Het WODC publiceerde op 17 juni 2026 de juridische analyse Verdachte gronden?, geschreven door Marloes van Noorloos (Universiteit Leiden) en Mojan Samadi (Universiteit Utrecht). De studie onderzoekt of regels, beleid en praktijken in de Nederlandse strafrechtketen kunnen bijdragen aan ongelijkheid op grond van sociaaleconomische positie, herkomst en nationaliteit, en hoe dat zich verhoudt tot het discriminatieverbod. Het rapport vormt het juridisch-normatieve sluitstuk van het bredere COMS+-onderzoek, waarvan eerder de empirische deelrapporten Van verdenking tot vrijheidsstraf, Vinkjes in het strafrecht? en Scherp op selectiviteit verschenen. De auteurs leggen het kader van artikel 14 EVRM, Protocol 12 EVRM, artikel 21 EU-Handvest en artikel 26 IVBPR naast beslissingen over controle, vervolging, voorlopige hechtenis en straftoemeting. Zij concluderen dat het EHRM strenger toetst bij onderscheid op grond van "ras"/etniciteit en nationaliteit dan bij sociaaleconomische kenmerken, en dat ruime discretionaire bevoegdheden met beperkte motiverings- en transparantie-eisen selectiviteit in de hand kunnen werken. Het kabinet heeft aangekondigd voor het einde van 2026 inhoudelijk op de onderzoeken te reageren.
Read More