Verschoningsrecht en AI: hoe vertrouwelijk blijft een strafdossier in een taalmodel

Bij het filteren van inbeslaggenomen telefoons en een laptop stuitte de rechter-commissaris in Rotterdam op ChatGPT-gesprekken. De beslagene had het programma een reactie laten opstellen die kennelijk bestemd was voor een verschoningsgerechtigde. In het proces-verbaal van 12 juni 2026 (ECLI:NL:RBROT:2026:9319) overweegt de rechter-commissaris dat een extern AI-systeem de ingevoerde en de gegenereerde informatie opslaat en die kan gebruiken, bijvoorbeeld om het model te trainen. Het invoeren van mogelijk verschoningsgerechtigde informatie kan daarom worden aangemerkt als openbaar maken, waardoor de informatie haar vertrouwelijke karakter verliest. De gesprekken zijn als niet-verschoningsgerechtigd gemarkeerd en maakten zo deel uit van de dataset die aan het onderzoeksteam is vrijgegeven.

Het gaat om één beslissing van één rechter-commissaris, in een zaak waarin het de cliënt was die de chatbot gebruikte. De redenering reikt verder dan die ene zaak. Zij raakt de advocaat die een dossier wil laten samenvatten en de cliënt die een gesprek met zijn raadsman voorbereidt. Ook de opsporing krijgt ermee te maken, omdat chatgeschiedenissen deel uitmaken van wat er op een inbeslaggenomen telefoon staat.

Op 8 december komen dit soort onderwerpen aan bod tijdens het congres Wat AI vraagt van de juridische praktijk in Den Haag.

Opslag en hergebruik als kern van de redenering

De rechter-commissaris verbindt het verlies van vertrouwelijkheid aan twee eigenschappen van de dienst: de aanbieder slaat invoer en uitvoer op, en kan die gebruiken om het model te trainen. Daarmee is nog niet gezegd wat geldt wanneer die eigenschappen ontbreken. Denk aan een dienst waarbij de aanbieder contractueel heeft toegezegd de invoer niet voor training te gebruiken en na verwerking te verwijderen, of aan een model dat op eigen hardware draait. De beslissing hoefde die varianten niet te beoordelen en doet dat ook niet. Voor de praktijk zijn het wel de varianten waar het om gaat, omdat de keuze voor een tool juist op die punten wordt gemaakt.

De geheimhoudingsplicht van de advocaat

Voor de advocaat zelf komt daar de geheimhoudingsplicht bij. Artikel 11a Advocatenwet verplicht de advocaat tot geheimhouding van alles waarvan hij uit hoofde van zijn beroepsuitoefening kennisneemt. Dezelfde plicht geldt voor zijn medewerkers en personeel en voor andere personen die bij de beroepsuitoefening zijn betrokken. Wie een dossier in een AI-dienst laadt, betrekt een aanbieder bij dat werk. Of die aanbieder dan te vergelijken is met de leverancier die de dossiers en de e-mail van de praktijk host, of met een buitenstaander aan wie iets wordt verteld, beantwoordt de Rotterdamse beslissing niet. Het ligt voor de hand dat daarbij meeweegt wat de aanbieder technisch met de invoer doet en wat daarover contractueel is vastgelegd. Die twee dingen verschillen per dienst en per abonnement.

De cliënt en de opsporing

De Rotterdamse zaak laat zien dat het risico ook buiten de eigen praktijk ligt. Een cliënt die zijn verhaal eerst aan een chatbot voorlegt en daarna aan zijn advocaat, heeft de vertrouwelijkheid in de redenering van de rechter-commissaris zelf prijsgegeven. Dat is een onderwerp voor het eerste gesprek met een cliënt, naast de bekende waarschuwing om niet met anderen over de zaak te praten.

Voor het Openbaar Ministerie, de FIOD en toezichthouders speelt de vraag van de andere kant. Bij het filteren van digitaal beslag moet worden bepaald hoe gesprekken met AI-diensten worden behandeld. Daarnaast verwerken zij zelf gegevens waarvoor dezelfde afweging tussen een externe dienst en een eigen omgeving geldt.

Cloud of eigen server

Een model dat lokaal draait, neemt het bezwaar weg dat de invoer bij een derde wordt opgeslagen. Er komen andere vragen voor terug. De beveiliging en het beheer liggen dan bij de organisatie zelf, en het is de vraag of een lokaal model goed genoeg is voor het werk dat ervan wordt gevraagd. Voor een kleine strafrechtpraktijk is dat een andere afweging dan voor een parket met een eigen ICT-afdeling.

Op 8 december: hoe je dit in de praktijk regelt

De Rotterdamse beslissing laat zien wat er misgaat bij een publieke chatbot. Hoe het wel kan, staat er niet in. Die vraag komt aan bod in twee plenaire sessies van het congres Wat AI vraagt van de juridische praktijk, op dinsdag 8 december 2026 in Den Haag.

De sessie over dataveiligheid en AI wordt gegeven door twee sprekers die het strafdossier van binnenuit kennen. Sander Denneman verdedigde ondernemingen in fraude-, witwas- en corruptiezaken en is medeoprichter van Lexboost, een AI-toepassing die rechtspraak doorzoekt en analyseert. Kerem Canatan staat sinds 2008 cliënten bij in fraudezaken en economisch strafrecht en is daarnaast CEO van CaseLynx. Zij brengen de ervaring mee van wie zelf met zulke dossiers heeft gewerkt en weet welke stukken een praktijk nooit uit handen wil geven.

Later op de dag behandelt Ot van Daalen de vraag of lokale AI een alternatief is voor de cloud. Hij is advocaat bij Root Legal en onderzoeker bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde op onder meer informatiebeveiliging en encryptie en werkte eerder bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Wie overweegt gevoelige dossiers buiten de cloud te houden, hoort hier wat die keuze inhoudt.

De rest van het programma gaat over wat AI van een praktijk als geheel vraagt. Eva Bosma opent met een keynote over AI-transformatie, en in de workshops komen onder meer het opleiden van nieuwe medewerkers en de rechtsbescherming bij algoritmische selectie aan bod. Je kunt de dag in Den Haag bijwonen, live online volgen of achteraf terugkijken. Deelname kost € 599 exclusief btw en levert 6 PO/PE-punten op, waarvan 3 juridisch.

Bekijk het programma en schrijf je in.

Print Friendly and PDF ^

Geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor witwassen van contant geld op Schiphol en gebruik van valse geschriften bij een hypothecaire geldlening, na overschrijding van de redelijke termijn

Rechtbank Noord-Holland 24 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13175

De rechtbank Noord-Holland veroordeelt een in 1983 geboren verdachte wegens witwassen en medeplegen van het gebruik van valse geschriften. Bij een douanecontrole op Schiphol op 22 augustus 2018 worden in zijn broekspijp € 76.320 en in zijn portemonnee $ 2.272 aangetroffen, terwijl hij een Hublot-horloge met een taxatiewaarde van € 7.000 draagt. De rechtbank toetst de herkomst aan het beoordelingsschema van de Hoge Raad en acht de verklaring over pokerwinsten en voetbalweddenschappen niet concreet en niet verifieerbaar. Het tweede feit betreft valse arbeidsovereenkomsten, salarisstroken en werkgeversverklaringen die aan een hypotheekadviseur en een bank zijn verstrekt; voor de schenkingsovereenkomst volgt vrijspraak. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn met ruim vijf jaar is overschreden en legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden op met een proeftijd van één jaar. De geldbedragen en het horloge worden verbeurd verklaard en een personenauto met een verborgen bergruimte wordt onttrokken aan het verkeer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AMLA publiceert technische standaarden voor cliëntenonderzoek, zakelijke relatie en groepsbrede vereisten

De Europese Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering (AMLA) heeft op 1 oktober 2026 drie sets definitieve technische standaarden afgerond en aangeboden aan de Europese Commissie. De standaarden gaan over cliëntenonderzoek, over de criteria voor zakelijke relaties, occasionele transacties en onderling samenhangende transacties, en over groepsbrede minimumeisen voor beheersmaatregelen. De grondslag ligt in artikel 28 lid 1, artikel 19 lid 9 en de artikelen 16 lid 4 en 17 lid 3 van de Anti-Money Laundering Regulation (AMLR). Na vaststelling en publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn de standaarden volgens het voorstel van AMLA zes maanden na inwerkingtreding van toepassing. Voor voetbalmakelaars en betaaldvoetbalorganisaties geldt volgens AMLA 10 juli 2029 als datum van toepassing. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) wijst erop dat de nieuwe Europese regels grotendeels per 10 juli 2027 in werking treden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toegang tot cryptogegevens in strafrechtelijk onderzoek: het Aanvullend Protocol bij de Warschau-conventie

Op 22 en 23 september 2026 kwamen in Straatsburg opsporings-, vervolgings- en rechterlijke autoriteiten uit de lidstaten van de Raad van Europa bijeen voor een rondetafel over crypto-assets en DeFi bij witwassen, terrorismefinanciering en andere vormen van financieel-economische criminaliteit. De bijeenkomst werd georganiseerd door de Economic Crime and Cooperation Division (ECCD) van de Raad van Europa. Zo'n praktijkuitwisseling verandert het strafrecht niet. Wat wel telt, staat in de slotalinea van het persbericht: de verwijzing naar het recent aangenomen Aanvullend Protocol bij de Warschau-conventie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De verzwegen strafbeschikking van €70 miljoen

Het Openbaar Ministerie legde op 21 februari 2024 een strafbeschikking op aan de investeringsmaatschappij M.C.L. Netherlands B.V. wegens witwassen, volgens Het Financieele Dagblad voor in totaal € 70 miljoen. In de strafbeschikking was opgenomen dat het OM geen persberichten over de zaak zou verspreiden en dat reacties op publicaties van derden vooraf aan het bedrijf zouden worden voorgelegd. De afdoening werd pas bekend nadat het FD er vragen over stelde en een afschrift opvroeg op grond van artikel 257h lid 2 Sv. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag wees op 17 september 2026 de vordering van MCLN af om verstrekking van het afschrift aan het FD te verbieden, omdat openbaarheid van de strafrechtspleging zwaarder weegt dan de gevreesde reputatieschade. De voorzitter van de Raad voor de rechtspraak vraagt zich in het FD af of het OM dergelijke hoge strafbeschikkingen moet kunnen uitvaardigen, en hoogleraar strafprocesrecht Joep Lindeman noemt de gang van zaken vanuit rechtsstatelijk perspectief problematisch. De kwestie raakt aan het verschil in waarborgen tussen de hoge transactie, met toetsingscommissie en verplicht persbericht, en de hoge strafbeschikking, waarvoor zulke regels ontbreken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep OM over doorbreking van notarieel verschoningsrecht in witwasonderzoek

Hoge Raad 22 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1527

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van het openbaar ministerie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank had geoordeeld dat zich geen zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan het verschoningsrecht van twee niet-verdachte notarissen moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding. Tegen die twee notarissen waren digitale gegevensbestanden in beslag genomen naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek tegen een andere notaris en zijn juridisch medewerker wegens vermoedde overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en witwassen. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de toets voor het belang van de waarheidsvinding correct heeft toegepast. Het openbaar ministerie had niet aangetoond dat de stukken in een zodanig direct verband staan met het strafbare feit dat ze kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen. De rechtbank had voorts correct opgemerkt dat veel stukken buiten de periode van verdenking vallen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AFM: Groei van beheerders van beleggingsinstellingen vraagt om extra aandacht voor de naleving van de anti-witwas- en sanctieregels

De Autoriteit Financiële Markten heeft in september 2026 een analyserapport gepubliceerd over de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de Sanctiewet 1977 door beheerders van beleggingsinstellingen. Volgens de AFM is de naleving op onderdelen als risicobeoordeling en beleid verbeterd, maar blijven de light-beheerders daarbij achter. Het aantal light-beheerders groeide van 504 in 2019 naar 773 in 2024. Uit de vragenlijst met peildatum 31 december 2024 blijkt dat 66 procent een transactieprofiel opstelt en 55 procent is geregistreerd bij FIU-Nederland. Circa 45 procent van de dagelijks beleidsbepalers volgde de afgelopen twee jaar een Wwft-opleiding en circa 40 procent een training over sanctieregelgeving. De AFM wijst op de Antiwitwasverordening (AMLR), die op 10 juli 2027 in werking treedt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling tot gevangenisstraf voor medeplegen van gewoontewitwassen door contant geld via valse facturen van de eigen vennootschap giraal terug te boeken

Rechtbank Gelderland 8 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7016

De rechtbank Gelderland veroordeelt een in 1977 geboren directeur en enig bestuurder van een besloten vennootschap tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden voor medeplegen van gewoontewitwassen. De verdachte ontvangt in de periode van september 2022 tot en met januari 2023 bij ontmoetingen contant geld van een medeverdachte die is veroordeeld voor de productie van en handel in harddrugs. Dat geld boekt hij vanaf de rekening van zijn vennootschap giraal terug naar de vennootschap van de medeverdachte, onder verwijzing naar facturen voor 160 montage-uren per week, in totaal € 109.440. De rechtbank oordeelt dat de facturen zien op fictieve werkzaamheden, nu de vennootschap van de medeverdachte geen personeel in dienst heeft en de verdachte zijn agenda met de gestelde planning niet overlegt. Het opzettelijk en stelselmatig gebruik van een rechtspersoon om ontdekking te voorkomen weegt de rechtbank strafverzwarend mee. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met ruim een jaar en vier maanden legt de rechtbank negen in plaats van de gevorderde elf maanden op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Teruggave van € 66.900 aan contant geld na beklag: legale herkomst uit schadevergoeding onderbouwd, wantrouwen jegens banken maakt geld niet verdacht

Rechtbank Gelderland 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6662

De rechtbank Gelderland verklaart een beklag op grond van artikel 552a Sv gegrond en gelast de teruggave van € 66.900 aan contant geld dat op 23 oktober 2025 onder de zwager van klager in beslag is genomen wegens verdenking van witwassen. Klager toont met een vonnis van de rechtbank Limburg, een betaling van het CJIB, bankafschriften en stukken over de verkoop van zijn auto aan dat hij over een aanzienlijk bedrag uit legale bron kan beschikken. Dat hij zijn geld stelselmatig pint en contant verstopt omdat hij geen vertrouwen heeft in banken, acht de rechtbank ongebruikelijk maar niet op voorhand verdacht. Het Openbaar Ministerie stelt daar in het kader van de genuanceerde bewijslastverdeling bij witwassen niets tegenover, behalve dat de verklaring niet aannemelijk is. De rechtbank overweegt dat de bewijslast uiteindelijk bij het Openbaar Ministerie ligt en dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het geld later verbeurd verklaart of onttrekt aan het verkeer. De beschikking staat open voor beroep in cassatie door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van een rechtspersoon voor medeplegen van gewoontewitwassen via valse facturen voor fictieve montagewerkzaamheden

Rechtbank Gelderland 8 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7018

De rechtbank Gelderland veroordeelt een besloten vennootschap voor medeplegen van gewoontewitwassen van € 109.440. De bestuurder van het bedrijf ontvangt contant geld van een medeverdachte die is veroordeeld voor de productie van en handel in harddrugs. Het bedrijf boekt dat geld giraal terug naar de vennootschap van de medeverdachte onder verwijzing naar facturen voor 160 montage-uren per week. De rechtbank oordeelt dat aan die facturen geen werkzaamheden ten grondslag liggen en dat sprake is van een schijnconstructie. De gedragingen van de bestuurder worden aan de rechtspersoon toegerekend omdat zij in de sfeer van de rechtspersoon hebben plaatsgevonden. De rechtbank legt, ondanks overschrijding van de redelijke termijn, de gevorderde geldboete van € 33.000 op.

Read More
Print Friendly and PDF ^