Helpdeskmedewerker veroordeeld voor computervredebreuk met valse sleutel en poging tot afdreiging na hack van medische patiëntgegevens

Gerechtshof Amsterdam 16 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1003

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een voormalig helpdeskmedewerker voor computervredebreuk en poging tot afdreiging na een hack van medische gegevens van ongeveer 30.000 patiënten. De verdachte gebruikte zijn werktoegang onbevoegd om gegevens van een server van zijn werkgever te downloaden en eiste vervolgens bitcoins onder dreiging van openbaarmaking. Het hof verwerpt het verweer dat geen sprake zou zijn van een valse sleutel en wijst op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep compenseert het hof in de strafmodaliteit en strafsoort. De verdachte krijgt 180 dagen gevangenisstraf waarvan 132 voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een geldboete van € 7.500. Het hof verklaart bovendien diverse digitale gegevensdragers verbeurd en gelast teruggave van een Dell computer aan de werkgever.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De strafrechtelijke bewijsmaatstaf in het onderwijsrecht

Het ‘sanctionerende’ onderwijsrecht krijgt niet regelmatig aandacht in dit tijdschrift, omdat het grootste deel van zijn lezers niet op de een of andere manier betrokken is bij dit rechtsgebied. Toch kan het interessant zijn om af en toe aandacht te besteden aan het onderwijsrecht. Er zijn – volgens de Afdeling – namelijk bepaalde strafrechtelijke leerstukken al dan niet van toepassing op het onderwijsrecht, die wel degelijk bekend zijn bij het lezerspubliek. Om bij het begin te beginnen. Sinds 1 januari 2023 is de Afdeling de bevoegde rechter om kennis te nemen van geschillen tussen de examencommissie en de betrokkene (de student). In veel gevallen is sprake van (vermoedelijk) gepleegde fraude door de student, waarna de examencommissie een bestuurlijke sanctie oplegt. De Afdeling heeft ongeveer twee jaar lang volgehouden dat de oplegging van sommige sancties door de examencommissie moet worden aangemerkt als een bestraffende sanctie in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen de kwalificatie is commentaar geleverd vanuit de wetenschap. In april 2025 is de Afdeling evenwel ‘omgegaan’ en merkt het onderwijssancties – opgelegd door de examencommissie – niet langer aan als bestraffende sancties, maar als bestuurlijke herstelsancties. De reden voor deze omslag heeft ermee te maken dat de Afdeling bij nader inzien toch van mening is dat geen sprake is van het oogmerk om de student te straffen, maar dat de sancties een pedagogisch en opvoedkundig karakter hebben. Ook zijn (oud-)studenten een afgebakende doelgroep, wat niet wijst in de richting van een bestraffende sanctie, aldus de Afdeling. De Afdeling wijst er verder op dat, gelet op het uniform overtredersbegrip, ook voor herstelsancties blijft gelden dat buiten redelijke twijfel vast moet komen te staan dat de student heeft gefraudeerd. Het is deze strafrechtelijke maatstaf in het onderwijsrecht die in deze annotatie centraal staat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht notaris prevaleert: testamenten van overleden persoon zijn geen instrumenta delicti in onderzoek mensenhandel

Rechtbank Noord-Holland 14 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:4134

De rechtbank Noord-Holland verklaart op 14 april 2026 het klaagschrift van een notaris ex artikel 98 lid 4 jo. artikel 552a Sv gegrond. Een rechter-commissaris heeft eerder beslist dat het beslag op een concept-testament en een herroepen testament van een overleden persoon, opgemaakt door de notaris, mocht voortduren in een onderzoek naar mensenhandel. De rechtbank oordeelt dat de testamenten geen voorwerp van het strafbare feit uitmaken in de zin van artikel 98 lid 5 Sv, omdat de verdenking jegens de verdachte uitsluitend ziet op uitbuiting van een andere persoon dan de overledene. Evenmin doen zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voor die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen. De stukken staan niet in zodanig direct verband met het strafbare feit dat zij kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Den Haag matigt maatregel kostenverhaal van € 129.968 naar € 10.000 wegens onvoldoende inzichtelijke onderbouwing vernietigingskosten professioneel vuurwerk

Rechtbank Den Haag 13 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:8927

De rechtbank Den Haag veroordeelt een verdachte tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, voor pseudokoop en het opslaan en voorhanden hebben van ruim 1.760 kilogram professioneel vuurwerk in een loods, een schuur en drie bestelbussen. Het Openbaar Ministerie vordert oplegging van de maatregel kostenverhaal ex artikel 8 onder d WED voor een bedrag van € 129.968 ter dekking van de vernietigingskosten van het inbeslaggenomen vuurwerk. De rechtbank acht aannemelijk dat de Staat kosten heeft gemaakt, maar oordeelt dat de onderbouwing van het gevorderde bedrag onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. Een concrete onderbouwing met facturen en onderliggende contracten ontbreekt, terwijl het Openbaar Ministerie zich beperkt tot een schatting op basis van een gemiddelde kostprijs per gewichtseenheid uit andere zaken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Acht maanden gevangenisstraf voor SVB-medewerker wegens pgb-fraude en vervalst coronatestbewijs

De Rechtbank Rotterdam veroordeelde op 25 februari 2026 een SVB-medewerker tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, voor het medeplegen van pgb-oplichting van ruim 94.000 euro en een poging daartoe van bijna 110.000 euro. De verdachte raadpleegde samen met twee SVB-collega's interne dossiers en gebruikte die gegevens voor valse wijzigingsformulieren waarmee pgb-gelden naar rekeningen van katvangers werden gesluisd. Het bewijs steunt op loggegevens, WhatsApp-conversaties en een forensisch geïdentificeerde vingerafdruk op een onderschept formulier. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld voor het afleveren en voorhanden hebben van een vervalst coronatestbewijs in mei 2021. De rechtbank verlaagde de in beginsel passend geachte straf van tien naar acht maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn met bijna twee jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^