Rijksbrede aanpak van corruptie: focus op kwetsbaarheden, weerbaarheid en handhaving

Op 20 juni 2025 presenteerde het kabinet een rijksbrede anti-corruptieaanpak die zowel de publieke als de private sector bestrijkt. De aanpak steunt op vier pijlers: risicogestuurde focus op kwetsbaarheden, versterking van overheidsprocessen, vergroting van weerbaarheid in het bedrijfsleven en intensivering van strafrechtelijke handhaving. Overheden en bedrijven worden verplicht hun integriteitsrisico’s systematisch in kaart te brengen en passende maatregelen te treffen. De transport- en logistieksector krijgt bijzondere aandacht vanwege haar strategische kwetsbaarheid voor criminele inmenging. Jaarlijks wordt €5 miljoen geïnvesteerd in opsporing, vervolging en implementatie van onder meer de komende EU-anti-corruptierichtlijn. De aanpak markeert een omslag in beleid waarbij preventie, integriteit en strafrechtelijke interventie in samenhang worden ingezet tegen corruptie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Corporate criminal liability in EU Directives: An overview of the EU discipline

This article focuses on the corporate criminal liability regime introduced by EU directives harmonising criminal law. Liability of legal persons has become an essential tool in preventing and sanctioning serious crimes and European criminal law has progressively developed a common approach. The more recent legal instruments adopted by the EU strengthen the obligation for Member States to adopt a common standard and minimise the risk of forum shopping. This paper aims to analyse the European Union’s approach to corporate liability, investigating the nature of such liability and its contents, by focusing in particular on the criteria for attributing this liability to entities and the sanction provisions. Recent EU legislative acts contain some crucial innovations that appear to go beyond the minimum standards and place more emphasis on the organisational fault of the corporation, as well as the post-delictum re-organisation.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EU Anti-Corruptie Richtlijn: stagnerend overleg, maar hoop op toekomstig succes

Op 11 juni 2025 vond in Brussel de vierde triloog plaats tussen het Europees Parlement, de Raad van de EU en de Europese Commissie over de voorgestelde EU Anti-Corruptie Richtlijn. Deze onderhandelingsronde bracht veel technische vooruitgang, maar eindigde zonder politiek akkoord. De belangrijkste discussiepunten draaiden om de strafbaarstelling van misbruik van functies, het niveau van minimumstraffen, de reikwijdte van klokkenluidersbescherming en de gewenste implementatietermijn voor de richtlijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De kroongetuige in financieel-economische strafzaken

De kroongetuigenregeling is nu beperkt tot zware criminaliteit, maar zou ook waardevol kunnen zijn in FEC-zaken. Betrokkenen als boekhouders of facilitators kunnen sleutelverklaringen afleggen over complexe netwerken. Het Openbaar Ministerie pleit daarom voor uitbreiding van de regeling, mits voorzien van waarborgen. De Kamer staat open voor debat, maar onderstreept het belang van rechtsstatelijke zorgvuldigheid. Effectiviteit en eerlijk proces moeten in balans blijven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ambtenaar van DV&O stuurt gevoelige informatie door: OM eist 240 uur taakstraf

Op maandag 13 maart 2023 wordt een man van 39 jaar aangehouden op zijn werk. Het gaat om een medewerker van de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O), onderdeel van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Hij wordt enkele dagen later na verhoor weer in vrijheid gesteld. Het OM verdenkt de ambtenaar ervan dat hij gevoelige informatie waarover hij vanwege zijn werk kon beschikken vanuit zijn werkomgeving naar zijn privéomgeving heeft gebracht. Vandaag stond hij voor de rechter. Het OM eist 240 uur taakstraf en 6 maanden voorwaardelijke celstraf tegen hem.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: civielrechtelijke dwaling en bedrog van overeenkomstige toepassing op transactie (art. 74 Sr)

Hoge Raad 13 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:898

De civiele kamer van de Hoge Raad oordeelt dat civielrechtelijke bepalingen over dwaling en bedrog in beginsel van overeenkomstige toepassing kunnen zijn op een strafrechtelijke transactie (art. 74 Sr). De zaak betrof een verdachte die een transactie accepteerde op basis van een vals proces-verbaal. Volgens de Hoge Raad staat de publiekrechtelijke aard van de transactie niet in de weg aan analoge toepassing van art. 3:44 en 6:228 BW. Toch strandde het beroep op dwaling in deze zaak: de verdachte kon niet aannemelijk maken dat hij de transactie anders niet was aangegaan. De toegang tot vernietiging is daarmee juridisch erkend, maar praktisch beperkt. Het arrest bevestigt het belang van zorgvuldige dossiervorming bij transacties.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Woordvoerder vrijgesproken van lekken vertrouwelijke informatie uit Presidium Tweede Kamer

Rechtbank Den Haag 12 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10223

De rechtbank Den Haag heeft een 58-jarige vrouw vrijgesproken van het lekken van vertrouwelijke informatie uit het Presidium van de Tweede Kamer. In het Presidium werd op 28 september 2022 besloten om onderzoek te doen naar voormalig Kamervoorzitter Arib. Deze vertrouwelijke informatie stond dezelfde avond in de NRC Handelsblad. De rechtbank oordeelt dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte deze informatie heeft gelekt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ondernemingsstrafrecht zonder klassenjustitie. Van megaschikking naar megastrafbeschikking

Het Openbaar Ministerie (OM) schiet tekort bij de daadwerkelijke bestraffing van criminaliteit gepleegd door grote ondernemingen. In plaats van hun boetes op te leggen grossiert de openbaar aanklager in afkoopsommen. Megaschikkingen hebben de transactiepraktijk omgevormd tot een moderne versie van de middeleeuwse aflatenpraktijk. Dit roept de vraag op in hoeverre deze praktijk leidt tot klassenjustitie: kunnen grote delinquente ondernemingen niet beter een strafbeschikking krijgen? Vanuit deze vraagstelling worden eerst de transactie- en strafbeschikkingenpraktijk geschetst (paragraaf 1 en 2). Vervolgens worden in paragraaf 3 beide modaliteiten vergeleken met betrekking tot hun fundamentele verschil. Daarna worden de negatieve effecten van afkoop besproken (paragraaf 4), gevolgd door een analyse van mogelijke bezwaren tegen megastrafbeschikkingen (paragraaf 5). Aan het slot volgt in paragraaf 6 de conclusie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wetsvoorstellen herziening wetgeving ambtsdelicten Kamerleden en bewindspersonen naar Raad van State voor advies

Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid en minister Uitermark van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties sturen twee wetsvoorstellen naar de Raad van State voor advies. Deze voorstellen herzien de wettelijke regeling voor de opsporing, vervolging en berechting van ambtsdelicten door Kamerleden, ministers en staatssecretarissen. De commissie-Fokkens heeft tekortkomingen geconstateerd in de huidige bijzondere procedure voor het opsporen, vervolgen en berechten van ambtsdelicten. Daarom wordt er met deze wetsvoorstellen gewerkt aan een herziening. Het kabinet neemt de aanbevelingen van de commissie-Fokkens hierin over. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Servicemanager veroordeeld voor jarenlange niet-ambtelijke omkoping

Rechtbank Oost-Brabant 15 april 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2776

Een servicemanager van een technisch bedrijf wordt veroordeeld voor niet-ambtelijke omkoping. Hij ontvangt bijna 90.000 euro aan steekpenningen voor het bevoordelen van leveranciers en het plaatsen van personeel. Ook keurt hij onjuiste urendeclaraties goed en deelt vertrouwelijke informatie. De rechtbank acht bewezen dat hij zijn positie jarenlang misbruikt voor persoonlijk gewin. Van het vervalsen van een cv wordt hij vrijgesproken. Vanwege termijnoverschrijding krijgt hij strafvermindering. Hij wordt veroordeeld tot 240 uur taakstraf en acht maanden voorwaardelijke celstraf.

Context van de zaak

De verdachte, een 60-jarige man woonachtig in Nederland, is jarenlang werkzaam als servicemonteur, projectmanager en directievoerder bij een technisch dienstverlenend bedrijf (hierna: bedrijf 1). In deze functies beschikt hij over aanzienlijke invloed op de personeelsinzet en contractuele relaties van zijn werkgever. De zaak betreft een omvangrijk feitencomplex waarin verdachte zich, volgens het Openbaar Ministerie (OM), gedurende ruim drie jaar structureel laat betalen door derden in ruil voor het bevoordelen van hen en hun bedrijven binnen de zakelijke relaties van zijn werkgever.

De verdachte ontvangt hiervoor volgens het dossier steekpenningen in de vorm van contante bedragen en bankoverschrijvingen van in totaal bijna 90.000 euro. Deze gelden komen van medeverdachten, waaronder de eigenaar van bedrijven die personeelsdiensten en leveringen aan bedrijf 1 aanbieden. Verdachte gebruikt zijn positie om onder meer personeel van deze bedrijven voor projecten te plaatsen, vertrouwelijke informatie te delen en contracten met voorkeursleveranciers te beïnvloeden.

Tenlastelegging

Aan verdachte wordt primair verweten dat hij zich schuldig maakt aan medeplegen van niet-ambtelijke omkoping (artikel 328ter Sr), door als werknemer van bedrijf 1, in strijd met zijn plicht, tegen betaling bepaalde handelingen te verrichten of na te laten. Dit betreft onder meer het plaatsen van werknemers van bepaalde bedrijven op projecten, het goedkeuren van onjuiste urendeclaraties, het beïnvloeden van leverancierscontracten en het bevorderen van de aanstelling van een persoon op basis van een vervalst curriculum vitae.

Subsidiair wordt verdachte verweten medepleger te zijn van valsheid in geschrifte ten aanzien van het opmaken van een vervalst curriculum vitae.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het OM stelt zich op het standpunt dat beide tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Verdachte heeft bewust samengewerkt met anderen om bedrijf 1 te benadelen in ruil voor persoonlijke financiële voordelen. Het OM eist een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Standpunt van de verdediging

De verdediging voert meerdere verweren. Primair wordt niet-ontvankelijkheid van het OM bepleit vanwege overschrijding van de redelijke termijn en vermeende schending van het recht op een eerlijk proces. Daarnaast betoogt de verdediging dat verklaringen van verdachte tegenover de FIOD niet tot het bewijs mogen worden gerekend wegens schending van vormvoorschriften (geen cautie). Verder wordt aangevoerd dat de betalingen aan verdachte slechts leningen betroffen, dat hij niet in strijd met zijn plicht zou hebben gehandeld en dat geen sprake was van valse urendeclaraties. Tot slot wordt vrijspraak gevraagd van het medeplegen van de valsheid in geschrifte.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het beroep op niet-ontvankelijkheid van het OM. De overschrijding van de redelijke termijn wordt erkend, maar leidt gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad niet tot niet-ontvankelijkheid. De vertraging wordt wel verdisconteerd in de strafmaat.

De verweren met betrekking tot vormverzuimen tijdens verhoren worden deels gehonoreerd. Verklaringen van verdachte afgelegd tijdens gesprekken op 14 en 17 december 2018 worden uitgesloten van het bewijs, omdat verdachte toen al verdacht was en als zodanig had moeten worden aangemerkt. De overige bewijsmiddelen zijn echter toereikend om tot een bewezenverklaring te komen.

De rechtbank acht het verweer dat de ontvangen gelden leningen zouden betreffen ongeloofwaardig. Uit chatgesprekken blijkt dat sprake is van afspraken over betalingen in ruil voor plaatsing van personeel en toewijzing van opdrachten. Verdachte vraagt om “aanbreng envelopjes” en deelt offertes van concurrenten, hetgeen wijst op bewuste en structurele beïnvloeding. Ook de betrokkenheid van verdachte bij de aanstelling van een medeverdachte en de goedkeuring van urendeclaraties zonder controle bevestigen dit patroon.

De rechtbank acht eveneens bewezen dat verdachte betrokken is bij het gebruik van een vervalst CV bij de aanstelling van een medewerkster, maar niet dat hij heeft meegewerkt aan het opmaken ervan. Van medeplegen van valsheid in geschrifte wordt verdachte daarom vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig maakt aan medeplegen van niet-ambtelijke omkoping door:

  • Het bevorderen van tewerkstelling van werknemers van medeverdachten binnen bedrijf 1

  • Het beïnvloeden van de aanstelling van een persoon op basis van een vervalst CV

  • Het sturen op contracten met voorkeursleveranciers tegen betaling van commissies

  • Het delen van vertrouwelijke informatie ten behoeve van deze leveranciers

  • Het goedkeuren van onjuiste urendeclaraties zonder controle

Verdachte ontvangt hiervoor aanzienlijke bedragen in contanten en per bank, welke hij verzwijgt voor zijn werkgever.

Strafoplegging

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de ernst van de feiten en het langdurige karakter ervan. Verdachte handelt structureel in strijd met zijn plicht en misbruikt het vertrouwen van zijn werkgever voor persoonlijk gewin. De rechtbank rekent hem dit zwaar aan, temeer daar hij al over een bovenmodaal salaris beschikt.

De rechtbank stelt vast dat het onderzoek ruim drie jaar te lang heeft geduurd, hetgeen een schending van artikel 6 EVRM oplevert. Daarom legt zij een lagere straf op dan door het OM is geëist.

Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden met een proeftijd van twee jaren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^