Hoge Raad verklaart cassatieberoepen niet-ontvankelijk in beklagzaak over beslag op een samenwerkingsovereenkomst

Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1007 en ECLI:NL:HR:2026:1008

De Hoge Raad verklaart in twee samenhangende beschikkingen de cassatieberoepen van een verdachte en zijn bedrijf niet-ontvankelijk in een beklagzaak over de inbeslagneming van een samenwerkingsovereenkomst. Het beslag vindt plaats in het strafrechtelijk onderzoek Charlton naar niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en witwassen rond de bemiddeling in tijdelijke opvanglocaties voor asielzoekers voor het COA. De rechter-commissaris geeft de overeenkomst vrij aan het onderzoeksteam, waarna de rechtbank Amsterdam de klagers niet-ontvankelijk verklaart omdat zij geen verschoningsgerechtigden zijn. Op grond van art. 98 lid 4 Sv staat het beklag tegen de beschikking van de rechter-commissaris uitsluitend open voor de verschoningsgerechtigde zelf. Het advocatenkantoor dat de overeenkomst opstelde heeft geen klaagschrift ingediend en heeft zich niet op zijn verschoningsrecht beroepen, zodat ook het beklag tegen de inbeslagneming niet-ontvankelijk is. De Hoge Raad oordeelt dat het aan de geheimhouder zelf is om zich op zijn verschoningsrecht te beroepen en dat de rechtbank de uitkomst van de tuchtprocedure tegen het kantoor niet hoefde af te wachten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Raadsheer-commissaris acht inbeslagneming van medische gegevens mogelijk maar wijst verstrekking en voeging aan het dossier af

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4208

De raadsheer-commissaris van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beslist over in beslag genomen medische gegevens van een verdachte, verstrekt door de directeur Zorg en Behandeling van een penitentiaire inrichting na een vordering ex artikel 105 Sv. De gegevens zijn afkomstig van geheimhouders aan wie een verschoningsrecht toekomt, terwijl onduidelijk blijft of zij dat recht hebben ingeroepen en of de verstrekking met toestemming van de verdachte is gebeurd. De advocaat-generaal wil de informatie aan het dossier toegevoegd zien met het oog op de toerekeningsvatbaarheid en een mogelijke psychische stoornis ten tijde van het tenlastegelegde. De raadsheer-commissaris acht de inbeslagneming op zichzelf mogelijk en acht zich bevoegd te beslissen over verstrekking. Bij de belangenafweging weegt hij het belang van de verdachte bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en het medisch beroepsgeheim zwaar. Hij wijst het verzoek tot verstrekking en voeging van de medische stukken aan het dossier af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beklag over verschoningsrecht in onderzoek Full Sutton (mondkapjeszaak) ongegrond wegens voortdurend strafvorderlijk belang bij het beslag

De rechtbank Rotterdam verklaart op 23 juni 2026 het beklag in de zogenoemde mondkapjeszaak over het verschoningsrecht van advocaten ongegrond. In het onderzoek Full Sutton zijn op 28 februari 2022 bij doorzoekingen gegevensdragers in beslag genomen waarop zich materiaal bevindt dat onder het verschoningsrecht van geheimhouders valt. De klagers, onder wie verdachten en hun advocaten, vorderen opheffing van het beslag en teruggave van het verschoningsgerechtigde materiaal. De rechtbank stelt vast dat de verdediging het station van een begin van aannemelijkheid dat mogelijk inbreuk is gemaakt op het verschoningsrecht is gepasseerd. Het beslag wordt toch niet opgeheven, omdat er nog een strafvorderlijk belang bestaat zolang het eindvonnis in de hoofdzaken niet is gewezen en de verdediging tot 1 oktober 2026 toegang houdt tot de dataroom. De aard en ernst van de mogelijke schending en het daardoor veroorzaakte nadeel zijn vooralsnog niet vast te stellen, zodat het debat hierover in de hoofdzaak kan worden voortgezet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Na de Box-zaak: Stibbe analyseert de verschoningsrecht-werkwijzen van ACM en AP

Uit de analyses van Stibbe blijkt dat de werkwijzen van ACM en AP voor de omgang met het verschoningsrecht in strijd zijn met wet en rechtspraak. De maatstaf komt uit de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 12 maart 2024 in de Box-zaak: de overheid moet inbreuken voorkomen en de rechter-commissaris filtert wanneer dat niet zonder kennisneming kan. Beide toezichthouders laten de beoordeling over aan een eigen functionaris verschoningsrecht, met een gefaseerde claimprocedure en een afgeschermde omgeving. Uit de analyses blijkt onder meer dat rechterlijke betrokkenheid ontbreekt, dat een werknemer van de toezichthouder niet onafhankelijk is, en dat onmiddellijke vernietiging niet is geregeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechter-commissaris beoordeelt in twee samenhangende beslissingen de verschoningsgerechtigdheid van in beslag genomen notariële en advocatuurlijke stukken

Rechtbank Rotterdam 23 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6513 en Rechtbank Rotterdam 6 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6514

In één strafzaak tegen een verdachte rechtspersoon beoordeelt de rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam in twee samenhangende beslissingen welke bij doorzoekingen in beslag genomen fysieke stukken onder het verschoningsrecht vallen. De stukken zijn op 28 november 2025 in beslag genomen bij een doorzoeking in het kantoorpand van de rechtspersoon te Rotterdam en bij een doorzoeking in een pand te Amsterdam, waar de belastingadviseur beslagene is. De rechter-commissaris hanteert als maatstaf dat een stuk slechts verschoningsgerechtigd is als het een vertrouwelijk karakter heeft dat voor derden verborgen moet kunnen blijven, en dat zij slechts een standpunt hoeft op te vragen over stukken die mogelijk voorwerp of instrument van het strafbare feit zijn of waarvan kennisneming het beroepsgeheim zou schenden. Definitieve notariële stukken zoals aktes van aandelenoverdracht, statutenwijzigingen, gecertificeerde afschriften, een acquisition agreement en een definitieve huurovereenkomst zijn niet verschoningsgerechtigd, terwijl conceptovereenkomsten, een voorstel tot splitsing en bepaalde advocatuurlijke correspondentie dat wel zijn. Over enkele notariële registers en aktes van schenking vraagt de rechter-commissaris eerst een standpunt op bij de verschoningsgerechtigden, geeft zij de niet-verschoningsgerechtigde stukken vrij aan het onderzoeksteam en houdt zij de overige stukken in de kluis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht in een digitaliserende opsporing

Het FIOD-jaarverslag 2025 wijdt een hoofdstuk aan rechtmatig werken, met specifieke aandacht voor het verschoningsrecht. De verantwoordelijkheid voor de beoordeling van verschoningsgerechtigde informatie ligt sinds recente jurisprudentie bij de rechter-commissaris, met technische ondersteuning door de FIOD. De dienst verwerkt dagelijks grote hoeveelheden digitale data, waarbij vertrouwelijke communicatie vooraf moet worden uitgefilterd. In de stuurgroep verschoningsrecht werken FIOD, OM, Rechtspraak, politie en de Nederlandse Orde van Advocaten samen aan oplossingen. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering (beoogde inwerkingtreding 1 april 2029) en de AI Act vormen het juridische kader voor de komende jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verkorte termijn voor cassatieschriftuur geldt ook bij afgewezen verschoningsrecht

Hoge Raad 19 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:764

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van een klager tegen een beslagbeschikking niet-ontvankelijk wegens een te laat ingediende schriftuur. De klager, werkzaam als directeur en 'legal expert' bij een kinderrechtenorganisatie in Engeland, beriep zich op een zelfstandig of afgeleid verschoningsrecht ten aanzien van onder hem in beslag genomen iPhones, een MacBook en een iPad. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 31 maart 2025 dat hem dat verschoningsrecht niet toekomt. De Hoge Raad bevestigt dat de verkorte cassatietermijn van veertien dagen uit artikel 447 lid 5 jo. 552d lid 3 Sv ook geldt als de rechtbank het beroep op het verschoningsrecht heeft afgewezen. Nu de schriftuur na 27 november 2025 pas op 19 december 2025 is ingediend, kan de Hoge Raad het beroep niet in behandeling nemen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Functioneel verschoningsrecht herzien: nieuwe filterprocedure, bewaarplicht en beklagprocedure in tweede aanvullingswet

De tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering, op 7 mei 2026 in consultatie gegaan, herziet de regeling van het functioneel verschoningsrecht in Boek 2, Hoofdstukken 7 en 8, Boek 4, Hoofdstuk 3 en Boek 6, Hoofdstuk 4. Aanleiding zijn de prejudiciële beslissing HR 12 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:375), het WODC-rapport van december 2025 en een klemmend beroep van ketenorganisaties op de wetgever om de praktijkproblemen rond filtering en beklag aan te pakken. Centraal staat een andere benadering van het redelijk vermoeden: dat wordt niet langer betrokken op de bulk als geheel, maar op specifieke gegevens, zodat behoedzame kennisneming van de bulk in beginsel mogelijk blijft. De filtering komt primair onder leiding van de officier van justitie (artikel 2.7.61b); de rechter-commissaris beslist alleen over kennisneming wanneer ten aanzien van specifieke gegevens een redelijk vermoeden bestaat (artikelen 2.7.61a en 2.7.62), waarbij vermoedelijk geprivilegieerde gegevens niet automatisch worden vernietigd maar bewaard (artikel 2.7.62b). Daarnaast voorziet het voorstel in specifieke waarborgen voor heimelijke bevoegdheden (artikelen 2.8.3a tot en met 2.8.3c) en in een nieuwe beklagprocedure in Boek 6 (artikelen 6.4.11a tot en met 6.4.11f).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht meldkamer ambulancezorg prevaleert: bandopname 112-melding hoeft niet aan Openbaar Ministerie te worden verstrekt

Rechtbank Noord-Nederland 14 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1191

De rechtbank Noord-Nederland verklaart op 14 april 2026 een klaagschrift van Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland tegen de vordering tot verstrekking van een bandopname van een 112-melding gegrond. De officier van justitie heeft op grond van artikel 126nf Sv vordering gedaan in een onderzoek naar moord. De meldkamer beroept zich op het afgeleide medisch verschoningsrecht ex artikel 218 Sv juncto artikel 88 Wet BIG en artikel 7:457 BW. De raadkamer oordeelt dat de inschatting dat veronderstelde toestemming van het overleden slachtoffer niet kan worden aangenomen niet kennelijk onredelijk is. Van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen is geen sprake, mede omdat het einddossier reeds verschillende potentiële bewijsmiddelen bevat. De bandopname van de 112-melding hoeft niet aan het Openbaar Ministerie te worden verstrekt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tweede aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering in consultatie: verschoningsrecht, toegang tot gegevens (post-Landeck), herstelrecht en de positie van het slachtoffer in het strafproces

Op 7 mei 2026 is de tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering in internetconsultatie gegaan. Hiermee komt het inhoudelijke wetgevingstraject van het nieuwe wetboek in zijn afrondende fase. De twee vaststellingswetten zijn op 24 februari 2026 door de Eerste Kamer aangenomen en gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2026, 56 en 57), de eerste aanvullingswet is op 24 maart 2026 ingediend bij de Tweede Kamer, en met de tweede aanvullingswet wordt het pakket gecompleteerd. De beoogde inwerkingtreding van het volledige nieuwe wetboek is 1 april 2029. Deze signaleringsblog geeft een overzicht van wat er in de tweede aanvullingswet zit.

Read More
Print Friendly and PDF ^