Afwijzing verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen: RC niet aan te merken als rechterlijke instantie ex art. 267 VWEU

Rechtbank Den Haag 8 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12172

Naar het oordeel van de rechtbank is anders dan de verdediging betoogt de beslissing die de rechter-commissaris neemt in het vooronderzoek, zoals i.c. een beslissing op onderzoekswensen van de verdediging, niet de in artikel 267 VWEU en het arrest naam bedoelde procedure op tegenspraak die eindigt met een vonnis. In zoverre is de rechter-commissaris niet aan te merken als een rechterlijke instantie als bedoeld in artikel 267 VWEU die prejudiciële vragen kan stellen. Het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJEU is voorbehouden aan een rechterlijke instantie waarbij een geding aanhangig is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van valsheid in geschrifte en het gebruik maken van valse geschriften

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9406

Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of de lezing van verdachte, inhoudende dat hij ondanks het zetten van parafen en handtekeningen in de betreffende koopovereenkomsten op dát moment niet op de hoogte was van de te lage koopsommen in deze overeenkomsten, aannemelijk is geworden, waarbij het hof het geheel van feiten en omstandigheden waaronder deze koopovereenkomsten tot stand zijn gekomen en het daaropvolgende proces in aanmerking neemt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Raad van State: Ook bij wettelijke boetetarieven is maatwerk vereist

De gemeente Amsterdam moet bij haar boetebeleid voor illegale verhuur van woningen aan toeristen maatwerk bieden. Op dit moment legt de gemeente standaard de maximale boete op aan iedereen die zonder vergunning een woning aan toeristen verhuurt. Daarbij houdt de gemeente geen rekening met bijzondere omstandigheden die aanleiding kunnen zijn voor een lagere boete. Dat is in strijd met het evenredigheidsbeginsel, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in drie uitspraken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak btw-carrouselfraude wegens ontbreken voorwaardelijk opzet. Verdachte had nader onderzoek moeten doen, maar had de grootste misstanden waarschijnlijk niet had kunnen achterhalen.

Gerechtshof Amsterdam 2 augustus 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:5077

Het dossier bevat geen bewijs waaruit volgt dat de verdachte wist dat hij met zijn B.V. deel uitmaakte van een btw-carrouselfraude. Uit de bewijsmiddelen blijkt echter wel, als het gaat om de vervolgvraag of sprake is van voorwaardelijk opzet, van omstandigheden die in het nadeel van de verdachte spreken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van witwassen van salaris wegen ontbreken van wetenschap

Rechtbank Amsterdam 25 november 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5781

De kernvraag in deze zaak is of verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zijn salaris direct of indirect afkomstig was van misdrijf. Kortom: kan de wetenschap van witwassen worden bewezen. De rechtbank acht daarvoor onvoldoende bewijs aanwezig.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming: voordeel bestaat uit de kosten die zijn bespaard door als hovenier het tuinafval op illegale wijze te storten

Rechtbank Amsterdam 6 november 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5848

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat veroordeelde geen voordeel heeft genoten omdat hij de kosten voor het verwerken van het afval niet heeft doorberekend aan zijn cliënten. De rechtbank verwerpt dit verweer. Veroordeelde heeft immers juist voordeel genoten, omdat hij kosten heeft bespaard door het afval niet op de juiste wijze te laten verwerken maar in plaats daarvan illegaal te storten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad wijst nieuw overzichtsarrest over vormverzuimen: geen substantiële wijzigingen in beoordelingskader, wel nuancering en bijstelling maatstaven

Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889

In aanvulling op eerdere uitspraken ECLI:NL:HR:2004:AM2533 en ECLI:NL:HR:2013:BY5321, waarin is uitgezet wanneer sprake is van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv en aan welke (wettelijke) voorwaarden moet worden voldaan voordat toepassing kan worden gegeven aan één van de in dat artikel genoemde rechtsgevolgen merkt de Hoge Raad naar aanleiding van de conclusie van de AG op dat de Hoge Raad geen aanleiding ziet substantiële wijzigingen aan te brengen in het beoordelingskader.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OvJ niet-ontvankelijk in hoger beroep: e-mail aan griffie zonder elektronische handtekening kan niet worden gezien als een bijzondere schriftelijke volmacht in (art. 450 Sv)

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9790

Ingevolge artikel 450, eerste lid, aanhef en onder b Sv kan het aanwenden van de rechtsmiddelen, bedoeld in artikel 449, ook geschieden door tussenkomst van een vertegenwoordiger die daartoe persoonlijk, door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bij bijzondere volmacht schriftelijk is gemachtigd. Deze bepaling geldt voor elke procespartij en dus ook voor de officier van justitie die door tussenkomst van een vertegenwoordiger een rechtsmiddel wil aanwenden. Niet alleen de raadsman namens de verdachte en de verdachte zelf maar ook de officier van justitie heeft zo de mogelijkheid om door middel van een bijzondere volmacht een medewerker van de griffie te machtigen om hoger beroep in te stellen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG HvJ EU: EU-lidstaten mogen Interpolverzoek niet uitvoeren na onherroepelijke vaststelling dat ne bis in idem-beginsel van toepassing is

Advies van advocaat-generaal Bobek 19 november 2020, C-505/19, WS tegen Bundesrepublik Deutschland

Het beginsel dat iemand niet tweemaal mag worden vervolgd of gestraft voor hetzelfde delict verbiedt EU-lidstaten om uitvoering te geven aan een Interpolverzoek wanneer een EU-lidstaat onherroepelijk heeft vastgesteld dat het beginsel van toepassing is met betrekking tot de strafbare feiten waarvoor het Interpolverzoek is uitgevaardigd. Dat is het advies van A-G Bobek aan het EU-Hof naar aanleiding van vragen van een Duitse rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van valsheid in geschrifte, witwassen en het niet bijhouden van registers voor handelaren in gebruikte, ongeregelde goederen

Rechtbank Midden-Nederland 17 november 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5006

Niet kan worden vastgesteld dat verdachte wist dat er onjuiste gegevens werden geregistreerd. Dit maakt dat evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte, met die wetenschap, het oogmerk heeft gehad deze gegevens als echt en onvervalst te gebruiken zoals dat onder 1 aan hem is ten laste gelegd. Het voorgaande betekent eveneens dat de onder 2 ten laste gelegde wetenschap bij verdachte over een criminele herkomst van de door hem verkregen goederen dan wel geldbedragen niet kan worden vastgesteld. Voor wat betreft het onder 3 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat evenmin is gebleken op welke wijze verdachte zich niet aan de betreffende regelgeving zou hebben gehouden voor wat betreft de registratie.

Read More
Print Friendly and PDF ^