Vader en zoon veroordeeld voor gewoontewitwassen en valsheid in geschrift vanuit boekhoudbedrijf na procesafspraken

Rechtbank Overijssel 24 februari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:953 en ECLI:NL:RBOVE:2026:954

De rechtbank Overijssel veroordeelt een vader (78) en zoon (42) voor het medeplegen van valsheid in geschrift en gewoontewitwassen in de uitoefening van hun beroep als boekhouder. Gedurende bijna negen jaar maken zij valse facturen op via een eenmanszaak en witwassen daarmee ruim 365.000 euro aan van misdrijf afkomstig geld. Beide zaken zijn afgedaan op basis van procesafspraken met het Openbaar Ministerie, getoetst aan het kader van de Hoge Raad uit 2022. De vader krijgt een taakstraf van 240 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 35.000 euro opgelegd. De zoon krijgt een taakstraf van 200 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en dezelfde geldboete van 35.000 euro. De rechtbank matigt de straf in beide zaken vanwege de proceseconomische voordelen van de afdoeningsvoorstellen en ziet af van een ontnemingsvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor niet doen van belastingaangiften: verdachte geeft fiscale verplichtingen volstrekt onvoldoende prioriteit

Rechtbank Amsterdam 5 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2274

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een ondernemer voor het feitelijk leidinggeven aan het niet doen van aangifte vennootschapsbelasting over de jaren 2018, 2020 en 2021, en voor het niet tijdig doen van aangifte inkomstenbelasting over 2019. De verdachte is enig aandeelhouder van een vennootschap die een fiscale eenheid vormt met elf dochterondernemingen. De rechtbank oordeelt dat de uitnodigingen tot het doen van aangifte naar het juiste adres zijn verzonden en dat sprake is van voorwaardelijk opzet. De verdachte heeft zijn fiscale verplichtingen volstrekt onvoldoende prioriteit gegeven en verantwoordelijkheid afgeschoven op zijn accountants en CFO. De Belastingdienst heeft aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd voor in totaal € 561.732 en een aanslag inkomstenbelasting van € 294.383. De rechtbank legt een taakstraf van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op, lager dan de eis van het Openbaar Ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Visfraude: maatschap veroordeeld voor valsheid in geschrift door visreizen te registreren op naam van kapot vaartuig

Rechtbank Amsterdam 19 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1812

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een maatschap tot een geheel voorwaardelijke geldboete van 25.000 euro voor valsheid in geschrift in de visserijsector. De maatschap registreert tussen 2021 en 2023 fictieve visreizen in het digitale vangstregistratiesysteem E-Lite op naam van een vaartuig dat al jaren niet meer vaart. De zeebaarsvangsten die op dit vaartuig worden weggeschreven, zijn in werkelijkheid gevangen met een ander vaartuig dat over een beperktere vismachtiging beschikt. De rechtbank verwerpt het verweer dat de Uitvoeringsregeling Zeevisserij als specialis aan vervolging op grond van artikel 225 Sr in de weg staat. Het verweer dat pas sprake is van een geschrift na verzending van de gegevens wordt eveneens verworpen: de rechtbank oordeelt dat het geschrift al bestaat op het moment van invoer in het systeem. Bij de strafmaat weegt de rechtbank mee dat ook een ontnemingsvordering van ruim 83.000 euro loopt, waardoor een geheel voorwaardelijke geldboete volstaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valsheid in geschrift ten behoeve van belastingfraude: rechtbank wijkt af van eis en legt taakstraf op wegens oude feiten en overschrijding redelijke termijn

Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2117

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een verdachte voor valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, in de periode 2015 tot en met 2018. De verdachte maakte vanuit aan hem gelieerde ondernemingen valse facturen op voor een schoonmaakbedrijf, waarmee belastingfraude werd gefaciliteerd en werknemers zwart werden betaald. Het totaal gefactureerde bedrag bedraagt ruim € 2,4 miljoen, waarvan bijna € 775.000 aan de gelieerde ondernemingen is uitbetaald. Het Openbaar Ministerie eist zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar de rechtbank wijkt hiervan af. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, de ouderdom van de feiten, de instrumentele rol van de verdachte en de toepassing van artikel 63 Sr legt de rechtbank een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Phishing van creditcardgegevens via namaakwebsites leidt tot 30 maanden gevangenisstraf in hoger beroep

Gerechtshof Amsterdam 16 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3771

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een verdachte tot dertig maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor het gedurende tien maanden plegen van phishing van creditcardgegevens van klanten van International Card Services. De verdachte verstuurt phishing e-mails en leidt slachtoffers naar namaakwebsites waar zij hun inloggegevens en tweefactorauthenticatiecodes invullen. Met de verkregen gegevens verschaft de verdachte zich via de ICS-app toegang tot de creditcards van in totaal 65 slachtoffers en doet hij online aankopen. Het hof acht oplichting, het voorhanden hebben van technische hulpmiddelen voor computervredebreuk, computervredebreuk en het bezit van een gasvuurwapen bewezen. De vordering van de benadeelde partij ICS wordt toegewezen tot een bedrag van € 36.722,70 aan materiele schade. Diverse voorwerpen, waaronder telefoons, laptops en crypto-apparatuur, worden verbeurd verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak voor oplichting na eten zonder betalen: bestellen volgens maatschappelijk gangbare patronen is geen valse hoedanigheid

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 februari 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:414

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch spreekt een verdachte vrij van oplichting nadat hij in een restaurant in Tilburg consumpties bestelt en vervolgens vertrekt zonder de rekening te betalen. Het hof oordeelt dat het enkel bestellen van eten en drinken volgens maatschappelijk gangbare patronen en vervolgens niet betalen onvoldoende is om te spreken van het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof verwijst naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad waaruit volgt dat voldoende specifieke gedragingen zijn vereist die erop zijn gericht bij het slachtoffer een onjuiste voorstelling van zaken in het leven te roepen. Dergelijke specifieke gedragingen blijken niet uit het procesdossier. De politierechter veroordeelde de verdachte eerder bij verstek tot vier weken gevangenisstraf, maar het hof vernietigt dit vonnis en spreekt vrij. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schuldwitwassen van € 72.000 aan coronasteun: hof acht culpa bewezen bij TVL-fraude

Gerechtshof Amsterdam 3 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:474

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een verdachte voor schuldwitwassen van € 72.000 aan coronasteun uit de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Op naam van de eenmanszaak van de verdachte is een TVL-aanvraag ingediend met een opgegeven omzet van € 1.000.000, terwijl de werkelijke omzet slechts € 6.459 bedraagt. Het hof oordeelt dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het ontvangen bedrag uit misdrijf afkomstig was, gelet op de wanverhouding tussen het bedrag en zijn omzet. Anders dan de politierechter en de advocaat-generaal komt het hof niet tot opzetwitwassen, maar tot de culpose variant van artikel 420quater Sr. De verdachte krijgt een taakstraf van 120 uren opgelegd, waar de advocaat-generaal 60 uren had gevorderd naast een voorwaardelijke gevangenisstraf. De vordering van de benadeelde partij RVO wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte de volledige schuld inmiddels heeft terugbetaald.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cyberkamer veroordeelt verdachte voor grootschalige malwarecampagne en bankfraude: taakstraf in plaats van gevangenisstraf wegens forse overschrijding redelijke termijn

Gerechtshof Den Haag 4 februari 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:176

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een verdachte voor het medeplegen van computervredebreuk, oplichting, het misbruiken van identificerende persoonsgegevens en het voorhanden hebben van technische hulpmiddelen en inloggegevens voor het plegen van computervredebreuk. De verdachte verspreidde samen met anderen malware via valse e-mails en internetposts, waarmee computers van slachtoffers werden geinfecteerd en inloggegevens van bankrekeningen werden buitgemaakt. Met die inloggegevens werd ingelogd op bankrekeningen en werden geldbedragen naar derden overgemaakt, voor een totaalbedrag van circa 34.931 euro. Het hof verwerpt het verweer dat sprake is van een vormverzuim bij het verkrijgen van het wachtwoord van de computer van de verdachte. Hoewel het hof een gevangenisstraf van twaalf maanden in beginsel passend acht, legt het een taakstraf van 240 uur op vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van in totaal ruim vijf jaar. De bank wordt als benadeelde partij een schadevergoeding van 39.161,44 euro toegewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak politicus voor opruiing: uitlatingen over geweld en verzet overschrijden strafrechtelijke grens niet

Gerechtshof Den Haag 5 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:333

Het gerechtshof Den Haag spreekt op 5 maart 2026 een Tweede Kamerlid vrij van opruiing voor uitlatingen over geweld en verzet tijdens de boerenprotesten in 2022. De verdachte is in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren voor twee tenlastegelegde feiten van opruiing in de zin van artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof oordeelt dat de uitlatingen, bezien naar inhoud en strekking in hun onderlinge samenhang, niet direct noch indirect aansporen tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Daarbij kent het hof betekenis toe aan het feit dat de verdachte in zijn toespraken herhaaldelijk vreedzaam en geweldloos verzet bepleit en het gebruik van geweld niet concreet maakt. Het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens detournement de pouvoir en schending van het gelijkheidsbeginsel, wordt verworpen. Het hof vernietigt het vonnis en spreekt de verdachte integraal vrij.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming na valselijk opmaken van facturen: rechtbank schat wederrechtelijk voordeel op 10 procent van uitbetaalde factuurbedragen

Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2119

De rechtbank Amsterdam legt in een ontnemingszaak een betalingsverplichting op van 75.000 euro na een veroordeling wegens valsheid in geschrift. De veroordeelde heeft in de periode 2015 tot en met 2018 valse facturen opgesteld en ingediend bij twee besloten vennootschappen voor niet-geleverde diensten en goederen. In totaal is 774.877 euro uitbetaald op de bankrekeningen van aan de veroordeelde gelieerde ondernemingen. De rechtbank schat het daadwerkelijke voordeel van de veroordeelde op ongeveer 10 procent van dat bedrag, omdat het grootste deel van de opbrengsten is aangewend voor het zwart betalen van personeel van de vennootschappen. Het Openbaar Ministerie vordert aanvankelijk 713.349 euro, later gematigd tot 356.000 euro, maar de rechtbank wijkt hier aanzienlijk van af. De rechtbank constateert daarnaast een overschrijding van de redelijke termijn van vijf maanden, die voldoende wordt gecompenseerd in de gunstige afronding van het ontnemingsbedrag.

Read More
Print Friendly and PDF ^