EHRM: opvragen van bankafschriften door fiscus vormt schending van artikel 8 EVRM

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelt dat het opvragen van bankafschriften door de Italiaanse fiscus een inmenging vormt in het privéleven ex artikel 8 EVRM. De Italiaanse wetgeving geeft de belastingdienst een te ruime en onvoldoende begrensde discretionaire bevoegdheid om bankgegevens op te vragen. Een loutere verwijzing naar fiscale controledoeleinden is volgens het Hof onvoldoende om deze bevoegdheid te legitimeren. Daarnaast ontbreken effectieve procedurele waarborgen tegen willekeur en misbruik, zoals een motiveringsplicht of onafhankelijke toetsing. De fiscale rechter biedt geen effectieve rechtsbescherming, omdat onregelmatigheden in de bewijsgaring geen gevolgen hebben voor de aanslag. Het Hof concludeert dat de inmenging niet “in accordance with the law” is en stelt een schending van artikel 8 EVRM vast.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Administratie vernietigd: OM niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering

Rechtbank Den Haag 12 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:25059, 24960 en 24961

De rechtbank Den Haag verklaart in drie samenhangende zaken het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvorderingen tegen een natuurlijk persoon en twee vennootschappen. In alle gevallen is de originele papieren bedrijfsadministratie vernietigd terwijl deze onder beslag stond, wat leidt tot een onherstelbaar vormverzuim. Hierdoor is het voor de verdediging onmogelijk om onderscheid te maken tussen legaal en illegaal verkregen inkomsten. De verstrekte digitale of gekopieerde administratie blijkt onvolledig en deels onleesbaar, waardoor de berekeningen van het OM niet verifieerbaar zijn. De rechtbank acht het recht op een eerlijk proces in ernstige mate geschonden. Dit leidt tot de zwaarste sanctie: niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Doxing en smaadschrift via sociale media: OM ontvankelijk ondanks ontbreken formele klacht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7962

Het gerechtshof veroordeelt een vrouw wegens doxing en smaadschrift via Facebook, gericht tegen een medewerkster van een kinderdagverblijf. Verdachte verspreidt naam, initialen en woonplaats van het slachtoffer in combinatie met ernstige beschuldigingen van kindermishandeling. Het hof acht het Openbaar Ministerie ontvankelijk ondanks het ontbreken van een formele klacht, omdat uit het dossier blijkt dat het slachtoffer tijdig vervolging wenste. De verdachte krijgt een taakstraf van 120 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk, met een mediaverbod over het slachtoffer. De schadevergoeding van 2.500 euro voor immateriële schade wordt volledig toegewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afstand recht op rechtsbijstand?

Hoge Raad 6 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:15

In een ontnemingszaak heeft het gerechtshof geoordeeld dat de betrokkene afstand heeft gedaan van zijn recht op rechtsbijstand, nadat zijn raadsman zich kort voor de zitting had onttrokken. De oproepingen zijn steeds naar het BRP-adres in Marokko gestuurd, maar de betrokkene is nooit verschenen. Het hof leidde uit de procesopstelling af dat hij op de hoogte was van de zitting en wist van de onttrekking. De Hoge Raad oordeelt dat deze conclusie onvoldoende is gemotiveerd. Passieve opstelling betekent niet automatisch afstand van rechtsbijstand. Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof Den Haag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Adviezen over vervolging en berechting Kamerleden en bewindspersonen wegens ambtsdelicten

De Afdeling advisering van de Raad van State bracht op 17 december 2025 twee gelijkluidende adviezen uit over wetsvoorstellen inzake de vervolging van Kamerleden en bewindspersonen wegens ambtsdelicten. Aanleiding is de huidige regeling van artikel 119 Grondwet, die volgens de regering politiek gevoelig, praktisch onwerkbaar en juridisch onvolledig is. De wetsvoorstellen beogen het politieke element bij de vervolgingsbeslissing te schrappen en deze bevoegdheid te beleggen bij de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Daarnaast wordt voorgesteld de berechting niet langer exclusief door de Hoge Raad te laten plaatsvinden, maar door rechtbank en gerechtshof. De Afdeling advisering onderschrijft dat een wijziging van de Grondwet wenselijk is en dat kernelementen van de procedure daarin moeten worden vastgelegd. Wel plaatst zij kritische kanttekeningen bij de gekozen overgangsregeling via de Herzieningswet en verlangt zij een nadere motivering. Ook waarschuwt de Afdeling voor de nadelen van berechting in drie instanties en adviseert zij de toelichting en zo nodig de wetsvoorstellen aan te passen.

Read More
Print Friendly and PDF ^