Ontslag van alle rechtsvervolging bij medeplegen computervredebreuk: verontschuldigbare rechtsdwaling door jonge werknemer die inloggegevens deelde met collega

Gerechtshof Den Haag 1 april 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:537

Het gerechtshof Den Haag verklaart in hoger beroep het medeplegen van computervredebreuk bewezen, maar ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging wegens een geslaagd beroep op afwezigheid van alle schuld. De verdachte deelde haar zakelijke inloggegevens voor het containersysteem MyTerminal met een collega, die daarmee onbevoegd bevragingen deed naar containers die in verband konden worden gebracht met de invoer van verdovende middelen. Het hof oordeelt dat de verdachte ten tijde van het feit in de verontschuldigbare overtuiging verkeerde dat haar handelwijze niet ongeoorloofd was. Bij dat oordeel weegt het hof mee dat de verdachte jong en onervaren was, dat zij een vriendschappelijke relatie had met de medeverdachte, dat binnen het bedrijf in de praktijk inloggegevens werden gedeeld en dat concrete instructies over het gebruik van persoonsgebonden inloggegevens niet uit het dossier blijken. Het ontbreken van enig financieel voordeel aan de zijde van de verdachte draagt bij aan het oordeel dat het beroep op rechtsdwaling slaagt. De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van twaalf dagen gevorderd, maar het hof komt niet toe aan strafoplegging en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraf voor feitelijk leidinggever die omzetbelasting niet afdraagt en UWV oplicht met gefingeerd omzetverlies via NOW-regeling

Rechtbank Amsterdam 2 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3249

Rechtbank Amsterdam veroordeelt feitelijk leidinggever voor belastingfraude en coronasteunfraude met NOW-regeling. De verdachte geeft feitelijke leiding aan het opzettelijk niet betalen van omzetbelasting door een schoonmaakbedrijf en pleegt samen met een medeverdachte oplichting van het UWV. Via een schijnconstructie met een katvanger en een nieuw opgericht bedrijf wordt het omzetverlies gefingeerd om een NOW-voorschot van 156.500 euro te ontvangen. De rechtbank spreekt vrij van een eerste NOW-aanvraag omdat het omzetverlies in de beginperiode van de coronalockdown daadwerkelijk 100% was. Voor de tweede NOW-aanvraag acht de rechtbank oplichting bewezen nu de omzet werd weggesluisd naar een nieuw bedrijf terwijl de loonkosten in het oude bedrijf bleven. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden op, lager dan de eis van twaalf maanden, mede vanwege de gedeeltelijke vrijspraak en een overschrijding van de redelijke termijn met dertien maanden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beroep op overmacht wegens inbeslagname administratie slaagt niet: rechtspersoon had ontheffing van publicatieplicht jaarrekening moeten aanvragen

Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:879

Het gerechtshof Amsterdam oordeelt dat een B.V. geen geslaagd beroep op overmacht toekomt voor het niet deponeren van de jaarrekening over 2020, ondanks de inbeslagname van haar administratie door de FIOD. Het hof overweegt dat de verdachte ruim voor het ontstaan van de publicatieplicht had kunnen voorzien dat zij daaraan niet kon voldoen en een ontheffing op grond van artikel 2:394 lid 5 BW had kunnen aanvragen. Het vonnis van de economische politierechter, die de verdachte van alle rechtsvervolging ontsloeg, wordt vernietigd. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van 600 euro met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast legt het hof de maatregel op tot het alsnog deponeren van de jaarrekening binnen negen maanden na het onherroepelijk worden van het arrest. Deze uitspraak verduidelijkt dat van een rechtspersoon wier administratie is inbeslaggenomen, wordt verwacht dat zij actief gebruikmaakt van de wettelijke mogelijkheid tot ontheffing van de publicatieplicht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Integrale controle zonder geldige grondslag: rechtbank sluit bewijs uit in drugszaak

De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 17 april 2026 een verdachte vrijgesproken van voorbereidingshandelingen voor synthetische drugsproductie, ondanks het aantreffen van chemicaliën en apparatuur tijdens een integrale controle. Het binnentreden berustte op een bestuursrechtelijke machtiging die later door de burgemeester is herroepen wegens strijd met de Awbi. De rechtbank kwalificeerde dit als een onherstelbaar vormverzuim en sloot het aangetroffen materiaal uit van het bewijs. Hoewel het verzuim buiten het voorbereidend onderzoek viel, was het van bepalende invloed op de vervolging in de zin van het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 1 december 2020. De uitspraak bevestigt dat bestuursrechtelijke bevoegdheden niet mogen worden aangewend voor strafrechtelijke doeleinden en dat zelfs de indruk daarvan tot bewijsuitsluiting kan leiden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Den Bosch bevestigt gevangenisstraf voor strafadvocaat: drie maanden voor schending beroepsgeheim tijdens verhoor in beperkingen

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 15 april 2026 een strafrechtadvocaat veroordeeld tot drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens opzettelijke schending van zijn beroepsgeheim (artikel 272 Sr). De advocaat liet in april 2020 een onbevoegde derde op zijn kantoor telefonisch meeluisteren met het politieverhoor van een cliënt die op dat moment in volledige beperkingen zat. Het hof versmalde de bewezenverklaring ten opzichte van de rechtbank, maar legde een strengere straf op dan door de advocaat-generaal was gevorderd. Inhoudelijk bevestigt het arrest dat de geheimhoudingsplicht van de advocaat bij verdachten in beperkingen via artikel 10 Advocatenwet en artikel 62 Sv onder de reikwijdte van artikel 272 Sr valt. Opvallend is dat het hof expliciet vaststelt dat de wet bij dit delict geen mogelijkheid biedt tot ontzetting uit het beroep van advocaat, terwijl het die maatregel in deze zaak wel passend had geacht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen aftrek dividendbelasting bij ontneming winst uit illegale gewasbeschermingsmiddelen

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:505

De Hoge Raad bevestigt dat bij de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel geen dividendbelasting in mindering hoeft te worden gebracht wanneer feitelijk geen dividendbelasting is afgedragen. De zaak betreft een ontnemingsprocedure na veroordeling voor de verkoop van illegale gewasbeschermingsmiddelen (Bitoxybacillin en Lepidocide) door een B.V. waarvan de betrokkene feitelijk leidinggevende en uiteindelijk belanghebbende is. Het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op EUR 532.532 en volledig toegerekend aan de betrokkene als natuurlijk persoon. Het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel vereist dat wordt uitgegaan van het daadwerkelijk behaalde voordeel, maar biedt in dit geval geen grond voor aftrek van hypothetische dividendbelasting. De betrokkene kan bij een latere dividenduitkering een verzoek tot vermindering indienen op grond van artikel 6:6:26 Wetboek van Strafvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming flessentrekkerij via plof-bv's: hof schat voordeel op bijna 17.000 euro, matigt betalingsverplichting na overschrijding redelijke termijn en verwerpt draagkrachtverweer

Gerechtshof Amsterdam 24 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:928

Het gerechtshof Amsterdam schat in hoger beroep het wederrechtelijk verkregen voordeel uit flessentrekkerij via twee plof-bv's op bijna 17.000 euro. De betrokkene en zijn medeverdachten bestelden goederen bij leveranciers, lieten deze leveren maar betaalden de facturen niet, waarna de goederen werden doorverkocht tegen een lager bedrag dan de inkoopprijs. Het hof hanteert een opbrengstpercentage van 35 procent van de onbetaalde inkoopfacturen exclusief btw en brengt diverse kosten in mindering, waaronder huur, chauffeurs en werkzaamheden van een derde. Op basis van een schriftelijk stuk komt 5 procent van de opbrengst van de ene rechtspersoon aan de betrokkene toe, terwijl de opbrengst van de andere rechtspersoon pondspondsgewijs over vier betrokkenen wordt verdeeld. Het draagkrachtverweer wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en het hof matigt de betalingsverplichting tot € 15.000 vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn van meer dan vijf jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Te laat is niet te laat: Hoge Raad fluit hof terug bij afwijzing getuigenverzoek

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:502

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wegens een onbegrijpelijke afwijzing van een getuigenverzoek bij mishandeling. Het hof toetst het verzoek tot het horen van de aangeefster en een getuige aan het noodzakelijkheidscriterium en wijst het af, maar gaat daarbij voorbij aan het post-Keskin-kader uit HR:2021:576 en de voorwaarden uit HR:2025:1519. De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten nagaan of de procedure als geheel voldoet aan artikel 6 EVRM, nu belastende verklaringen voor het bewijs zijn gebruikt zonder dat de verdediging de getuigen heeft kunnen ondervragen. De zaak is teruggewezen voor een nieuwe behandeling van de mishandeling en de strafoplegging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Herziening na Maggiora: hersteld vormverzuim blokkeert niet-ontvankelijkheid

Hoge Raad 14 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:562

De Hoge Raad wijst een herzieningsverzoek af in het kader van het onderzoek Maggiora, waarin de aanvraagster onherroepelijk is veroordeeld voor opzetheling terwijl het hof in de zaken van medeverdachten het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaarde. Centraal staat de vraag of bekend geworden vormverzuimen rond gunstbetoon en verklaringen van een medeverdachte een novum opleveren in de zin van artikel 457 lid 1 onder c van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad oordeelt dat het verzuim rond de verbaliseringsplicht van artikel 226g lid 4 van het Wetboek van Strafvordering door de woordelijke uitwerking van het gesprek in voldoende mate is hersteld. Ook de gang van zaken rond de verklaringen is in hoger beroep voldoende opgehelderd om het ernstige vermoeden van niet-ontvankelijkverklaring weg te nemen. De omstandigheid dat het hof in de zaak tegen de medeverdachte wel tot niet-ontvankelijkheid kwam, doet aan deze zelfstandige herzieningstoetsing niet af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG: instemming met niet-horen van demente getuige is geen afstand van ondervragingsrecht

A-G Aben concludeert dat het gerechtshof 's-Hertogenbosch ten onrechte heeft aangenomen dat de verdediging het ondervragingsrecht heeft prijsgegeven ten aanzien van een belastende getuige die aan dementie lijdt. De raadsman had laten weten dat de getuige vanwege zijn gezondheidstoestand niet meer zinvol kon worden gehoord, maar dat is volgens de A-G geen vrijwillige en ondubbelzinnige waiver in de zin van artikel 6 EVRM. Het hof had daarom de driestappentoets moeten doorlopen om te beoordelen of het proces als geheel eerlijk is verlopen. De A-G vergelijkt de situatie met het overlijden van een getuige: in beide gevallen kan van de verdediging niet worden verwacht dat zij een onmogelijk geworden verhoor nogmaals verzoekt. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing, al merkt de A-G op dat de verklaring van de getuige binnen de bewijsconstructie weinig gewicht lijkt te hebben.

Read More
Print Friendly and PDF ^