Handel in beschermde papegaaien: gevangenisstraf van drie maanden voor CITES-overtredingen, valsheid in geschrift, oplichting en dierenverwaarlozing
/Rechtbank Overijssel 14 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5532
De rechtbank Overijssel veroordeelt een handelaar in papegaaien tot een gevangenisstraf van drie maanden voor het jarenlang verhandelen van beschermde vogelsoorten zonder de vereiste CITES-documenten, het valselijk opmaken van overdrachtsverklaringen, oplichting van een koper en het onthouden van de nodige verzorging aan vogels, waarvan er meerdere zijn gestorven. De verdachte is bij verstek berecht. Twee gevoegde strafzaken zijn samen behandeld. De rechtbank spreekt hem vrij van medeplegen bij vrijwel alle feiten en verklaart de levende en dode vogels en de administratie verbeurd.
Inleiding en context
De verdachte, een natuurlijk persoon geboren in 1984 en zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, heeft enkele jaren een professionele papegaaienhandel gevoerd. De zaak komt aan het rollen na een melding op 14 november 2022 van een vrouw die een rosé kaketoe had geruild tegen een dubbele geelkopamazone, maar nooit de vereiste CITES-papieren ontving. Naar aanleiding daarvan start het Team Milieu het onderzoek Loras, waaruit blijkt dat de verdachte vermoedelijk via onder meer Marktplaats in papegaaien handelt zonder de wettelijk vereiste CITES-verklaringen. Tijdens dat onderzoek komt nieuwe informatie naar voren en wordt het onderzoek Ros opgestart.
Op 23 november 2022 en opnieuw op 10 mei 2023 wordt ter inbeslagname binnengetreden in de woning van de verdachte in Rolde. Bij het tweede bezoek treffen de politie en de NVWA vogels aan die onder slechte omstandigheden worden gehuisvest; er worden twintig levende en tien dode vogels in beslag genomen. De zaak wordt in eerste aanleg behandeld door de meervoudige economische kamer, zittingsplaats Zwolle, en betreft twee ter terechtzitting gevoegde parketnummers.
Tenlastelegging en wettelijk kader
Onder parketnummer 84-053772-24 wordt de verdachte vijf feiten verweten. Feit 1 betreft het opzettelijk handelen in strijd met de CITES-basisverordening door grijze roodstaart papegaaien, een dubbele geelkop papegaai, een rosé kaketoe, Molukken kaketoes en Nieuw-Guinea Edelpapegaaien te verkopen, te bezitten met het oog op verkoop, ten verkoop aan te bieden of te vervoeren. Feit 2 is valsheid in geschrift door overdrachtsverklaringen van de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers valselijk op te maken (artikel 225 Sr). Feit 3 is oplichting van een koper (artikel 326 Sr). Feit 4 betreft het bedrijfsmatig houden en verhandelen van vogels zonder te voldoen aan het Besluit houders van dieren (artikel 2.7 Wet dieren). Feit 5 is het als houder onthouden van de nodige verzorging aan vogels (artikel 2.2 Wet dieren).
Onder parketnummer 84-317855-22 gaat het om twee feiten: het opzettelijk handelen in strijd met de CITES-basisverordening met drie dubbele geelkopamazones (feit 1) en valsheid in geschrift met overdrachtsverklaringen (feit 2).
Het wettelijk kader voor de CITES-feiten ligt in artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming, dat het verbiedt in strijd te handelen met de bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen. Via artikel 3.14 van de Regeling natuurbescherming is artikel 8, eerste lid, in samenhang met het vijfde lid, van de CITES-basisverordening aangewezen. Artikel 8, eerste lid, verbiedt onder meer de verkoop, het bezit met het oog op verkoop en het vervoer met dat oogmerk van specimens van de in bijlage A genoemde soorten. Het vijfde lid breidt dat verbod uit tot soorten van bijlage B, tenzij ten genoegen van de bevoegde autoriteit is aangetoond dat de specimens legaal zijn verkregen en binnengebracht.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard, met uitzondering van de vier grijze roodstaart papegaaien bij feit 1 onder parketnummer 84-053772-24. De officier van justitie vordert een gevangenisstraf van drie maanden met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen vordert de officier van justitie dat de levende vogels worden onttrokken aan het verkeer en de dode vogels en de administratie worden verbeurdverklaard.
Standpunt van de verdediging
De verdachte is bij verstek berecht en heeft geen verdediging gevoerd. De uitspraak bevat geen weergave van standpunten van of namens de verdachte over de tenlastelegging, het bewijs of de strafmaat.
Oordeel gerecht
Bij feit 1 onder parketnummer 84-053772-24 spreekt de rechtbank de verdachte vrij van het onderdeel over de vier grijze roodstaart papegaaien die bij de ouders van zijn ex-partner waren ondergebracht. Dat deze vogels ten verkoop zijn aangeboden of met het oog op verkoop zijn vervoerd, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen. Voor de overige vogels stelt de rechtbank vast dat de grijze roodstaart papegaai, de dubbele geelkopamazone, de rosé kaketoe en de Molukken kaketoe op bijlage A staan, zodat handel daarin verboden is. De Nieuw-Guinea Edelpapegaai staat op bijlage B; handel is dan alleen toegestaan bij legale herkomst. De aangetroffen Nieuw-Guinea Edelpapegaaien droegen pootringen die niet aan de eisen voldeden en van legale kweek is niet gebleken. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte in strijd met de CITES-basisverordening heeft gehandeld.
Voor feit 2 onder hetzelfde parketnummer stelt de rechtbank vast dat de verdachte vier overdrachtsverklaringen valselijk heeft opgemaakt, onder meer door een valse naam, een vals adres en een valse woonplaats in te vullen, een onjuiste geboortedatum van een vogel te vermelden en een handtekening te plaatsen die moest doorgaan voor die van zijn ex-partner. Bij feit 3 oordeelt de rechtbank dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting. Hij deed zich op Marktplaats voor onder een valse naam met een vals adres, bracht de vogels naar het huisadres van de koper, verklaarde dat een van de vogels gechipt was en vermeldde op de overdrachtsverklaring een garantie. Deze handelwijze levert in onderling verband het aannemen van een valse naam en een samenweefsel van verdichtsels op, waarmee de koper is bewogen tot afgifte van een papegaai en een geldbedrag van € 200.
Bij feit 4 oordeelt de rechtbank dat de verdachte zich bedrijfsmatig met de vogelhandel bezighield. Hij plaatste in de periode van 1 januari 2020 tot en met 10 mei 2023 in totaal 505 advertenties met papegaaiachtigen, gericht op anderen dan familie en vrienden. De inrichting was niet aangemeld bij de minister, de verdachte kon geen bewijs van vakbekwaamheid tonen en de administratie was onoverzichtelijk. Daarmee zijn de artikelen 3.7, 3.8, 3.10 en 3.11 van het Besluit houders van dieren overtreden. Bij feit 5 stelt de rechtbank op grond van de bevindingen van de NVWA vast dat de vogels geen vers drinkwater of geschikt voer hadden, in vieze omstandigheden en tussen de resten van dode vogels werden gehouden, en dat de verdachte de nodige verzorging heeft onthouden. Uit het aantreffen van meerdere dode vogels leidt de rechtbank af dat dit ook in de dagen voorafgaand aan 10 mei 2023 het geval was.
Onder parketnummer 84-317855-22 acht de rechtbank feit 1 bewezen: de drie als Amazona oratrix aangemerkte geelkopamazones staan op bijlage A en de verdachte heeft ze in bezit gehad, ten verkoop aangeboden en verkocht. Bij dit feit neemt de rechtbank medeplegen aan met de ex-partner, die bij de verkoop aanwezig was, de overdrachtsverklaring invulde en daarbij gekleed ging in politiekleding, wat volgens de rechtbank een zekere mate van vertrouwen uitstraalt. Feit 2 onder dit parketnummer betreft het valselijk opmaken van drie overdrachtsverklaringen, onder meer met een onjuiste wetenschappelijke soortnaam, een vervalste handtekening en een onjuiste datum.
Bij alle feiten onder parketnummer 84-053772-24 en bij feit 2 onder parketnummer 84-317855-22 verwerpt de rechtbank het medeplegen: van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking dat sprake is van medeplegen in de zin van artikel 47 Sr is niet gebleken, zodat de verdachte daarvan wordt vrijgesproken. Medeplegen wordt uitsluitend aangenomen bij feit 1 onder parketnummer 84-317855-22.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen:
feit 1 (parketnummer 84-317855-22): medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift krachtens artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming;
feit 2 (parketnummer 84-317855-22): valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
feit 1 (parketnummer 84-053772-24): opzettelijke overtreding van een voorschrift krachtens artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming, tweemaal (bijlage A en bijlage B);
feit 2 (parketnummer 84-053772-24): valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
feit 3 (parketnummer 84-053772-24): oplichting;
feit 4 (parketnummer 84-053772-24): opzettelijke overtreding van een voorschrift krachtens artikel 2.7, eerste lid, Wet dieren;
feit 5 (parketnummer 84-053772-24): handelen in strijd met artikel 2.2, achtste lid, Wet dieren.
Vrijgesproken wordt van het onderdeel over de vier grijze roodstaart papegaaien bij feit 1 (parketnummer 84-053772-24), van het medeplegen bij alle feiten onder parketnummer 84-053772-24 en bij feit 2 onder parketnummer 84-317855-22, en van wat meer of anders is ten laste gelegd.
Strafoplegging en maatregelen
De rechtbank legt een gevangenisstraf van drie maanden op, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Bij de strafoplegging weegt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten mee. Handel in levende dieren brengt verantwoordelijkheid met zich voor de biodiversiteit, het dierenwelzijn en het voorkomen van ziekteverspreiding, en die verantwoordelijkheid vraagt om naleving van de regels en zorgvuldige omgang met de dieren. Bij de verdachte ontstaat het beeld van iemand die dat belang onvoldoende inziet. Door de verwaarlozing zijn enkele papegaaien gestorven, wat de rechtbank hem zwaar aanrekent, evenals dat hij alleen vanuit een financieel motief handelde ten koste van dierenliefhebbers. Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 augustus 2026 blijkt dat de verdachte niet recentelijk voor een soortgelijk feit is veroordeeld. De opgelegde straf is gelijk aan de eis van de officier van justitie.
De rechtbank verklaart de op de beslaglijst vermelde levende en dode vogels en de administratie verbeurd, omdat het voorwerpen betreft met betrekking tot welke de feiten zijn begaan. Anders dan de officier van justitie, die onttrekking aan het verkeer van de levende vogels vorderde, kiest de rechtbank hier dus voor verbeurdverklaring.
Twee benadeelde partijen krijgen hun materiële vordering geheel toegewezen, telkens met de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr en wettelijke rente. De koper die in feit 3 is opgelicht, ontvangt € 700 (waarde van de vogels en bijbetaling), met zeven dagen gijzeling bij niet-betaling. Een andere koper ontvangt € 324,05 aan dierenartskosten en kosten voor een CITES-aanvraag, met drie dagen gijzeling. De derde benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij volgens de officier van justitie al door de ex-partner van de verdachte schadeloos is gesteld; deze vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Lees hier de volledige uitspraak.
