Artikel: Complexe claims in het strafproces
/‘Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.’ Met die woorden sprak Viviane de Muynck, Vlaamse actrice en regisseur, in februari 2000 op kritische toon haar spelersgroep toe van de Antwerpse postacademische opleiding Theaterwetenschap, waarvan ik destijds onderdeel uitmaakte. We waren al vergevorderd met het repetitieproces voor haar bewerking van Shakespeares Macbeth, maar geen van de spelers was nog tekstvast. Haar woorden zorgden voor schaamte, omdat we ons realiseerden dat we met ons onderpresteren niet alleen onszelf, maar vooral onze regisseur en ons publiek tekort zouden doen. We wisten dat het beter had gekund en gemoeten, maar we hadden het niet gedaan. Ik dacht terug aan deze woorden toen ik de titel las van het rapport Doen wat kan. Daarin doen de auteurs onder meer de aanbeveling om complexe schadeposten categorisch uit te sluiten van de behandeling in het strafproces, onder meer omdat deze de spankracht van het strafproces te boven zouden gaan. Met complexe schadeposten wordt in het bijzonder gedoeld op vergoeding van gederfd levensonderhoud (art. 6:108 lid 1 BW) en vergoeding van (toekomstige) arbeidsvermogensschade. Deze aanbeveling staat niet op zichzelf, maar vormt een milestone in een rond 2021 ingezette ontwikkeling die meer terughoudendheid bepleit ten opzichte van de behandeling van complexe schadevergoedingsvorderingen in het strafproces.
Read More