Gevangenisstraf voor verduistering in dienstbetrekking van € 3.864.795 door financieel directeur; schadevergoedingsmaatregel opgelegd, benadeelde partij niet-ontvankelijk

Rechtbank Overijssel 28 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5768

De rechtbank Overijssel veroordeelt een financieel directeur voor verduistering in dienstbetrekking van € 3.864.795. De verdachte maakt het geld in de periode van 1 januari 2023 tot en met 26 april 2025 in ongeveer zeventig overboekingen over naar bankrekeningen waarover hij de beschikking heeft. Hij bekent het feit, zodat de rechtbank volstaat met een opgave van de bewijsmiddelen. Dat het geld is aangewend voor de betaling van crediteuren en niet voor persoonlijk gewin, doet volgens de rechtbank niet af aan de wederrechtelijke toe-eigening. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en ziet af van het gevorderde beroepsverbod. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk omdat zij al over een civiel vonnis beschikt, terwijl de rechtbank wel de schadevergoedingsmaatregel oplegt voor € 3.815.559,41.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing ontnemingsvordering na veroordeling voor verkoop van illegale software wegens onvoldoende onderbouwde voordeelsberekening

Rechtbank Noord-Nederland 28 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4085

De rechtbank Noord-Nederland wijst de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af. De veroordeelde is in de hoofdzaak veroordeeld voor het verkopen van illegale software via zijn webshop. De officier van justitie vordert oplegging van een betalingsverplichting van € 450.098,46. De politie heeft in het ontnemingsrapport alle opbrengsten uit de webshop bij elkaar opgeteld, zonder uitsplitsing per product of productgroep. Daardoor is niet te achterhalen welke omzet aan legale en welke aan illegale producten is toe te rekenen. De rechtbank oordeelt dat een gedegen basis voor een schatting van het voordeel ontbreekt en dat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak na aangifte faillissementsfraude: curator niet aansprakelijk

Rechtbank Den Haag 8 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:8806

Een curator doet in 2014 aangifte van faillissementsfraude tegen onder meer de bestuurder van een Servische vennootschap en die vennootschap zelf. De bestuurder wordt strafrechtelijk vervolgd, door de rechtbank Rotterdam deels veroordeeld en in hoger beroep door het gerechtshof Den Haag volledig vrijgesproken. De bestuurder en de vennootschap vorderen daarna een verklaring voor recht dat de curator met de aangifte onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor hun schade. De rechtbank Den Haag oordeelt dat de vordering van de vennootschap is verjaard, omdat de stuitingsbrief van 27 oktober 2020 alleen namens de bestuurder is verzonden. De vordering van de bestuurder toetst de rechtbank aan de Maclou-norm, ingevuld met de maatstaf voor een onrechtmatige aangifte. De rechtbank oordeelt dat de curator niet onrechtmatig heeft gehandeld en wijst de vorderingen af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van meineed in twee zaken na bewijsuitsluiting van getuigenverhoren bij de rechter-commissaris wegens het niet wijzen op het verschoningsrecht van artikel 219 Sv

Rechtbank Overijssel 15 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5777 en ECLI:NL:RBOVE:2026:5778

De rechtbank Overijssel spreekt op 15 september 2026 in twee afzonderlijke vonnissen twee vrouwen vrij van meineed. Beide verdachten wordt verweten dat zij in januari 2025 als beëdigd getuige bij de rechter-commissaris in Zwolle opzettelijk vals hebben verklaard, onder meer over hun aankomst in Nederland en het bezit van een Rwandees paspoort. De officier van justitie stelt zich in beide zaken op het standpunt dat vrijspraak moet volgen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De rechtbank stelt vast dat de getuigen vragen zijn gesteld bij de beantwoording waarvan zij zich aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling konden blootstellen, terwijl zij niet zijn gewezen op het verschoningsrecht van artikel 219 Sv. Het proces-verbaal van verhoor kan daarom niet bijdragen aan het bewijs en wordt daarvan uitgesloten. Daarmee vervalt volgens de rechtbank de grondslag voor vervolging voor meineed.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor witwassen van contant geld op Schiphol en gebruik van valse geschriften bij een hypothecaire geldlening, na overschrijding van de redelijke termijn

Rechtbank Noord-Holland 24 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13175

De rechtbank Noord-Holland veroordeelt een in 1983 geboren verdachte wegens witwassen en medeplegen van het gebruik van valse geschriften. Bij een douanecontrole op Schiphol op 22 augustus 2018 worden in zijn broekspijp € 76.320 en in zijn portemonnee $ 2.272 aangetroffen, terwijl hij een Hublot-horloge met een taxatiewaarde van € 7.000 draagt. De rechtbank toetst de herkomst aan het beoordelingsschema van de Hoge Raad en acht de verklaring over pokerwinsten en voetbalweddenschappen niet concreet en niet verifieerbaar. Het tweede feit betreft valse arbeidsovereenkomsten, salarisstroken en werkgeversverklaringen die aan een hypotheekadviseur en een bank zijn verstrekt; voor de schenkingsovereenkomst volgt vrijspraak. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn met ruim vijf jaar is overschreden en legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden op met een proeftijd van één jaar. De geldbedragen en het horloge worden verbeurd verklaard en een personenauto met een verborgen bergruimte wordt onttrokken aan het verkeer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting na verwerping van beroep op vrijwillige verbetering en oplichtingsscenario

Rechtbank Den Haag 29 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:28723

De rechtbank Den Haag veroordeelt een accountant voor feitelijk leidinggeven aan het meermalen opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting door een besloten vennootschap. In de kwartaalaangiften over het eerste kwartaal van 2021 tot en met het tweede kwartaal van 2022 is ten onrechte voorbelasting in aftrek gebracht, met een fiscaal nadeel van € 202.666. De verdachte voert aan dat hij door twee artsen met valse facturen is opgelicht en dat hij de aangiften met suppleties heeft gecorrigeerd. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een vrijwillige verbetering als bedoeld in artikel 69, derde lid, AWR, omdat de suppleties zijn ingediend na een informatieverzoek van de Belastingdienst. Het alternatieve scenario acht de rechtbank niet aannemelijk en zij acht vol opzet bewezen. De rechtbank legt een geldboete van € 65.000 en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor onjuiste aangiften inkomstenbelasting wegens verzwegen aanmerkelijk belang in buitenlandse vennootschappen, vrijspraak van fraude met de vennootschapsbelasting

Rechtbank Rotterdam 3 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10525

De rechtbank Rotterdam veroordeelt een verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar voor het opzettelijk onjuist en onvolledig doen van aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2014 tot en met 2020. De verdachte geeft zijn aanmerkelijk belang in buitenlandse vennootschappen en de inkomsten daaruit niet op en laat die inkomsten onder de schijn van een lening op buitenlandse bankrekeningen toevloeien. Het fiscale nadeel voor de inkomstenbelasting bedraagt € 639.050. Voor het verwijt dat de verdachte binnen een vennootschap gefingeerde licentiekosten heeft laten opnemen en zo onjuiste aangiften vennootschapsbelasting heeft gedaan, volgt vrijspraak. De rechtbank oordeelt dat verklaringen over de licentieovereenkomst een grondslag voor de betalingen geven en dat het dossier onvoldoende gewicht heeft om die grondslag te weerleggen. Het Openbaar Ministerie eist 24 maanden gevangenisstraf; de rechtbank komt tot één jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof: Nederlands bedrijf niet aansprakelijk voor levering grondstof voor mosterdgas aan Saddam Hoessein

Vijf Iraanse personen spreken een Nederlands bedrijf (Otjiaha B.V.) aan. Dat bedrijf zou in de jaren ‘80 een grondstof voor de productie van mosterdgas aan Irak hebben geleverd, waarmee zij, destijds deel uitmakend van het Iraanse leger, zijn aangevallen. Het hof oordeelt vandaag dat dit bedrijf daarvoor niet aansprakelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Handel in beschermde papegaaien: gevangenisstraf van drie maanden voor CITES-overtredingen, valsheid in geschrift, oplichting en dierenverwaarlozing

Rechtbank Overijssel 14 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5532

De rechtbank Overijssel veroordeelt een handelaar in papegaaien tot een gevangenisstraf van drie maanden voor het jarenlang verhandelen van beschermde vogelsoorten zonder de vereiste CITES-documenten, het valselijk opmaken van overdrachtsverklaringen, oplichting van een koper en het onthouden van de nodige verzorging aan vogels, waarvan er meerdere zijn gestorven. De verdachte is bij verstek berecht. Twee gevoegde strafzaken zijn samen behandeld. De rechtbank spreekt hem vrij van medeplegen bij vrijwel alle feiten en verklaart de levende en dode vogels en de administratie verbeurd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Behoedzaam omgaan met herkenningen leidt tot vrijspraak van oplichting

Behoedzaam omgaan met herkenningen brengt de rechtbank Oost-Brabant tot vrijspraak van oplichting van een 76-jarige vrouw, omdat de herkenning berust op foto's waarop een mondkapje het grootste deel van het gezicht bedekt en mond en neus niet zichtbaar zijn. De foto's zijn niet gedateerd en over de pleegdatum bestaat onduidelijkheid, doordat de afschrijving van twee dagen eerder dateert dan het feit volgens de aangeefster. Voor medeplegen van handel in cocaïne volgt wel een bewezenverklaring, op grond van tapgesprekken met straattaal en getuigenverklaringen. Handel in heroïne wordt niet bewezen geacht. De redelijke termijn is met ruim drieënhalf jaar overschreden. De rechtbank legt geen gevangenisstraf op, maar een taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis. De straf blijft onder de eis van de officier van justitie van 120 uren.

Read More
Print Friendly and PDF ^