Rechtbank Rotterdam: onderzoeksbureau aansprakelijk voor onzorgvuldig klachtonderzoek

De rechtbank Rotterdam heeft een onderzoeksbureau veroordeeld tot € 29.302,09 schadevergoeding en intrekking van zijn klachtonderzoeksrapport, op straffe van een dwangsom van € 10.000 per dag (max. € 100.000). Het bureau handelde onrechtmatig door klager en aangeklaagde niet in elkaars aanwezigheid te horen en door conclusies te baseren op niet-onderbouwde persoonsbeelden. De vermogensschade is begroot via de leer van de kansschade (Deloitte/Hassink): een geschatte kans van 15% dat een rechtmatig onderzoek het ontbindingsverzoek had voorkomen. Daarnaast is € 2.500 immateriële schade toegekend wegens aantasting in de persoon (art. 6:106 BW). Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk bevestigt het vonnis dat onderzoeksbureaus civielrechtelijk aansprakelijk zijn als hun klachten- of integriteitsonderzoek de zorgvuldigheidsnorm schendt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Nep-ambulanceverpleegkundige veroordeeld: vijftien maanden gevangenisstraf en beroepsverbod voor onbevoegd verrichten van medische handelingen

Rechtbank Noord-Nederland 17 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1259

De rechtbank Noord-Nederland veroordeelt een jonge man die zich gedurende lange tijd onbevoegd voordoet als ambulanceverpleegkundige en politieagent. Hij rijdt rond in een nauwelijks van echt te onderscheiden ambulancevoertuig, voorzien van blauw licht en sirene. De verdachte verricht daadwerkelijk medische handelingen bij een slachtoffer en veroorzaakt daarmee een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid. Daarnaast verduistert hij goederen van het Rode Kruis, vervalst hij meerdere documenten en maakt hij zich schuldig aan diefstal en heling. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van vijftien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en dadelijke uitvoerbaarheid. Daarnaast volgt een beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg voor drie jaren en een geldboete per overtreding van € 250.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding van misdrijfschade: naar een trauma-geïnformeerde aanpak

De mogelijkheden voor slachtoffers en nabestaanden van criminaliteit om misdrijfschade geheel of gedeeltelijk vergoed te krijgen, zijn de afgelopen decennia fors uitgebreid. Allereerst is het door de inwerkingtreding van de Wet Terwee halverwege de jaren negentig voor hen aantrekkelijker geworden om zich in het strafproces te voegen als benadeelde partij; de hoogte van het bedrag waarvoor zij schadevergoeding kunnen vorderen, is sindsdien niet meer tot een maximum beperkt. Dit betekent dat ook vorderingen van hoge schadebedragen aan de strafrechter kunnen worden voorgelegd. Daarnaast heeft de wet ook de voorwaarden waaronder slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven een financiële tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven kunnen krijgen voor psychisch letsel versoepeld; het vereiste dat dit letsel het gevolg moest zijn van door het misdrijf veroorzaakt fysiek letsel kwam te vervallen. Ten slotte heeft ook de inwerkingtreding van de Wet vergoeding affectieschade in 2019 de mogelijkheden tot het verkrijgen van een schadevergoeding via het strafproces en een tegemoetkoming uit het genoemde schadefonds vergroot. Dit soort schade kwam daarvoor immers niet voor zo’n vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking. Met name voor de nabestaanden van door een misdrijf overleden slachtoffers is deze wetswijziging erg belangrijk geweest. Hoewel geld nooit het verdriet en de pijn kan wegnemen die met het verlies van een dierbare gepaard gaan, kan het voor hen wel voelen als een bron van erkenning.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het nemo tenetur-beginsel en het dilemma van de gedaagde verdachte

Hoewel het zijn van verdachte in zijn algemeenheid al nicht unkompliziert is, krijgen sommige verdachten te maken met aanvullende juridische procedures die hun positie er niet bepaald eenvoudiger op kunnen maken. De casus die ten grondslag lag aan het in deze bijdrage te bespreken arrest van de Hoge Raad illustreert dat. Het arrest draait om een verdachte die niet alleen strafrechtelijk vervolgd wordt, maar tegelijkertijd in een civiele procedure is betrokken door het (beweerdelijke) slachtoffer van het feit waar de strafrechtelijke vervolging op ziet. Deze ‘gedaagde verdachte’ krijgt een aanvullend dilemma voor de kiezen: voert hij verweer in de civiele procedure, dan kan alles wat hij aanvoert tegen hem worden gebruikt in zijn strafzaak, terwijl hij in die strafzaak nu juist gebruik kan maken van zijn recht om te zwijgen (art. 29 Wetboek van ­Strafvordering; Sv). Voert hij daarentegen geen (of onvoldoende) verweer in de civiele zaak, dan moeten de vorderingen van het slachtoffer in principe worden toegewezen (art. 149 Rv).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Crime and Policing Act 2026: senior manager-aansprakelijkheid uitgebreid naar alle delicten

Op 29 april 2026 heeft de Crime and Policing Act 2026 in het Verenigd Koninkrijk Royal Assent ontvangen, waarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen aanzienlijk wordt verbreed. De wet vervangt de regeling uit de Economic Crime and Corporate Transparency Act 2023, die senior manager-aansprakelijkheid beperkte tot een limitatieve lijst economische delicten, en past die toerekeningsroute voortaan toe op élk strafbaar feit. Een onderneming kan strafrechtelijk aansprakelijk worden gehouden zodra een senior manager, zoals gedefinieerd in de Corporate Manslaughter and Corporate Homicide Act 2007, binnen de actuele of schijnbare reikwijdte van zijn bevoegdheid een delict pleegt. Anders dan bij de "failure to prevent"-delicten in de Bribery Act 2010 en Criminal Finances Act 2017 kent de regeling geen wettelijk adequate procedures-verweer, al kan de effectiviteit van compliance-programma's wel meewegen bij het public interest-criterium en de straftoemeting. De relevante bepaling treedt naar verwachting op 29 juni 2026 in werking en raakt onder meer milieudelicten, computermisbruik, datamisbruik en mensenhandel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toegang tot gegevens nieuw genormeerd: codificatie Prokuratuur en Landeck in tweede aanvullingswet

De tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering bevat naast de herziening van het functioneel verschoningsrecht een tweede onderdeel dat voor de praktijk van het financieel-economisch strafrecht direct relevant is: de codificatie van de arresten Prokuratuur en Landeck van het Hof van Justitie van de EU. Boek 2, Titel 7.3 wordt op een aantal punten aangepast om de Europeesrechtelijke randvoorwaarden voor de toegang tot gegevens in het wetboek te verankeren. Daarmee wordt definitief afscheid genomen van de driedeling uit het smartphonearrest van de Hoge Raad van 4 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:584). In deze blog lopen we de twee leidende arresten van het HvJ EU langs en de wijzigingen die het wetsvoorstel in het verlengde daarvan introduceert.

Read More
, ,
Print Friendly and PDF ^

Post-Jaddoe en artikel 81 RO: de AG spreekt, de Hoge Raad zwijgt

Hoge Raad 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:675

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een hoofdagent van de Politie Eenheid Rotterdam die door het gerechtshof Den Haag is veroordeeld voor computervredebreuk (artikel 138ab Sr), schending van ambtsgeheim (artikel 272 Sr) en het aanwezig hebben van cocaïne en fenacetine (artikel 2 onder C Opiumwet). De inhoudelijke meerwaarde zit in de conclusie van advocaat-generaal Van Kampen, die de afdoening op artikel 81, eerste lid, RO uitdrukkelijk positioneert ten opzichte van het post-Jaddoe-arrest (HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:40) en HR 8 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1110: een vrijspraak in eerste aanleg staat volgens haar niet in de weg aan een afdoening op artikel 81 RO wanneer die vrijspraak louter berust op een aanvechtbare uitleg van de tenlastelegging en de feitelijke gedragingen wel zijn vastgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Helpdeskmedewerker veroordeeld voor computervredebreuk met valse sleutel en poging tot afdreiging na hack van medische patiëntgegevens

Gerechtshof Amsterdam 16 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1003

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een voormalig helpdeskmedewerker voor computervredebreuk en poging tot afdreiging na een hack van medische gegevens van ongeveer 30.000 patiënten. De verdachte gebruikte zijn werktoegang onbevoegd om gegevens van een server van zijn werkgever te downloaden en eiste vervolgens bitcoins onder dreiging van openbaarmaking. Het hof verwerpt het verweer dat geen sprake zou zijn van een valse sleutel en wijst op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep compenseert het hof in de strafmodaliteit en strafsoort. De verdachte krijgt 180 dagen gevangenisstraf waarvan 132 voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een geldboete van € 7.500. Het hof verklaart bovendien diverse digitale gegevensdragers verbeurd en gelast teruggave van een Dell computer aan de werkgever.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verduistering door penningmeester: rechtbank wijkt af van eis en LOVS-oriëntatiepunten

De Rechtbank Gelderland heeft op 24 april 2026 een 76-jarige man veroordeeld voor de verduistering van € 293.477,27 als vrijwillig penningmeester van een stichting in Tiel. De feiten speelden zich af tussen 1 februari 2019 en 7 augustus 2024 en werden gekwalificeerd als verduistering in dienstbetrekking in de zin van artikel 322 Sr. De officier van justitie eiste veertien maanden gevangenisstraf waarvan zeven voorwaardelijk, in lijn met de LOVS-oriëntatiepunten voor fraudezaken bij benadelingsbedragen tussen € 250.000 en € 500.000. De rechtbank legde echter een voorwaardelijke gevangenisstraf op van zes maanden met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uur. Doorslaggevend waren de persoonlijke omstandigheden van verdachte: zijn gevorderde leeftijd, het ontbreken van justitiële documentatie, het lage recidiverisico en het lopende afbetalingstraject aan de stichting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Verruimd procesbelang vanwege mogelijke Bibob-problematiek

Onderhavige uitspraak gaat over een procedure tegen respectievelijk een geweigerde omgevingsvergunning, een last onder dwangsom en de invordering van die last. Tegen die besluiten zijn verschillende gronden van hoger beroep aangevoerd, waaraan in deze notenkraker verder nagenoeg geheel voorbijgegaan wordt. Het enige dat hier wordt besproken is het door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) aangenomen procesbelang van de oorspronkelijke adressant van die besluiten. Met name wordt aandacht besteed aan de reden waarom procesbelang wordt aangenomen bij de procedure tegen de last onder dwangsom en welke consequenties de uitspraak van de Afdeling op dat punt heeft. Die consequenties lijken mij namelijk behoorlijk ver strekken.

Read More
Print Friendly and PDF ^