EHRM: Mag je weigeren om de toegangscode van je smartphone aan de politie te geven?

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft op 19 mei 2026 de zaak Minteh tegen Frankrijk niet-ontvankelijk verklaard. De zaak draait om een man die tijdens zijn politiebewaring weigerde de pincodes van zijn telefoons aan de politie te geven en daarvoor, naast veroordelingen voor drugsdelicten, werd veroordeeld op grond van artikel 434-15-2 van de Franse Code pénal. Hij klaagde dat die veroordeling zijn zwijgrecht en het verbod op zelfincriminatie uit artikel 6 lid 1 EVRM schond. Het Hof oordeelde dat de gegevens op de telefoons onafhankelijk van zijn wil bestonden, omdat de autoriteiten daar ook langs technische weg toegang toe hadden kunnen krijgen. De klacht over zelfincriminatie valt daarom buiten de bescherming van dat recht en is kennelijk ongegrond verklaard. De privacyklacht onder artikel 8 EVRM werd afgewezen wegens niet-uitputting van de nationale rechtsmiddelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad past regels over stellen en betwisten toe op de drie categorieën van immateriële schade wegens aantasting in de persoon op andere wijze

Hoge Raad 2 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:822

De Hoge Raad doet uitspraak in een zaak over medeplegen van een poging tot diefstal met geweld en bedreiging met geweld, gericht op het horloge van een slachtoffer dat op klaarlichte dag is beschoten en met een vuurwapen op het hoofd is geslagen. Het gerechtshof Amsterdam wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade toe tot € 2.000 en legt daarbij een schadevergoedingsmaatregel op. Het tweede cassatiemiddel klaagt dat het hof die toewijzing ontoereikend heeft gemotiveerd, mede omdat de vordering namens de verdachte gemotiveerd is betwist. De Hoge Raad herhaalt het kader uit zijn arrest van 28 mei 2019 over aantasting in de persoon op andere wijze en werkt de regels over stellen en betwisten uit voor de drie categorieën van gevallen. Omdat uit de overwegingen van het hof niet blijkt op welke grond van artikel 6:106 BW en op welke vastgestelde omstandigheden de toewijzing berust, kan dat oordeel en daarmee ook de schadevergoedingsmaatregel niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak op deze punten en wat betreft de strafduur wegens overschrijding van de redelijke termijn, en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraf voor bestuurder en medewerkster Ennetcom

Het gerechtshof Den Haag heeft op 11 juni uitspraak gedaan in een zaak rondom het bedrijf Ennetcom, dat cryptotelefoons verkocht. Het hof spreekt het bedrijf en de bestuurder en een medewerkster van het bedrijf vrij van witwassen. Wel veroordeelt het hof de bestuurder tot een gevangenisstraf van 10 maanden vanwege deelname aan een criminele organisatie en het plegen van valsheid in geschrifte. Ook veroordeelt het hof de medewerkster tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden voor deelname aan een criminele organisatie en het medeplegen van valsheid in geschrifte. Het hof legt het bedrijf een boete van € 80.000, - op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen voor betrokkenheid bij omkoping bij woningcorporaties Vestia, Portaal en De Woonplaats blijven in stand

De Hoge Raad laat de veroordelingen van drie verdachten voor omkoping bij woningcorporaties Vestia, Portaal en De Woonplaats in stand. De treasury-manager van Vestia schakelde buiten medeweten van zijn werkgever bemiddelaar F.F. in en ontving ruim 10,4 miljoen euro aan doorbetaalde fees; hij werd veroordeeld voor niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en witwassen. Een externe adviseur van Portaal en De Woonplaats deed hetzelfde en kreeg een straf voor omkoping en valsheid in geschrift, een derde verdachte voor actieve omkoping. De Hoge Raad oordeelt onder meer dat een brief met onjuiste informatie aan De Woonplaats geldt als geschrift dat tot bewijs kan dienen, waardoor de klacht over valsheid in geschrift faalt. Vanwege de lange procesduur zijn de straffen iets verlaagd, tot 29 maanden cel (waarvan 12 voorwaardelijk) voor de hoofdverdachte en taakstraffen of voorwaardelijke straffen voor de twee anderen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen onvoorwaardelijke celstraf voor oplichting met formule 1-kaarten: hof weegt proceshouding en vrijwillige terugbetaling mee

Gerechtshof Den Haag 13 mei 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1711

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een verdachte voor oplichting en valsheid in geschrift na de verkoop van niet-geleverde kaarten en arrangementen voor formule 1-races. De verdachte beweegt gedurende ongeveer een jaar een dertigtal personen, veelal bekenden, tot betaling en stuurt hun vervalste tickets en valse bevestigingen. De slachtoffers worden in totaal voor ruim € 70.000 benadeeld. Hoewel de ernst en het aantal slachtoffers in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen, ziet het hof daarvan af vanwege de proceshouding, de afgeronde behandeling van de gokverslaving en de uit eigen beweging gestarte terugbetaling. Het hof legt een taakstraf van 200 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op. De vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen verminderd met het reeds vergoede deel, terwijl het hof geen schadevergoedingsmaatregel oplegt om het lopende aflossingstraject niet te doorkruisen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Faillissementsfraude: hof legt achttien maanden cel op voor ontbrekende administratie en onttrekking van ruim € 350.000 aan twee vennootschappen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt op 27 mei 2026 een bestuurder voor faillissementsfraude tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden. De verdachte voert geen sluitende administratie en stelt deze niet terstond ter beschikking van de curator van de gefailleerde vennootschap. Daarnaast onttrekt hij ruim € 350.000 aan de boedel, terwijl hij weet dat de Belastingdienst, het pensioenfonds en het UWV daardoor in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld. Via een opvolgende vennootschap maakt hij bovendien ruim € 280.000 rechtstreeks over naar zijn privérekening met het oogmerk zichzelf te bevoordelen. Het hof rekent de verdachte zwaar aan dat hij geen enkel inzicht toont in de strafwaardigheid van zijn handelen en de schuld steeds buiten zichzelf legt. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot € 32.799,55, het onbetaalde salaris van de curator, en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Feitelijk leiding geven aan opzetwitwassen: stroman die crimineel geld omzet in goud krijgt zwaardere straf dan medeverdachten

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1 april 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:979

Het gerechtshof veroordeelt een verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden wegens feitelijk leiding geven aan opzetwitwassen door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. De verdachte wordt tegen betaling van € 20.000 als stroman bestuurder van een vennootschap waarop via een valse factuur ruim € 420.000 is binnengekomen, en zet dit bedrag grotendeels om in goud. Het hof oordeelt dat sprake is van een klassiek geval van witwassen, waarbij zelfs vaststaat uit welk concreet misdrijf het geld afkomstig is, namelijk oplichting en valsheid in geschrift. Voor opzetwitwassen is niet vereist dat de verdachte precies weet van welk misdrijf het geld afkomstig is, maar slechts dat hij weet dat het uit enig misdrijf afkomstig is. Dat de medeverdachten enkel voor schuldwitwassen zijn veroordeeld doet hieraan niet af, omdat de rol van de verdachte wezenlijk anders en zwaarder is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valse opgave in hypotheekakte: Hoge Raad acht onbegrijpelijk dat een daadwerkelijk gevestigd hypotheekrecht in strijd met de waarheid zou zijn opgenomen

Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:798

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een zaak over het medeplegen van het opnemen van een valse opgave in een hypotheekakte. De verdachte is door het hof veroordeeld voor het opzettelijk doen opnemen van een valse opgave in een authentieke akte op grond van artikel 227 Sr. De bewezenverklaring houdt in dat in de hypotheekakte in strijd met de waarheid is opgenomen dat een hypotheekrecht is gevestigd tot een bedrag van € 700.000, te vermeerderen met € 245.000, op een woning in Breda. Het hof stelt in de bewijsvoering echter vast dat de eigenaar en zijn echtgenote daadwerkelijk een hypotheekrecht ten gunste van de verdachte hebben gevestigd tot diezelfde bedragen. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel dat het gevestigde hypotheekrecht in strijd met de waarheid is opgenomen daarom niet begrijpelijk is. De Hoge Raad vernietigt het arrest wat betreft het onder 1 bewezenverklaarde en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de aan de betrokkene toe te rekenen uitgaven bij profijtontneming

Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:790

Dit arrest betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit het medeplegen van het (voorbereiden van het) invoeren van cocaïne, waarbij het gerechtshof Den Haag de betrokkene de verplichting oplegt tot betaling van € 45.000 aan de Staat. Het tweede en het derde cassatiemiddel klagen over het oordeel van het hof dat het geld voor de aankoop van een BMW en een Audi A3 aan de betrokkene toe te rekenen uitgaven zijn. Het hof neemt uitgaven van € 17.000 en € 8.000 in aanmerking en baseert zich op de kentekenregistratie als voor tegenspraak vatbare aanwijzing en op het ontbreken van enige administratie van de gestelde autohandel. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel toereikend is gemotiveerd, verklaart de overige middelen af op grond van artikel 81 lid 1 RO en stelt ambtshalve vast dat de redelijke termijn is overschreden zonder daaraan gevolg te verbinden. De Hoge Raad verwerpt het beroep, anders dan de advocaat-generaal die tot vernietiging en terugwijzing concludeert.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over de verhouding tussen Awb-toezicht en opsporing bij de aanpak van ondermijning

Advocaat-generaal Paridaens concludeerde op 12 mei 2026 in een Opiumwetzaak over de inzet van bestuursrechtelijke toezichtsbevoegdheden bij een integrale controle naar ondermijning. Tijdens een gemeentelijke controle op het gebruik van panden overeenkomstig het bestemmingsplan trof een toezichthouder een drugslab aan in het bedrijfspand van de verdachte. De verdediging betoogde dat toezichtsbevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht waren misbruikt voor strafrechtelijke doeleinden en bepleitte bewijsuitsluiting. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat het optreden van de gemeente rechtmatig was en dat alleen het gelijktijdig meelopen van een politiefunctionaris een vormverzuim opleverde, zonder rechtsgevolg. De advocaat-generaal acht alle vier de cassatiemiddelen ongegrond. Wel adviseert zij de gevangenisstraf te verminderen wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^