Taakstraffen voor medeplegen van het gebruikmaken van valse TVL-aanvragen en RVO niet-ontvankelijk als benadeelde partij

Rechtbank Overijssel 29 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5795, ECLI:NL:RBOVE:2026:5796 en ECLI:NL:RBOVE:2026:5797

Drie verdachten worden door de politierechter van de Rechtbank Overijssel veroordeeld voor het medeplegen van opzettelijk gebruikmaken van valse geschriften bij aanvragen voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) tijdens de coronaperiode. De zaken maken deel uit van het FIOD-onderzoek Brescia. De verdachten hebben hun DigiD-gegevens en bankgegevens, en in één zaak een telefoon met een nieuw telefoonnummer voor de sms-verificatie, ter beschikking gesteld aan anderen, die de aanvragen met onjuiste referentieomzetten en valse kopieën van aangiften omzetbelasting indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De politierechter acht voorwaardelijk opzet en een nauwe en bewuste samenwerking bewezen en legt taakstraffen op van 180, 220 en 110 uren, in één zaak gecombineerd met een gevangenisstraf van één dag in verband met het taakstrafverbod van artikel 22b Sr. De redelijke termijn is in alle drie de zaken met circa vijf tot ruim zes maanden overschreden, hetgeen wordt vastgesteld zonder strafvermindering. RVO wordt als benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij als onderdeel van de Staat geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft en een mandaat geen bevoegdheid geeft om in eigen naam te procederen. De vordering kan alleen bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboete van € 2.000.000 na procesafspraken voor medeplegen van gewoontewitwassen en valsheid in geschrift met gefingeerde facturen van buitenlandse vennootschappen

Rechtbank Noord-Holland 28 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13104

De rechtbank Noord-Holland veroordeelt een in 1956 geboren verdachte tot een geldboete van € 2.000.000 voor medeplegen van gewoontewitwassen en medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. In opdracht van de verdachte maken vennootschappen in Hong Kong en Londen in totaal 70 facturen op voor diensten die niet zijn geleverd, waarna twee werkmaatschappijen uit zijn concern de factuurbedragen betalen en als kosten aftrekken in de vennootschapsbelasting. De bedragen komen na aftrek van commissie en kosten terecht op de Zwitserse bankrekening van een vennootschap op de Britse Maagdeneilanden waarvan de verdachte de Ultimate Beneficial Owner is. Het Openbaar Ministerie en de verdachte maken procesafspraken, waarbij de verdediging afziet van verweren over de inkeermelding bij de Belastingdienst en over documenten die mogelijk onder het verschoningsrecht van de advocaat vallen. De rechtbank ziet ambtshalve geen tijdige en rechtsgeldige inkeer die aan vervolging voor gewoontewitwassen in de weg staat en betrekt bij de strafmotivering de bestuurlijke vergrijpboete die bij een fiscale afdoening aannemelijk zou zijn opgelegd. De redelijke termijn is met twee jaar en vijf maanden overschreden en de rechtbank acht de overeengekomen geldboete passend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing ontnemingsvordering na veroordeling voor verkoop van illegale software wegens onvoldoende onderbouwde voordeelsberekening

Rechtbank Noord-Nederland 28 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4085

De rechtbank Noord-Nederland wijst de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af. De veroordeelde is in de hoofdzaak veroordeeld voor het verkopen van illegale software via zijn webshop. De officier van justitie vordert oplegging van een betalingsverplichting van € 450.098,46. De politie heeft in het ontnemingsrapport alle opbrengsten uit de webshop bij elkaar opgeteld, zonder uitsplitsing per product of productgroep. Daardoor is niet te achterhalen welke omzet aan legale en welke aan illegale producten is toe te rekenen. De rechtbank oordeelt dat een gedegen basis voor een schatting van het voordeel ontbreekt en dat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken in hoger beroep: voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete voor feitelijk leidinggeven aan onjuiste aangiften omzetbelasting en medeplegen van gewoontewitwassen

Gerechtshof Den Haag 28 augustus 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2939

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt op 28 augustus 2026 een verdachte voor feitelijk leidinggeven aan het onjuist doen van aangiften omzetbelasting door twee rechtspersonen, feitelijk leidinggeven aan het verstrekken van valse facturen aan de Belastingdienst en medeplegen van gewoontewitwassen. De zaak wordt in hoger beroep afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte, neergelegd in een overeenkomst van 4 maart 2026. Het hof toetst de afspraken aan het kader van de Hoge Raad van 27 september 2022 en stelt vast dat de verdachte vrijwillig en adequaat voorgelicht met de afspraken instemt. Bij feit 4 komt het hof op een gering onderdeel tot een andere bewezenverklaring dan de rechtbank: de verdachte wast middellijk uit misdrijf verkregen geldbedragen wit door de uitbetaalde voorbelasting door te sluizen naar andere bankrekeningen. De redelijke termijn in hoger beroep is met ruim zes jaren overschreden, wat volgens het hof voldoende is verdisconteerd in de overeengekomen afdoening. Het hof legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met een proeftijd van twee jaren op en een geldboete van € 5.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak na aangifte faillissementsfraude: curator niet aansprakelijk

Rechtbank Den Haag 8 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:8806

Een curator doet in 2014 aangifte van faillissementsfraude tegen onder meer de bestuurder van een Servische vennootschap en die vennootschap zelf. De bestuurder wordt strafrechtelijk vervolgd, door de rechtbank Rotterdam deels veroordeeld en in hoger beroep door het gerechtshof Den Haag volledig vrijgesproken. De bestuurder en de vennootschap vorderen daarna een verklaring voor recht dat de curator met de aangifte onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor hun schade. De rechtbank Den Haag oordeelt dat de vordering van de vennootschap is verjaard, omdat de stuitingsbrief van 27 oktober 2020 alleen namens de bestuurder is verzonden. De vordering van de bestuurder toetst de rechtbank aan de Maclou-norm, ingevuld met de maatstaf voor een onrechtmatige aangifte. De rechtbank oordeelt dat de curator niet onrechtmatig heeft gehandeld en wijst de vorderingen af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van meineed in twee zaken na bewijsuitsluiting van getuigenverhoren bij de rechter-commissaris wegens het niet wijzen op het verschoningsrecht van artikel 219 Sv

Rechtbank Overijssel 15 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5777 en ECLI:NL:RBOVE:2026:5778

De rechtbank Overijssel spreekt op 15 september 2026 in twee afzonderlijke vonnissen twee vrouwen vrij van meineed. Beide verdachten wordt verweten dat zij in januari 2025 als beëdigd getuige bij de rechter-commissaris in Zwolle opzettelijk vals hebben verklaard, onder meer over hun aankomst in Nederland en het bezit van een Rwandees paspoort. De officier van justitie stelt zich in beide zaken op het standpunt dat vrijspraak moet volgen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De rechtbank stelt vast dat de getuigen vragen zijn gesteld bij de beantwoording waarvan zij zich aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling konden blootstellen, terwijl zij niet zijn gewezen op het verschoningsrecht van artikel 219 Sv. Het proces-verbaal van verhoor kan daarom niet bijdragen aan het bewijs en wordt daarvan uitgesloten. Daarmee vervalt volgens de rechtbank de grondslag voor vervolging voor meineed.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor witwassen van contant geld op Schiphol en gebruik van valse geschriften bij een hypothecaire geldlening, na overschrijding van de redelijke termijn

Rechtbank Noord-Holland 24 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13175

De rechtbank Noord-Holland veroordeelt een in 1983 geboren verdachte wegens witwassen en medeplegen van het gebruik van valse geschriften. Bij een douanecontrole op Schiphol op 22 augustus 2018 worden in zijn broekspijp € 76.320 en in zijn portemonnee $ 2.272 aangetroffen, terwijl hij een Hublot-horloge met een taxatiewaarde van € 7.000 draagt. De rechtbank toetst de herkomst aan het beoordelingsschema van de Hoge Raad en acht de verklaring over pokerwinsten en voetbalweddenschappen niet concreet en niet verifieerbaar. Het tweede feit betreft valse arbeidsovereenkomsten, salarisstroken en werkgeversverklaringen die aan een hypotheekadviseur en een bank zijn verstrekt; voor de schenkingsovereenkomst volgt vrijspraak. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn met ruim vijf jaar is overschreden en legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden op met een proeftijd van één jaar. De geldbedragen en het horloge worden verbeurd verklaard en een personenauto met een verborgen bergruimte wordt onttrokken aan het verkeer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tussenarrest over de verenigbaarheid van ANPR-kentekenregistratie op grond van artikel 126jj Sv met artikel 8 EVRM en de artikelen 7 en 8 Handvest

Gerechtshof Den Haag 29 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2898

Het Gerechtshof Den Haag wijst een tussenarrest in de collectieve civiele procedure van Stichting Privacy First tegen de Staat over de vastlegging van kentekengegevens met ANPR-camera's op grond van artikel 126jj Sv. Het hof oordeelt dat de Staat vooralsnog onvoldoende onderbouwt dat de inmenging in het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer noodzakelijk is in een democratische samenleving en stelt de Staat in de gelegenheid nadere gegevens in het geding te brengen. Het hof verwerpt de stelling dat de inmenging niet bij wet is voorzien, ook ten aanzien van de mobiele camera's en het cameraplan. Het hof oordeelt dat de huidige waarborgen tekortschieten, omdat het bevel tot raadpleging van de gegevens wordt gegeven door de officier van justitie en niet door een rechter of een andere onafhankelijke entiteit. Het hof oordeelt dat ook de plaatsing van de camera's onderworpen moet zijn aan onafhankelijke toetsing en dat de monitoring van de logbestanden onvoldoende is. Het hof verwijst de zaak naar de rol van 13 oktober 2026 en houdt iedere verdere beslissing aan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de verenigbaarheid van een veroordeling voor opruiing tot deelname aan een verboden demonstratie met artikel 10 en 11 EVRM

Hoge Raad 29 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1576

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een man die door het gerechtshof Den Haag is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 60 uren wegens opruiing, artikel 131 lid 1 Sr. Het hof acht bewezen dat de verdachte op 26 juni 2020 in een Facebook-livestream het publiek heeft opgeroepen deel te nemen aan een verboden demonstratie op het Malieveld in Den Haag, strafbaar op grond van artikel 11 lid 1 aanhef en onder a WOM. Het middel klaagt dat het hof deze uitlatingen had moeten opvatten als een oproep tot vreedzaam protest en dat de veroordeling een ontoelaatbare inbreuk vormt op de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering, artikel 10 en 11 EVRM. De Hoge Raad herhaalt zijn eerdere overwegingen over de beoordeling van opruiing en over het "chilling effect" van strafrechtelijk optreden tegen organisatoren van demonstraties. Volgens de Hoge Raad geven de oordelen van het hof over de gezondheid, het voorkomen van wanordelijkheden en de beperkte straf geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn zij toereikend gemotiveerd. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing, waarmee de Hoge Raad niet instemt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG HvJ-EU in de zaak over uitvoer van opleidingsvliegtuigen naar Myanmar

Advocaat-generaal Tamara Ćapeta heeft op 24 september 2026 conclusie genomen in zaak C-538/25 (Flugzeugherstellerin, ECLI:EU:C:2026:790) over het begrip producten voor tweeërlei gebruik in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) 2021/821. De zaak komt van het Oostenrijkse Bundesverwaltungsgericht en betreft een verbod op de uitvoer van opleidingsvliegtuigen, een vluchtsimulator, technologie en onderdelen naar Myanmar, met de luchtmacht van dat land als eindgebruiker. De advocaat-generaal stelt het Hof voor dat begrip ruim uit te leggen en daarbij uitsluitend te kijken naar de objectieve, fysieke en technische kenmerken van het product op het moment van uitvoer. Een aanzienlijke bijdrage aan de capaciteiten van de strijdkrachten is volgens haar niet vereist; gebruik voor de basisopleiding van militaire piloten kan volstaan. De militaire capaciteiten van de eindgebruiker, de situatie in het land van bestemming, de mogelijkheid van aanpassing en het onttrekkingsgevaar horen volgens de conclusie pas thuis bij de vraag of een uitvoervergunning vereist is. Het Hof is niet aan de conclusie gebonden en beraadslaagt nog; een datum voor het arrest is niet vastgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^