Procesafspraken in hoger beroep: Gemeenschappelijk Hof bevestigt veroordeling voor belastingfraude en witwassen en verlaagt straf wegens overschrijding van de redelijke termijn

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:119

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeelt op 6 maart 2026 een verdachte wegens belastingfraude en witwassen en neemt daarbij de in hoger beroep gemaakte procesafspraken over. De verdachte geeft samen met een ander feitelijk leiding aan het indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting en aan het niet of niet tijdig doen van andere belastingaangiften, waardoor Sint Maarten ruim ANG 700.000 aan belastinginkomsten misloopt. Daarnaast wordt het witwassen van twee voertuigen met een gezamenlijke waarde van USD 119.000 bewezen verklaard. Het Hof toetst de procesafspraken aan de ernst van de zaak en aan de in artikel 392 en 394 Sv genoemde vraagpunten en acht het afdoeningsvoorstel proportioneel. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep verlaagt het Hof de gevangenisstraf met één maand tot 21 maanden onvoorwaardelijk. Het Hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Zeeland-West-Brabant volgt in vier tussenvonnissen procesafspraken niet vanwege onvoldoende verhouding tot ernst feiten en rol verdachten

Op 28 april 2026 wees de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vier samenhangende tussenvonnissen (ECLI:NL:RBZWB:2026:3630, 3634, 3639 en 3640) waarin zij de procesafspraken tussen OM en verdediging in een Tilburgse drugszaak niet volgt. De afspraken voorzagen in gevangenisstraffen van tien tot twaalf maanden voor verdachten met een coördinerende rol binnen een professioneel georganiseerd harddrugsnetwerk waarbinnen ruim zeven kilo cocaïne, amfetamine en MDMA werd aangetroffen. De rechtbank acht de procedurele totstandkoming conform de waarborgen van artikel 6 EVRM en het kader van HR 27 september 2022, maar oordeelt inhoudelijk dat de voorgestelde straffen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de feiten. Doorslaggevend zijn de LOVS-oriëntatiepunten (42 maanden in georganiseerd verband) en een vergelijkbare uitspraak van 22 augustus 2025, waarin voor een coördinerende rol 40 maanden werd opgelegd. Het onderzoek ter terechtzitting wordt heropend en de zaken worden binnen drie maanden hervat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Resultaten vervolgonderzoek over de OM-strafbeschikking aangeboden

Het rapport is het resultaat van een vervolgonderzoek op het in 2022 door de PG uitgebrachte rapport ‘Buiten de rechter OM’. In dat rapport was geconstateerd dat het OM bij de uitoefening van zijn taak ten aanzien van de OM-strafbeschikking de wettelijke voorschriften op verschillende punten niet naar behoren naleefde. In het nieuwe rapport wordt geconstateerd dat sinds de aanbieding van ‘Buiten de rechter OM’ een belangrijk deel van de door het Openbaar Ministerie (OM) voorgenomen verbeteringsmaatregelen nog niet is uitgevoerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkverklaring Openbaar Ministerie in omkopingszaak Jamaicaanse minister: rechtbank Rotterdam volgt procesafspraken na zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn

Rechtbank Rotterdam 14 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5164

De rechtbank Rotterdam verklaart op 14 april 2026 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van een rechtspersoon die wordt verweten in 2006 een Jamaicaanse minister te hebben omgekocht via geldbedragen van in totaal circa € 389.377,47 aan CCOC Association. De rechtbank volgt het afdoeningsvoorstel dat de officier van justitie en de verdediging gezamenlijk hebben opgesteld en dat strekt tot beëindiging van de zaak zonder inhoudelijke beoordeling. De procesafspraken zijn ingegeven door de zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn, de twijfel of een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM nog haalbaar is en de inschatting dat niet alle getuigen meer kunnen worden gehoord. Ook wordt de maatschappelijke opportuniteit van verdere vervolging na het aanzienlijke tijdsverloop ter discussie gesteld. De rechtbank toetst het afdoeningsvoorstel aan het kader van HR 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252 en concludeert dat aan de eisen van een eerlijk proces is voldaan bij de totstandkoming ervan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Eerste aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering ingediend bij Tweede Kamer

Op 24 maart 2026 is de Eerste aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel bevat twaalf onderwerpen, waaronder de wettelijke regeling van procesafspraken, de voorwaardelijke strafbeschikking, de rechterlijke toets bij hoge transacties en ontnemingsschikkingen, en de codificatie van EU-rechtspraak over gegevensverwerking. De regeling van procesafspraken gaat op wezenlijke punten verder dan het kader van de Hoge Raad: een toelatingstoets met zes criteria, een strafkortingsmaximum van een derde, en een wettelijke uitsluiting van hoger beroep na conforme beslissing. Het bewijscriterium bij de strafbeschikking wordt aangescherpt tot "buiten redelijke twijfel" en de officier krijgt de mogelijkheid om voorwaardelijke straffen op te leggen. Ten opzichte van de consultatieversie van mei 2024 zijn op vrijwel alle onderdelen wijzigingen aangebracht naar aanleiding van de adviezen van de ketenpartners.

Read More
Print Friendly and PDF ^