Phishing van creditcardgegevens via namaakwebsites leidt tot 30 maanden gevangenisstraf in hoger beroep
/Gerechtshof Amsterdam 16 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3771
Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een verdachte tot dertig maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor het gedurende tien maanden plegen van phishing van creditcardgegevens van klanten van International Card Services. De verdachte verstuurt phishing e-mails en leidt slachtoffers naar namaakwebsites waar zij hun inloggegevens en tweefactorauthenticatiecodes invullen. Met de verkregen gegevens verschaft de verdachte zich via de ICS-app toegang tot de creditcards van in totaal 65 slachtoffers en doet hij online aankopen. Het hof acht oplichting, het voorhanden hebben van technische hulpmiddelen voor computervredebreuk, computervredebreuk en het bezit van een gasvuurwapen bewezen. De vordering van de benadeelde partij ICS wordt toegewezen tot een bedrag van € 36.722,70 aan materiele schade. Diverse voorwerpen, waaronder telefoons, laptops en crypto-apparatuur, worden verbeurd verklaard.
Inleiding en context
Het gerechtshof Amsterdam behandelt in hoger beroep de strafzaak tegen een verdachte, geboren in 1992, die zich gedurende een periode van ongeveer tien maanden bezighoudt met phishing van creditcardgegevens. De verdachte is ten tijde van de behandeling in hoger beroep gedetineerd. Het hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 september 2024. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank omdat het tot een iets andere bewezenverklaring komt. De zaak is onderzocht ter terechtzitting van 2 oktober 2025.
Tenlastelegging en wettelijk kader
De verdachte wordt vier feiten verweten. Feit 1 betreft oplichting in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 7 december 2022 tot en met 6 januari 2024 twee slachtoffers en klanten van International Card Services B.V. (hierna: ICS) heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van inloggegevens, bankgegevens, klantgegevens en tweefactorauthenticatiecodes door het versturen van phishing e-mails en het leiden van slachtoffers naar namaakwebsites van ICS.
Feit 2 betreft het voorhanden hebben en verwerven van technische hulpmiddelen die hoofdzakelijk zijn gemaakt of ontworpen tot het plegen van computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab Sr, strafbaar gesteld in artikel 139d Sr. Feit 3 betreft computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab Sr, te weten het opzettelijk en wederrechtelijk binnendringen in computersystemen en servers van ICS met behulp van onrechtmatig verkregen inloggegevens. Feit 4 betreft het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie (WWM), te weten een gasvuurwapen in de vorm van een revolver van het merk BBM, type Bruni Olympic, kaliber 6mm.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat alle vier de tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden, waarbij wordt aangesloten bij de bewezenverklaring van de rechtbank, met twee uitzonderingen. Ten aanzien van feit 1 vordert de advocaat-generaal partiele vrijspraak voor het invoeren van een gebruikersnaam en wachtwoord door de twee slachtoffers, nu dit niet uit het dossier kan worden afgeleid. Ten aanzien van feit 2 vordert de advocaat-generaal partiele vrijspraak van het onderdeel over tekstbestanden bestemd voor geautomatiseerde verzending van phishing e-mails, omdat onvoldoende blijkt welke bestanden hiermee worden bedoeld en of het gaat om technische hulpmiddelen als bedoeld in artikel 139d Sr. Daarnaast vordert de advocaat-generaal partiele vrijspraak van het tweede gedachtestreepje van feit 2, nu niet bewezen kan worden dat telecommunicatieverkeer en betalingsverkeer geautomatiseerde werken zijn in de zin van artikel 80sexies Sr. De advocaat-generaal vordert een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, gelijk aan de straf opgelegd door de rechtbank.
Standpunt van de verdediging
De raadsman refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van de strafmaat stelt de raadsman zich op het standpunt dat de verdachte wat hem betreft lang genoeg heeft vastgezeten. De raadsman voert aan dat de door de advocaat-generaal gevorderde partieel vrijspraken van onderdelen van de feiten 1 en 2 moeten leiden tot een lagere gevangenisstraf dan door de rechtbank opgelegd. Ten aanzien van het beslag verzoekt de raadsman om teruggave van diverse goederen aan de verdachte. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij voert de raadsman geen verweer.
Oordeel gerecht
Het hof acht alle vier de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en neemt daartoe grotendeels de bewijsoverwegingen van de rechtbank over.
Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 stelt het hof vast dat het onderzoek is gestart naar aanleiding van aangiftes van twee slachtoffers die phishing e-mails ontvangen die afkomstig lijken van ICS. In deze e-mails staat dat zij zich via een hyperlink moeten identificeren om hun creditcard te deblokkeren. Via de hyperlink komen zij terecht op phishing websites, waar zij diverse persoonsgegevens invullen. Met deze gegevens kan de beheerder van de phishing websites de ICS-app downloaden en koppelen aan de creditcardrekeningen van de slachtoffers. De ingevoerde gegevens worden direct via een bot doorgestuurd naar Telegram-kanalen.
Het hof stelt vast dat de phishing websites worden gehost door een Nederlandse hostingpartij. De betalingen voor het hosten zijn gedaan met bitcoins vanuit een wallet die in rechtstreeks verband staat met een wallet op naam van de verdachte. Het e-mailadres dat bij de hostingprovider is geregistreerd als klant, is van de verdachte. De back-end van de phishing websites wordt stelselmatig bezocht door een IP-adres dat is gekoppeld aan het woonadres van de verdachte, en dit IP-adres benadert de phishing websites niet meer na de aanhouding van de verdachte op 30 januari 2024. Op in beslag genomen telefoons van de verdachte is de aanmaak van de Telegram-bots terug te vinden die de gephishte gegevens doorsturen.
De verdachte verklaart dat hij toegang heeft tot de Telegram-groepen en een aantal maal gephishte gegevens heeft gebruikt om aankopen te doen, maar stelt dat meerdere personen gebruik kunnen maken van de gegevens en dat hij slechts circa € 3.000 heeft verdiend. Het hof acht deze verklaring ongeloofwaardig. Het hof stelt vast dat in de Telegram-groepen slechts twee deelnemers zitten: de bot en de accounteigenaar, de verdachte dus. In de telefoons van de verdachte worden gephishte gegevens van in totaal 65 personen aangetroffen en de gegevens worden veelal binnen een half uur gebruikt.
Het hof oordeelt dat de verdachte degene is die de phishing websites in beheer heeft, de phishing e-mails verstuurt, de gephishte gegevens ontvangt via de Telegram-bots en deze gegevens gebruikt voor het doen van aankopen. Met de verkregen gegevens logt de verdachte in op de ICS-app op zijn eigen apparaat en verschaft hij zich wederrechtelijk toegang tot het systeem van ICS.
Het hof spreekt de verdachte vrij van de oplichting van ICS zelf, omdat de tenlastelegging geen oplichtingshandelingen bevat die betrekking hebben op ICS. Daarnaast volgt het hof de advocaat-generaal in de gevorderde partiele vrijspraken ten aanzien van onderdelen van de feiten 1 en 2. Ten aanzien van de startdatum van de periode bij de feiten 2 en 3 sluit het hof aan bij de datum van oplichting van het eerste slachtoffer dat voorkomt in de telefoons van de verdachte.
Feit 4 acht het hof bewezen op grond van de bekennende verklaring van de verdachte en het proces-verbaal determinatie onderzoek vuurwapen en munitie.
Bewezenverklaring
Feit 1: oplichting, meermalen gepleegd, in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 30 september 2023, door middel van het aannemen van een valse hoedanigheid en listige kunstgrepen, bestaande uit het versturen van phishing e-mails die afkomstig lijken van ICS en het leiden van twee slachtoffers naar namaakwebsites waar zij hun inloggegevens, bankgegevens, klantgegevens en tweefactorauthenticatiecodes invullen.
Feit 2: het verwerven en voorhanden hebben van technische hulpmiddelen (phishing websites) die hoofdzakelijk zijn gemaakt of ontworpen tot het plegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd, in de periode van 1 maart 2023 tot en met 6 januari 2024.
Feit 3: computervredebreuk, meermalen gepleegd, in de periode van 1 maart 2023 tot en met 6 januari 2024, door het binnendringen in computersystemen en servers van ICS met behulp van een valse sleutel, te weten onrechtmatig verkregen inloggegevens en tweefactorauthenticatiecodes.
Feit 4: het op 30 januari 2024 te Amsterdam voorhanden hebben van een gasvuurwapen van categorie III WWM, merk BBM, type Bruni Olympic.
Strafoplegging en maatregelen
Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest. Het hof overweegt dat de verdachte zich ongeveer tien maanden bezighoudt met een geraffineerde vorm van digitale fraude waarbij slachtoffers worden misleid en bestolen. Grote financiele schade wordt aangericht aan ICS, die de vele slachtoffers heeft gecompenseerd. Het hof benadrukt dat door phishing het vertrouwen in het digitale berichten- en betalingsverkeer ernstig wordt ondermijnd, met risico op ontwrichting van het maatschappelijk en economisch verkeer. De verdachte heeft enkel zijn eigen financieel gewin voor ogen. Het ongecontroleerde bezit van het vuurwapen brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich.
Het hof overweegt dat de door de advocaat-generaal gevorderde partiele vrijspraken niet van zodanige betekenis zijn dat zij tot een lagere gevangenisstraf moeten leiden. Uit reclasseringsrapporten blijkt dat de verdachte zich aanvankelijk op zijn zwijgrecht beroept, maar later intrinsiek gemotiveerd is voor hulpverlening. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Uit de justitiele documentatie blijkt dat de verdachte eerder, in 2017, is veroordeeld voor vermogensdelicten.
Het hof gelast de onttrekking aan het verkeer van het vuurwapen, munitie, een skimmer en een programmeerbare autosleutel van het merk Range Rover. Diverse voorwerpen worden verbeurd verklaard, waaronder drie Sony Playstations, meerdere telefoons, simkaarten, een laptop, twee Ledger Nano-apparaten en een Safepal. Het hof wijst de vordering van de benadeelde partij ICS toe tot een bedrag van € 36.722,70 aan materiele schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Het hof gaat niet mee in het verzoek van de advocaat-generaal om een schadevergoedingsmaatregel op te leggen ter hoogte van € 56.365,06, omdat het verbod tot verhoging van de vordering in hoger beroep noopt tot zeer terughoudende toepassing van die mogelijkheid.
Lees hier de volledige uitspraak.
