Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan het niet doen van aangiften vennootschapsbelasting en het onjuist doen van aangiften omzetbelasting; gedeeltelijke vrijspraak

Rechtbank Amsterdam 3 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8778

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een bestuurder tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 10.000 wegens feitelijk leidinggeven aan belastingfraude door zijn besloten vennootschap. De vennootschap doet over de jaren 2017, 2018 en 2019 geen aangifte vennootschapsbelasting en doet over vier kwartalen in 2018 en 2019 onjuiste aangiften omzetbelasting door een te hoog bedrag aan aftrekbare voorbelasting op te geven. Voor de aangifte vennootschapsbelasting over 2020 volgt vrijspraak, omdat de termijn van de aanmaning pas na het einde van de tenlastegelegde periode verstrijkt. Het verweer dat het niet doen van aangifte over 2018 wegens een negatief fiscaal resultaat niet strekt tot een te lage heffing, verwerpt de rechtbank onder verwijzing naar het objectieve karakter van het strekkingsvereiste. Het belastingnadeel bedraagt bijna € 30.000 en is inmiddels door de verdachte voldaan. De rechtbank wijkt af van de gevorderde taakstraf van 80 uren en kiest voor een geldboete, mede gelet op het herstel van het nadeel en het grote tijdsverloop.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van twee echtgenoten voor het opzettelijk medeplegen van de invoer van 232 beschermde papegaaieneieren, zonder aansluiting bij de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude

De rechtbank Amsterdam veroordeelt twee echtgenoten die op 24 maart 2026 op Schiphol 232 papegaaieneieren van beschermde soorten uit Nicaragua binnenbrengen zonder invoervergunning en zonder de zending aan te bieden voor officiële controle. De eieren, waaronder die van de Buffons ara en de geelnekamazone, vallen onder het Cites-verdrag en de bijlagen A en B van Basisverordening (EG) nr. 338/97. De rechtbank acht bij beide verdachten medeplegen van overtreding van de Omgevingswet en de Wet Dieren bewezen, telkens opzettelijk begaan. Anders dan de officier van justitie sluit de rechtbank niet aan bij de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude, omdat de waarde van de zending onbekend is. De officier van justitie eist tegen de man achttien maanden en tegen de vrouw vierentwintig maanden gevangenisstraf. De rechtbank legt beiden een gevangenisstraf van 270 dagen op, waarvan 170 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en verklaart de in beslag genomen telefoons verbeurd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van feitelijk leidinggeven aan niet-ambtelijke omkoping en valsheid in geschrift omdat aan de facturen werkelijke werkzaamheden ten grondslag liggen

Rechtbank Rotterdam 24 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10768

De rechtbank Rotterdam spreekt een bestuurder vrij van feitelijk leidinggeven aan niet-ambtelijke omkoping en valsheid in geschrift. De verdachte en zijn medeverdachte zetten via hun logistieke onderneming een bestaande constructie voort waarbij opslagkosten aan een opdrachtgever worden gefactureerd en één op één worden doorbetaald aan de privéondernemingen van een leidinggevende van die opdrachtgever. Volgens het Openbaar Ministerie vloeien deze bedragen terug als gift, omdat daar geen werkzaamheden tegenover staan. De rechtbank stelt vast dat de leidinggevende wel degelijk werkzaamheden verricht, dat bemiddeling en het doorfactureren daarvan in de logistieke sector niet ongebruikelijk zijn, en dat niet blijkt dat de verdachte opzet heeft op een gift of dat de leidinggevende in strijd met zijn plicht handelt. Omdat aan de facturen daadwerkelijk diensten ten grondslag liggen, kan evenmin worden vastgesteld dat de facturen vals zijn. Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging, omdat de rechtbank de aangevoerde vormverzuimen verwerpt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van rechtspersoon tot geldboete voor overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en dood door schuld na dodelijke val van een dak

Rechtbank Oost-Brabant 23 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5395

De rechtbank veroordeelt een onderneming die zonnepanelen plaatst tot een geldboete van € 50.000 voor overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en voor dood door schuld, nadat een van haar werknemers op 31 januari 2025 in Rijsbergen van een plat dak van 7,2 meter is gevallen en is overleden. Het slachtoffer plaatst die dag samen met de hoofdmonteur zonnepanelen op dat dak, zonder dat op de locatie enige vorm van valbeveiliging aanwezig of gebruikt is. De rechtbank stelt vast dat de verdachte de risico's van het werken op een plat dak op hoogte niet in een risico-inventarisatie en -evaluatie heeft vastgelegd, de werknemers niet doeltreffend heeft ingelicht en geen toezicht heeft gehouden op het project. In dat nalaten ligt volgens de rechtbank het opzet op de overtreding van artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet besloten, en uit hetzelfde nalaten volgt de aanmerkelijke schuld aan de dood van het slachtoffer. De gedragingen worden aan de verdachte als rechtspersoon toegerekend omdat zij hebben plaatsgevonden in de sfeer van de onderneming. Anders dan de officier van justitie legt de rechtbank geen voorwaardelijk strafdeel op, omdat de verdachte verantwoordelijkheid heeft genomen en maatregelen heeft getroffen om herhaling te voorkomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tussenbeslissing op beklag ex artikel 552a Sv over conservatoir anderbeslag; rechtbank heropent onderzoek om te beoordelen of sprake is van een schijnconstructie ex artikel 94a lid 4 Sv

Rechtbank Amsterdam 14 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7198

De rechtbank Amsterdam beslist op een klaagschrift ex artikel 552a Sv van de erven van een overleden persoon onder wie in het onderzoek Offside conservatoir anderbeslag ex artikel 94a lid 4 Sv is gelegd op een vordering en op banksaldi. Het beslag strekt tot bewaring van het verhaal voor een aan een hoofdverdachte op te leggen ontnemingsmaatregel van ruim 26 miljoen euro. De advocaat van de klagers betoogt dat de rechtbank niet langer kan volstaan met de marginale toets uit 2018 aan de hand van enkele aanwijzingen, maar nu ten volle moet vaststellen of sprake is van een schijnconstructie met het doel verhaalsfrustratie. Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat het beslag rechtmatig is en dat het overlijden van de beslagene aan de gestelde schijnconstructie niets verandert. De rechtbank oordeelt dat zij zonder de zaaksdossiers over het hotel en over de deelname aan een criminele organisatie niet kan beoordelen of de situatie van artikel 94a lid 4 of lid 5 Sv zich voordoet en of de beslagene te kwader trouw was. Zij heropent daarom het onderzoek in raadkamer, draagt het Openbaar Ministerie op het dossier aan te vullen en houdt iedere verdere beslissing aan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schorsing van de vervolging omdat verdachte door de gevolgen van ALS niet effectief aan het strafproces kan deelnemen

Rechtbank Oost-Brabant 23 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4630

De rechtbank Oost-Brabant schorst de vervolging van een verdachte die wordt aangemerkt als hoofdverdachte in een omvangrijke strafzaak over hennepteelt, voorbereiding van cocaïnetransporten, gewoontewitwassen en leiding geven aan twee criminele organisaties. De verdachte lijdt aan de ziekte ALS, ligt continu aan de beademing en is volledig afhankelijk van anderen. De rechtbank stelt vast dat op basis van de stukken niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de strekking van de vervolging niet begrijpt, zodat de letterlijke tekst van artikel 16 Sv niet van toepassing is. De rechtbank oordeelt echter dat de reikwijdte van artikel 16 Sv, bezien tegen de achtergrond van artikel 6 EVRM, verder strekt dan de letterlijke tekst suggereert. Ook wanneer een verdachte door medische beperkingen niet effectief aan de strafprocedure kan deelnemen, bestaat aanleiding de vervolging te schorsen. Omdat de verdachte geen verklaring kan afleggen, niet ter zitting kan verschijnen en geen zinvol overleg met zijn raadsman kan voeren, schorst de rechtbank de vervolging in de stand waarin deze zich bevindt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van twee rechtspersonen en hun bestuurder voor valsheid in geschrift en fraude met de subsidieregeling Coronabanen in de zorg

De rechtbank Rotterdam doet op 14 juli 2026 uitspraak in drie samenhangende zaken over fraude met de subsidieregeling Coronabanen in de zorg (COZO). Twee rechtspersonen en hun bestuurder dienen valse COZO-vaststellingen in bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en wenden de ontvangen subsidiegelden aan voor andere doeleinden dan de financiering van zorgpersoneel. De rechtbank rekent de gedragingen aan beide rechtspersonen toe en veroordeelt hen tot geldboetes van € 27.000 en € 12.000. De bestuurder wordt als feitelijke leidinggever veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, een taakstraf van 240 uur en een bestuursverbod van vijf jaren. Het verweer dat opzet en oogmerk ontbreken omdat op door derden aangeleverde gegevens is vertrouwd, verwerpt de rechtbank als ongeloofwaardig. De vorderingen van het Ministerie VWS worden toegewezen tot in totaal € 375.677,04.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling tot gevangenisstraf voor oplichting van een bank en valsheid in geschrift met valselijk opgemaakte facturen uit een bouwdepot

Rechtbank Den Haag 3 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19750

De rechtbank Den Haag veroordeelt een man voor oplichting van ING Bank en voor valsheid in geschrift, beide meermalen gepleegd. Hij gebruikte zonder toestemming het briefpapier van twee bedrijven voor facturen waarop werkzaamheden en kosten stonden vermeld die nooit zijn verricht. Met die facturen bewoog hij de bank tussen 24 mei 2023 en 12 maart 2024 tot uitbetaling van in totaal € 668.702,03 uit een bouwdepot. De verdachte heeft de feiten bekend, volledig meegewerkt aan het strafrechtelijk onderzoek en spijt betuigd. De rechtbank rekent hem aan dat aan zijn handelen pas een einde kwam door ontdekking door ING. Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veertig maanden gevangenisstraf voor woonbemiddelaar die op naam van woningzoekenden kredieten en leaseauto's aanvraagt

Rechtbank Den Haag 6 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19093

De rechtbank Den Haag veroordeelt een man tot een gevangenisstraf van veertig maanden voor oplichting van kredietverstrekkers, een creditcardmaatschappij en een leasemaatschappij. Hij benadert particulieren als woonbemiddelaar en gebruikt de persoonsgegevens en financiële stukken die zij hem verstrekken zonder hun toestemming voor kredieten, creditcards en leaseauto's. Bij die aanvragen maakt hij gebruik van vervalste loonspecificaties, bankafschriften, jaarrekeningen en identiteitsbewijzen. Twaalf particulieren blijven achter met schulden, aanmaningen en BKR-registraties, terwijl de rechtspersonen voor ruim € 125.000 zijn benadeeld. De rechtbank acht daarnaast het voorhanden hebben van een gaspistool met munitie bewezen en spreekt vrij van medeplegen. Bij de straftoemeting houdt zij rekening met artikel 63 Sr en met een eerdere onherroepelijke veroordeling tot 52 maanden gevangenisstraf voor soortgelijke feiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van verduistering en veroordeling voor feitelijke leiding aan gebruik van valse voorraadlijsten en voor faillissementsfraude door een bestuurder

Rechtbank Overijssel 9 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3946

De rechtbank Overijssel spreekt een bestuurder vrij van verduistering in dienstbetrekking van 769 bundels hout, omdat de fysieke goederenstroom en de beschikkingsmacht over het hout niet zijn komen vast te staan. Wel acht de rechtbank bewezen dat de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het gebruik van valse voorraadlijsten die het bedrijf aan ING heeft verstrekt om krediet te verkrijgen. De voorraadlijsten vermelden slechts één financierbare voorraadlocatie, terwijl de onderliggende bestanden meerdere locaties en een fictieve voorraadpost bevatten. Na het faillissement weigert de verdachte inlichtingen aan de curator te geven en voert en bewaart hij de administratie niet volgens de wettelijke verplichtingen, waardoor de afwikkeling van het faillissement wordt bemoeilijkt. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van acht maanden en ontzet hem voor vijf jaren uit het recht om het beroep van bestuurder van een rechtspersoon uit te oefenen. De vordering van ING als benadeelde partij van € 675.004,54 verklaart de rechtbank niet-ontvankelijk omdat de rechtstreekse schade niet is komen vast te staan.

Read More
Print Friendly and PDF ^