Tweede aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering in consultatie: verschoningsrecht, toegang tot gegevens (post-Landeck), herstelrecht en de positie van het slachtoffer in het strafproces
/Op 7 mei 2026 is de tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering in internetconsultatie gegaan. Hiermee komt het inhoudelijke wetgevingstraject van het nieuwe wetboek in zijn afrondende fase. De twee vaststellingswetten zijn op 24 februari 2026 door de Eerste Kamer aangenomen en gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2026, 56 en 57), de eerste aanvullingswet is op 24 maart 2026 ingediend bij de Tweede Kamer, en met de tweede aanvullingswet wordt het pakket gecompleteerd. De beoogde inwerkingtreding van het volledige nieuwe wetboek is 1 april 2029. Deze signaleringsblog geeft een overzicht van wat er in de tweede aanvullingswet zit; op de drie voor de bijzonder-strafrechtpraktijk meest relevante onderdelen komen we in afzonderlijke blogs terug.
Vijf grote onderwerpen
Het wetsvoorstel bevat blijkens de memorie van toelichting vijf grote onderwerpen, naast diverse kleinere wijzigingen.
Het eerste grote onderwerp betreft de bijstelling van de regeling van het functioneel verschoningsrecht in Boek 2, Hoofdstukken 7 en 8, Boek 4, Hoofdstuk 3 en Boek 6, Hoofdstuk 4. De aanleiding hiervoor is drieledig: de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 12 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:375) over de omgang met grote hoeveelheden bij een aanbieder van een communicatiedienst gevorderde gegevens waartussen mogelijk geprivilegieerd materiaal zit, de WODC-studie "Internationaal vergelijkend onderzoek professioneel verschoningsrecht" van 8 december 2025, en een klemmend beroep van ketenorganisaties op de wetgever om de praktijkproblemen rond de filteringsprocedure aan te pakken. Het voorstel introduceert onder meer een nieuwe filterprocedure onder leiding van de officier van justitie, een aangepaste beoordelingsprocedure bij de rechter-commissaris, een bewaarplicht in plaats van vernietiging en een nieuwe beklagprocedure (Afdeling 4.1.4 van Boek 6). Dit onderdeel bespreken we in detail in een aparte blog.
Het tweede grote onderwerp is de codificatie van de arresten HvJ EU 2 maart 2021, C-746/18 (Prokuratuur) en HvJ EU 4 oktober 2024, C-548/21 (Landeck). Deze arresten stellen voorwaarden aan de toegang tot gegevens, in het bijzonder de eis van voorafgaande rechterlijke toetsing wanneer uit die toegang nauwkeurige conclusies kunnen worden getrokken over het privéleven van betrokkene. Boek 2, Titel 7.3 wordt op een aantal punten gewijzigd, waaronder de vervanging van het begrip "onderzoek van gegevens" door "toegang tot gegevens" en de invoering van een nieuwe hoofdregel van voorafgaande RC-machtiging in artikel 2.7.38, eerste lid. De Hoge Raad heeft in zijn post-Prokuratuurarrest van 5 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:475) en zijn post-Landeckarrest van 18 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:409) reeds een besliskader geformuleerd waarmee in de praktijk wordt gewerkt. Dit onderdeel bespreken we in detail in een aparte blog.
Het derde grote onderwerp betreft de positie van het slachtoffer en de benadeelde partij. Het voorstel bevat zes onderdelen, waaronder schorsing van het onderzoek bij niet-verschijnen van het slachtoffer dat aanwezig wilde zijn (artikel 4.2.18), automatische verstrekking van het eindvonnis aan het slachtoffer dat daarom heeft verzocht (artikel 4.3.32) en aan de benadeelde partij (artikel 4.4.7, vijfde lid), versterking van de positie in de tenuitvoerleggingsfase, een nadere regeling van het recht op zaaksgebonden informatie (artikelen 1.5.4 en 1.5.4a), procedureregels voor het zelfstandig hoger beroep van de benadeelde partij (artikelen 5.4.36a t/m 5.4.36d) en een nieuwe regeling voor een financiële uitkering wegens niet-naleving van wettelijke voorschriften jegens het slachtoffer (Hoofdstuk 7 van Boek 6). Dit onderdeel bespreken we in detail in een aparte blog.
Het vierde grote onderwerp is mediation en herstelrecht. Op basis van de evaluatie van de pilots Mediation in strafzaken uit de Innovatiewet Strafvordering (Stb. 2022, 362) wordt artikel 1.11.2a ingevoegd. Dit artikel biedt de rechtbank, na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting, de mogelijkheid om mediation te beproeven. Bij positieve uitkomst kan de rechtbank verklaren dat het onderzoek is geëindigd, eventueel onder bijzondere voorwaarden voor ten hoogste een jaar (artikel 1.11.2a, achtste lid).
Het vijfde grote onderwerp betreft een nieuwe Titel 11.6 in Boek 1 (artikel 1.11.11) die de grondslag biedt voor verslaglegging door middel van een geluidsopname of geluids- en beeldopname met een verkort proces-verbaal. Dit is eveneens een uitwerking van de evaluatie van de pilots Audiovisuele Registratie uit de Innovatiewet. De nadere invulling vindt plaats bij algemene maatregel van bestuur.
Kleinere wijzigingen
Naast deze vijf onderwerpen bevat het voorstel diverse kleinere onderdelen. De evaluatie van de Wet Computercriminaliteit III (Stb. 2018, 322) heeft geleid tot wijzigingen in artikel 2.8.16 over toegang op afstand tot een digitale-gegevensdrager of geautomatiseerd werk. De officier van justitie kan voortaan, na machtiging van de rechter-commissaris, een opsporingsambtenaar bevelen een besloten plaats of woning te betreden zonder toestemming van de rechthebbende of bewoner ter voorbereiding van het op afstand binnendringen (artikel 2.8.16, vierde lid). De bevoegdheden tot plaatsing van een verdachte in een ziekenhuis of observatiecel worden samengevoegd in een nieuw artikel 2.6.8a. De zogeheten lichtingsbevoegdheid wordt verankerd in nieuwe artikelen 2.5.15a, 2.5.25a en 6.1.13a. Verder bevat het voorstel aanpassingen in de regeling van biometrische gegevens en identiteitsvaststelling door buitengewoon opsporingsambtenaren (artikelen 1.4.8, tweede lid, 2.6.9, 2.6.13, vijfde lid en 2.6.17, achtste lid). In Boek 7 worden enkele technische verbeteringen in de tenuitvoerleggingsregeling doorgevoerd. Tot slot worden, langs technische weg, de begripsbepalingen in het wetboek van toepassing verklaard op de daarop berustende lagere regelgeving.
Moties en aanleiding
Met het voorstel wordt blijkens de toelichting uitvoering gegeven aan vijf moties die zijn aangenomen tijdens de behandeling van de vaststellingswetten. Het gaat om moties over de beweging naar voren in de wet (motie Ellian/Sneller), de aanwezigheid van het slachtoffer op de terechtzitting (motie Mutluer), effectieve remedies of rechtsmiddelen voor slachtoffers (motie Ellian), een adviesrol voor de raad voor de kinderbescherming bij herstelrechtvoorzieningen voor jeugdige delinquenten (motie Mutluer/Van Nispen) en het automatisch ontvangen van een afschrift van het vonnis door het slachtoffer (motie Ellian uit 2022).
Afsluiting
Met de tweede aanvullingswet wordt het inhoudelijke wetgevingstraject van het nieuwe Wetboek van Strafvordering afgerond. Voor de bijzonder-strafrechtspraktijk zijn de herziening van de regeling van het functioneel verschoningsrecht en de codificatie van Prokuratuur en Landeck het meest in het oog springend; daarnaast verdienen ook de wijzigingen rond het slachtoffer en de benadeelde partij aparte aandacht. Op deze drie onderdelen komen we in afzonderlijke blogs terug. De internetconsultatie biedt belanghebbenden in de tussentijd gelegenheid op het wetsvoorstel te reageren.
