Southwark Crown Court spreekt voormalig Nigeriaans minister Alison-Madueke vrij van omkoping
/Een jury van het Southwark Crown Court in Londen heeft op 17 juni 2026 de voormalige Nigeriaanse minister van Petroleumzaken Diezani Alison-Madueke vrijgesproken van zes aanklachten van omkoping. De zaak betrof vijf tenlasteleggingen van het aannemen van steekpenningen en een van samenspanning tot omkoping (conspiracy to commit bribery). Het onderzoek werd uitgevoerd door de National Crime Agency (NCA), de Britse opsporingsdienst voor zware en georganiseerde criminaliteit, en gaat terug op verdenkingen rond de toewijzing van olie- en gascontracten tijdens haar ministerschap tussen 2010 en 2015. De jury kwam na meer dan 46 uur beraad tot een vrijspraak. Ook de twee medeverdachten werden van alle aanklachten vrijgesproken.
De vrijspraak
De jury sprak Alison-Madueke vrij van alle zes de aanklachten. Volgens Pointblank News kwam de jury tot unanieme vrijspraken na een beraad van 46 uur, waarmee een einde kwam aan een proces dat draaide om verdenkingen van corruptie tijdens haar ambtsperiode. Een woordvoerder van de NCA liet daarop weten dat de dienst de beslissing van de jury respecteert. De verdediging stelde in een persverklaring van advocaat Jonathan Laidlaw dat zij van zes aanklachten van omkoping werd vrijgesproken na een proces van vijf maanden.
De tenlastelegging en het standpunt van de aanklager
De aanklacht bestond uit vijf tenlasteleggingen van het aannemen van steekpenningen en een van samenspanning tot omkoping. De vervolging vond plaats binnen het kader van de Britse omkopingswetgeving, met als maximale straf een gevangenisstraf van tien jaar en een onbeperkte geldboete bij een veroordeling. De aanklager stelde dat het ging om vermeende strafbare feiten tussen 2011 en 2015, waarbij Alison-Madueke financiele of andere voordelen zou hebben aangenomen van personen met banden met twee energiebedrijven die staatscontracten in Nigeria hadden verworven. De aanklager schetste een beeld van een luxueuze levensstijl in Londen, met onder meer ongeveer £ 2 miljoen aan uitgaven bij Harrods en meer dan £ 4,6 miljoen voor de aankoop en renovatie van vastgoed in Londen en Buckinghamshire, naast privevluchten, schoolgeld en chauffeursdiensten. De oorspronkelijke aanklacht noemde daarnaast een bedrag van ongeveer £ 100.000 aan vermeende steekpenningen.
Bij de bewijsvoering legde de vervolging een specifieke afbakening aan. Volgens de verslaggeving op basis van Reuters stelde de aanklager tijdens het proces niet dat er bewijs was dat zij contracten had gegund aan partijen die daarvoor niet in aanmerking kwamen, maar trachtte zij aan te tonen dat het onbehoorlijk was dat Alison-Madueke de voordelen aannam.
De verdediging
De verdediging voerde meerdere bezwaren aan. Laidlaw hield de jury in januari voor dat sprake was van een ernstige vertraging bij het ten laste leggen, waardoor veel materiaal dat haar onschuld zou hebben kunnen aantonen niet meer beschikbaar was. Inhoudelijk betoogde de verdediging dat de betalingen geen steekpenningen waren. Alison-Madueke ontkende alle aantijgingen, waarbij haar advocaten aanvoerden dat alle betalingen ofwel werden terugbetaald, ofwel door de Nigeriaanse staat werden gedragen voor officiele doeleinden.
Zelf verklaarde zij beperkte zeggenschap te hebben gehad over de contractverlening. Volgens haar verklaring liep de besluitvorming over oliecontracten via meerdere instanties voordat die haar bureau bereikte, en lag de operationele bevoegdheid vooral bij de group managing director van de Nigerian National Petroleum Corporation, terwijl het ministerie een toezichthoudende rol had. Tijdens het proces werd ook een schriftelijke verklaring van voormalig president Goodluck Jonathan voorgelezen, waarin hij aangaf dat het niet ongebruikelijk was dat derden betalingen verrichtten namens ministers tijdens officiele buitenlandse reizen, en bevestigde dat hij het gebruik van privevliegtuigen op sommige reizen had goedgekeurd.
De medeverdachten
Naast Alison-Madueke stonden twee medeverdachten terecht, die beiden eveneens werden vrijgesproken. Olie-executive Olatimbo Ayinde, 54 jaar, werd vrijgesproken van een tenlastelegging van omkoping in relatie tot Alison-Madueke en van een afzonderlijke tenlastelegging van omkoping van een buitenlandse ambtenaar. Die laatste aanklacht hield verband met de beschuldiging dat Ayinde in 2015 de toenmalige managing director van de Nigerian National Petroleum Corporation, Emmanuel Ibe Kachikwu, zou hebben omgekocht. De broer van de voormalige minister, pastor Doye Agama, 69 jaar, werd vrijgesproken van samenspanning tot omkoping met zijn zus, een aanklacht die betrekking had op betalingen aan de kerk van Agama. Beide medeverdachten hadden de aanklachten ontkend.
Onderzoek, aanhouding en eerdere procedures
De Britse procedure kent een lange voorgeschiedenis. De zaak gaat terug op oktober 2015, toen Alison-Madueke kort na haar vertrek uit het ministerschap voor het eerst in Londen werd aangehouden en daarna op borgtocht werd vrijgelaten. Zij werd in augustus 2023 formeel in staat van beschuldiging gesteld, en het proces begon in januari 2026. Tussen haar aanhouding en het proces stond zij gedurende meerdere jaren onder voorwaarden van borgtocht in het Verenigd Koninkrijk.
De Britse strafzaak staat los van eerdere procedures in andere jurisdicties. De NCA verstrekte bewijs aan Amerikaanse aanklagers, waarna in de Verenigde Staten activa ter waarde van $ 53,1 miljoen werden teruggevorderd via een civiele procedure die uitgaat van een andere bewijsmaatstaf dan een strafproces. Het Amerikaanse Department of Justice stelde in een civiele forfeiture-zaak uit 2017 dat zij haar invloed had aangewend om oliecontracten te sturen naar bestuurders die haar zouden hebben omgekocht; deze aantijgingen verschilden van de feiten waarvan zij in het Verenigd Koninkrijk werd vrijgesproken.
Afsluiting
Met de unanieme vrijspraak van 17 juni 2026 is de Britse strafzaak tegen Diezani Alison-Madueke en haar twee medeverdachten geeindigd. Volgens de berichtgeving blijven afzonderlijke civielrechtelijke procedures tot terugvordering van activa, die uitgaan van een lagere bewijsmaatstaf, in andere jurisdicties lopen. De NCA heeft aangegeven de beslissing van de jury te respecteren.
