieuwe strafoplegging voor het resterende feit uit 2015. Het arrest onderstreept dat bij het ontbreken van indicaties voor voortduring de aanvang van de verjaring strikt op grond van artikel 71 Sr wordt bepaald.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof veroordeelt corrupte gemeenteambtenaar in onderzoek Pos

Gerechtshof Amsterdam 7 mei 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1273 en ECLI:NL:GHAMS:2026:1274 (ontnemingszaak)

Het gerechtshof doet uitspraak in zowel de straf- als de ontnemingszaak tegen een toezichthouder bij de gemeente Amsterdam die zich gedurende ruim vijf jaar schuldig heeft gemaakt aan passieve ambtelijke omkoping. De verdachte heeft van diverse aannemers giften ter waarde van bijna € 69.000 aangenomen en wordt daarnaast veroordeeld voor het bezit van bijna 460 gram MDMA. Het hof bevestigt een gevangenisstraf van vijf maanden, na matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn. In de ontnemingszaak oordeelt het hof dat geen rechtsregel zich ertegen verzet de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel te baseren op zowel het tweede als het derde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 143.397,80, opgebouwd uit bewezenverklaarde giften, voordeel uit andere strafbare feiten en een kasopstelling. De betalingsverplichting wordt na matiging vastgesteld op € 138.397.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Adviseur veroordeeld voor medeplegen witwassen van € 1,6 miljoen via schijnconstructies in Panama, Dubai en Londen

Gerechtshof Den Haag 17 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:406

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een financieel, juridisch en fiscaal adviseur tot drie jaren gevangenisstraf voor het medeplegen van witwassen van ruim € 1,6 miljoen en een BMW X6. De verdachte vervulde een centrale rol bij het opzetten van schijnconstructies via vennootschappen in Panama, Dubai en het Verenigd Koninkrijk om gelden van een veroordeelde cocaïne-importeur in het Nederlandse betalingsverkeer te brengen. Het hof acht het witwasvermoeden gerechtvaardigd op grond van ongebruikelijke geldstromen, valse contracten en fictieve loonconstructies via een uitzendbureau. De door de verdachte geboden verklaring over een legale herkomst van het vermogen voldoet niet aan het criterium van concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Hoewel het hof in beginsel een gevangenisstraf van vier jaren passend acht, vermindert het deze straf met één jaar vanwege overschrijding van de redelijke termijn met ruim 5,5 jaren in hoger beroep. De uitspraak biedt inzicht in de strafrechtelijke aansprakelijkheid van financiële dienstverleners die schijnconstructies opzetten ten behoeve van criminele cliënten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht in een digitaliserende opsporing

Het FIOD-jaarverslag 2025 wijdt een hoofdstuk aan rechtmatig werken, met specifieke aandacht voor het verschoningsrecht. De verantwoordelijkheid voor de beoordeling van verschoningsgerechtigde informatie ligt sinds recente jurisprudentie bij de rechter-commissaris, met technische ondersteuning door de FIOD. De dienst verwerkt dagelijks grote hoeveelheden digitale data, waarbij vertrouwelijke communicatie vooraf moet worden uitgefilterd. In de stuurgroep verschoningsrecht werken FIOD, OM, Rechtspraak, politie en de Nederlandse Orde van Advocaten samen aan oplossingen. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering (beoogde inwerkingtreding 1 april 2029) en de AI Act vormen het juridische kader voor de komende jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valsheid in geschrift bij transport van runderbloed naar co-vergistingsinstallatie: voorwaardelijk opzet ondanks ingewonnen advies van adviesbureau

Rechtbank Oost-Brabant 12 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3113 (natuurlijke persoon) en ECLI:NL:RBOBR:2026:3114 (rechtspersoon)

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een transportbedrijf en zijn bestuurder voor het medeplegen van valsheid in geschrift bij het vervoer van runderbloed vanuit Duitsland naar een co-vergistingsinstallatie in Esbeek. Op CMR-vrachtbrieven, handelsdocumenten en facturen is een andere lading omschreven dan daadwerkelijk werd vervoerd, terwijl bloed niet op de positieve lijst voor co-vergisting staat. De rechtbank verwerpt het verweer dat verdachten geen voorwaardelijk opzet hadden, ondanks het ingewonnen advies van een adviesbureau. Het inwinnen van advies vrijwaart een internationaal vervoerder niet van zijn verplichting om de administratie naar waarheid te voeren. De rechtbank legt aanzienlijk lagere straffen op dan de officier van justitie eist, mede vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee jaar en drie maanden. De bestuurder krijgt een taakstraf van 70 uren en de vennootschap een geldboete van € 20.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^