Nieuw Wetboek van Strafvordering: nota's ingediend over procesafspraken, rechterlijke toetsing van hoge transacties en wederrechtelijk verkregen voordeel

Op 22 september 2026 zijn de nota naar aanleiding van het verslag en een nota van wijziging bij de eerste aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering ingediend bij de Tweede Kamer. In de nota beantwoordt de regering 202 vragen over onder meer procesafspraken, buitengerechtelijke afdoening en gegevensverwerking. De nota van wijziging brengt de drempelwaarde voor rechterlijke toetsing van hoge transacties op € 200.000, ongeacht de samenstelling van het bedrag. Ook wordt vastgelegd dat aanvaarding van een hoge transactie geen zelfstandige grond mag zijn voor een lager ontnemingsbedrag dan het geschatte voordeel. Daarnaast bevat de nota van wijziging technische aanpassingen rond procesafspraken, het verstrekken van gegevens en het houdverbod uit de Wet dieren. De regering meldt verder dat wordt onderzocht of de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 april 2029 haalbaar is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vijf veroordelingen in onderzoek 03Kaan voor handel in professioneel vuurwerk vanuit Duitse opslaglocaties, waaronder een afdoening van 40 maanden gevangenisstraf via procesafspraken

Rechtbank Amsterdam 14 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9178, ECLI:NL:RBAMS:2026:9180, ECLI:NL:RBAMS:2026:9182, ECLI:NL:RBAMS:2026:9187 en ECLI:NL:RBAMS:2026:9189

De rechtbank Amsterdam veroordeelt in het onderzoek 03Kaan vijf verdachten voor deelname aan een criminele organisatie die van 2020 tot medio 2022 grootschalig professioneel vuurwerk inkocht, opsloeg in Duitse bunkers en loodsen en aan Nederlandse particulieren leverde. Drie verdachten worden als leider aangemerkt, twee als deelnemer. Daarnaast bewijst de rechtbank per verdachte het medeplegen van het voorhanden hebben en opslaan van professioneel vuurwerk op opslaglocaties in Wietmarschen, Dülmen, Hamminkeln en Kevelaer. Eén verdachte wordt ook veroordeeld voor het verkopen van zelf vervaardigde cobras 6 waarvan het schadelijke karakter is verzwegen. In één zaak volgt de rechtbank het afdoeningsvoorstel uit procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging. De gevangenisstraffen lopen uiteen van twaalf tot 42 maanden, telkens met aftrek van voorarrest en met verdiscontering van een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer twee jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bevestiging na procesafspraken van een veroordeling voor gewoontewitwassen via ondergronds bankieren en deelneming aan een criminele organisatie

Gerechtshof Amsterdam 3 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2529

Het gerechtshof Amsterdam bevestigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2022 in onderzoek Manvel, met uitzondering van de strafoplegging en de beslissingen over het beslag. Het Openbaar Ministerie en de verdachte hebben in juni 2026 procesafspraken gemaakt. De verdachte trekt zijn onderzoekswensen in en betwist de bewezenverklaring niet. Het Openbaar Ministerie vordert daartegenover een gevangenisstraf van 56 maanden, een korting van 15 procent ten opzichte van het vonnis. Het hof toetst de afspraken aan de artikelen 348 en 350 Sv en aan de redelijke verhouding tot de ernst van de zaak. Het hof neemt de afspraken over en legt 56 maanden gevangenisstraf op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwassen van motorschepen via een buitenlandse vennootschap in Mega Ridderkerk: veroordeling via procesafspraken, en veroordeling en gedeeltelijke vrijspraak van de medeverdachte en zijn vennootschap

Rechtbank Rotterdam 14 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10424, ECLI:NL:RBROT:2026:10426 en ECLI:NL:RBROT:2026:10423

De rechtbank Rotterdam deed in het onderzoek Mega Ridderkerk drie samenhangende uitspraken over het witwassen van geld en motorschepen. De verdachte in de eerste zaak wordt via procesafspraken veroordeeld voor het medeplegen van witwassen en het feitelijk leidinggeven aan witwassen door een commanditaire vennootschap. Een medeverdachte, tevens uiteindelijk belanghebbende van een in een belastingparadijs gevestigde vennootschap, en die vennootschap zelf worden voor één zaaksdossier veroordeeld en voor het andere vrijgesproken. Die vrijspraak volgt omdat het Openbaar Ministerie de concrete en verifieerbare verklaring over de herkomst van het geld niet heeft onderzocht, zodat een legale herkomst niet is uit te sluiten. De rechtbank legt de eerste verdachte een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf op en verklaart een motorschip verbeurd. De medeverdachte krijgt vijf maanden gevangenisstraf en de vennootschap een geldboete van € 50.000, beide lager dan geëist wegens de overschrijding van de redelijke termijn en de doorwerking van artikel 63 Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor medeplegen van faillissementsfraude na procesafspraken: feitelijk leidinggever onttrekt goederen en geldbedragen aan de boedel van twee failliete vennootschappen

Rechtbank Oost-Brabant 4 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4443

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een bestuurder voor het medeplegen van faillissementsfraude, waaraan hij als feitelijk leidinggever uitvoering heeft gegeven. De zaak wordt afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, die de rechtbank toetst aan het kader van de Hoge Raad van 27 september 2022. De verdachte heeft als bestuurder van twee in 2017 failliet verklaarde vennootschappen goederen en geldbedragen aan de boedel onttrokken, waardoor schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld. Het gaat onder meer om de overdracht van personeel en klantenbestand zonder vergoeding en om overboekingen van honderdduizenden euro's tussen G-rekeningen. De rechtbank weegt mee dat sprake is van oude feiten en van een overschrijding van de redelijke termijn van bijna vier jaren. In overeenstemming met het afdoeningsvoorstel legt de rechtbank een taakstraf van 300 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden met een proeftijd van drie jaren op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken in hoger beroep: Gemeenschappelijk Hof bevestigt veroordeling voor belastingfraude en witwassen en verlaagt straf wegens overschrijding van de redelijke termijn

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:119

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeelt op 6 maart 2026 een verdachte wegens belastingfraude en witwassen en neemt daarbij de in hoger beroep gemaakte procesafspraken over. De verdachte geeft samen met een ander feitelijk leiding aan het indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting en aan het niet of niet tijdig doen van andere belastingaangiften, waardoor Sint Maarten ruim ANG 700.000 aan belastinginkomsten misloopt. Daarnaast wordt het witwassen van twee voertuigen met een gezamenlijke waarde van USD 119.000 bewezen verklaard. Het Hof toetst de procesafspraken aan de ernst van de zaak en aan de in artikel 392 en 394 Sv genoemde vraagpunten en acht het afdoeningsvoorstel proportioneel. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep verlaagt het Hof de gevangenisstraf met één maand tot 21 maanden onvoorwaardelijk. Het Hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Zeeland-West-Brabant volgt in vier tussenvonnissen procesafspraken niet vanwege onvoldoende verhouding tot ernst feiten en rol verdachten

Op 28 april 2026 wees de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vier samenhangende tussenvonnissen (ECLI:NL:RBZWB:2026:3630, 3634, 3639 en 3640) waarin zij de procesafspraken tussen OM en verdediging in een Tilburgse drugszaak niet volgt. De afspraken voorzagen in gevangenisstraffen van tien tot twaalf maanden voor verdachten met een coördinerende rol binnen een professioneel georganiseerd harddrugsnetwerk waarbinnen ruim zeven kilo cocaïne, amfetamine en MDMA werd aangetroffen. De rechtbank acht de procedurele totstandkoming conform de waarborgen van artikel 6 EVRM en het kader van HR 27 september 2022, maar oordeelt inhoudelijk dat de voorgestelde straffen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de feiten. Doorslaggevend zijn de LOVS-oriëntatiepunten (42 maanden in georganiseerd verband) en een vergelijkbare uitspraak van 22 augustus 2025, waarin voor een coördinerende rol 40 maanden werd opgelegd. Het onderzoek ter terechtzitting wordt heropend en de zaken worden binnen drie maanden hervat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Resultaten vervolgonderzoek over de OM-strafbeschikking aangeboden

Het rapport is het resultaat van een vervolgonderzoek op het in 2022 door de PG uitgebrachte rapport ‘Buiten de rechter OM’. In dat rapport was geconstateerd dat het OM bij de uitoefening van zijn taak ten aanzien van de OM-strafbeschikking de wettelijke voorschriften op verschillende punten niet naar behoren naleefde. In het nieuwe rapport wordt geconstateerd dat sinds de aanbieding van ‘Buiten de rechter OM’ een belangrijk deel van de door het Openbaar Ministerie (OM) voorgenomen verbeteringsmaatregelen nog niet is uitgevoerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkverklaring Openbaar Ministerie in omkopingszaak Jamaicaanse minister: rechtbank Rotterdam volgt procesafspraken na zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn

Rechtbank Rotterdam 14 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5164

De rechtbank Rotterdam verklaart op 14 april 2026 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van een rechtspersoon die wordt verweten in 2006 een Jamaicaanse minister te hebben omgekocht via geldbedragen van in totaal circa € 389.377,47 aan CCOC Association. De rechtbank volgt het afdoeningsvoorstel dat de officier van justitie en de verdediging gezamenlijk hebben opgesteld en dat strekt tot beëindiging van de zaak zonder inhoudelijke beoordeling. De procesafspraken zijn ingegeven door de zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn, de twijfel of een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM nog haalbaar is en de inschatting dat niet alle getuigen meer kunnen worden gehoord. Ook wordt de maatschappelijke opportuniteit van verdere vervolging na het aanzienlijke tijdsverloop ter discussie gesteld. De rechtbank toetst het afdoeningsvoorstel aan het kader van HR 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252 en concludeert dat aan de eisen van een eerlijk proces is voldaan bij de totstandkoming ervan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Eerste aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering ingediend bij Tweede Kamer

Op 24 maart 2026 is de Eerste aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel bevat twaalf onderwerpen, waaronder de wettelijke regeling van procesafspraken, de voorwaardelijke strafbeschikking, de rechterlijke toets bij hoge transacties en ontnemingsschikkingen, en de codificatie van EU-rechtspraak over gegevensverwerking. De regeling van procesafspraken gaat op wezenlijke punten verder dan het kader van de Hoge Raad: een toelatingstoets met zes criteria, een strafkortingsmaximum van een derde, en een wettelijke uitsluiting van hoger beroep na conforme beslissing. Het bewijscriterium bij de strafbeschikking wordt aangescherpt tot "buiten redelijke twijfel" en de officier krijgt de mogelijkheid om voorwaardelijke straffen op te leggen. Ten opzichte van de consultatieversie van mei 2024 zijn op vrijwel alle onderdelen wijzigingen aangebracht naar aanleiding van de adviezen van de ketenpartners.

Read More
Print Friendly and PDF ^