Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens bespaarde lease- en legeskosten bij overschrijding van het fosfaatrecht door een melkveehouder

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1978

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch ontneemt aan een melkveehouder het wederrechtelijk verkregen voordeel dat hij heeft behaald door in 2018 meer fosfaat met melkvee te produceren dan zijn fosfaatrecht toeliet. De betrokkene bespaart kosten door voor de overschrijding geen fosfaatrechten te leasen en de daarvoor verschuldigde leges niet te betalen. Het hof gaat uit van een leaseprijs van € 39,50 per kilogram fosfaat en een overschrijding van ongeveer 265 kilogram, wat neerkomt op € 10.467,50 aan bespaarde leasekosten. Daarbij komt € 100 aan bespaarde legeskosten voor de melding bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het hof stelt het voordeel in het voordeel van de betrokkene afgerond vast op € 10.500 en legt een betalingsverplichting van dat bedrag op. De duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd bedraagt 105 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan het niet doen van aangiften omzetbelasting en vrijspraak van bedrieglijke bankbreuk wegens ontbrekend opzet op benadeling van schuldeisers

Gerechtshof Amsterdam 23 juli 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2188

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een verdachte voor het medeplegen van feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk niet doen van aangiften omzetbelasting door een besloten vennootschap over vijf kwartalen in 2011 en 2012, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven. Volgens de Belastingdienst leidt dit tot een belastingnadeel van in totaal € 680.612, waarop het hof geen voorbelasting in mindering brengt omdat de administratie onvolledig is. Het hof spreekt de verdachte vrij van het feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk, omdat niet bewezen is dat het niet voeren van de administratie plaatsvond ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers. Ook verwerpt het hof het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens strijd met het Protocol AAFD. Wegens overschrijding van de redelijke termijn legt het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast legt het hof een taakstraf van 240 uren op, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit valsheid in geschrift met vervalste testamenten en verzekeringsstukken; vorderingen benadeelde partijen niet in mindering gebracht

Gerechtshof Amsterdam 27 augustus 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2440

De rechtbank Noord-Holland legt op 21 maart 2023 een betalingsverplichting van € 305.312,09 op na een veroordeling wegens valsheid in geschrift en gewoontewitwassen. In hoger beroep schat het gerechtshof Amsterdam het wederrechtelijk verkregen voordeel op € 405.871,29, opgebouwd uit € 343.683,58 die de betrokkene met een vervalst testament en een verklaring van erfrecht van een bank in Luxemburg ontvangt en € 62.187,71 die twee verzekeringsmaatschappijen uitkeren op valse facturen, offertes en schadetaxaties. Het hof brengt de aan ASR en Nationale Nederlanden toegewezen schadevergoedingen niet in mindering, omdat het arrest niet onherroepelijk is en de vorderingen niet zijn voldaan. Het draagkrachtverweer wordt verworpen, omdat niet aanstonds duidelijk is dat de betrokkene nu en in de toekomst geen draagkracht heeft. De overschrijding van de redelijke termijn is verdisconteerd in de straf in de gelijktijdig behandelde strafzaak, zodat het hof in de ontnemingszaak volstaat met de constatering daarvan. Het hof stelt de betalingsverplichting vast op € 405.871,29.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bij overschrijding van het fosfaatrecht door een melkveebedrijf, geen uitzondering voor Jersey-koeien

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4923

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in een ontnemingszaak tegen een biologisch melkveebedrijf dat Jersey-koeien houdt en dat onherroepelijk is veroordeeld voor het produceren van meer dierlijke mest dan het op het bedrijf rustende fosfaatrecht toestond. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de economische politierechter en de advocaat-generaal vordert een wederrechtelijk verkregen voordeel van € 19.334. Dat voordeel bestaat uit de kosten die het bedrijf heeft bespaard door over 2020 geen extra fosfaatrechten te leasen. De verdediging voert aan dat de forfaitaire berekening voor Jersey-koeien een te hoge fosfaatproductie oplevert en dat ontneming onrechtvaardig en disproportioneel is. Het hof stelt vast dat de wetgever sinds de invoering van het fosfaatrechtenstelsel geen uitzondering meer maakt voor biologische melkveehouders of Jersey-koeien en ziet geen bijzondere omstandigheden om daarvan af te wijken. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg stelt het hof het geschatte voordeel vast op € 19.334 en de betalingsverplichting aan de Staat op € 17.500.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke geldboete voor recyclingbedrijf wegens geplande overbrenging van PU-schuim dat als afvalstof wordt gekwalificeerd

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4935

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een bedrijf dat afgedankte matrassen recyclet tot een geheel voorwaardelijke geldboete van 2.000 euro voor een geplande illegale overbrenging van polyurethaanschuim naar de Verenigde Arabische Emiraten. Kern van de zaak is de vraag of de balen geperst PU-schuim nog afvalstoffen zijn of door de bewerking bij het bedrijf de status van einde-afvalstof hebben verkregen. Het hof oordeelt dat de nuttige toepassing nog niet is voltooid, omdat het PU-schuim in het land van bestemming eerst nog versnipperd en verlijmd zou moeten worden tot rebonded foam. Het bedrijf heeft het schuim bovendien alleen visueel op hygiëne gecontroleerd, zodat niet vaststaat dat het schoon en gereed voor toepassing was. Het PU-schuim wordt daarom als afvalstof gekwalificeerd en de overbrenging naar een land dat de invoer van groenelijstafvalstoffen verbiedt levert overtreding op van artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep legt het hof de geldboete geheel voorwaardelijk op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Taakstraffen voor twee medeverdachten wegens fiscale fraude bij verhuur van vakantieparken buiten de administratie, afgedaan met procesafspraken in hoger beroep

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt op 4 augustus 2026 twee medeverdachten uit hetzelfde onderzoek Rabarber wegens fiscale fraude bij een onderneming die vakantieparken exploiteert. Binnen de onderneming is jarenlang een specifieke verhuur aan zogenoemde rangers buiten de administratie gehouden en contant afgerekend, waardoor te weinig belasting is geheven. De zaken worden in hoger beroep afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging. De bewezenverklaring, de kwalificatie en de strafbaarheid uit de vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant blijven in stand. Het hof vernietigt uitsluitend de strafoplegging en legt in beide zaken een deels voorwaardelijke taakstraf op, zonder de door de rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. De ene verdachte krijgt een taakstraf van 240 uren en de andere een taakstraf van 180 uren, telkens met 40 uren voorwaardelijk en een proeftijd van één jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van feitelijk leidinggever tot gevangenisstraf voor het niet voeren en niet beschikbaar stellen van de administratie van vijf vennootschappen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 juli 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4943

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een bestuurder als feitelijk leidinggever van vijf besloten vennootschappen voor het opzettelijk niet voeren van een administratie en het niet beschikbaar stellen van de boeken aan de Belastingdienst. Bij twee vennootschappen is daarnaast de bewaarplicht geschonden. De bestuurder biedt de belastinginspecteur inlogcodes van zijn boekhoudprogramma aan, maar het hof oordeelt dat dit geen aanvaardbare wijze van inzage is en dat aangeboden ruwe data geen administratie in de zin van artikel 52 AWR vormt. Het verweer dat een van de vennootschappen nooit activiteiten ontplooit, treft geen doel omdat ook dan de vermogenspositie kenbaar moet zijn. Medeplegen acht het hof niet bewezen, omdat de bestuurder zelf de kwaliteit van belastingplichtige bezit en de rechtspersoon geen eigen bijdrage levert die zich daarvan onderscheidt. Het hof legt een gevangenisstraf van twaalf maanden op en ontzet de bestuurder voor drie jaren uit het beroep van bestuurder van een rechtspersoon.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak in vier samenhangende zaken van overtreding van de zorgplicht van de vervoerder (artikel 4 Vreemdelingenwet 2000) bij niet-visumplichtige derdelanders met verstreken vrije termijn

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch spreekt op 21 juli 2026 in vier samenhangende zaken een vervoerder vrij van overtreding van de zorgplicht uit artikel 4 lid 1 van de Vreemdelingenwet 2000. In alle zaken vervoert de vervoerder per vliegtuig een niet-visumplichtige derdelander van London Stansted naar Eindhoven, van wie bij de grenscontrole blijkt dat de vrije termijn van negentig dagen binnen honderdtachtig dagen is verstreken. Het hof oordeelt dat de zorgplicht van de vervoerder niet zo ver reikt dat aan de hand van stempels in het reisdocument moet worden gecontroleerd of eerder verblijf in het Schengengebied tot overschrijding van de vrije termijn heeft geleid. Die controle gaat verder dan het toezicht dat redelijkerwijs van de vervoerder kan worden gevorderd. Het hof leidt dit onder meer af uit de destijds geldende Vreemdelingencirculaire 2000, waarin stempelcontrole niet was opgenomen, en uit de wijziging van die circulaire per 12 oktober 2025 in verband met het inreis-uitreissysteem. In drie zaken vordert het Openbaar Ministerie bewezenverklaring en een geldboete, in de vierde zaak vordert het zelf vrijspraak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vijf uitspraken in onderzoek Mega Abaris over fraude en omkoping bij de gemeente Rotterdam: veroordelingen voor oplichting, valsheid in geschrift, ambtelijke omkoping en gewoontewitwassen

Het gerechtshof Den Haag doet op 14 juli 2026 uitspraak in vijf samenhangende strafzaken uit het onderzoek Mega Abaris naar fraude en omkoping bij de gemeente Rotterdam tussen 2012 en 2018. Terecht staan twee ambtenaren, de feitelijk leidinggever van een bestratingsbedrijf en twee onderaannemers, die betrokken zijn bij het manipuleren van productieverantwoordingsstaten waarmee werkzaamheden bij de gemeente werden gedeclareerd. De ambtenaren keuren opgehoogde staten goed en ontvangen daarvoor onder meer fietsen, horloges, sportartikelen, geld voor een boot en betaalde verbouwingen aan hun woningen. Het hof veroordeelt de betrokkenen voor oplichting, valsheid in geschrift, actieve en passieve ambtelijke omkoping en gewoontewitwassen, en spreekt op onderdelen vrij. Vanwege het tijdsverloop, de terugbetaling van een groot deel van de schade en de persoonlijke omstandigheden legt het hof lagere straffen op dan de rechtbank in eerste aanleg. De straffen lopen uiteen van een geheel voorwaardelijke geldboete tot deels voorwaardelijke gevangenisstraffen in combinatie met taakstraffen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing van verrekening van gestelde schade door late teruggave van in beslag genomen handelsvoorraad in ontnemingszaak na overtreding van de Sanctiewet 1977

Gerechtshof Den Haag 11 augustus 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2649

Het gerechtshof Den Haag beslist op 11 augustus 2026 in hoger beroep in een ontnemingszaak die volgt op een veroordeling wegens overtreding van de Sanctiewet 1977 en valsheid in geschrift bij de handel in dual-use goederen met Rusland. Het hof gaat uit van de door de FIOD met de transactiemethode gemaakte berekening en neemt de jaarrekening 2022 als basis voor de aftrekbare kosten, die het op 87 procent van de opbrengsten stelt. De door de verdediging gestelde schade door het niet tijdig teruggeven van de in beslag genomen handelsvoorraad komt volgens het hof niet voor aftrek in aanmerking, omdat die schade geen directe relatie heeft met de voltooiing van de strafbare feiten. Het hof gebruikt evenmin zijn bevoegdheid uit artikel 36e lid 5 Sr om die schade op de betalingsverplichting in mindering te brengen, omdat de wet niet in een dergelijke verrekening voorziet en de ontnemingsprocedure niet is ingericht op de behandeling van een reconventionele civiele vordering. Het draagkrachtverweer wordt verworpen omdat niet aannemelijk is dat de betrokkene nu en in de toekomst geen draagkracht zal hebben. Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 250.195 en legt een betalingsverplichting van gelijke hoogte op.

Read More
Print Friendly and PDF ^