Verzekeringsfraude met valse huurcontracten en vervalste brandweerbrief: hof komt tot bewezenverklaring oplichting en valsheid in geschrifte, maar matigt straf wegens overschrijding redelijke termijn

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 april 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1060

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt een ondernemer voor verzekeringsfraude door het indienen van valse huurcontracten en een vervalste brandweerbrief bij zijn verzekeraar. De verdachte beweegt daarmee de verzekeraar tot uitkering van € 249.500 wegens beweerdelijk gederfde huurinkomsten. Uit getuigenverklaringen blijkt dat het bedrijf nimmer dergelijke inkomsten behaalt en dat de overgelegde huurcontracten zijn verzonnen. Het hof acht oplichting en het opzettelijk gebruikmaken van valse geschriften bewezen, maar spreekt vrij van medeplegen. Vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn matigt het hof de straf tot zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De vordering van de benadeelde verzekeraar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onevenredige belasting van het strafgeding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek Braddon: rechtbank legt 7 groepsvennootschappen geldboetes op en veroordeelt feitelijk leidinggever wegens niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt op 7 mei 2026 in acht samenhangende vonnissen (ECLI:NL:RBOBR:2026:2869 tot en met 2876) zeven groepsvennootschappen tot geldboetes van in totaal € 1.323.000 wegens het opzettelijk niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting over 2020 en 2021. De feitelijk leidinggever krijgt een gevangenisstraf opgelegd van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het gezamenlijk geschatte fiscale nadeel binnen de groep bedraagt ruim € 2,8 miljoen, voortkomend uit het FIOD-onderzoek Braddon. De rechtbank verwerpt de verweren over de ontvangst van aanmaningen en het strekkingsvereiste, en neemt voorwaardelijk opzet aan wegens het structureel ontbreken van een deugdelijke administratie. Partiële vrijspraak volgt van het onderdeel niet doen van aangiften, nu deze alsnog op 28 juni 2024 zijn ingediend, en van het ten laste gelegde medeplegen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke geldboete van € 10.000 voor melkveehouderij wegens opzettelijke overschrijding fosfaatrecht

Rechtbank Overijssel 13 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2553

De rechtbank Overijssel veroordeelt een melkveehouderij tot een voorwaardelijke geldboete van € 10.000 wegens overschrijding van het fosfaatrecht in 2022 en 2023. Het bedrijf produceert in beide jaren ruim 1.800 kilogram meer fosfaat dan toegestaan op grond van artikel 21b, eerste lid, Meststoffenwet. De rechtbank kwalificeert de overschrijding als opzettelijk begaan en past daarbij het in het economisch strafrecht gehanteerde begrip van kleurloos opzet toe. Het opzet hoeft uitsluitend gericht te zijn op de verweten gedraging en niet op de wederrechtelijkheid daarvan. Bij de strafmaat houdt de rechtbank rekening met persoonlijke en bedrijfsmatige omstandigheden, waaronder het overlijden van een vennoot en de aardbevingsproblematiek in Groningen. De rechtbank wijkt aanzienlijk af van de eis van het Openbaar Ministerie van € 27.000 en legt een lagere voorwaardelijke geldboete op met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Zeeland-West-Brabant volgt in vier tussenvonnissen procesafspraken niet vanwege onvoldoende verhouding tot ernst feiten en rol verdachten

Op 28 april 2026 wees de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vier samenhangende tussenvonnissen (ECLI:NL:RBZWB:2026:3630, 3634, 3639 en 3640) waarin zij de procesafspraken tussen OM en verdediging in een Tilburgse drugszaak niet volgt. De afspraken voorzagen in gevangenisstraffen van tien tot twaalf maanden voor verdachten met een coördinerende rol binnen een professioneel georganiseerd harddrugsnetwerk waarbinnen ruim zeven kilo cocaïne, amfetamine en MDMA werd aangetroffen. De rechtbank acht de procedurele totstandkoming conform de waarborgen van artikel 6 EVRM en het kader van HR 27 september 2022, maar oordeelt inhoudelijk dat de voorgestelde straffen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de feiten. Doorslaggevend zijn de LOVS-oriëntatiepunten (42 maanden in georganiseerd verband) en een vergelijkbare uitspraak van 22 augustus 2025, waarin voor een coördinerende rol 40 maanden werd opgelegd. Het onderzoek ter terechtzitting wordt heropend en de zaken worden binnen drie maanden hervat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

FIOD bij Europol: Dutch Desk, A.S.S.E.T. en de gedetacheerde nationale expert

De FIOD beschrijft internationale samenwerking, in het bijzonder met Europol, als een centraal onderdeel van haar werkwijze in 2025. Tijdens de eerste editie van project A.S.S.E.T. in januari 2025 werkten 80 experts van 43 opsporingsdiensten uit 28 landen enkele dagen samen, met €44 miljoen aan geïdentificeerd crimineel vermogen en €200.000 aan bevroren cryptovaluta als resultaat. Sinds 2025 is een FIOD-specialist gedetacheerd bij Europol voor crypto-tracing en blockchainanalyse binnen het EFEEC. De Dutch Desk vormt het multidisciplinaire knooppunt voor Nederlandse opsporingsdiensten bij Europol. In 2025 handelde de FIOD 251 rechtshulpverzoeken van buitenlandse opsporingsdiensten af, mede binnen de juridische kaders van internationaal afgesproken handling codes.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek Partita: oliemengsels uit Le Havre kwalificeren als afvalstoffen, kennisgevingsprocedure EVOA ten onrechte achterwege gelaten

Rechtbank Rotterdam 23 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5457 en ECLI:NL:RBROT:2026:5454

De rechtbank veroordeelt op 23 april 2026 een Franse en een Nederlandse rechtspersoon voor het in vereniging meermalen overbrengen van afvalstoffen van Frankrijk naar Nederland zonder de vereiste kennisgeving op grond van de EVOA. Centraal staat de vraag of een mengsel van geraffineerde petroleumproducten kwalificeert als afvalstof of als product. De rechtbank oordeelt dat het mengsel een afvalstof is omdat de Franse opslagonderneming feitelijk geen bestemming had voor het mengsel en zich contractueel had verplicht zich daarvan te ontdoen. Het verweer dat de significante economische waarde en het voorgenomen hergebruik afbreuk doen aan de afvalstatus wordt verworpen, mede onder verwijzing naar het Shell-arrest en het Tronex-arrest. De Franse rechtspersoon krijgt een geldboete van € 200.000 opgelegd waarvan € 50.000 voorwaardelijk, mede gelet op de forse schending van de redelijke termijn. De Nederlandse rechtspersoon wordt slechts voor twee van de twaalf transporten verantwoordelijk gehouden en krijgt een geldboete van € 50.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Reactie Openbaar Ministerie op rapport procureur-generaal Hoge Raad

Het College van Procureurs-generaal is de PG bij de Hoge Raad (PGHR) zeer erkentelijk voor zijn rapport “Wordt vervolgd: Buiten de rechter OM, geïntensiveerd”. Het College stelt vast dat het rapport verbeteringen signaleert als het gaat om het opleggen van strafbeschikkingen door het Openbaar Ministerie. Een duidelijke verbetering ten opzichte van de uitkomst van eerdere onderzoeken is dat het OM in alle gevallen waarin dat kon worden nagegaan tot een schuldvaststelling heeft kunnen komen. De gesignaleerde verbeteringen doen recht aan de inspanningen van OM-medewerkers op dit gebied. Zo zijn er aanpassingen gedaan aan de ICT, standaard formats ontwikkeld voor o.a. het vastleggen van OM-hoorgesprekken, en is er een e-learning voor medewerkers opgezet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM eist straf tegen Statenlid dat klimaatdemonstrant aanreed

Op 28 mei stond een 73-jarige man uit Zandvoort terecht op verdenking van poging tot zware mishandeling, het verstoren van een betoging, het verlaten van een plaats ongeval en gevaarlijk rijgedrag. Het Openbaar Ministerie Noord-Holland (OM) vindt bewezen dat hij op 3 maart 2025 in Haarlem een klimaatdemonstratie heeft verstoord, door met zijn auto één van de demonstranten aan te rijden, waarna hij is doorgereden. De officier van justitie eiste een werkstraf van 180 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van een jaar, en een geldboete van 500 euro.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Twaalf jaren verstreken: Hoge Raad verklaart OM niet-ontvankelijk voor drie verduisteringen

Hoge Raad 19 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:772

De Hoge Raad bevestigt dat verduistering in de zin van artikel 321 Sr na twaalf jaren absoluut verjaart op grond van artikel 70 lid 1 onder 2° Sr juncto artikel 72 lid 2 Sr. Voor drie tenlastegelegde verduisteringen uit 2010 en 2011 vangt de verjaringstermijn aan op 17 november 2011, de dag na het laatste bewezenverklaarde feit, omdat aanknopingspunten voor een voortdurend delict ontbreken. De absolute termijn verstrijkt daarmee op 16 november 2023, ruim vóór het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 29 januari 2025. De Hoge Raad verklaart het openbaar ministerie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging van die drie feiten en wijst de zaak terug voor een nieuwe strafoplegging voor het resterende feit uit 2015. Het arrest onderstreept dat bij het ontbreken van indicaties voor voortduring de aanvang van de verjaring strikt op grond van artikel 71 Sr wordt bepaald.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof veroordeelt corrupte gemeenteambtenaar in onderzoek Pos

Gerechtshof Amsterdam 7 mei 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1273 en ECLI:NL:GHAMS:2026:1274 (ontnemingszaak)

Het gerechtshof doet uitspraak in zowel de straf- als de ontnemingszaak tegen een toezichthouder bij de gemeente Amsterdam die zich gedurende ruim vijf jaar schuldig heeft gemaakt aan passieve ambtelijke omkoping. De verdachte heeft van diverse aannemers giften ter waarde van bijna € 69.000 aangenomen en wordt daarnaast veroordeeld voor het bezit van bijna 460 gram MDMA. Het hof bevestigt een gevangenisstraf van vijf maanden, na matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn. In de ontnemingszaak oordeelt het hof dat geen rechtsregel zich ertegen verzet de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel te baseren op zowel het tweede als het derde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 143.397,80, opgebouwd uit bewezenverklaarde giften, voordeel uit andere strafbare feiten en een kasopstelling. De betalingsverplichting wordt na matiging vastgesteld op € 138.397.

Read More
Print Friendly and PDF ^