Geen vrijgave geld voor verdediging in mondkapjesdeal

Rechtbank Amsterdam 6 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4473

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam weigert op 6 mei 2026 de gevorderde gedeeltelijke opheffing van executoriale derdenbeslagen ten laste van een van de hoofdrolspelers van de mondkapjesdeal. De eiser vordert vrijgave van € 150.000 uit de door Stichting Hulptroepen Alliantie gelegde beslagen om zijn rechtsbijstand in hoger beroep te financieren. De voorzieningenrechter oordeelt dat de eiser geen transparant en consistent inzicht verschaft in zijn inkomens- en vermogenspositie. De wisselende opgaven roepen vragen op over verantwoording van grote sommen geld die niet zijn beantwoord. Daardoor kan financiële nood en daarmee een aantasting van de effectieve toegang tot de rechter niet aannemelijk worden geacht. De eerder door de strafrechter verleende opheffing van het strafvorderlijk beslag werkt niet door in de civiele belangenafweging tussen partijen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Amsterdam past HR-kader toe en wijst alle getuigenverzoeken af in ontnemingszaken Delos

Rechtbank Amsterdam 3 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3799 en ECLI:NL:RBAMS:2026:3800

De rechtbank Amsterdam wijst op 3 april 2026 in twee parallelle ontnemingsprocedures uit het onderzoek Delos alle getuigenverzoeken integraal af. Onder toepassing van het door de Hoge Raad ontwikkelde kader (HR:2010:BK3424, HR:2021:1749 en HR:2022:147) stelt de rechtbank vast dat de toewijzing van getuigen in het hoger beroep van de strafzaak niet zonder meer meebrengt dat dezelfde getuigen in de ontneming moeten worden gehoord. De verdediging moet concreet onderbouwen welke onderdelen van de ontnemingsrapportage de getuige kan raken en hoe diens verklaring de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan beïnvloeden. Bij gebreke van die specifieke onderbouwing worden zowel de drugs- als de witwasgerelateerde verzoeken afgewezen. Het voorwaardelijk aanhoudingsverzoek van de waarnemend raadsvrouw wijst de rechtbank eveneens af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bankhelpdeskfraude: rechtbank wijkt fors af van strafeis vanwege bekennende proceshouding en aantoonbaar gewijzigde levenshouding van verdachte

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3048

De rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeelt een jonge verdachte voor zijn rol in een grootschalige bankhelpdeskfraudezaak waarbij dertien aangevers daadwerkelijk zijn opgelicht en acht aangevers het slachtoffer zijn van een poging daartoe. De officier van justitie eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden, doch de rechtbank wijkt op grond van de proceshouding van de verdachte fors van die eis af. De verdachte heeft openheid van zaken gegeven, neemt verantwoordelijkheid voor zijn handelen en heeft sinds zijn schorsing uit de voorlopige hechtenis aantoonbare positieve stappen gezet in zijn leven. De rechtbank acht het niet wenselijk dat de verdachte terugkeert naar de gevangenis en legt een gevangenisstraf op van 16 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, gecombineerd met de maximale taakstraf van 240 uren. Daarnaast constateert de rechtbank een vormverzuim bij het onderzoek aan de telefoons van de verdachte, doch volstaat zij met de enkele constatering daarvan zonder daar consequenties aan te verbinden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Directeur van vakantieparken krijgt celstraf voor jarenlang ontduiken van belasting; ondernemingen krijgen samen ruim 1,3 miljoen euro boete

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een 64-jarige eigenaar van vakantieparken tot achttien maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk, voor het jarenlang opzettelijk niet tijdig doen van aangifte vennootschapsbelasting over 2020 en 2021. Het fiscale nadeel bedraagt ruim 2,8 miljoen euro. Zijn zeven ondernemingen krijgen in afzonderlijke vonnissen samen ruim 1,3 miljoen euro aan geldboetes (50% van het nadeelbedrag per BV). De rechtbank ziet een vast patroon van gebrekkige administratie sinds 2013/2014 en tientallen lopende fiscale procedures. Omdat de verdachte in april 2025 al voor soortgelijke feiten over 2017 en 2018 is veroordeeld, past de rechtbank artikel 63 Sr toe en blijft een deel van de straf voorwaardelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank veroordeelt BOA en zijn opdrachtgever voor omkoping en computervredebreuk rond illegale kentekenbevragingen: ook bevragingen tijdens werktijd kwalificeren als binnendringen met valse sleutel

Rechtbank Oost-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2732 (de BOA) en ECLI:NL:RBOBR:2026:2737 (de opdrachtgever).

De rechtbank veroordeelt een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeenten Helmond en Meierijstad en zijn opdrachtgever voor omkoping rondom illegale kentekenbevragingen. De boa heeft tegen betaling van € 20 tot € 30 per kenteken vertrouwelijke gegevens in gemeentelijke applicaties geraadpleegd en deze aan zijn opdrachtgever verstrekt. De opdrachtgever heeft die gegevens via Telegramgroepen voor € 80 per kenteken aan derden aangeboden. De rechtbank kwalificeert ook de bevragingen tijdens werktijd als computervredebreuk, omdat de boa zijn autorisatie heeft misbruikt en zijn inloggegevens daarmee op die momenten als valse sleutel hebben te gelden. De boa krijgt vijftien maanden gevangenisstraf waarvan vijf voorwaardelijk en een ambtsverbod van vijf jaren. De opdrachtgever krijgt twaalf maanden waarvan vier voorwaardelijk, mede vanwege het voorhanden hebben van een gasdrukpistool.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Twaalf maanden gevangenisstraf en vijfjarig bestuursverbod voor dakdekker die 61 klanten oplichtte met aanbetalingsconstructie

Rechtbank Amsterdam 2 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3315

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een dakdekker tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, voor het oplichten van 61 klanten van zijn dakdekkersbedrijf. De verdachte ontving in een halfjaar tijd ruim € 278.000 aan aanbetalingen voor werkzaamheden die hij nooit voornemens was uit te voeren. Naast de hoofdstraf legt de rechtbank een bestuursverbod van vijf jaar op en gelast openbaarmaking van het vonnis via de Kamer van Koophandel. De verweren over vertegenwoordigingsbevoegdheid en samenloop met een civiele procedure worden verworpen. Eenenzestig vorderingen van benadeelde partijen worden geheel of gedeeltelijk toegewezen, met de schadevergoedingsmaatregel als extra waarborg. De rechtbank matigt de gijzeling evenredig tot het wettelijke maximum van 365 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Nep-ambulanceverpleegkundige veroordeeld: vijftien maanden gevangenisstraf en beroepsverbod voor onbevoegd verrichten van medische handelingen

Rechtbank Noord-Nederland 17 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1259

De rechtbank Noord-Nederland veroordeelt een jonge man die zich gedurende lange tijd onbevoegd voordoet als ambulanceverpleegkundige en politieagent. Hij rijdt rond in een nauwelijks van echt te onderscheiden ambulancevoertuig, voorzien van blauw licht en sirene. De verdachte verricht daadwerkelijk medische handelingen bij een slachtoffer en veroorzaakt daarmee een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid. Daarnaast verduistert hij goederen van het Rode Kruis, vervalst hij meerdere documenten en maakt hij zich schuldig aan diefstal en heling. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van vijftien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en dadelijke uitvoerbaarheid. Daarnaast volgt een beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg voor drie jaren en een geldboete per overtreding van € 250.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verduistering door penningmeester: rechtbank wijkt af van eis en LOVS-oriëntatiepunten

De Rechtbank Gelderland heeft op 24 april 2026 een 76-jarige man veroordeeld voor de verduistering van € 293.477,27 als vrijwillig penningmeester van een stichting in Tiel. De feiten speelden zich af tussen 1 februari 2019 en 7 augustus 2024 en werden gekwalificeerd als verduistering in dienstbetrekking in de zin van artikel 322 Sr. De officier van justitie eiste veertien maanden gevangenisstraf waarvan zeven voorwaardelijk, in lijn met de LOVS-oriëntatiepunten voor fraudezaken bij benadelingsbedragen tussen € 250.000 en € 500.000. De rechtbank legde echter een voorwaardelijke gevangenisstraf op van zes maanden met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uur. Doorslaggevend waren de persoonlijke omstandigheden van verdachte: zijn gevorderde leeftijd, het ontbreken van justitiële documentatie, het lage recidiverisico en het lopende afbetalingstraject aan de stichting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Drijfmest-criteria toegepast op vof: handel in onjuist geringde Vogelrichtlijn-soorten toegerekend aan rechtspersoon

Rechtbank Overijssel 15 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2103

De rechtbank Overijssel veroordeelt een vennootschap onder firma actief als foeragehandel tot een geldboete van € 15.000 waarvan € 5.000 voorwaardelijk wegens overtredingen van de Wet natuurbescherming en de Wet dieren. De vof had 66 beschermde vogels zonder of met een onjuiste pootring voor verkoop onder zich en bood deze te koop aan, terwijl de legale herkomst niet kon worden vastgesteld. Daarnaast had zij 359 geleewiekte vogels voor de verkoop in voorraad, wat sinds 1 januari 2018 verboden is op grond van artikel 2.7 in samenhang met artikel 2.8 Wet dieren. De rechtbank past het kleurloos opzet toe en rekent de gedragingen toe aan de rechtspersoon op basis van het Drijfmest-arrest. Het beroep op het vrij verkeer van goederen en op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen. De redelijke termijn is met één jaar overschreden, wat compensatie oplevert in het onvoorwaardelijke strafdeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht meldkamer ambulancezorg prevaleert: bandopname 112-melding hoeft niet aan Openbaar Ministerie te worden verstrekt

Rechtbank Noord-Nederland 14 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1191

De rechtbank Noord-Nederland verklaart op 14 april 2026 een klaagschrift van Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland tegen de vordering tot verstrekking van een bandopname van een 112-melding gegrond. De officier van justitie heeft op grond van artikel 126nf Sv vordering gedaan in een onderzoek naar moord. De meldkamer beroept zich op het afgeleide medisch verschoningsrecht ex artikel 218 Sv juncto artikel 88 Wet BIG en artikel 7:457 BW. De raadkamer oordeelt dat de inschatting dat veronderstelde toestemming van het overleden slachtoffer niet kan worden aangenomen niet kennelijk onredelijk is. Van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen is geen sprake, mede omdat het einddossier reeds verschillende potentiële bewijsmiddelen bevat. De bandopname van de 112-melding hoeft niet aan het Openbaar Ministerie te worden verstrekt.

Read More
Print Friendly and PDF ^