Geen onvoorwaardelijke celstraf voor oplichting met formule 1-kaarten: hof weegt proceshouding en vrijwillige terugbetaling mee
/Gerechtshof Den Haag 13 mei 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1711
Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een verdachte voor oplichting en valsheid in geschrift na de verkoop van niet-geleverde kaarten en arrangementen voor formule 1-races. De verdachte beweegt gedurende ongeveer een jaar een dertigtal personen, veelal bekenden, tot betaling en stuurt hun vervalste tickets en valse bevestigingen. De slachtoffers worden in totaal voor ruim € 70.000 benadeeld. Hoewel de ernst en het aantal slachtoffers in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen, ziet het hof daarvan af vanwege de proceshouding, de afgeronde behandeling van de gokverslaving en de uit eigen beweging gestarte terugbetaling. Het hof legt een taakstraf van 200 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op. De vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen verminderd met het reeds vergoede deel, terwijl het hof geen schadevergoedingsmaatregel oplegt om het lopende aflossingstraject niet te doorkruisen.
Inleiding en context
Deze zaak betreft een verdachte, een natuurlijk persoon geboren in 1999, die gedurende een periode van ongeveer een jaar een dertigtal personen oplicht door hun kaarten en arrangementen voor formule 1-races te verkopen en deze vervolgens niet te leveren. In plaats van de toegezegde tickets stuurt de verdachte de slachtoffers vervalste kaarten en deelt hij hun kort vóór de race mee dat de kaarten dubbel geboekt zouden zijn. De slachtoffers zijn veelal bekenden van de verdachte, wiens vertrouwen daardoor ernstig wordt beschaamd. De verdachte handelt vanuit de wens snel geld te verdienen om in zijn gokverslaving te kunnen voorzien. In totaal worden de slachtoffers voor ruim € 70.000 benadeeld.
De zaak wordt behandeld in hoger beroep. In eerste aanleg veroordeelt de rechtbank Rotterdam de verdachte op 11 december 2024 ter zake van beide feiten tot een taakstraf van 240 uren, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar onder algemene en bijzondere voorwaarden. Namens de verdachte wordt tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. De behandeling vindt plaats op tegenspraak bij de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag.
Tenlastelegging en wettelijk kader
De verdachte wordt twee feiten verweten. Onder feit 1 wordt hem oplichting verweten, strafbaar gesteld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 september 2021 tot en met 30 september 2022 een groot aantal personen, met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen. Daartoe biedt hij via Instagram en WhatsApp reguliere tickets en VIP-tickets voor formule 1 met korting aan, evenals daaraan gekoppelde arrangementen zoals vliegtickets, transfers, helikoptervluchten, hotelovernachtingen, eten en drinken, rondleidingen en een boottocht. Hij laat de bedragen via betaalverzoeken of zijn bankrekeningnummer overmaken, deelt mee dat de tickets en bevestigingen zullen worden opgestuurd en stuurt vervalste tickets en berichten die afkomstig lijken van Formula 1 Experience en de Dutch GP.
Onder feit 2 wordt de verdachte valsheid in geschrift verweten, strafbaar gesteld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Het gaat om het valselijk opmaken of vervalsen van tickets van de Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix door deze van andere namen te voorzien, het valselijk opmaken van een e-mailbericht dat afkomstig lijkt van de organisatie van Formula 1 Experience met de mededeling dat een deel van de kaarten dubbel bezet is en wordt doorgeschoven naar 2023, en het zelf opstellen van een bevestiging over de aankoop van twaalf tickets Grandstand met een totale waarde van € 18.900 onder gebruikmaking van het logo van Formula 1, telkens met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal vordert vernietiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde tot een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen concludeert de advocaat-generaal tot toewijzing, vermeerderd met de wettelijke rente, voor zover deze niet reeds door de verdachte zijn terugbetaald. Voor zover de vordering van een van de benadeelde partijen ziet op de kosten van een hotelovernachting, concludeert de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkverklaring voor dat deel. Daarnaast vordert de advocaat-generaal oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partijen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging voert geen formele verweren of bewijsverweren; de gevoerde verweren zien op de vorderingen van de benadeelde partijen en op de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging betwist de vorderingen voor zover deze zien op de aankoop van de vervalste kaarten, in die zin dat de gevorderde bedragen kunnen worden toegewezen voor zover deze niet reeds door de verdachte aan de benadeelde partijen zijn vergoed, inmiddels zo'n 37,7 procent. De door een van de benadeelde partijen gevorderde kosten voor het aanvragen van een nieuw paspoort en de door een andere benadeelde partij gevorderde kosten voor buskaarten betwist de verdediging niet. Ten aanzien van de door een benadeelde partij gevorderde hotelkosten verzoekt de verdediging tot niet-ontvankelijkverklaring in zoverre. Tot slot verzoekt de verdediging het hof geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen, omdat de verdachte onder bewind staat en de bewindvoerder erop toeziet dat de verdachte aan de benadeelde partijen aflost, terwijl oplegging van de maatregel de inning bij het CJIB zou beleggen en zo de lopende betalingsregeling zou doorkruisen.
Oordeel gerecht
Het hof oordeelt dat het vonnis waarvan beroep niet in stand kan blijven omdat het zich daarmee niet geheel verenigt, en vernietigt het vonnis. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte beide feiten heeft begaan en grondt zijn overtuiging op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Het onder 1 bewezenverklaarde kwalificeert het hof als oplichting, meermalen gepleegd, en het onder 2 bewezenverklaarde als valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde of van de verdachte uitsluit.
Ten aanzien van de strafmaat overweegt het hof dat gelet op de ernst van de feiten, waaronder de veelheid aan slachtoffers en de hoogte van het benadelingsbedrag, in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in de rede ligt. Het hof ziet, evenals de rechtbank en de advocaat-generaal, niettemin aanleiding daarvan af te zien. Daartoe weegt het hof mee dat de verdachte na het aan het licht komen van de zaak meteen een bekennende verklaring aflegt, contact zoekt met de slachtoffers en hun opbiecht dat hij hen heeft opgelicht. De verdachte stelt zich onder behandeling van De Waag voor zijn gokverslaving, aanvankelijk als schorsingsvoorwaarde en later op vrijwillige basis, en rondt deze behandeling met goed gevolg af. Ter terechtzitting in hoger beroep geeft hij volledige openheid van zaken en blijk van zelfinzicht. De verdachte staat onder bewind, heeft een vast fulltime contract als accountmanager en heeft inmiddels zo'n 37,7 procent van de schade terugbetaald. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld en nadien niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen. Het hof overweegt dat detentie de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte zou doorkruisen en de terugbetaling aan de slachtoffers zou doen stagneren.
Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen oordeelt het hof dat de schade, voor zover niet betwist en als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde, vaststaat en in zoverre wordt toegewezen. Voor zover de verdachte de schade reeds heeft vergoed, onderbouwd met een overzicht van de bewindvoerder en bevestigd door meerdere benadeelde partijen, wijst het hof de vorderingen, anders dan de rechtbank, af, omdat in zoverre geen te vergoeden schade meer resteert. Bij een van de benadeelde partijen neemt het hof, anders dan de rechtbank, het volledige gevorderde bedrag van € 4.490 tot uitgangspunt; dat een deel daarvan is overgemaakt vanaf de bankrekeningen van familieleden doet niet af aan het feit dat zij voor dit bedrag is opgelicht. De vordering van de benadeelde partij die mede ziet op hotelkosten wordt voor dat deel niet-ontvankelijk verklaard, nu dit onvoldoende is onderbouwd en nader onderzoek een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De wettelijke rente bepaalt het hof om praktische redenen voor iedere benadeelde partij op de in het midden van de bewezenverklaarde pleegperiode gelegen datum, 17 maart 2022. Het hof legt, anders dan de rechtbank, geen schadevergoedingsmaatregel op, omdat de verdachte reeds geruime tijd aflost, de bewindvoerder toeziet op nakoming en de maatregel het lopende aflossingstraject zou kunnen doorkruisen en compliceren.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:
oplichting, meermalen gepleegd, door in de periode van 1 september 2021 tot en met 30 september 2022 een groot aantal personen door het aannemen van een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels te bewegen tot de afgifte van geldbedragen voor kaarten en arrangementen voor formule 1-races die niet zijn geleverd
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, door in diezelfde periode tickets van de Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix, een e-mailbericht dat afkomstig lijkt van Formula 1 Experience en een bevestiging over de aankoop van twaalf tickets Grandstand met een totale waarde van € 18.900 valselijk op te maken of te vervalsen, met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, acht het hof niet bewezen, zodat de verdachte daarvan wordt vrijgesproken.
Strafoplegging en maatregelen
Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 100 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht naar de maatstaf van twee uren taakstraf per dag. Daarnaast legt het hof een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Anders dan de rechtbank stelt het hof geen bijzondere voorwaarden, omdat het daarin thans geen meerwaarde ziet: de verdachte is reeds behandeld voor zijn gokverslaving en staat onder bewind. De opgelegde straffen zijn in duur korter dan die van de rechtbank en stemmen overeen met de eis van de advocaat-generaal, waarbij het hof ten voordele van de verdachte meeweegt dat hij ook in een vrijwillig kader behandeling heeft ondergaan en de slachtoffers reeds voor een substantieel deel schadeloos heeft gesteld.
Het hof wijst de vorderingen van de benadeelde partijen tot vergoeding van materiële schade toe tot de in het arrest genoemde bedragen, telkens verminderd met het reeds vergoede deel en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2022, en wijst de vorderingen voor het overige af. De benadeelde partij die mede hotelkosten heeft gevorderd, wordt voor een bedrag van € 708 niet-ontvankelijk verklaard en kan de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De verdachte wordt veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partijen, tot aan de uitspraak begroot op nihil. Het hof legt geen schadevergoedingsmaatregel op. Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Lees hier de volledige uitspraak.
