Geen onvoorwaardelijke celstraf voor oplichting met formule 1-kaarten: hof weegt proceshouding en vrijwillige terugbetaling mee

Gerechtshof Den Haag 13 mei 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1711

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een verdachte voor oplichting en valsheid in geschrift na de verkoop van niet-geleverde kaarten en arrangementen voor formule 1-races. De verdachte beweegt gedurende ongeveer een jaar een dertigtal personen, veelal bekenden, tot betaling en stuurt hun vervalste tickets en valse bevestigingen. De slachtoffers worden in totaal voor ruim € 70.000 benadeeld. Hoewel de ernst en het aantal slachtoffers in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen, ziet het hof daarvan af vanwege de proceshouding, de afgeronde behandeling van de gokverslaving en de uit eigen beweging gestarte terugbetaling. Het hof legt een taakstraf van 200 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op. De vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen verminderd met het reeds vergoede deel, terwijl het hof geen schadevergoedingsmaatregel oplegt om het lopende aflossingstraject niet te doorkruisen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Faillissementsfraude: hof legt achttien maanden cel op voor ontbrekende administratie en onttrekking van ruim € 350.000 aan twee vennootschappen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt op 27 mei 2026 een bestuurder voor faillissementsfraude tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden. De verdachte voert geen sluitende administratie en stelt deze niet terstond ter beschikking van de curator van de gefailleerde vennootschap. Daarnaast onttrekt hij ruim € 350.000 aan de boedel, terwijl hij weet dat de Belastingdienst, het pensioenfonds en het UWV daardoor in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld. Via een opvolgende vennootschap maakt hij bovendien ruim € 280.000 rechtstreeks over naar zijn privérekening met het oogmerk zichzelf te bevoordelen. Het hof rekent de verdachte zwaar aan dat hij geen enkel inzicht toont in de strafwaardigheid van zijn handelen en de schuld steeds buiten zichzelf legt. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot € 32.799,55, het onbetaalde salaris van de curator, en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Feitelijk leiding geven aan opzetwitwassen: stroman die crimineel geld omzet in goud krijgt zwaardere straf dan medeverdachten

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1 april 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:979

Het gerechtshof veroordeelt een verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden wegens feitelijk leiding geven aan opzetwitwassen door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. De verdachte wordt tegen betaling van € 20.000 als stroman bestuurder van een vennootschap waarop via een valse factuur ruim € 420.000 is binnengekomen, en zet dit bedrag grotendeels om in goud. Het hof oordeelt dat sprake is van een klassiek geval van witwassen, waarbij zelfs vaststaat uit welk concreet misdrijf het geld afkomstig is, namelijk oplichting en valsheid in geschrift. Voor opzetwitwassen is niet vereist dat de verdachte precies weet van welk misdrijf het geld afkomstig is, maar slechts dat hij weet dat het uit enig misdrijf afkomstig is. Dat de medeverdachten enkel voor schuldwitwassen zijn veroordeeld doet hieraan niet af, omdat de rol van de verdachte wezenlijk anders en zwaarder is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valse opgave in hypotheekakte: Hoge Raad acht onbegrijpelijk dat een daadwerkelijk gevestigd hypotheekrecht in strijd met de waarheid zou zijn opgenomen

Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:798

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een zaak over het medeplegen van het opnemen van een valse opgave in een hypotheekakte. De verdachte is door het hof veroordeeld voor het opzettelijk doen opnemen van een valse opgave in een authentieke akte op grond van artikel 227 Sr. De bewezenverklaring houdt in dat in de hypotheekakte in strijd met de waarheid is opgenomen dat een hypotheekrecht is gevestigd tot een bedrag van € 700.000, te vermeerderen met € 245.000, op een woning in Breda. Het hof stelt in de bewijsvoering echter vast dat de eigenaar en zijn echtgenote daadwerkelijk een hypotheekrecht ten gunste van de verdachte hebben gevestigd tot diezelfde bedragen. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel dat het gevestigde hypotheekrecht in strijd met de waarheid is opgenomen daarom niet begrijpelijk is. De Hoge Raad vernietigt het arrest wat betreft het onder 1 bewezenverklaarde en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over de aan de betrokkene toe te rekenen uitgaven bij profijtontneming

Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:790

Dit arrest betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit het medeplegen van het (voorbereiden van het) invoeren van cocaïne, waarbij het gerechtshof Den Haag de betrokkene de verplichting oplegt tot betaling van € 45.000 aan de Staat. Het tweede en het derde cassatiemiddel klagen over het oordeel van het hof dat het geld voor de aankoop van een BMW en een Audi A3 aan de betrokkene toe te rekenen uitgaven zijn. Het hof neemt uitgaven van € 17.000 en € 8.000 in aanmerking en baseert zich op de kentekenregistratie als voor tegenspraak vatbare aanwijzing en op het ontbreken van enige administratie van de gestelde autohandel. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel toereikend is gemotiveerd, verklaart de overige middelen af op grond van artikel 81 lid 1 RO en stelt ambtshalve vast dat de redelijke termijn is overschreden zonder daaraan gevolg te verbinden. De Hoge Raad verwerpt het beroep, anders dan de advocaat-generaal die tot vernietiging en terugwijzing concludeert.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over de verhouding tussen Awb-toezicht en opsporing bij de aanpak van ondermijning

Advocaat-generaal Paridaens concludeerde op 12 mei 2026 in een Opiumwetzaak over de inzet van bestuursrechtelijke toezichtsbevoegdheden bij een integrale controle naar ondermijning. Tijdens een gemeentelijke controle op het gebruik van panden overeenkomstig het bestemmingsplan trof een toezichthouder een drugslab aan in het bedrijfspand van de verdachte. De verdediging betoogde dat toezichtsbevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht waren misbruikt voor strafrechtelijke doeleinden en bepleitte bewijsuitsluiting. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat het optreden van de gemeente rechtmatig was en dat alleen het gelijktijdig meelopen van een politiefunctionaris een vormverzuim opleverde, zonder rechtsgevolg. De advocaat-generaal acht alle vier de cassatiemiddelen ongegrond. Wel adviseert zij de gevangenisstraf te verminderen wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geld achter de plafondplaat: verhullen van de vindplaats bij witwassen toereikend gemotiveerd

Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:788

De Hoge Raad oordeelt over een witwasveroordeling waarbij de verdachte een contant geldbedrag van € 32.100 achter een plafondplaat in de slaapkamer van de woonwagen van zijn buurvrouw heeft verstopt. De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens witwassen op grond van artikel 420bis lid 1 onder a van het Wetboek van Strafrecht. In cassatie klaagt het tweede middel over de bewezenverklaring dat de verdachte de vindplaats van het geld heeft verhuld. De Hoge Raad zet uiteen dat verbergen en verhullen zien op gedragingen die het zicht op onder meer de vindplaats bemoeilijken en die daartoe geschikt zijn. Omdat het plaatsen van het geld achter de plafondplaat het zicht op de vindplaats bemoeilijkt, acht de Hoge Raad de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd en faalt het middel. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie vermindert de Hoge Raad de taakstraf van 120 naar 114 uren en verwerpt hij het beroep voor het overige.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ook de verdachte zonder procesafspraken profiteert: rechtbank deelt strafkorting voor teruggave kunstschatten gelijk over drie verdachten

Op 5 juni 2026 heeft de rechtbank Noord-Nederland drie mannen elk veroordeeld tot 47 maanden gevangenisstraf voor de kunstroof in het Drents Museum op 25 januari 2025, waarbij de gouden helm van Coțofenești en drie Dacische armbanden werden weggenomen en met zwaar vuurwerk een ontploffing werd veroorzaakt. Met twee verdachten waren procesafspraken gemaakt met als doel de teruggave van de kunstobjecten; de helm en twee armbanden zijn op 1 april 2026 overgedragen, de derde armband is nog spoorloos. De rechtbank toetste die afspraken aan artikel 6 EVRM, maakte een eigen strafberekening vanuit een basisstraf van 78 maanden en stelde schendingen vast van artikel 8 EVRM en het pressieverbod van artikel 29 Sv bij de inzet van opsporingsberichtgeving. Die vormverzuimen leidden tot strafvermindering, terwijl de inzet van de urgente veiligheidsverhoren en het undercovertraject rechtmatig werd geacht. Ook de derde verdachte zonder procesafspraken kreeg in het kader van rechtsgelijkheid een strafkorting van een derde wegens de teruggave.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboetes voor medeplegen van handel in beschermde dieren; Landeck-vormverzuim bij telefoononderzoek zonder rechtsgevolg

De rechtbank Overijssel veroordeelt twee in Italië woonachtige dierenhandelaren elk tot een geldboete van € 25.000, waarvan € 10.000 voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, wegens het medeplegen van economische delicten op grond van de Omgevingswet. De verdachten hebben op 1 juli 2024 in Apeldoorn samen beschermde diersoorten uit de bijlagen A en B bij de CITES-basisverordening en 109 Canadese ganzen zonder de vereiste documenten en omgevingsvergunning verworven en vervoerd, terwijl de legale herkomst niet kon worden aangetoond. De rechtbank stelt in beide zaken een onherstelbaar vormverzuim vast bij het onderzoek aan de telefoon, maar verbindt daaraan geen rechtsgevolg omdat het Landeck-arrest toen nog niet was gewezen. Voor het ontbreken van diergezondheidscertificaten en een vervoersvergunning volgt in beide zaken vrijspraak. De in beslag genomen dieren waarvan de legale herkomst niet is vastgesteld, worden aan het verkeer onttrokken. In één van de zaken gaan de overige dieren terug naar de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Maatstaf beoordeling tegenonderzoek

Hoge Raad 2 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:820

Het beoordelingskader voor een verzoek om tegenonderzoek begint bij het uitgangspunt dat de verdachte op grond van artikel 6 EVRM het recht heeft de betrouwbaarheid van een belastende deskundigenverklaring te onderzoeken, zodat voor een eerste verzoek tot tegenonderzoek in beginsel geen nadere onderbouwing van het belang mag worden verlangd. De verdediging moet daarbij wel aanduiden welke onderdelen van de deskundigenverklaring zij betwist, en kan worden gevraagd toe te lichten waarom toetsing bij voorkeur via een tegenonderzoek moet plaatsvinden in plaats van langs een andere weg, zoals het horen van de deskundige of een nader rapport. Is een eerder verzoek om tegenonderzoek al toegewezen en dat onderzoek uitgevoerd, dan mag bij een volgend verzoek om de betrouwbaarheid van zowel de eerste verklaring als het tegenonderzoek te onderzoeken wel een nadere onderbouwing van het belang worden verlangd. Uit die motivering moet blijken dat en waarom de verdediging met het eerdere onderzoek geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om de betrouwbaarheid van de eerste deskundigenverklaring te toetsen. In de regel is daaraan voldaan als voldoende is onderbouwd dat er concrete aanwijzingen zijn dat ook na het verrichte tegenonderzoek geen betrouwbaar onderzoeksresultaat beschikbaar is, bijvoorbeeld omdat het onderzoek niet aan de vakinhoudelijke eisen voldoet.

Read More
Print Friendly and PDF ^