Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan het niet doen van aangiften vennootschapsbelasting en het onjuist doen van aangiften omzetbelasting; gedeeltelijke vrijspraak

Rechtbank Amsterdam 3 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8778

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een bestuurder tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 10.000 wegens feitelijk leidinggeven aan belastingfraude door zijn besloten vennootschap. De vennootschap doet over de jaren 2017, 2018 en 2019 geen aangifte vennootschapsbelasting en doet over vier kwartalen in 2018 en 2019 onjuiste aangiften omzetbelasting door een te hoog bedrag aan aftrekbare voorbelasting op te geven. Voor de aangifte vennootschapsbelasting over 2020 volgt vrijspraak, omdat de termijn van de aanmaning pas na het einde van de tenlastegelegde periode verstrijkt. Het verweer dat het niet doen van aangifte over 2018 wegens een negatief fiscaal resultaat niet strekt tot een te lage heffing, verwerpt de rechtbank onder verwijzing naar het objectieve karakter van het strekkingsvereiste. Het belastingnadeel bedraagt bijna € 30.000 en is inmiddels door de verdachte voldaan. De rechtbank wijkt af van de gevorderde taakstraf van 80 uren en kiest voor een geldboete, mede gelet op het herstel van het nadeel en het grote tijdsverloop.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Politie en OM: cybercrime is grenzeloos, bedreiging groeit door inmenging van staten en inzet AI

De cyberdreiging voor Nederland verandert snel. Cybercrime wordt gepleegd door verschillende dadertypes: van statelijke actoren tot jonge cybercriminelen. Tegelijkertijd maakt kunstmatige intelligentie (AI) het mogelijk om cyberaanvallen sneller en op grotere schaal uit te voeren. Ook zien politie en Openbaar Ministerie (OM) een nieuwe generatie jonge, westerse cybercriminelen opkomen die zich bezighoudt met onder meer data- en cryptodiefstal. Dat blijkt uit het Cybercrimebeeld Nederland (CCBN) 2026 van de politie en het OM.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Twee verdachten aangehouden in onderzoek naar omzetbelasting bij handel in jukeboxen

Op 1 september 2026 heeft de FIOD een 60-jarige man en een 74-jarige vrouw uit Friesland aangehouden. Ze worden ervan verdacht leiding te hebben gegeven aan fraude met omzetbelasting. Daarnaast worden het betrokken accountantskantoor en een accountant uit Friesland ook als verdachten aangemerkt. Tijdens de doorzoeking in het accountantskantoor is beslag gelegd op fysieke en digitale administratie. Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding van de Belastingdienst. De onderneming van de verdachten houdt zich onder meer bezig met de handel in jukeboxen. Het onderzoek richt zich op de aangiften omzetbelasting over de periode januari 2020 tot en met december 2024.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De Sanderink-beschikking: toegenomen rol van 'niet-klassieke actoren' in het enquêterecht?

De Ondernemingskamer oordeelde op 11 december 2025 dat bij Centric in de periode 2018-2022 sprake is geweest van wanbeleid, waarvoor oud-bestuurder en grootaandeelhouder Sanderink primair verantwoordelijk is. Opvallend is dat ook zijn echtgenote en een werknemer verantwoordelijk worden gehouden, terwijl geen van beiden een formele bestuursfunctie bekleedde. De verantwoordelijkheid van de echtgenote sluit aan bij bestaande rechtspraak over feitelijk beleidsbepalers. Nieuw is dat een werknemer verantwoordelijk wordt gehouden op grond van gedragingen in zijn hoedanigheid van werknemer. De auteur plaatst de uitspraak in de bredere tendens waarin 'niet-klassieke actoren' een grotere rol krijgen binnen het enquêterecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Taakstraffen voor twee medeverdachten wegens fiscale fraude bij verhuur van vakantieparken buiten de administratie, afgedaan met procesafspraken in hoger beroep

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt op 4 augustus 2026 twee medeverdachten uit hetzelfde onderzoek Rabarber wegens fiscale fraude bij een onderneming die vakantieparken exploiteert. Binnen de onderneming is jarenlang een specifieke verhuur aan zogenoemde rangers buiten de administratie gehouden en contant afgerekend, waardoor te weinig belasting is geheven. De zaken worden in hoger beroep afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging. De bewezenverklaring, de kwalificatie en de strafbaarheid uit de vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant blijven in stand. Het hof vernietigt uitsluitend de strafoplegging en legt in beide zaken een deels voorwaardelijke taakstraf op, zonder de door de rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. De ene verdachte krijgt een taakstraf van 240 uren en de andere een taakstraf van 180 uren, telkens met 40 uren voorwaardelijk en een proeftijd van één jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie advocaat-generaal over samenloop van verzuimboete en strafvervolging voor het opzettelijk niet betalen van omzetbelasting en over de strafuitsluitingsgrond van artikel 69a lid 3 AWR

Parket bij de Hoge Raad 23 juni 2026, ECLI:NL:PHR:2026:845

De advocaat-generaal concludeert tot verwerping van het cassatieberoep van een boekhouder die is veroordeeld wegens het opzettelijk niet betalen van omzetbelasting over drie kwartalen (artikel 69a lid 1 AWR), zonder oplegging van straf of maatregel. Het eerste middel betoogt dat de eerder opgelegde verzuimboetes van artikel 67c AWR hetzelfde feit betreffen en dat het feitsbegrip van artikel 50 Handvest had moeten worden toegepast. De advocaat-generaal stelt vast dat artikel 50 Handvest in deze zaak van toepassing is, maar dat het Handvest niet dwingt tot eenzelfde uitleg van het feitsbegrip in artikel 68 Sr en artikel 255 Sv, omdat het Nederlandse stelsel een tweede vervolging categorisch blokkeert waar het Unierecht cumulatie onder voorwaarden toestaat. Het tweede middel richt zich tegen de verwerping van het beroep op de strafuitsluitingsgrond van artikel 69a lid 3 AWR. De advocaat-generaal meent dat een natuurlijk persoon per tijdvak uitstel van betaling moet verzoeken en dat mededelingen aan een belastingambtenaar over betalingsproblemen geen verzoek om uitstel inhouden. Ambtshalve merkt hij op dat de redelijke termijn in cassatie wordt overschreden, wat gelet op de toepassing van artikel 9a Sr geen gevolgen behoeft te hebben.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Klimaatverandering: nieuwe wegen in bestaande rechtsgebieden

Klimaatverandering dringt door in vrijwel alle onderdelen van het recht. Ook rechtsgebieden die op het eerste gezicht niet direct met klimaatregulering worden geassocieerd, worden steeds vaker geconfronteerd met klimaatbelangen. Dit artikel onderzoekt hoe uiteenlopende rechtsgebieden daarmee omgaan en in hoeverre zij vanuit hun eigen structuur ruimte bieden voor de integratie van klimaatoverwegingen. Daarbij staat het begrip ‘autonome draagkracht’ centraal: het vermogen van een rechtsgebied om klimaatbelangen zelfstandig te incorporeren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Huis voor Klokkenluiders stelt misstand vast in zaak waarin het gerechtshof geen melding aannam

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelde op 23 oktober 2025 dat een gemeenteambtenaar niet heeft bewezen dat hij voorafgaand aan zijn schorsing een melding van een vermoeden van een misstand heeft gedaan. Na het horen van acht getuigen kwam het hof tot het oordeel dat de zorgen die de werknemer bij zijn leidinggevende en een wethouder had geuit, vielen binnen de normale uitoefening van zijn functie. Artikel 17e van de Wet bescherming klokkenluiders miste daardoor toepassing en het hof bekrachtigde de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verzwegen nevenwerkzaamheden als advocaat-stagiaire. Het Huis voor Klokkenluiders kwam in een rapport van 16 juli 2026 tot een andere vaststelling en concludeerde dat wel sprake was van een misstand met maatschappelijk belang en van twee interne meldingen. Het Huis stelde ook benadelingshandelingen vast, maar zag geen verband tussen die handelingen en de meldingen. Het onderzoek van het Huis liep van december 2024 tot juli 2026 en werd afgerond nadat het hof al einduitspraak had gedaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van feitelijk leidinggever tot gevangenisstraf voor het niet voeren en niet beschikbaar stellen van de administratie van vijf vennootschappen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4943

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een bestuurder als feitelijk leidinggever van vijf besloten vennootschappen voor het opzettelijk niet voeren van een administratie en het niet beschikbaar stellen van de boeken aan de Belastingdienst. Bij twee vennootschappen is daarnaast de bewaarplicht geschonden. De bestuurder biedt de belastinginspecteur inlogcodes van zijn boekhoudprogramma aan, maar het hof oordeelt dat dit geen aanvaardbare wijze van inzage is en dat aangeboden ruwe data geen administratie in de zin van artikel 52 AWR vormt. Het verweer dat een van de vennootschappen nooit activiteiten ontplooit, treft geen doel omdat ook dan de vermogenspositie kenbaar moet zijn. Medeplegen acht het hof niet bewezen, omdat de bestuurder zelf de kwaliteit van belastingplichtige bezit en de rechtspersoon geen eigen bijdrage levert die zich daarvan onderscheidt. Het hof legt een gevangenisstraf van twaalf maanden op en ontzet de bestuurder voor drie jaren uit het beroep van bestuurder van een rechtspersoon.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak in vier samenhangende zaken van overtreding van de zorgplicht van de vervoerder (artikel 4 Vreemdelingenwet 2000) bij niet-visumplichtige derdelanders met verstreken vrije termijn

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch spreekt op 21 juli 2026 in vier samenhangende zaken een vervoerder vrij van overtreding van de zorgplicht uit artikel 4 lid 1 van de Vreemdelingenwet 2000. In alle zaken vervoert de vervoerder per vliegtuig een niet-visumplichtige derdelander van London Stansted naar Eindhoven, van wie bij de grenscontrole blijkt dat de vrije termijn van negentig dagen binnen honderdtachtig dagen is verstreken. Het hof oordeelt dat de zorgplicht van de vervoerder niet zo ver reikt dat aan de hand van stempels in het reisdocument moet worden gecontroleerd of eerder verblijf in het Schengengebied tot overschrijding van de vrije termijn heeft geleid. Die controle gaat verder dan het toezicht dat redelijkerwijs van de vervoerder kan worden gevorderd. Het hof leidt dit onder meer af uit de destijds geldende Vreemdelingencirculaire 2000, waarin stempelcontrole niet was opgenomen, en uit de wijziging van die circulaire per 12 oktober 2025 in verband met het inreis-uitreissysteem. In drie zaken vordert het Openbaar Ministerie bewezenverklaring en een geldboete, in de vierde zaak vordert het zelf vrijspraak.

Read More
Print Friendly and PDF ^