Geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor witwassen van contant geld op Schiphol en gebruik van valse geschriften bij een hypothecaire geldlening, na overschrijding van de redelijke termijn
/Rechtbank Noord-Holland 24 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13175
De rechtbank Noord-Holland veroordeelt een in 1983 geboren verdachte wegens witwassen en medeplegen van het gebruik van valse geschriften. Bij een douanecontrole op Schiphol op 22 augustus 2018 worden in zijn broekspijp € 76.320 en in zijn portemonnee $ 2.272 aangetroffen, terwijl hij een Hublot-horloge met een taxatiewaarde van € 7.000 draagt. De rechtbank toetst de herkomst aan het beoordelingsschema van de Hoge Raad en acht de verklaring over pokerwinsten en voetbalweddenschappen niet concreet en niet verifieerbaar. Het tweede feit betreft valse arbeidsovereenkomsten, salarisstroken en werkgeversverklaringen die aan een hypotheekadviseur en een bank zijn verstrekt; voor de schenkingsovereenkomst volgt vrijspraak. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn met ruim vijf jaar is overschreden en legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden op met een proeftijd van één jaar. De geldbedragen en het horloge worden verbeurd verklaard en een personenauto met een verborgen bergruimte wordt onttrokken aan het verkeer.
Inleiding en context
De zaak dient in eerste aanleg en op tegenspraak bij de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, na een terechtzitting op 10 september 2026. De verdachte is een natuurlijk persoon, geboren in 1983, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Op 22 augustus 2018 wil hij vanaf Schiphol naar Madrid reizen. Tijdens een douanecontrole reageert de rijksspeurhond liquide middelen op zijn broek. In zijn broekspijp wordt € 76.320 aan contant geld gevonden, waaronder 135 biljetten van € 500, in een met elastiek omwikkeld pakket dat hij aanvankelijk in zijn onderbroek vervoert. In zijn portemonnee zit $ 2.272. Aangifte bij de Douane heeft hij niet gedaan. Hij draagt een Hublot-horloge met een taxatiewaarde van € 7.000 en heeft een cryptotelefoon bij zich. Diezelfde dag wordt hij in verzekering gesteld. De FIOD onderzoekt daarna de financiële positie van de verdachte en zijn echtgenote over de tien voorafgaande jaren en doet rechtshulpverzoeken aan Albanië. Het tweede feit ziet op stukken die de verdachte en zijn echtgenote gebruiken bij het verkrijgen van een hypothecaire geldlening. In Nederland is de verdachte niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.
Tenlastelegging en wettelijk kader
De verdachte wordt onder feit 1 verweten dat hij op 22 augustus 2018 te Schiphol de geldbedragen van € 76.320 en $ 2.272 en het horloge heeft witgewassen, in de varianten van opzet- en schuldwitwassen (artikelen 420bis en 420quater Sr). Centraal staat het bestanddeel dat de voorwerpen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn.
Onder feit 2 wordt hem verweten dat hij in de periode van 31 maart 2016 tot en met 21 januari 2018 te Amsterdam, samen met een ander of anderen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste arbeidsovereenkomsten, salarisstroken, werkgeversverklaringen en een schenkingsovereenkomst, dan wel deze heeft afgeleverd of voorhanden heeft gehad (artikel 225 Sr). Volgens de tenlastelegging vermelden de stukken in strijd met de waarheid dienstverbanden en salarisbetalingen bij drie werkgevers en een schenking van ongeveer € 70.000 door de schoonouders van de verdachte. De stukken zijn verstrekt aan een hypotheekadviseur en aan de bank.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie rekwireert tot bewezenverklaring van beide feiten, met partiële vrijspraak van feit 2 voor zover dat op de schenkingsovereenkomst ziet. Zij vordert een voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden met een proeftijd van twee jaren en houdt daarbij in het voordeel van de verdachte rekening met een overschrijding van de redelijke termijn van zes en een half jaar. Ten aanzien van het beslag vordert zij verbeurdverklaring van de geldbedragen en het horloge en onttrekking aan het verkeer van een personenauto wegens de daarin aangetroffen verborgen bergruimte.
Standpunt van de verdediging
De raadsman bepleit integrale vrijspraak. De onderbouwing van dat bewijsverweer geeft het vonnis niet weer. Wel blijkt dat de verdachte ter zitting vasthoudt aan zijn verklaring dat hij geld heeft verdiend met professioneel pokerspelen en wedden op voetbalwedstrijden. Formele verweren vermeldt het vonnis niet.
Voor het geval de rechtbank tot strafoplegging komt, verzoekt de raadsman te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Aanknopingspunten voor een voorwaardelijke sanctie als stok achter de deur ziet hij niet.
Over het beslag voert de raadsman aan dat de geldbedragen en het horloge aan de verdachte moeten worden teruggegeven, omdat vrijspraak van feit 1 is bepleit. Ten aanzien van de personenauto refereert hij zich aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel gerecht
De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is, dat de officier van justitie ontvankelijk is en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Feit 2 acht de rechtbank bewezen op grond van de bewijsmiddelen in de bijlage bij het vonnis, zonder nadere motivering. Met de officier van justitie en de raadsman oordeelt zij dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om vast te stellen dat de schenkingsovereenkomst vals of vervalst is. In zoverre volgt vrijspraak.
Bij feit 1 stelt de rechtbank voorop dat geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen de voorwerpen en een concreet gronddelict. Zij toetst daarom aan het beoordelingsschema uit HR 10 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1153.
Het vermoeden van witwassen baseert de rechtbank op de wijze van vervoer van het geld, de coupures, het ontbreken van een aangifte bij de Douane en het bezit van een cryptotelefoon, waarvan het volgens de rechtbank een feit van algemene bekendheid is dat deze doorgaans in het criminele circuit wordt gebruikt. De verdachte legt op de dag van zijn aanhouding sterk wisselende en tegenstrijdige verklaringen af. Eerst ontkent hij dat hij op de plek waar de hond aanslaat geld vervoert en zegt hij € 10.000 bij zich te hebben. Na de vondst noemt hij het zijn eigen geld, kort daarna geld dat hij voor een ander moet meenemen. Tegenover de hulpofficier van justitie verklaart hij dat het geld niet van hem is, dat hij de herkomst niet kent en dat hij het in Madrid moet dumpen. In het eerste FIOD-verhoor is het opnieuw zijn eigen geld, verdiend met poker en voetbalweddenschappen. Documentatie over de herkomst kan hij niet tonen. Uit het FIOD-onderzoek volgt dat van de verdachte alleen over 2017 inkomsten bekend zijn, van € 20.081, en dat zijn echtgenote over 2016 tot en met 2018 in totaal € 57.689 heeft opgegeven. Het contante geld, de waarde van het horloge en de banksaldi staan daarmee niet in verhouding. Deze omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank zonder meer het vermoeden dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn.
De rechtbank beoordeelt vervolgens de verklaring waarbij de verdachte sinds het eerste FIOD-verhoor is gebleven. Hij stelt jarenlang geld te hebben verdiend met professioneel poker, onder meer in het Holland Casino en in het buitenland, waarbij inleg en winst steeds contant zijn. Winstverklaringen heeft hij niet, omdat hij tegen andere personen speelde en niet tegen het casino. Ook met voetbalweddenschappen zegt hij contant te hebben gewonnen. Het horloge zou hij zeven of acht jaar eerder voor £ 6.000 in een tweedehands horlogewinkel in Londen hebben gekocht.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte niet heeft verklaard dat de aangetroffen voorwerpen uit pokerwinsten en weddenschappen afkomstig zijn, laat staan voor welk deel. Over het pokeren noemt hij geen data, casino's of inleg en geeft hij geen schatting van de totale winst. De overgelegde wedbriefjes zijn deels onleesbaar, grotendeels slecht leesbaar en in het Albanees gesteld. Zij vermelden alleen de inzet en de mogelijke winst en laten in het midden wie de weddenschap heeft afgesloten en of is uitgekeerd. In het verhoor van 15 november 2018 weigert de verdachte vragen hierover te beantwoorden, met de opmerking dat de FIOD zijn werk moet doen. De toegangscode van zijn iPhone, waarop volgens hem de originele wedbriefjes staan, geeft hij niet. Over het horloge noemt hij geen winkel, locatie of aankoopdatum en legt hij geen stuk over.
De verklaring is volgens de rechtbank niet concreet en niet verifieerbaar en geeft geen aanleiding om nader onderzoek van het Openbaar Ministerie te verlangen. Het kan niet anders zijn dan dat de geldbedragen en het horloge uit enig misdrijf afkomstig zijn en de verdachte wist dit. De rechtbank kwalificeert feit 1 als witwassen en feit 2 als medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 Sr, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen:
Feit 1: witwassen, doordat de verdachte op 22 augustus 2018 te Schiphol de herkomst heeft verborgen en/of verhuld van een contant geldbedrag van € 76.320, een contant geldbedrag van $ 2.272 en een Hublot-horloge ter waarde van ongeveer € 7.000, terwijl hij wist dat deze voorwerpen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren.
Feit 2: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van valse arbeidsovereenkomsten, salarisstroken en werkgeversverklaringen in de periode van 29 juni 2017 tot en met 21 januari 2018 te Amsterdam, door deze stukken te verstrekken aan de hypotheekadviseur en de bank, meermalen gepleegd.
De verdachte wordt vrijgesproken van feit 2 voor zover dat ziet op de schenkingsovereenkomst en van wat meer of anders is ten laste gelegd. De bewezen verklaarde periode van feit 2 vangt aan op 29 juni 2017, waar de tenlastelegging 31 maart 2016 als begindatum noemt.
Strafoplegging en maatregelen
De rechtbank legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden op met een proeftijd van één jaar. Zij overweegt dat witwassen de onderliggende criminaliteit faciliteert en de legale economie ondermijnt, en dat het gebruik van valse stukken bij een hypothecaire geldlening het vertrouwen aantast dat geldverstrekkers in die stukken moeten kunnen stellen. De eerdere veroordelingen van de verdachte in het Verenigd Koninkrijk uit 2007 en 2008 betreffen geen soortgelijke feiten en wegen niet in zijn nadeel mee.
De redelijke termijn vangt aan op 22 augustus 2018, de dag van de inverzekeringstelling. Tot het vonnis is ruim acht jaar verstreken. Wegens het vrij omvangrijke FIOD-onderzoek en de rechtshulpverzoeken aan Albanië stelt de rechtbank de redelijke termijn op drie jaar in plaats van twee jaar, zodat de overschrijding ruim vijf jaar bedraagt. Die overschrijding is niet aan de verdachte toe te rekenen. De ernst van de feiten rechtvaardigt volgens de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar gelet op de overschrijding acht zij die niet meer passend. De duur van de straf is gelijk aan de eis. De proeftijd is met één jaar korter dan de gevorderde twee jaren; een afzonderlijke motivering van dat verschil bevat het vonnis niet.
De geldbedragen van € 76.320 en $ 2.272 en het horloge worden verbeurd verklaard, omdat feit 1 met betrekking tot deze aan de verdachte toebehorende voorwerpen is begaan. Een personenauto van het merk Volkswagen wordt onttrokken aan het verkeer. De auto kan wegens de verborgen bergruimte dienen tot het begaan van soortgelijke feiten of tot belemmering van de opsporing daarvan, en het ongecontroleerde bezit is volgens de rechtbank in strijd met de wet (artikel 189a Sr). Het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
Lees hier de volledige uitspraak.
