Voorwaardelijke geldboete voor recyclingbedrijf wegens geplande overbrenging van PU-schuim dat als afvalstof wordt gekwalificeerd

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4935

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een bedrijf dat afgedankte matrassen recyclet tot een geheel voorwaardelijke geldboete van 2.000 euro voor een geplande illegale overbrenging van polyurethaanschuim naar de Verenigde Arabische Emiraten. Kern van de zaak is de vraag of de balen geperst PU-schuim nog afvalstoffen zijn of door de bewerking bij het bedrijf de status van einde-afvalstof hebben verkregen. Het hof oordeelt dat de nuttige toepassing nog niet is voltooid, omdat het PU-schuim in het land van bestemming eerst nog versnipperd en verlijmd zou moeten worden tot rebonded foam. Het bedrijf heeft het schuim bovendien alleen visueel op hygiëne gecontroleerd, zodat niet vaststaat dat het schoon en gereed voor toepassing was. Het PU-schuim wordt daarom als afvalstof gekwalificeerd en de overbrenging naar een land dat de invoer van groenelijstafvalstoffen verbiedt levert overtreding op van artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep legt het hof de geldboete geheel voorwaardelijk op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Klimaatverandering: nieuwe wegen in bestaande rechtsgebieden

Klimaatverandering dringt door in vrijwel alle onderdelen van het recht. Ook rechtsgebieden die op het eerste gezicht niet direct met klimaatregulering worden geassocieerd, worden steeds vaker geconfronteerd met klimaatbelangen. Dit artikel onderzoekt hoe uiteenlopende rechtsgebieden daarmee omgaan en in hoeverre zij vanuit hun eigen structuur ruimte bieden voor de integratie van klimaatoverwegingen. Daarbij staat het begrip ‘autonome draagkracht’ centraal: het vermogen van een rechtsgebied om klimaatbelangen zelfstandig te incorporeren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak in vier samenhangende zaken van overtreding van de zorgplicht van de vervoerder (artikel 4 Vreemdelingenwet 2000) bij niet-visumplichtige derdelanders met verstreken vrije termijn

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch spreekt op 21 juli 2026 in vier samenhangende zaken een vervoerder vrij van overtreding van de zorgplicht uit artikel 4 lid 1 van de Vreemdelingenwet 2000. In alle zaken vervoert de vervoerder per vliegtuig een niet-visumplichtige derdelander van London Stansted naar Eindhoven, van wie bij de grenscontrole blijkt dat de vrije termijn van negentig dagen binnen honderdtachtig dagen is verstreken. Het hof oordeelt dat de zorgplicht van de vervoerder niet zo ver reikt dat aan de hand van stempels in het reisdocument moet worden gecontroleerd of eerder verblijf in het Schengengebied tot overschrijding van de vrije termijn heeft geleid. Die controle gaat verder dan het toezicht dat redelijkerwijs van de vervoerder kan worden gevorderd. Het hof leidt dit onder meer af uit de destijds geldende Vreemdelingencirculaire 2000, waarin stempelcontrole niet was opgenomen, en uit de wijziging van die circulaire per 12 oktober 2025 in verband met het inreis-uitreissysteem. In drie zaken vordert het Openbaar Ministerie bewezenverklaring en een geldboete, in de vierde zaak vordert het zelf vrijspraak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Interview met hoofd ILT-IOD: financieel onderzoek, doorlooptijden en meldingen in milieustrafzaken

Slachtofferwijzer, een platform van Fonds Slachtofferhulp, publiceerde een interview met Arnold Posthuma, hoofd van de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport. De ILT-IOD is een van de vier bijzondere opsporingsdiensten en doet onder gezag van het Openbaar Ministerie strafrechtelijk onderzoek naar zware milieucriminaliteit, waaronder illegale lozingen, het dumpen van giftige stoffen en fraude met afvalverwerking. Posthuma beschrijft de afvalketen als een omgekeerd verdienmodel, noemt milieucriminaliteit haalcriminaliteit en wijst op doorlooptijden van twee tot drie jaar bij grote onderzoeken. Hij spreekt over een wereldwijde opbrengst van bijna € 240 miljard per jaar, terwijl de Inspectie Leefomgeving en Transport de jaarlijkse maatschappelijke schade in Nederland raamt op € 5 miljard, waarvan € 1,3 miljard gezondheidsschade. Het jaarverslag 2025 van de ILT-IOD vermeldt elf bij het Functioneel Parket ingeleverde dossiers bij een doelstelling van twintig en een sepotpercentage van 66 procent. Het interview verwijst naar strengere Europese regels: Richtlijn (EU) 2024/1203 moest op 21 mei 2026 zijn geïmplementeerd en het implementatiewetsvoorstel is bij de Tweede Kamer in behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over daderschap rechtspersonen

Advocaat-generaal Van Kempen heeft op 1 september 2026 een conclusie genomen in een cassatiezaak over bedrieglijke bankbreuk en feitelijk leidinggeven, waarin het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de verdachte veroordeelde tot zestien maanden gevangenisstraf en een ontzetting uit het recht om bestuurder van een rechtspersoon te zijn. Op de dag dat artikel 51 Sr vijftig jaar bestaat, wijdt de advocaat-generaal een uitvoerige beschouwing aan het daderschap van de rechtspersoon en het Drijfmest-kader van de Hoge Raad uit 2003. Aanleiding is de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sinds 31 mei 2023, die voor het overtrederschap aansluit bij de strafrechtelijke criteria maar beschikkingsmacht volgens de conclusie soms te formeel invult. De advocaat-generaal bepleit materiële beschikkingsmacht als centraal vereiste, formuleert contra-indicaties voor toerekening bij louter nalaten en doet suggesties om het Drijfmest-kader te versterken. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep, met uitsluitend een strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie; de uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 15 december 2026.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling vrouw voor mensenhandel, vrijspraak overtreding Arbeidsomstandighedenwet en toewijzing van de vordering benadeelde partij wegens gemist nettoloon, vakantiegeld en immateriële schade

Rechtbank Oost-Brabant 13 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4876

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een vrouw tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor mensenhandel en dwang. Zij huisvest en neemt een kwetsbare vrouw op met het oogmerk van uitbuiting en laat haar ruim elf jaar dagelijks zwaar fysiek werk verrichten op haar paardenbedrijf zonder haar daarvoor te betalen. Het slachtoffer woont in die periode onder erbarmelijke omstandigheden in een chalet op het erf en ondergaat verbaal en fysiek geweld. Van het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet volgt vrijspraak, omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat daardoor levensgevaar of ernstig gevaar voor de gezondheid ontstaat of te verwachten is. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot € 201.523,71 aan gemist nettoloon, vakantiegeld en immateriële schade. Over het gestelde overbeslag laat de rechtbank zich niet uit, omdat de actieve onderzoeksplicht uit het arrest van de Hoge Raad van 10 maart 2026 volgens haar alleen geldt voor de beklagrechter in procedures op grond van artikel 552a Wetboek van Strafvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AI helpt politie nieuwe onderzoekslijnen vinden in milieuzaken

De pilotfase van Al Capone, een AI-prototype dat de Nederlandse politie ondersteunt bij onderzoek naar milieucriminaliteit, is afgerond. KickstartAI en de Nationale Politie maakten vandaag de resultaten bekend. Uit de pilot blijkt dat de tool rechercheurs kan helpen breder te zoeken en mogelijke juridische aanknopingspunten te vinden die anders mogelijk buiten beeld waren gebleven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

DCMR lanceert vernieuwde Seveso-viewer met openbare informatie over Seveso-inrichtingen in Zuid-Holland en Zeeland

50 jaar geleden op 10 juli vond in het Italiaanse Seveso een grote ramp plaats in een chemische fabriek. Bij deze ramp in 1976 kwam een grote hoeveelheid van het giftige dioxine vrij. De gevolgen voor mens en milieu waren groot. De Seveso-ramp was aanleiding voor strenge Europese regels, om zware industriële ongevallen in de toekomst te voorkomen. Die regels zijn vastgelegd in de zogenoemde Seveso-richtlijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wetgevingsoverleg over implementatiewet milieucriminaliteit op 12 oktober

De Tweede Kamer houdt op maandag 12 oktober 2026 een wetgevingsoverleg over de Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit (36876). Het wetsvoorstel zet Richtlijn (EU) 2024/1203 om, die de lijst met strafbare feiten uitbreidt van negen naar twintig en minimale strafmaxima voorschrijft. Voor rechtspersonen gaat het om geldboetes van ten minste 3% of 5% van de wereldwijde jaaromzet, met bedragen van € 24 miljoen en € 40 miljoen als alternatief. Het voorstel wijzigt onder meer de artikelen 161quater, 161quinquies, 173a en 173b van het Wetboek van Strafrecht en voegt strafbaarstellingen toe voor het in de handel brengen van producten met schadelijke emissies. De Afdeling advisering van de Raad van State wees op de afhankelijkheid van toezicht en handhaving, en de ILT voerde een handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheidstoets uit. De omzettingstermijn verstreek op 21 mei 2026; de Europese Commissie stuurde in juli 2026 ingebrekestellingen aan 23 lidstaten, waaronder Nederland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak en ontslag van alle rechtsvervolging bij verwijdering van asbest zonder nieuwe sloopmelding

Rechtbank Noord-Nederland 13 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2765

De economische politierechter van de rechtbank Noord-Nederland beoordeelt twee gevoegde zaken tegen een rechtspersoon die asbest heeft verwijderd zonder een nieuwe sloopmelding te doen bij het bevoegd gezag. In de eerste zaak gaat het om twee losse asbesthoudende buizen die tijdens sloopwerkzaamheden in De Westereen worden aangetroffen. De rechter kan niet vaststellen dat deze buizen deel hebben uitgemaakt van een bouwwerk en spreekt de verdachte daarom vrij. In de tweede zaak, over een asbesthoudende buis in panden in Grou, staat wel vast dat de buis uit een bouwwerk is verwijderd. De verdachte doet daarover een aanvullende melding onder verwijzing naar een eerdere sloopmelding, wat de rechter aanmerkt als een melding in de zin van art. 7.11 lid 3 Bbl. Omdat die bepaling een exceptie op de hoofdregel van art. 7.10 Bbl vormt, volgt voor dat feit ontslag van alle rechtsvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^