Onbegrijpelijke aanvangsdatum wettelijke rente

Hoge Raad 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:688

De Hoge Raad oordeelt dat het hof Arnhem-Leeuwarden de aanvangsdatum van de wettelijke rente over de materiële schade van EUR 5.518,95 in een doodslag- en diefstalzaak onbegrijpelijk heeft vastgesteld op 31 maart 2020, terwijl de bewezenverklaarde diefstalperiode pas op 27 april 2020 aanvangt. De Hoge Raad bevestigt dat wettelijke rente op grond van artikel 6:83 onder b BW zonder ingebrekestelling verschuldigd is vanaf het moment waarop de schade door de onrechtmatige daad is ingetreden, met verwijzing naar HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793. De Hoge Raad doet de zaak zelf af en bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente op 21 oktober 2020, de laatste dag van de pleegperiode. Het tweede cassatiemiddel wordt afgedaan met artikel 81 lid 1 RO. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie wordt de gevangenisstraf van twaalf jaren ambtshalve verminderd tot elf jaren en elf maanden, terwijl de terbeschikkingstelling met dwangverpleging in stand blijft.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Pondspondsgewijs delen bij phishingfraude: Hoge Raad accepteert gelijke verdeling van miljoenenwinst tussen hoofdrolspelers

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:491

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij phishingfraude. Hoge Raad over pondspondsgewijze toerekening van voordeel aan deelnemer criminele organisatie. De mate van toerekening hoeft niet uit wettige bewijsmiddelen te worden afgeleid. Bij gebreke van inzicht van de betrokkene in de onderlinge verdeling is gelijke verdeling tussen hoofdrolspelers niet onbegrijpelijk. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep, anders dan de conclusie van de advocaat-generaal.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad: leerplichtvrijstelling openbaar onderwijs alleen in uitzonderlijke gevallen

De Hoge Raad scherpt in zijn arresten van 21 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:658 en ECLI:NL:HR:2026:659) het toetsingskader voor de leerplichtvrijstelling van artikel 5, aanhef en onder b, Leerplichtwet 1969 aan. Voor openbaar onderwijs kan een beroep op de vrijstellingsgrond wegens overwegende bedenkingen nog slechts in uitzonderlijke gevallen slagen. Alleen wanneer concreet komt vast te staan dat het godsdienstige, levensbeschouwelijke of maatschappelijke onderwijs op alle openbare scholen binnen redelijke afstand niet plaatsvindt op een objectieve, kritische en pluralistische manier, kan vrijstelling worden verleend. Met dit arrest wordt de eerdere rechtspraak (HR:2017:3111) over bedenkingen tegen het ontbreken van een levensbeschouwelijke richting bijgesteld. De Hoge Raad benadrukt dat van de overheid actief optreden wordt verlangd om de Leerplichtwet te handhaven, zo nodig via het strafrecht, ter waarborging van het door artikel 2 Eerste Protocol EVRM beschermde recht op onderwijs van het kind.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen aftrek dividendbelasting bij ontneming winst uit illegale gewasbeschermingsmiddelen

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:505

De Hoge Raad bevestigt dat bij de schatting van wederrechtelijk verkregen voordeel geen dividendbelasting in mindering hoeft te worden gebracht wanneer feitelijk geen dividendbelasting is afgedragen. De zaak betreft een ontnemingsprocedure na veroordeling voor de verkoop van illegale gewasbeschermingsmiddelen (Bitoxybacillin en Lepidocide) door een B.V. waarvan de betrokkene feitelijk leidinggevende en uiteindelijk belanghebbende is. Het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op EUR 532.532 en volledig toegerekend aan de betrokkene als natuurlijk persoon. Het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel vereist dat wordt uitgegaan van het daadwerkelijk behaalde voordeel, maar biedt in dit geval geen grond voor aftrek van hypothetische dividendbelasting. De betrokkene kan bij een latere dividenduitkering een verzoek tot vermindering indienen op grond van artikel 6:6:26 Wetboek van Strafvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Te laat is niet te laat: Hoge Raad fluit hof terug bij afwijzing getuigenverzoek

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:502

De Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wegens een onbegrijpelijke afwijzing van een getuigenverzoek bij mishandeling. Het hof toetst het verzoek tot het horen van de aangeefster en een getuige aan het noodzakelijkheidscriterium en wijst het af, maar gaat daarbij voorbij aan het post-Keskin-kader uit HR:2021:576 en de voorwaarden uit HR:2025:1519. De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten nagaan of de procedure als geheel voldoet aan artikel 6 EVRM, nu belastende verklaringen voor het bewijs zijn gebruikt zonder dat de verdediging de getuigen heeft kunnen ondervragen. De zaak is teruggewezen voor een nieuwe behandeling van de mishandeling en de strafoplegging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Herziening na Maggiora: hersteld vormverzuim blokkeert niet-ontvankelijkheid

Hoge Raad 14 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:562

De Hoge Raad wijst een herzieningsverzoek af in het kader van het onderzoek Maggiora, waarin de aanvraagster onherroepelijk is veroordeeld voor opzetheling terwijl het hof in de zaken van medeverdachten het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaarde. Centraal staat de vraag of bekend geworden vormverzuimen rond gunstbetoon en verklaringen van een medeverdachte een novum opleveren in de zin van artikel 457 lid 1 onder c van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad oordeelt dat het verzuim rond de verbaliseringsplicht van artikel 226g lid 4 van het Wetboek van Strafvordering door de woordelijke uitwerking van het gesprek in voldoende mate is hersteld. Ook de gang van zaken rond de verklaringen is in hoger beroep voldoende opgehelderd om het ernstige vermoeden van niet-ontvankelijkverklaring weg te nemen. De omstandigheid dat het hof in de zaak tegen de medeverdachte wel tot niet-ontvankelijkheid kwam, doet aan deze zelfstandige herzieningstoetsing niet af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG: instemming met niet-horen van demente getuige is geen afstand van ondervragingsrecht

A-G Aben concludeert dat het gerechtshof 's-Hertogenbosch ten onrechte heeft aangenomen dat de verdediging het ondervragingsrecht heeft prijsgegeven ten aanzien van een belastende getuige die aan dementie lijdt. De raadsman had laten weten dat de getuige vanwege zijn gezondheidstoestand niet meer zinvol kon worden gehoord, maar dat is volgens de A-G geen vrijwillige en ondubbelzinnige waiver in de zin van artikel 6 EVRM. Het hof had daarom de driestappentoets moeten doorlopen om te beoordelen of het proces als geheel eerlijk is verlopen. De A-G vergelijkt de situatie met het overlijden van een getuige: in beide gevallen kan van de verdediging niet worden verwacht dat zij een onmogelijk geworden verhoor nogmaals verzoekt. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing, al merkt de A-G op dat de verklaring van de getuige binnen de bewijsconstructie weinig gewicht lijkt te hebben.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vertrokken rechter en griffier redden gebrekkig proces-verbaal niet

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:497

De Hoge Raad vernietigt in ECLI:NL:HR:2026:497 het arrest van het gerechtshof Den Haag wegens het ontbreken van een rechtsgeldig proces-verbaal van de terechtzitting. Het proces-verbaal is niet uitgewerkt omdat de betrokken raadsheer en griffier niet langer bij het hof werkzaam zijn. De Hoge Raad oordeelt dat dit geen bijzondere omstandigheid is die de nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de uitspraak kan wegnemen. Dit arrest bevestigt de strenge lijn uit HR 13 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1605, en benadrukt dat personele wisselingen geen rechtvaardiging vormen voor het niet naleven van artikel 327 Sv. De zaak wordt teruggewezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ongeopende blauwe enveloppen: jarenlang geen aangifte vennootschapsbelasting leidt tot veroordeling ondanks alsnog ingediende aangiften

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:425

De Hoge Raad oordeelt op 24 maart 2026 in een strafzaak over het opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting door een B.V. over meerdere jaren (artikel 69 lid 1 AWR). De bewezenverklaring ten aanzien van de aangiften over 2015 en 2016 is niet begrijpelijk, omdat deze aangiften alsnog zijn ingediend voordat ambtshalve aanslagen waren opgelegd, maar dit leidt niet tot cassatie omdat de aard en ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel niet worden aangetast. De klacht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase (artikel 6 lid 1 EVRM) slaagt, waarna de geldboete wordt verminderd van EUR 10.000 naar EUR 9.000. De overige vijf cassatiemiddelen, waaronder klachten over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, het bewijs van opzet en de draagkracht, worden afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 Wet RO. Het arrest heeft samenhang met de zaken 23/00758 en 23/00760.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verminderde toerekenbaarheid en de motiveringsplicht: de Hoge Raad houdt vast aan de ruime straftoemetingsvrijheid van de feitenrechter

Hoge Raad 14 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:477

De Hoge Raad bevestigt in zijn arrest de veroordeling van een man tot veertien jaren en zes maanden gevangenisstraf wegens doodslag op zijn echtgenote en het doden van hun hond. Centraal staat de vraag of het hof voldoende heeft gemotiveerd hoe de verminderde toerekeningsvatbaarheid is verdisconteerd in de strafmaat. De Hoge Raad herhaalt de ruime straftoemetingsvrijheid van de feitenrechter en verwijst naar zijn arresten uit 1985 en 2022. De rechter hoeft de invloed van verminderde toerekenbaarheid op de straf in beginsel niet te motiveren, tenzij de verdediging of het OM een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inneemt. In deze zaak is de strafoplegging toereikend gemotiveerd en wordt het cassatieberoep verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^