Vrijspraak voor faillissementsfraude: wisselende, ongeloofwaardige en onaannemelijke verklaring leidt nog niet tot conclusie dat is onttrokken aan de boedel

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 april 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2305

Weliswaar heeft verdachte bij de politie en op de zitting op een aantal punten wisselend, ongeloofwaardig en onaannemelijk verklaard over de herkomst van de kaarten, de persoon naam en verdachte’s rol bij B.V. 1, maar dat kan er naar het oordeel van de rechtbank niet toe leiden dat dus bewezen kan worden verklaard dat het verdachte was die de kaarten aan het faillissement van B.V. 1 heeft onttrokken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraak ontnemingszaak diamantroof Schiphol

Drie personen die in 2021 zijn veroordeeld voor betrokkenheid bij een diamantroof op Schiphol in 2005 hebben hieruit op illegale wijze financieel voordeel verkregen. Dat oordeelt het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep. Bij de roof werden diamanten buitgemaakt ter waarde van toen ruim 72 miljoen Amerikaanse dollar. Een deel van de buit ter waarde van ruim 43 miljoen Amerikaanse dollar is tot dusver niet gevonden. De schatting van het verkregen voordeel van betrokkene 1 en 2 baseert het hof op afgeluisterde gesprekken en de verklaring van één van de betrokkenen in een undercover traject. Het voordeel voor betrokkene 1 wordt geschat op één miljoen euro en voor betrokkene 2 op ruim 607.571 euro.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Eisen voor doen van afstand van recht op rechtsbijstand door niet-aangehouden, kwetsbare verdachten bij (eerste) politieverhoor

Hoge Raad 9 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:556

Waar het gaat om (eerste) politieverhoor van aangehouden verdachte, geeft het Wetboek van Strafvordering voor aantal gevallen aanvullende regels over aanwijzing van raadsman en doen van afstand van recht op rechtsbijstand. Dat is o.m. het geval als aangehouden verdachte vanwege bijvoorbeeld psychische stoornis of verstandelijke beperking een kwetsbare verdachte betreft a.b.i. art. 28b lid 1 Sv. O.g.v. art. 28b lid 1 Sv moet dan raadsman worden aangewezen. Rechtsbijstand van deze raadsman is o.g.v. art. 43 lid 1 Wet op de rechtsbijstand voor verdachte kosteloos. Verder kan een kwetsbare verdachte in zo’n geval o.g.v. art. 28c lid 2 Sv alleen afstand doen van recht op bijstand door raadsman voorafgaand aan eerste verhoor nadat hij door raadsman over gevolgen van die afstand is ingelicht. In geval dat verdachte die niet is aangehouden, door politie wordt verhoord, voorziet het Wetboek van Strafvordering niet in vergelijkbare bepalingen over aanwijzing van raadsman ten behoeve van kwetsbare verdachte en doen van afstand van recht op rechtsbijstand door kwetsbare verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag: HR herhaalt wanneer rechter blijk moet geven van onderzoek naar vraag of voortzetting van beslag in overeenstemming is met proportionaliteit en subsidiariteit en welke motiveringseisen gelden

Hoge Raad 9 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:563

De vraag wanneer de rechter blijk moet geven van een onderzoek naar de vraag of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, en – als dat het geval is – welke eisen moeten worden gesteld aan de motivering van zijn beslissing, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar is afhankelijk van de concrete onderbouwing en de indringendheid van de door of namens de klager aangevoerde argumenten. Ook is van belang wat daarover door het openbaar ministerie wordt ingebracht. Verder komt betekenis toe aan het tijdsverloop sinds de beslaglegging en aan de termijn waarbinnen een beslissing in de hoofdzaak of in de ontnemingsprocedure redelijkerwijs valt te verwachten. Naarmate meer tijd is verstreken – en de klager dus al langer door het beslag wordt getroffen – kan meer gewicht toekomen aan de persoonlijke belangen van de klager bij de opheffing van het beslag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wat als een benadeelde partij na eerste aanleg en voor de behandeling in hoger beroep overlijdt en een neef zich dan voegt?

Hoge Raad 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:439

Deze zaak ziet op de woningoverval op een bejaarde man. Het slachtoffer is hieraan niet overleden, pas na de behandeling van de zaak in eerste aanleg. Het slachtoffer heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering is niet-ontvankelijk verklaard. Het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen. Het hof is van oordeel dat de overleden benadeelde partij zich rechtsgeldig in het hoger beroep heeft kunnen voegen omdat hij vóór zijn overlijden tegenover zijn neef en erfgenaam de wens en het voornemen daartoe heeft geuit maar deze erfgenaam van de benadeelde die wens tot voeging in hoger beroep pas na het overlijden van de benadeelde naar voren heeft kunnen brengen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR wijst arrest over door benadeelde partij te vorderen wettelijke rente

Hoge Raad 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:466

De benadeelde partij kan betaling van de wettelijke rente vorderen over het bedrag dat zij aan schade heeft geleden. Deze schade kan onder meer bestaan uit immateriële schade, dat wil zeggen ander nadeel dat op grond van artikel 106 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek voor vergoeding in aanmerking komt. In beginsel is de wettelijke rente op grond van artikel 6:83, aanhef en onder b, BW zonder ingebrekestelling verschuldigd vanaf het moment waarop de schade die het gevolg is van de onrechtmatige daad van de verdachte, is ingetreden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM: klimaatverandering is een mensenrechtenkwestie

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft op 9 april voor het eerst uitspraken gedaan in drie klimaatzaken. Het Hof bepaalt dat staten op basis van mensenrechten verplicht zijn om maatregelen te nemen om klimaatverandering tegen te gaan, en om beleid aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Zij moeten zorgen dat het mogelijk is voor individuen en belangenorganisaties om naar de rechter te stappen en toegang te verschaffen tot relevante informatie over klimaatverandering. De uitspraken van het EHRM zijn ook van groot belang voor Nederland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR geeft in aanvulling op overzichtsarrest redelijke termijn en een overzicht van gevallen waarin kan worden volstaan met de enkele constatering dat redelijke termijn is overschreden

Hoge Raad 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:492

De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BD2578 m.b.t. de algemene uitgangspunten en regels over de inbreuk op het recht van de verdachte op behandeling van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn, het uitgangspunt dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door vermindering van opgelegde straf dan wel vastgesteld ontnemingsbedrag en gevallen waarin in strafzaken en in ontnemingszaken geen vermindering wordt toegepast. Algemene regels over wijze waarop straf dan wel ontnemingsbedrag moet worden verminderd, zijn niet te geven. Het staat feitenrechter vrij om (na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, waaronder mate van overschrijding van redelijke termijn) te volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden. Daarbij kan worden aangesloten op door de Hoge Raad genoemde gevallen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkheidsverweer dat verdachte tijdens het eerste politieverhoor nog niet als verdachte maar als getuige werd gehoord

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 26 maart 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:973

Op 10 juli 2017 is de verdachte gehoord als getuige in het kader van het opsporingsonderzoek naar witwassen door medeverdachte. Voorafgaande aan dat verhoor is zij als getuige gewezen op haar verschoningsrecht ten opzichte van haar partner medeverdachte. Tijdens het verhoor heeft de verdachte als getuige verklaard dat de naam bedrijf 1 haar niets zegt en dat zij nooit enige betrokkenheid heeft gehad bij deze onderneming. Pas naar aanleiding van dit getuigenverhoor is er bij de politie een redelijk vermoeden van schuld ontstaan jegens de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Mag de beoordeling of een strafbaar feit ‘als bedrijf is uitgeoefend’ worden gedaan aan de hand van stelselmatigheid en duurzaamheid?

Hoge Raad 19 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:450

Vooropgesteld moet worden dat de rechter bij de vraag of de verdachte van het plegen van het misdrijf ‘zijn beroep maakt of het plegen van dit misdrijf als bedrijf uitoefent’ in de zin van artikel 337 lid 3 Sr – naast andere omstandigheden die kunnen duiden op grootschalig en professioneel handelen – mede kan betrekken of het opzettelijk invoeren, doorvoeren of uitvoeren en/of verkopen en/of te koop aanbieden en/of afleveren en/of uitdelen en/of in voorraad hebben meermalen heeft plaatsgevonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^